Verdrag betreffende een Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem (EUCARIS)

Verdrag betreffende een Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem (EUCARIS)

Het Koninkrijk België;

de Federale Republiek Duitsland;

het Groothertogdom Luxemburg;

het Koninkrijk der Nederlanden;

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

hierna te noemen verdragsluitende Partijen,

Overwegende dat het de taak is van de centrale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de registratie van voertuig- en rijbewijsgegevens om bij te dragen aan de voorkoming, opsporing en vervolging van overtredingen van de verordeningen van individuele Staten;

Erkennende de noodzaak van doeltreffende wederzijdse uitwisseling van informatie over rijbewijsgegevens, om te verzekeren dat personen bevoegd zijn om een voertuig te besturen overeenkomstig nationale en internationale verordeningen;

Tevens de noodzaak erkennende van doeltreffende wederzijdse uitwisseling van informatie over voertuiggegevens, om te verzekeren dat voer-tuigen op de juiste wijze worden toegelaten en/of geregistreerd zijn voor weggebruik;

Indachtig het belang van zorgvuldige registratie van gegevens omtrent voertuigen en rijbewijzen, die kunnen worden gebruikt in verband met opsporingsonderzoek en vervolging van overtredingen;

Overwegende dat de openbare veiligheid ernstig wordt bedreigd door de toename van internationale criminaliteit waarbij voertuigen zijn betrokken;

Ervan overtuigd dat samenwerking tussen de centrale autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de registratie van gegevens omtrent voertuigen en rijbewijzen moet worden versterkt door instelling van procedures die deze autoriteiten in staat stellen om zowel hun activiteiten te coördineren, als ook persoonlijke en andere informatie betreffende de registratie van voertuigen en rijbewijzen uit te wisselen met behulp van nieuwe technologie voor beheer en overbrenging van gegevens;

Overwegende de bepalingen voor bescherming van gegevens van Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995;

zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

In dit Verdrag wordt verstaan onder:

  • 1.

    „Partij”: elke partij bij het Verdrag, dat wil zeggen zowel een verdragsluitende Partij als een Partij die tot het Verdrag is toegetreden;

  • 2.

    „centrale registratieautoriteiten”: de autoriteiten van de Partijen, die verantwoordelijk zijn voor het beheer van de centrale registers van voertuigen en rijbewijzen;

  • 3.

    „nationale verordeningen”: alle wettelijke en administratieve verordeningen van een Partij, voor de tenuitvoerlegging waarvan de centrale registratieautoriteiten van deze Partij geheel of gedeeltelijk verantwoordelijk zijn ten aanzien van:

  • a)

    de vergunningverlening of de registratie van voertuigen; en

  • b)

    de afgifte en registratie van rijbewijzen;

  • 4.

    „persoonlijke gegevens”: elke informatie over een bepaalde of identificeerbare persoon.

HOOFDSTUK

II

HET OPZETTEN VAN EEN EUROPEES VOERTUIG- EN RIJBEWIJSINFORMATIESYSTEEM (EUCARIS)

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

WERKING EN TOEPASSING VAN HET EUROPEES VOERTUIG- EN RIJBEWIJSINFORMATIESYSTEEM

Artikel

3

In het kader van het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem dienen de centrale registratieautoriteiten elkaar inzage te verlenen in een specifiek gedeelte van de gegevens opgeslagen in de centrale voertuig- en rijbewijsregisters van de Partijen.

Hiertoe dient elke centrale registratieautoriteit te beschikken over haar eigen computerapparatuur die door middel van gemeenschappelijke programmatuur, toegang mogelijk maakt tot de gegevens van haar eigen centrale voertuig- en rijbewijsregisters ter verwezenlijking van het doel van het Verdrag en toegang geeft tot de gegevens van de centrale voertuig- en rijbewijsregisters van de andere Partijen.

Artikel

4

Om het doel, zoals vermeld in artikel 2, tweede lid, te verwezenlijken, dienen de centrale registratieautoriteiten, door middel van geautomatiseerde procedures, de gegevens uit de centrale voertuig- en rijbewijsregisters na te zoeken als bedoeld in de artikelen 3 en 5 teneinde de volgende taken te verrichten:

  • a)

    Centraal voertuigregister:

    Indien een aanvraag wordt ingediend voor registratie van een voertuig binnen het verantwoordelijkheidsgebied van een centrale registratieautoriteit en indien dat voertuig eerder is geregistreerd in het verantwoordelijkheidsgebied van een andere centrale registratieautoriteit, dan dient de door de aanvrager verstrekte informatie te worden vergeleken met de informatie uit het centraal voertuigregister van de Partij op wiens grondgebied het voertuig reeds eerder werd geregistreerd.

    Indien de door de aanvrager verstrekte informatie tot de conclusie leidt dat het voertuig reeds eerder werd geregistreerd op het grondgebied van een andere Partij, dan moet de door de aanvrager verstrekte informatie ook worden vergeleken met de informatie uit het centraal voertuigregister van die Partij.

  • b)

    Centraal rijbewijsregister:

    Indien een aanvraag voor een rijbewijs wordt ingediend in het verantwoordelijkheidsgebied van een centrale registratieautoriteit, dan kan die autoriteit door de informatie van de centrale rijbewijsregisters van de andere Partijen te raadplegen, controleren of de aanvrager in het verleden een rijbewijs werd verstrekt dat nog steeds geldig is.

    Dezelfde procedure dient te worden gevolgd indien een aanvraag wordt ingediend voor de vervanging of de inwisseling van een rijbewijs dat in het verantwoordelijkheidsgebied van een andere centrale registratieautoriteit is uitgegeven.

    Indien een rijbewijs dat is afgegeven in het verantwoordelijkheidsgebied van een andere centrale registratieautoriteit voor registratie wordt aangeboden aan een centrale registratieautoriteit, dienen de gegevens te worden gecontroleerd aan de hand van de informatie van het centrale rijbewijsregister van de Partij op wiens grondgebied het rijbewijs werd afgegeven.

Artikel

5

Artikel

6

Om het doel, zoals vermeld in artikel 2, tweede lid, te verwezenlijken, dienen de centrale registratieautoriteiten, in overeenstemming met de nationale voorschriften van de Partijen, erop toe te zien dat activiteiten worden ontplooid om helderheid in de situatie te brengen voordat verdere administratieve maatregelen worden genomen, indien er enige twijfel bestaat over de feitelijke of juridische omstandigheden van de voertuigen of rijbewijzen.

Deze maatregelen dienen in de volgende gevallen te worden genomen:

  • a)

    Centraal voertuigregister:

    • i)

      indien de door de aanvrager bij het proces voor registratie verstrekte informatie niet is te vinden in het centraal voertuigregister van de Partij op wiens grondgebied het voertuig vermoedelijk eerder is geregistreerd;

    • ii)

      indien de door de aanvrager bij het proces voor registratie verstrekte informatie afwijkt van de informatie in het centraal voertuigregister van de Partij op wiens grondgebied het voertuig reeds eerder werd geregistreerd;

    • iii)

      indien volgens de informatie in het centraal voertuigregister van een van de Partijen het voertuig waarop de registratieaanvraag betrekking heeft, als gestolen te boek staat.

  • b)

    Centraal rijbewijsregister:

    • i)

      indien bij het proces van vervanging, inwisseling of registratie van een rijbewijs wordt vastgesteld dat, volgens de informatie van het centraal rijbewijsregister van een van de Partijen, ten name van de aanvrager reeds een geldig rijbewijs is afgegeven;

    • ii)

      indien bij het proces van vervanging, inwisseling of registratie van een rijbewijs blijkt dat de door de aanvrager verstrekte informatie niet voorkomt in het centraal rijbewijsregister van de Partij op wiens grondgebied het rijbewijs werd afgegeven of dat deze afwijkend is;

    • iii)

      indien bij het proces van vervanging, inwisseling of registratie van een rijbewijs wordt vastgesteld dat, volgens de informatie in het centraal rijbewijsregister van een van de Partijen, de houder van het rijbewijs de rijbevoegdheid is ontnomen en/of zijn rijbewijs is ingetrokken, in beslag of in bewaring is genomen.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Informatie die uit hoofde van het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem wordt overgedragen kan door de centrale registratieautoriteiten, in overeenstemming met de nationale voorschriften van de Partijen en uitsluitend om het in artikel 2, tweede lid, vermelde doel te bereiken, worden doorgegeven aan de administratieve autoriteiten die verantwoordelijk zijn voor de registratie van voertuigen en de afgifte en registratie van rijbewijzen.

In overeenstemming met de nationale voorschriften van de Partijen kan deze informatie uitsluitend worden doorgegeven aan politie-, douane-, gerechtelijke en nationale beveiligingsinstanties om het in artikel 2, tweede lid, vermelde doel te bereiken. Deze informatie mag in geen geval aan een ander orgaan of andere organisatie worden doorgegeven.

Artikel

10

De centrale registratieautoriteiten dienen te verzekeren dat alle van andere centrale registratieautoriteiten ontvangen documenten ongeldig worden gemaakt, worden vernietigd of geretourneerd aan de desbetreffende autoriteit, in overeenstemming met de nationale voorschriften van de Partijen.

HOOFDSTUK

IV

BESCHERMING VAN GEGEVENS

Artikel

11

Artikel

12

Indien er ingevolge het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem informatie wordt uitgewisseld tussen de centrale registratieautoriteiten, dient de centrale registratieautoriteit die de informatie verstrekt er desgevraagd van op de hoogte te worden gesteld voor welk gebruik de verstrekte informatie moet dienen en welke vervolgmaatregelen er worden genomen.

Artikel

13

De centrale registratieautoriteit die de informatie verstrekt, dient toe te zien op de nauwgezetheid van de te verstrekken informatie en te bezien of deze noodzakelijk en passend is in verband met het doel waarvoor deze wordt verstrekt. De relevante nationale voorschriften over de verstrekking van gegevens moeten worden nageleefd.

Indien duidelijk wordt dat er onjuiste informatie is verstrekt of informatie die niet had mogen worden verstrekt, dient de centrale registratieautoriteit die de informatie ontvangt, hiervan onverwijld in kennis te worden gesteld. De centrale registratieautoriteit die de informatie ontvangt, dient de ontvangen informatie dan te verwijderen of te corrigeren.

Artikel

14

De betrokken persoon dient desgevraagd te worden geïnformeerd over de over hem verstrekte informatie en over het gebruik dat hiervan zal worden gemaakt. Verstrekking van deze informatie is niet verplicht, indien in overeenstemming met de nationale voorschriften wordt geoordeeld dat het openbaar belang van het niet-verstrekken van de informatie zwaarder weegt dan het belang van de betrokken persoon bij het verkrijgen van de informatie. Bovendien zijn op het recht van de betrokken persoon om in kennis te worden gesteld van de informatie die over hem beschikbaar is, de nationale voorschriften van toepassing van de Partij op wiens grondgebied om de informatie wordt verzocht.

Artikel

15

Voor zover de nationale verordeningen die van toepassing zijn op de centrale registratieautoriteit die de informatie verstrekt, voorschrijven dat de verstrekte persoonlijke informatie na een bepaalde periode dient te worden verwijderd, dient de centrale registratieautoriteit die de informatie verstrekt de ontvanger van informatie dienovereenkomstig te informeren. Ongeacht deze periodes dient de verstrekte persoonlijke informatie te worden verwijderd zodra deze niet langer nodig is voor het doel waarvoor deze werd verstrekt.

HOOFDSTUK

V

BEVEILIGING VAN HET EUROPEES VOERTUIG- EN RIJBEWIJSINFORMATIESYSTEEM

Artikel

16

Artikel

17

De centrale registratieautoriteiten dienen te verzekeren dat er archieven worden aangelegd en dat de door hen bijgehouden archieven op basis van informatie die is betrokken van de centrale registratieautoriteiten van de Partijen voldoen aan de nationale vereisten voor gegevensbescherming.

Deze archieven dienen

  • i)

    de reden van raadpleging, details van de geraadpleegde informatie en de datum en het tijdstip van raadplegingen te bevatten;

  • ii)

    uitsluitend te worden gebruikt voor controledoeleinden;

  • iii)

    passend te worden beschermd tegen onjuist gebruik en tegen ander misbruik en na twaalf maanden te worden verwijderd.

HOOFDSTUK

VI

TOEZICHT OP GEGEVENSBESCHERMING

Artikel

18

Elke Partij dient haar nationale toezichthoudende autoriteiten overeenkomstig Richtlijn 95/46/EG te benoemen, die tot taak hebben volledig onafhankelijk toezicht uit te oefenen op de naleving van de bepalingen van het Verdrag inzake gegevensbescherming.

De toezichthoudende autoriteiten oefenen onafhankelijk toezicht en controles uit in overeenstemming met hun nationale specifieke wettelijke voorschriften, om te verzekeren dat de rechten van de desbetreffende personen niet worden geschonden door opvraging en gebruik van de informatie. Voor dit doel hebben de toezichthoudende autoriteiten toegang tot het Europees voertuig- en rijbewijsinformatiesysteem.

HOOFDSTUK

VII

ORGANISATIE

Artikel

19

De Raad neemt besluiten betreffende de bepalingen van het tweede lid, letter a) aan, met eenparigheid van stemmen, en besluiten betreffende de bepalingen van het tweede lid, letter b), met viervijfde meerderheid.

De Raad keurt zijn eerste Huishoudelijk Reglement met eenparigheid van stemmen goed; latere wijzigingen worden goedgekeurd met viervijfde meerderheid.

Artikel

20

HOOFDSTUK

VIII

VERANTWOORDELIJKHEID EN AANSPRAKELIJKHEID

Artikel

21

HOOFDSTUK

IX

SLOTBEPALINGEN

Artikel

22

Artikel

23

Elke Partij dient de Depositaris ervan in kennis te stellen welke nationale centrale registratieautoriteiten verantwoordelijk zijn voor het beheer van de centrale voertuig- en rijbewijsregisters.

Artikel

24

Artikel

25

De Regering van het Groothertogdom Luxemburg fungeert als Depositaris voor het Verdrag.

Deze stelt de verdragsluitende en toegetreden Partijen in kennis van:

  • a)

    elke ondertekening;

  • b)

    elke aanvraag voor toetreding, bedoeld in artikel 24;

  • c)

    elke nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • d)

    de datum van inwerkingtreding voor een Partij;

  • e)

    elke kennisgeving van terugtrekking uit het Verdrag;

  • f)

    de overeenkomstig artikel 23 genotificeerde nationale centrale registratieautoriteiten.

Artikel

26

TEN BLIJKE WAARVAN de hiertoe naar behoren gevolmachtigde ondergetekenden dit Verdrag hebben ondertekend.

ONDERTEKEND te Luxemburg op 29 juni 2000 in de Duitse, Engelse, Franse en Nederlandse taal, waarvan de vier teksten gelijkelijk authentiek zijn, en waarvan één origineel dient te worden nedergelegd bij de Regering van het Groothertogdom Luxemburg, die een gewaarmerkt afschrift hiervan dient te sturen aan iedere verdragsluitende en toegetreden Partij.