Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

Verdrag tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van Canada inzake wederzijdse administratieve bijstand in douanezaken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Regering van Canada,

hierna te noemen de Verdragsluitende Partijen,

Overwegend dat inbreuken op de douanewetgeving schadelijk zijn voor de economische, fiscale, sociale en culturele belangen en de belangen op het gebied van de volksgezondheid, veiligheid en handel van hun staten;

Gelet op het belang van een juiste vaststelling van de douanerechten en belastingen die bij invoer of uitvoer worden geïnd en van het waarborgen van een juiste handhaving van verboden, beperkingen en controlemaatregelen;

Erkennend de noodzaak van internationale samenwerking ter zake van aangelegenheden die verband houden met de toepassing en handhaving van de douanewetgeving van hun staten;

Overwegend dat de illegale grensoverschrijdende handel in wapens, explosieven, chemische, biologische en nucleaire stoffen alsmede in verdovende middelen, psychotrope stoffen, bedreigde dier- en plantensoorten, gevaarlijke stoffen en andere verboden goederen of aan voorschriften of toezicht onderworpen goederen een bijzonder gevaar voor de samenleving vormt;

Ervan overtuigd dat het optreden tegen inbreuken op de douanewetgeving doeltreffender kan worden door nauwe samenwerking tussen hun douaneadministraties;

Gelet op de Aanbeveling inzake wederzijdse administratieve bijstand, de Verklaring inzake verbetering van douanesamenwerking en wederzijdse administratieve bijstand (Verklaring van Cyprus) en de Resolutie inzake veiligheid en facilitatie van de internationale logistieke keten, aangenomen door de Internationale Douaneraad, tegenwoordig bekend als de Werelddouaneorganisatie, in respectievelijk december 1953, juli 2000 en juni 2002;

Tevens gelet op verdragen die verboden, beperkingen en bijzondere controlemaatregelen met betrekking tot bepaalde goederen bevatten;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

BEGRIPSOMSCHRIJVINGEN

Artikel

1

Voor de toepassing van dit Verdrag:

  • a.

    wordt onder „douaneadministratie” verstaan:

    • i.

      wat Canada betreft: het Canadese Grensagentschap (CBSA);

    • ii.

      wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft: de centrale administratie die verantwoordelijk is voor de toepassing van de douanewetgeving;

  • b.

    wordt onder „douanewetgeving” verstaan: de wet- en regelgeving inzake de invoer en uitvoer van goederen met de administratie en handhaving waarvan de douaneadministraties specifiek zijn belast, en alle door de douaneadministraties ingevolge hun wettelijke bevoegdheden opgestelde voorschriften;

  • c.

    wordt onder „inbreuk op de douanewetgeving” verstaan: elke schending of poging tot schending van de douanewetgeving van een van de Verdragsluitende Partijen;

  • d.

    wordt onder „persoon” verstaan: zowel een natuurlijke persoon als een rechtspersoon;

  • e.

    wordt onder „persoonsgegevens” verstaan: gegevens betreffende een geïdentificeerde of identificeerbare natuurlijke persoon;

  • f.

    wordt onder „informatie” verstaan: alle gegevens, documenten, rapporten, gewaarmerkte of gelegaliseerde afschriften daarvan of andere mededelingen ongeacht in welke vorm, met inbegrip van de elektronische vorm;

  • g.

    wordt onder „inlichtingen” verstaan: informatie die is verwerkt of geanalyseerd teneinde gegevens te verstrekken die van belang zijn voor een inbreuk op de douanewetgeving;

  • h.

    wordt onder „internationale logistieke keten” verstaan: alle processen die van toepassing zijn bij het grensoverschrijdend verkeer van goederen van de plaats van herkomst naar de uiteindelijke plaats van bestemming;

  • i.

    wordt onder „verzoekende administratie” verstaan: de douane-administratie die om bijstand verzoekt;

  • j.

    wordt onder „aangezochte administratie” verstaan: de douane-administratie die om bijstand wordt verzocht.

HOOFDSTUK

II

REIKWIJDTE VAN HET VERDRAG

Artikel

2

HOOFDSTUK

III

REIKWIJDTE VAN DE BIJSTAND

Artikel

3

De douaneadministraties verstrekken elkaar, op verzoek of uit eigen beweging, informatie en inlichtingen ten behoeve van de juiste toepassing van de douanewetgeving, met het oog op het voorkomen, onderzoeken en bestrijden van inbreuken op die wetgeving, alsmede om de veiligheid van de internationale logistieke keten te waarborgen. Deze informatie kan betrekking hebben op:

  • a.

    wetshandhavingstechnieken die hun doeltreffendheid hebben bewezen;

  • b.

    nieuwe trends, middelen of werkwijzen betreffende het maken van inbreuken op de douanewetgeving; en

  • c.

    alle andere gegevens die de douaneadministraties van nut kunnen zijn bij de risicobeoordeling.

HOOFDSTUK

IV

BIJZONDERE VORMEN VAN BIJSTAND

Artikel

4

De aangezochte administratie verstrekt de verzoekende administratie op haar verzoek de volgende informatie:

  • a.

    of goederen die zijn ingevoerd in het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze werden uitgevoerd uit het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij;

  • b.

    of goederen die werden uitgevoerd uit het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij op rechtmatige wijze zijn ingevoerd in het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij en de douaneregeling waaronder de goederen eventueel zijn geplaatst.

Artikel

5

Op verzoek houdt de aangezochte administratie, voor zover mogelijk, toezicht op en verstrekt zij de verzoekende administratie informatie en inlichtingen over:

  • a.

    personen van wie bekend is dat zij een inbreuk op de douanewetgeving hebben gemaakt of van wie het vermoeden bestaat dat zij op het punt staan een inbreuk te maken op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij, in het bijzonder diegenen die het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij betreden en verlaten;

  • b.

    goederen in vervoer of in opslag waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij;

  • c.

    vervoermiddelen waarvan bekend is dat zij gebruikt zijn of waarvan het vermoeden bestaat dat zij gebruikt worden voor het maken van een inbreuk op de douanewetgeving op het grondgebied van de verzoekende Verdragsluitende Partij.

Artikel

6

Artikel

7

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21, tweede lid, automatisch informatie en inlichtingen verstrekken die onder dit Verdrag vallen.

Artikel

8

De douaneadministraties kunnen elkaar, door middel van een wederzijdse regeling overeenkomstig artikel 21, tweede lid, specifieke informatie en inlichtingen verstrekken voorafgaand aan de aankomst van zendingen op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij.

Artikel

9

De douaneadministraties kunnen, overeenkomstig hun nationale wetgeving, met wederzijdse instemming, toestemming verlenen voor de onder hun toezicht verrichte invoer in, uitvoer uit of doorvoer via het grondgebied van hun respectieve staten van goederen die betrokken zijn bij ongeoorloofde handel om deze ongeoorloofde handel tegen te gaan. Indien de douaneadministratie niet bevoegd is bedoelde toestemming te verlenen, tracht die administratie samenwerking te bewerkstelligen met de nationale autoriteiten die daartoe wel bevoegd zijn of draagt zij de zaak aan hen over.

HOOFDSTUK

V

DESKUNDIGEN EN GETUIGEN

Artikel

10

HOOFDSTUK

VI

TOEZENDING VAN VERZOEKEN

Artikel

11

HOOFDSTUK

VII

INFORMATIE EN INLICHTINGEN

Artikel

12

Een douaneadministratie verzoekt uitsluitend om originele informatie in gevallen waarin niet met afschriften kan worden volstaan en deze wordt zo spoedig mogelijk teruggezonden. De rechten van de aangezochte administratie of van derden ter zake van dergelijke originele informatie blijven onverlet.

HOOFDSTUK

VIII

UITVOERING VAN VERZOEKEN

Artikel

13

Artikel

14

Ten behoeve van onderzoek naar een inbreuk op de douanewetgeving kunnen door de verzoekende administratie speciaal hiertoe aangewezen functionarissen, met instemming van de aangezochte administratie en onder voorwaarden die laatstgenoemde hieraan kan verbinden, op schriftelijk verzoek:

  • a.

    aanwezig zijn bij een door de aangezochte administratie geleid onderzoek op het grondgebied van de aangezochte Verdragsluitende Partij dat van belang is voor de verzoekende administratie;

  • b.

    ten kantore van de aangezochte administratie documenten en alle andere informatie met betrekking tot die inbreuk op de douanewetgeving onderzoeken, en daarvan afschriften verkrijgen.

Artikel

15

Indien de aangezochte administratie het wenselijk acht dat functionarissen van de verzoekende administratie aanwezig zijn wanneer, overeenkomstig een verzoek, bijstandsmaatregelen worden uitgevoerd, kan zij de verzoekende administratie uitnodigen daartoe functionarissen ter beschikking te stellen, met inachtneming van alle door haar daaraan verbonden voorwaarden.

Artikel

16

Indien functionarissen van de douaneadministratie van de ene Verdragsluitende Partij aanwezig zijn op het grondgebied van de andere Verdragsluitende Partij uit hoofde van dit Verdrag, dienen zij te allen tijde in staat te zijn hun identiteit en officiële hoedanigheid aan te tonen.

HOOFDSTUK

IX

VERTROUWELIJK KARAKTER VAN INFORMATIE

Artikel

17

Artikel

18

HOOFDSTUK

X

ONTHEFFING

Artikel

19

HOOFDSTUK

XI

KOSTEN

Artikel

20

HOOFDSTUK

XII

UITVOERING VAN HET VERDRAG

Artikel

21

HOOFDSTUK

XIII

TOEPASSING

Artikel

22

HOOFDSTUK

XIV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

23

Dit Verdrag treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand nadat de Verdragsluitende Partijen elkaar langs diplomatieke weg schriftelijk ervan in kennis hebben gesteld dat aan de grondwettelijke of nationale vereisten voor de inwerkingtreding van dit Verdrag is voldaan.

Artikel

24

Artikel

25

De Verdragsluitende Partijen komen op verzoek bijeen om het Verdrag te herzien.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Ottawa op 14 augustus 2007, in tweevoud in de Nederlandse, de Engelse en de Franse taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

K.P.M. DE BEER

Voor de Regering van Canada

A. JOLICOEUR