Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Korea inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Republiek Korea,

hierna te noemen de ‘‘Verdragsluitende Partijen’’,

Gelet op het belang van de juiste vaststelling van de douanerechten en andere belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving hun economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid en handel schaden;

Overwegend dat de grensoverschrijdende handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, gevaarlijke stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten en giftig afval een gevaar voor de samenleving vormt;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van hun douanewetgeving;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door middel van nauwe samenwerking tussen hun douaneautoriteiten op basis van duidelijke internationaalrechtelijke bepalingen;

Gelet op de van belang zijnde instrumenten van de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in het bijzonder de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand van 5 december 1953;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag,

  • a.

    wordt onder ,,douaneautoriteit’’ verstaan:

    • wat de Republiek Korea betreft: de Koreaanse Douanedienst;

    • wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale autoriteit die verantwoordelijk is voor de tenuitvoerlegging van de douane-wetgeving;

  • b.

    wordt onder ,,douanewetgeving’’ verstaan: alle wettelijke en administratieve bepalingen die door de douaneautoriteiten worden toegepast of gehandhaafd in verband met de invoer, uitvoer, overslag, doorvoer, opslag en het vervoer van goederen, met inbegrip van wettelijke en administratieve bepalingen met betrekking tot verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

  • c.

    wordt onder ,,inbreuk op de douanewetgeving’’ verstaan: elke schending van de douanewetgeving zoals omschreven in de wetgeving van elke Verdragsluitende Partij, alsmede elke poging tot een dergelijke schending;

  • d.

    wordt onder ,,persoon’’ verstaan: elke natuurlijke persoon of rechtspersoon alsmede elke andere juridische entiteit;

  • e.

    wordt onder ,,persoonsgegevens’’ verstaan: alle gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • f.

    wordt onder ,,informatie’’ verstaan: alle gegevens, documenten, rapporten, gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan, of andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm;

  • g.

    wordt onder ,,verzoekende autoriteit’’ verstaan: de douaneautoriteit die om bijstand verzoekt;

  • h.

    wordt onder ,,aangezochte autoriteit’’ verstaan: de douaneautoriteit die om bijstand wordt verzocht.

HOOFDSTUK

II

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel

3

Artikel

4

HOOFDSTUK

IV

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel

5

De aangezochte autoriteit verstrekt de verzoekende autoriteit op haar verzoek met name de volgende informatie:

  • a.

    of goederen die worden ingevoerd in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn uitgevoerd uit het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij;

  • b.

    of goederen die worden uitgevoerd uit het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij en over de douaneregeling waaronder de goederen eventueel zijn gebracht.

Artikel

6

De aangezochte autoriteit houdt op verzoek bijzonder toezicht op:

  • a.

    personen ten aanzien van wie het de verzoekende autoriteit bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of die daarvan worden verdacht, met name diegenen die het douanegebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;

  • b.

    goederen in vervoer of in opslag ten aanzien waarvan door de verzoekende autoriteit is medegedeeld dat er een vermoeden van ongeoorloofd verkeer naar het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij bestaat;

  • c.

    vervoermiddelen waarvan de verzoekende autoriteit vermoedt dat zij worden gebruikt voor het maken van inbreuken op de douanewetgeving in het douanegebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij.

Artikel

7

Artikel

8

Op verzoek neemt de aangezochte autoriteit in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen alle noodzakelijke maatregelen teneinde:

  • a.

    alle documenten en

  • b.

    alle besluiten,

die onder de reikwijdte van dit Verdrag vallen, af te leveren bij respectievelijk mede te delen aan een geadresseerde die op haar nationale grondgebied woont of gevestigd is.

HOOFDSTUK

V

INFORMATIE

Artikel

9

HOOFDSTUK

VI

DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel

10

HOOFDSTUK

VII

TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel

11

HOOFDSTUK

VIII

UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel

12

Indien de aangezochte autoriteit niet over de gevraagde informatie beschikt, stelt zij een onderzoek in om die informatie te verkrijgen in overeenstemming met haar nationale wettelijke en administratieve bepalingen. Dit onderzoek kan mede omvatten het optekenen van verklaringen van personen van wie informatie wordt verlangd in verband met een inbreuk op de douanewetgeving en van getuigen en deskundigen.

Artikel

13

HOOFDSTUK

IX

VERTROUWELIJK KARAKTER VAN INFORMATIE

Artikel

14

Artikel

15

HOOFDSTUK

X

ONTHEFFING

Artikel

16

HOOFDSTUK

XI

KOSTEN

Artikel

17

HOOFDSTUK

XII

UITVOERING VAN HET VERDRAG

Artikel

18

HOOFDSTUK

XIII

TOEPASSING

Artikel

19

HOOFDSTUK

XIV

INWERKINGTREDING EN BEEINDIGING

Artikel

20

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel

21

Artikel

22

De Verdragsluitende Partijen komen op verzoek of na het verstrijken van vijf jaar vanaf de inwerkingtreding van dit Verdrag bijeen om het te herzien, tenzij zij elkaar schriftelijk ervan in kennis stellen dat een dergelijke herziening niet nodig is.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Den Haag, op 14 februari 2007, in de Nederlandse, de Koreaanse en de Engelse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek. In geval van verschillen in interpretatie is de Engelse tekst doorslaggevend.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

G. ZALM

Voor de Republiek Korea,

JONG-MOO CHOI