Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK) betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte

Multilaterale Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, de Republiek Albanië, Bosnië en Herzegovina, de Republiek Bulgarije, de Republiek Kroatië, de Republiek IJsland, de Republiek Montenegro, de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het Koninkrijk Noorwegen, de Republiek Servië, Roemenië en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo (UNMIK)1Overeenkomstig Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999. betreffende de totstandbrenging van een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte

het Koninkrijk België,

de Tsjechische Republiek,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Republiek Estland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

de Republiek Cyprus,

de Republiek Letland,

de Republiek Litouwen,

het Groothertogdom Luxemburg,

de Republiek Hongarije,

Malta,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Republiek Polen,

de Portugese Republiek,

de Republiek Slovenië,

de Slowaakse Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

hierna „de lidstaten van de EG’’ genoemd, en

de Europese Gemeenschap, hierna „de Gemeenschap’’ of „de Europese Gemeenschap’’ genoemd, en

de Republiek Albanië,

Bosnië en Herzegovina,

de Republiek Bulgarije,

de Republiek Kroatië,

de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

de Republiek IJsland,

de Republiek Montenegro,

het Koninkrijk Noorwegen,

de Republiek Servië,

Roemenië, en

de missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo,

hierna alle „de overeenkomstsluitende partijen’’ genoemd,

Erkennende het geïntegreerde karakter van de internationale burgerluchtvaart en wensende een Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte (ECAA) tot stand te brengen die gebaseerd is op wederzijdse toegang tot de luchtvervoermarkten van de overeenkomstsluitende partijen en de vrijheid van vestiging, onder gelijke mededingingsvoorwaarden en eerbiediging van dezelfde regels, in het bijzonder met betrekking tot veiligheid, beveiliging, luchtverkeersbeheer, sociale harmonisatie en milieu;

Overwegende dat de regels betreffende de ECAA op multilaterale basis binnen de ECAA van toepassing zullen zijn en dat in deze context derhalve specifieke regels moeten worden vastgelegd;

Ermee instemmende dat deze regels van de ECAA moeten worden gebaseerd op de relevante wetgeving die in de Europese Gemeenschap van kracht is, zoals vermeld in bijlage I, onverminderd de regels van het Verdrag tot oprichting van de Gemeenschap;

Erkennende dat volledige naleving van de regels van de ECAA de overeenkomstsluitende partijen het recht geeft de door de ECAA geboden voordelen, waaronder markttoegang, te genieten;

Ermee rekening houdende dat naleving van de regels van de ECAA, en de bijbehorende volledige markttoegang, niet in één stap kunnen worden gerealiseerd, maar dienen te worden bereikt via een overgangsproces dat wordt vergemakkelijkt door specifieke afspraken van beperkte duur;

Benadrukkende dat, behoudens eventueel noodzakelijke overgangsregelingen, de regels inzake markttoegang voor luchtvaartmaatschappijen beperkingen ten aanzien van frequenties, capaciteit, vliegroutes, vliegtuigtypes of vergelijkbare beperkingen krachtens bilaterale luchtvervoersovereenkomsten of -regelingen moeten uitsluiten, en dat niet van luchtvaartmaatschappijen mag worden geëist dat zij commerciële of vergelijkbare overeenkomsten aangaan als voorwaarde voor markttoegang;

Benadrukkende dat luchtvaartmaatschappijen een niet-discriminerende behandeling moeten krijgen bij het verwerven van toegang tot luchtvervoersinfrastructuur, met name wanneer deze infrastructuur beperkt is;

Ermee rekening houdende dat in associatieovereenkomsten tussen de Gemeenschappen en hun lidstaten enerzijds en bepaalde overeenkomstsluitende parijten anderzijds in principe wordt bepaald dat, met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en geleidelijke liberalisatie van het vervoer tussen de overeenkomstsluitende partijen die aangepast is aan de wederzijdse commerciële behoeften, de voorwaarden voor wederzijdse markttoegang via speciale overeenkomsten moeten worden geregeld;

Rekening houdende met de wens van elke geassocieerde partij om haar wetgeving inzake luchtvervoer en aanverwante onderwerpen verenigbaar te maken met die van de Europese Gemeenschap, met inbegrip van toekomstige wetgevingsinitiatieven binnen de Gemeenschap;

Erkennende het belang van technische assistentie in dit verband;

Erkennende dat de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte de betrekkingen tussen de Gemeenschap en de lidstaten van de Gemeenschap en Noorwegen en IJsland moet blijven beheersen;

In de wens latere uitbreiding van de Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte mogelijk te maken;

Herinnerende aan de onderhandelingen tussen de Europese Gemeenschap en de geassocieerde partijen met het oog op de sluiting van overeenkomsten inzake bepaalde aspecten van luchtdiensten waardoor bilaterale luchtdienstovereenkomsten tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschap en de geassocieerde partijen in overeenstemming met het Europese Gemeenschapsrecht worden gebracht;

Zijn het volgende overeengekomen:

Doel en beginselen

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De toepasselijke bepalingen van de besluiten die worden bedoeld of zijn vervat in bijlage I, aangepast overeenkomstig bijlage II bij deze Overeenkomst, of in beschikkingen van het gemengd comité, zijn verbindend voor de overeenkomstsluitende partijen en maken deel uit van of worden opgenomen in hun interne rechtsorde, zulks op de volgende wijze:

  • a.

    een met een EG-verordening overeenstemmend besluit wordt opgenomen in de interne rechtsorde van de overeenkomstsluitende partijen;

  • b.

    een met een EG-richtlijn overeenstemmend besluit laat aan de instanties van de overeenkomstsluitende partijen de vrijheid om de vorm en wijze van toepassing te kiezen.

Artikel

4

De overeenkomstsluitende partijen treffen alle algemene of bijzondere maatregelen welke geschikt zijn om de nakoming van de uit deze Overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te verzekeren en onthouden zich van alle maatregelen welke de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst in gevaar kunnen brengen.

Artikel

5

De bepalingen van deze Overeenkomst zijn niet van invloed op de verhoudingen tussen de overeenkomstsluitende partijen bij de EER-Overeenkomst.

Non-discriminatie

Artikel

6

Binnen de werkingssfeer van deze Overeenkomst en onverminderd de daarin vervatte bijzondere bepalingen, is elke discriminatie op grond van nationaliteit verboden.

Recht van vestiging

Artikel

7

In het kader van deze Overeenkomst en onverminderd de bepalingen van de in bijlage I genoemde toepasselijke besluiten, zijn beperkingen van de vrijheid van vestiging voor onderdanen van een EG-lidstaat of een ECAA-partner op het grondgebied van een EG-lidstaat of ECAA-partner verboden. De vrijheid van vestiging omvat de toegang tot werkzaamheden anders dan in loondienst en de uitoefening daarvan alsmede de oprichting en het beheer van ondernemingen, en met name van vennootschappen, overeenkomstig de bepalingen welke door de wetgeving van het land van vestiging voor de eigen onderdanen zijn vastgesteld. Dit geldt eveneens voor de oprichting van agentschappen, filialen of dochterondernemingen door de onderdanen van een EG-lidstaat of een ECAA-partner die op het grondgebied van een EG-lidstaat of ECAA-partner zijn gevestigd.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

11

Beveiliging van de luchtvaart

Artikel

12

Luchtverkeersbeheer

Artikel

13

Mededinging

Artikel

14

Handhaving

Artikel

15

Interpretatie

Artikel

16

Nieuwe wetgeving

Artikel

17

Gemengd Comité

Artikel

18

Artikel

19

Regeling van geschillen

Artikel

20

Vrijwaringsmaatregelen

Artikel

21

Onverminderd artikel 11, lid 3, en de in de protocollen bij deze Overeenkomst vermelde veiligheids- en beveiligingsbeoordelingen, worden vrijwaringsmaatregelen naar reikwijdte en duur beperkt tot hetgeen strikt noodzakelijk is om de situatie te verhelpen. Voorrang wordt gegeven aan maatregelen die de werking van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren.

Artikel

22

Openbaarmaking van informatie

Artikel

23

De vertegenwoordigers, afgevaardigden en deskundigen van de overeenkomstsluitende partijen, alsmede de in het kader van deze Overeenkomst handelende ambtenaren en andere functionarissen, mogen, zelfs na beëindiging van hun activiteiten, geen onder de geheimhoudingsplicht vallende informatie openbaar maken, met name over ondernemingen, hun handelsbetrekkingen of de elementen van hun kostprijs.

Derde landen en internationale organisaties

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

Het voornaamste doel van het in artikel 24, lid 1, onder b), bedoelde overleg is relevante vraagstukken te onderzoeken en na te gaan welke aanpak eventueel wenselijk is.

Overgangsbepalingen

Artikel

27

Relatie met bilaterale luchtvervoerovereenkomsten en -regelingen

Artikel

28

Inwerkingtreding, herziening, beëindiging en andere bepalingen

Artikel

29

Inwerkingtreding

Artikel

30

Herziening

Deze Overeenkomst wordt herzien op verzoek van een overeenkomstsluitende partij en in ieder geval vijf jaar na de inwerkingtreding ervan.

Artikel

31

Beëindiging

Artikel

32

Uitbreiding van de ECAA

Elke staat of entiteit die bereid is zijn/haar wetgeving inzake luchtvervoer en aanverwante onderwerpen verenigbaar te maken met die van de Europese Gemeenschap, en waarmee de Europese Gemeenschap een kader voor nauwe economische samenwerking tot stand brengt of heeft gebracht, zoals een associatieovereenkomst, kan door de Europese Gemeenschap worden gevraagd aan de ECAA deel te nemen. Hiertoe wijzigen de overeenkomstsluitende partijen de Overeenkomst dienovereenkomstig.

Artikel

33

Luchthaven van Gibraltar

Artikel

34

Talen

Deze Overeenkomst is opgesteld in één exemplaar in de officiële talen van de Europese Unie en van de overeenkomstsluitende partijen niet zijnde de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden, daartoe naar behoren gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

Bijlage

I

Regels die van toepassing zijn op de burgerluchtvaart

De „Toepasselijke bepalingen” van de volgende communautaire besluiten zijn van toepassing overeenkomstig de hoofdovereenkomst en bijlage II betreffende horizontale aanpassingen, tenzij in deze bijlage of in de daaropvolgende protocollen I tot en met IX anders is bepaald. Zo nodig worden specifieke aanpassingen voor elk afzonderlijk besluit hieronder vermeld.

A

Markttoegang en aanvullende rechten

Nr. 1008/2008

Verordening (EG) nr. 1008/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 24 september 2008 inzake gemeenschappelijke regels voor de exploitatie van luchtdiensten in de Gemeenschap (herschikking)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 24, artikel 26 en bijlage I.

Nr. 95/93

Verordening (EEG) nr. 95/93 van de Raad van 18 januari 1993 betreffende gemeenschappelijke regels voor de toewijzing van „slots” op communautaire luchthavens

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 12 en artikel 14 bis, lid 2.

Voor de toepassing van artikel 12, lid 2, wordt „Commissie” gelezen als „Gemengd Comité”.

Nr. 96/67

Richtlijn 96/67/EG van de Raad van 15 oktober 1996 betreffende de toegang tot de grondafhandelingsmarkt op de luchthavens van de Gemeenschap

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 25 en de bijlage.

Voor de toepassing van artikel 10 wordt „lidstaten” gelezen als „EG-lidstaten”.

Voor de toepassing van artikel 20, lid 2, wordt „Commissie” gelezen als „Gemengd Comité”.

Nr. 785/2004

Verordening (EG) nr. 785/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 21 april 2004 betreffende de verzekeringseisen voor luchtvervoerders en exploitanten van luchtvaartuigen

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 8 en artikel 10, lid 2.

B

Luchtverkeersbeheer

Nr. 549/2004

Verordening (EG) nr. 549/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 tot vaststelling van het kader voor de totstandbrenging van het gemeenschappelijke Europese luchtruim („de kaderverordening”)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 4, artikel 6 en artikelen 9 tot en met 14.

Nr. 550/2004

Verordening (EG) nr. 550/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de verlening van luchtvaartnavigatiediensten in het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtvaartnavigatiedienstenverordening”)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 19 en de bijlagen I en II.

Nr. 551/2004

Verordening (EG) nr. 551/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de organisatie en het gebruik van het gemeenschappelijk Europees luchtruim („de luchtruimverordening”)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 11.

Nr. 552/2004

Verordening (EG) nr. 552/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 10 maart 2004 betreffende de interoperabiliteit van het Europese netwerk voor luchtverkeersbeveiliging („de interoperabiliteitsverordening”)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 12 en de bijlagen I tot en met V.

Nr. 2096/2005

Verordening (EG) nr. 2096/2005 van de Commissie van 20 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke eisen voor de verlening van luchtvaartnavigatiediensten

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 9 en de bijlagen I tot en met V.

Nr. 2150/2005

Verordening (EG) nr. 2150/2005 van de Commissie van 23 december 2005 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels voor een flexibel gebruik van het luchtruim

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 9 en de bijlage.

Nr. 1032/2006

Verordening (EG) nr. 1032/2006 van de Commissie van 6 juli 2006 tot vaststelling van de eisen voor automatische systemen voor de uitwisseling van vluchtgegevens met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10 en de bijlagen I tot en met V.

Nr. 1033/2006

Verordening (EG) nr. 1033/2006 van de Commissie van 4 juli 2006 tot vaststelling van de vereisten inzake de procedures voor vliegplannen in de aan de vlucht voorafgaande fase in het gemeenschappelijke Europese luchtruim

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 5 en de bijlage.

Nr. 2006/23

Richtlijn 2006/23/EG van het Europees Parlement en de Raad van 5 april 2006 inzake een communautaire vergunning van luchtverkeersleiders

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 16, artikelen 18 en 19, en de bijlagen I tot en met IV.

Nr. 1794/2006

Verordening (EG) nr. 1794/2006 van de Commissie van 6 december 2006 tot vaststelling van een gemeenschappelijk heffingenstelsel voor luchtvaartnavigatiediensten

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 17, en de bijlagen I tot en met VI.

Nr. 219/2007

Verordening (EG) nr. 219/2007 van de Raad van 27 februari 2007 betreffende de oprichting van een gemeenschappelijke onderneming voor de realisering van het Europese nieuwe generatie luchtverkeersbeveiligingssysteem (SESAR)

Toepasselijke bepalingen: artikel 1, leden 1, 2 en 5, 6 en 7, artikelen 2 en 3, artikel 4, lid 1, en de bijlage.

Nr. 633/2007

Verordening (EG) nr. 633/2007 van de Commissie van 7 juni 2007 tot vaststelling van de eisen voor de toepassing van een protocol voor de overdracht van vluchtberichten met het oog op de aanmelding, coördinatie en overdracht van vluchten tussen luchtverkeersleidingseenheden

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 7, artikel 8, tweede en derde zin, en de bijlagen I tot en met IV.

Nr. 1265/2007

Verordening (EG) nr. 1265/2007 van de Commissie van 26 oktober 2007 tot vaststelling van de eisen inzake de kanaalafstand bij mondelinge lucht-grondcommunicatie in het gemeenschappelijke Europese luchtruim

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 9, en de bijlagen I tot en met IV.

Nr. 1315/2007

Verordening (EG) nr. 1315/2007 van de Commissie van 8 november 2007 betreffende het veiligheidstoezicht in het luchtverkeersbeheer en tot wijziging van Verordening (EG) nr. 2096/2005

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 15.

Nr. 482/2008

Verordening (EG) nr. 482/2008 van de Commissie van 30 mei 2008 betreffende de invoering van een systeem ter verzekering van de softwareveiligheid door verleners van luchtvaartnavigatiediensten en tot wijziging van bijlage II bij Verordening (EG) nr. 2096/2005

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 5, en de bijlagen I en II.

C

Veiligheid van de luchtvaart

Nr. 3922/91

Verordening (EEG) nr. 3922/91 van de Raad van 16 december 1991 inzake de harmonisatie van technische voorschriften en administratieve procedures op het gebied van de burgerluchtvaart

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10, artikelen 12 en 13, met uitzondering van artikel 4, lid 1, en artikel 8, lid 2, tweede zin, alsook de bijlagen I tot en met III.

Voor de toepassing van artikel 12 wordt “lidstaten” gelezen als “EG-lidstaten”.

Nr. 216/2008

Verordening (EG) nr. 216/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 20 februari 2008 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels op het gebied van burgerluchtvaart en tot oprichting van een Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart, houdende intrekking van Richtlijn 91/670/EEG, Verordening (EG) nr. 1592/2002 en Richtlijn 2004/36/EG

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 68, met uitzondering van artikel 65, artikel 69, lid 1, tweede alinea, artikel 69, lid 4, alsook de bijlagen I tot en met VI.

Nr. 1702/2003

Verordening (EG) nr. 1702/2003 van de Commissie van 24 september 2003 tot vaststelling van uitvoeringsvoorschriften inzake de luchtwaardigheid en milieucertificering van luchtvaartuigen en aanverwante producten, onderdelen en uitrustingsstukken, alsmede voor de certificering van ontwerp- en productieorganisaties

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 4 en de bijlage. De in deze verordening bedoelde overgangsperioden worden vastgesteld door het Gemengd Comité.

Nr. 2042/2003

Verordening (EG) nr. 2042/2003 van de Commissie van 20 november 2003 betreffende de permanente luchtwaardigheid van luchtvaartuigen en luchtvaartproducten, -onderdelen en -uitrustingsstukken, en betreffende de goedkeuring van bij voornoemde taken betrokken organisaties en personen

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 6, en de bijlagen I tot en met IV.

Nr. 94/56

Richtlijn 94/56/EG van de Raad van 21 november 1994 houdende vaststelling van de grondbeginselen voor het onderzoek van ongevallen en incidenten in de burgerluchtvaart

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 12.

Voor de toepassing van de artikelen 9 en 12 wordt „de Commissie” gelezen als „alle andere overeenkomstsluitende partijen bij de ECAA”.

Nr. 2003/42

Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2003 inzake de melding van voorvallen in de burgerluchtvaart

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 11, en de bijlagen I en II.

Nr. 1321/2007

Verordening (EG) nr. 1321/2007 van de Commissie van 12 november 2007 tot vaststelling van uitvoeringsbepalingen om overeenkomstig Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad uitgewisselde informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart op te nemen in een centraal register

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 4.

Nr. 1330/2007

Verordening (EG) nr. 1330/2007 van de Commissie van 24 september 2007 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de verspreiding onder belanghebbenden van informatie over voorvallen in de burgerluchtvaart als bedoeld in artikel 7, lid 2, van Richtlijn 2003/42/EG van het Europees Parlement en de Raad

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10, en de bijlagen I en II.

Nr. 104/2004

Verordening (EG) nr. 104/2004 van de Commissie van 22 januari 2004 tot vaststelling van regels voor de organisatie en de samenstelling van de kamer van beroep van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 7, en de bijlage.

Nr. 736/2006

Verordening (EG) nr. 736/2006 van de Commissie van 16 mei 2006 inzake de werkmethodes van het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart bij het uitvoeren van normalisatie-inspecties

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 18.

Nr. 768/2006

Verordening (EG) nr. 768/2006 van de Commissie van 19 mei 2006 tot uitvoering van Richtlijn 2004/36/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking tot de verzameling en uitwisseling van informatie over de veiligheid van luchtvaartuigen uit derde landen die gebruikmaken van luchthavens in de Gemeenschap en het beheer van het informatiesysteem

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 5.

Nr. 593/2007

Verordening (EG) nr. 593/2007 van de Commissie van 31 mei 2007 betreffende de door het Europees Agentschap voor de veiligheid van de luchtvaart geheven vergoedingen en rechten

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 12, artikel 14, lid 2, en de bijlage.

Nr. 2111/2005

Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad van 14 december 2005 betreffende de vaststelling van een communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod binnen de Gemeenschap is opgelegd en het informeren van luchtreizigers over de identiteit van de exploiterende luchtvaartmaatschappij, en tot intrekking van artikel 9 van Richtlijn 2004/36/EG

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 13, en de bijlage.

Nr. 473/2006

Verordening (EG) nr. 473/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot vaststelling van uitvoeringsregels voor de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 6, en de bijlagen A, B en C.

Nr. 474/2006

Verordening (EG) nr. 474/2006 van de Commissie van 22 maart 2006 tot opstelling van de in hoofdstuk II van Verordening (EG) nr. 2111/2005 van het Europees Parlement en de Raad bedoelde communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap

zoals herhaaldelijk gewijzigd bij verordeningen van de Commissie1)Voor de laatste wijziging vóór de vergadering van het Gemengd Comité van de ECAA in december 2008, zie Verordening (EG) nr. 1131/2008 van de Commissie van 14 november 2008 tot wijziging van Verordening (EG) nr. 474/2006 tot opstelling van de communautaire lijst van luchtvaartmaatschappijen waaraan een exploitatieverbod is opgelegd in de Gemeenschap.

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 3, en de bijlagen A en B.

D

Beveiliging van de luchtvaart

Nr. 300/2008

Verordening (EG) nr. 300/2008 van het Europees Parlement en de Raad van 11 maart 2008 inzake gemeenschappelijke regels op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 2320/2002

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 18, artikel 21, artikel 24, leden 2 en 3, en de bijlage.

Nr. 820/2008

Verordening (EG) nr. 820/2008 van de Commissie van 8 augustus 2008 houdende vaststelling van maatregelen voor de tenuitvoerlegging van de gemeenschappelijke basisnormen inzake luchtvaartbeveiliging

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 6, de bijlage en aanhangsel 1.

Nr. 1217/2003

Verordening (EG) nr. 1217/2003 van de Commissie van 4 juli 2003 tot vaststelling van gemeenschappelijke specificaties voor nationale programma’s voor de kwaliteitscontrole van de beveiliging van de burgerluchtvaart

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 11, en de bijlagen I en II.

Nr. 1486/2003

Verordening (EG) nr. 1486/2003 van de Commissie van 22 augustus 2003 tot vaststelling van procedures voor de inspecties van de Commissie op het gebied van de beveiliging van de burgerluchtvaart

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 16.

Nr. 1138/2004

Verordening (EG) nr. 1138/2004 van de Commissie van 21 juni 2004 tot vaststelling van een gemeenschappelijke definitie van de meest kwetsbare sectoren van de om beveiligingsredenen beperkt toegankelijke zones van luchthavens

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 8.

E

Milieu

Nr. 2002/30

Richtlijn 2002/30/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 maart 2002 betreffende de vaststelling van regels en procedures met betrekking tot de invoering van geluidgerelateerde exploitatiebeperkingen op luchthavens in de Gemeenschap

zoals gewijzigd of aangepast bij de Toetredingsakte van 2003 en de Toetredingsakte van 2005

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 15, en de bijlagen I en II.

Nr. 2002/49

Richtlijn 2002/49/EG van het Europees Parlement en de Raad van 25 juni 2002 inzake de evaluatie en de beheersing van omgevingslawaai

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 16, en de bijlagen I tot en met VI.

Nr. 2006/93

Richtlijn 2006/93/EG van het Europees Parlement en de Raad van 12 december 2006 betreffende de regulering van de exploitatie van de vliegtuigen van bijlage 16 van het Verdrag inzake de internationale burgerluchtvaart, boekdeel I, deel II, hoofdstuk 3, tweede uitgave (1988)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 5.

F

Sociale aspecten

Nr. 89/391

Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk

zoals gewijzigd bij:

Richtlijn 2007/30/EG van 20 juni 2007 van het Europees parlement en de Raad tot wijziging van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad, de daaruit voortvloeiende bijzondere richtlijnen, alsmede de Richtlijnen 83/477/EEG, 91/383/EEG, 92/29/EEG en 94/33/EG van de Raad, met het oog op de vereenvoudiging en rationalisatie van de verslagen over de praktische tenuitvoerlegging

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 16, en artikelen 18 en 19.

Nr. 2003/88

Richtlijn 2003/88/EG van het Europees Parlement en de Raad van 4 november 2003 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 19, artikelen 21 tot en met 24 en artikelen 26 tot en met 29.

Nr. 2000/79

Richtlijn 2000/79/EG van de Raad van 27 november 2000 inzake de inwerkingstelling van de Europese overeenkomst betreffende de organisatie van de arbeidstijd van mobiel personeel in de burgerluchtvaart gesloten door de Association of European Airlines (AEA), de European Transport Workers’ Association (ETF), de European Cockpit Association (ECA), de European Regions Airline Association (ERA) en de International Air Carrier Association (IACA)

Toepasselijke bepalingen: artikelen 2 en 3, en de bijlage.

G

Consumentenbescherming

Nr. 90/314

Richtlijn 90/314/EEG van de Raad van 13 juni 1990 betreffende pakketreizen, met inbegrip van vakantiepakketten en rondreispakketten

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10.

Nr. 93/13

Richtlijn 93/13/EEG van de Raad van 5 april 1993 betreffende oneerlijke bedingen in consumentenovereenkomsten

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 10, en de bijlage.

Voor de toepassing van artikel 10 wordt „de Commissie” gelezen als „alle andere overeenkomstsluitende partijen bij de ECAA”.

Nr. 95/46

Richtlijn 95/46/EG van het Europees Parlement en de Raad van 24 oktober 1995 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 34.

Nr. 2027/97

Verordening (EG) nr. 2027/97 van de Raad van 9 oktober 1997 betreffende de aansprakelijkheid van luchtvervoerders bij ongevallen

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 8.

Nr. 2001/95

Richtlijn 2001/95/EG van het Europees Parlement en de Raad van 3 december 2001 inzake algemene productveiligheid

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 13, artikelen 16 en 18, en de bijlagen I en II.

Nr. 261/2004

Verordening (EG) nr. 261/2004 van het Europees Parlement en de Raad van 11 februari 2004 tot vaststelling van gemeenschappelijke regels inzake compensatie en bijstand aan luchtreizigers bij instapweigering en annulering of langdurige vertraging van vluchten en tot intrekking van Verordening (EEG) nr. 295/91

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 17.

Nr. 1107/2006

Verordening (EG) nr. 1107/2006 van het Europees Parlement en de Raad van 5 juli 2006 inzake de rechten van gehandicapten en personen met beperkte mobiliteit die per luchtvervoer reizen

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 16, en de bijlagen I en II.

H

Andere wetgeving

Nr. 2299/89

Verordening (EEG) nr. 2299/89 van de Raad van 24 juli 1989 betreffende gedragsregels voor geautomatiseerde boekingssystemen

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 22, en de bijlage.

Nr. 91/670

Richtlijn 91/670/EEG van de Raad van 16 december 1991 inzake de onderlinge erkenning van bewijzen van bevoegdheid voor burgerluchtvaartpersoneel

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 8, en de bijlage.

Nr. 437/2003

Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad van 27 februari 2003 betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 11, en de bijlagen I en II.

Nr. 1358/2003

Verordening (EG) nr. 1358/2003 van de Commissie van 31 juli 2003 tot uitvoering van Verordening (EG) nr. 437/2003 van het Europees Parlement en de Raad betreffende de statistische registratie van het passagiers-, vracht- en postvervoer door de lucht en tot wijziging van de bijlagen I en II daarbij

zoals gewijzigd bij:

Toepasselijke bepalingen: artikelen 1 tot en met 4, en de bijlagen I tot en met III.

Nr. 2003/96

Richtlijn 2003/96/EG van de Raad van 27 oktober 2003 tot herstructurering van de communautaire regeling voor de belasting van energieproducten en elektriciteit

Toepasselijke bepalingen: artikel 14, lid 1, onder b), en artikel 14, lid 2.

BIJLAGE

II

Horizontale aanpassingen en bepaalde procedureregels

De bepalingen van de in bijlage I genoemde besluiten zijn overeenkomstig de Overeenkomst en punt 1 tot en met 4 van deze bijlage van toepassing, tenzij in bijlage I anders is bepaald. De specifieke aanpassingen die voor de afzonderlijke besluiten noodzakelijk zijn, worden uiteengezet in bijlage I.

De overeenkomst wordt toegepast overeenkomstig de in punt 5 en punt 6 van deze bijlage vastgestelde procedureregels.

1

Inleidende gedeelten van de besluiten

De preambules van de bovenbedoelde besluiten worden niet aangepast met het oog op deze Overeenkomst. Zij zijn van belang voor zover noodzakelijk in verband met de correcte interpretatie en toepassing, binnen het kader van de Overeenkomst, van de bepalingen van dergelijke besluiten.

2

 Specifieke terminologie van de besluiten

De in de in bijlage 1 genoemde besluiten gebruikte term/termen:

  • a.

    „Gemeenschap” wordt gelezen als „Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte”;

  • b.

    „Gemeenschapsrecht”, „Gemeenschapswetgeving”, „communautaire instrumenten” en „EG-Verdrag” worden gelezen als de „ECAA-Overeenkomst”;

  • c.

    „communautaire luchthaven” wordt gelezen als „luchthaven die zich binnen de Europese Gemeenschappelijke Luchtvaartruimte bevindt”;

  • d.

    „Publicatieblad van de Europese Gemeenschappen” of „Publicatieblad van de Europese Unie” wordt gelezen als „Staatsblad van de overeenkomstsluitende partijen”;

  • e.

    „communautaire luchtvaartmaatschappij” wordt gelezen als „ECAA-luchtvaartmaatschappij”.

3

Verwijzingen naar lidstaten

Onverminderd lid 4 worden verwijzingen naar (een) „lidstaat/lidstaten’’ in de in bijlage 1 bij deze Overeenkomst genoemde besluiten geacht, behalve op de lidstaten van de Europese Gemeenschap, ook betrekking te hebben op de ECAA-partners.

4

 Bepalingen betreffende de comités van de gemeenschap en overleg met de geassocieerde partijen

Deskundigen van de geassocieerde partijen worden door de Europese Commissie geraadpleegd en krijgen de gelegenheid hun advies uit te brengen wanneer de genoemde besluiten voorzien in raadpleging van EG-comités door de Europese Commissie en in de mogelijkheid dat zij hun advies of standpunt naar voren brengen.

Elk overleg bestaat uit een door de Europese Commissie voorgezeten vergadering en vindt plaats in het gemengd comité op uitnodiging van de Europese Commissie, voorafgaand aan de raadpleging van het betrokken EG-comité. De Europese Commissie voorziet elke geassocieerde partij uiterlijk twee weken vóór de vergadering, tenzij specifieke omstandigheden een kortere termijn noodzakelijk maken, van alle nodige informatie.

De geassocieerde partijen worden uitgenodigd om hun standpunten aan de Europese Commissie mede te delen. De Europese Commissie houdt naar behoren rekening met het advies van de geassocieerde partijen.

Bovenstaande bepalingen gelden niet voor de toepassing van de mededingingsregels als uiteengezet in deze Overeenkomst, waarvoor de specifieke raadplegingsprocedures van bijlage III moeten worden gevolgd.

5

Samenwerking en uitwisseling van informatie

Teneinde de uitoefening van de respectieve bevoegdheden van de bevoegde instanties van de overeenkomstsluitende partijen te vergemakkelijken, wisselen de bevoegde instanties op verzoek met elkaar alle informatie uit die noodzakelijk is voor de goede werking van deze Overeenkomst.

6

Gebruik van talen

De overeenkomstsluitende partijen mogen, in het kader van de procedures die uit hoofde van deze Overeenkomst zijn vastgesteld en onverminderd bijlage IV, elke officiële taal van de Europese Unie of van een andere overeenkomstsluitende partij gebruiken. De overeenkomstsluitende partijen zijn zich ervan bewust dat het gebruik van de Engelse taal het verloop van deze procedures zal vergemakkelijken. Wanneer in een officieel document een taal wordt gebruikt die geen officiële taal van de Europese Unie is, wordt bij dat document een vertaling in een officiële taal van de instellingen van de Europese Unie gevoegd, waarbij rekening wordt gehouden met de bepaling in de vorige zin. Indien een overeenkomstsluitende partij voornemens is in een mondelinge procedure een taal te gebruiken die geen officiële taal van de instellingen van de Europese Unie is, zorgt die overeenkomstsluitende partij voor een simultane vertaling in de Engelse taal.

BIJLAGE

III

In artikel 14 bedoelde regels inzake mededinging en staatssteun

Artikel

1

Staatsmonopolies

Een geassocieerde partij past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, zodanig dat uiterlijk aan het einde van de tweede periode bedoeld in het protocol bij deze Overeenkomst dat de overgangsmaatregelen voor die betrokken geassocieerde partij bevat, geen discriminatie tussen onderdanen van de overeenkomstsluitende partijen bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. Het gemengd comité wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel

2

Harmonisatie van de wetgeving inzake staatssteun en mededinging

Artikel

3

Bepalingen betreffende mededinging en andere economische aspecten

BIJLAGE

IV

Voorleggen van zaken aan het Hof van Justitie

1

Algemene principes met betrekking tot artikel 16 van de Overeenkomst

  • 1.

    Waar passend worden de door het Hof van Justitie vastgestelde procedures voor verzoeken om een prejudiciële uitspraak binnen de Europese Gemeenschap toegepast. Nadat een prejudiciële uitspraak is gedaan, past de rechterlijke instantie van de overeenkomstsluitende partij de door het Hof van Justitie vastgestelde interpretatie toe.

  • 2.

    Overeenkomstsluitende partijen hebben binnen de sfeer van deze Overeenkomst dezelfde rechten als de EG-lidstaten wat betreft de indiening van opmerkingen bij het Hof van Justitie.

2

Reikwijdte van en nadere regelingen voor de procedure van artikel 16, lid 2, van de Overeenkomst

  • 1.

    Wanneer een overeenkomstsluitende partij overeenkomstig artikel 16, lid 2, tweede zin, een besluit neemt over de reikwijdte van en de nadere regelingen voor de procedure voor het voorleggen van zaken aan het Hof van Justitie, dient in dat besluit het volgende te worden bepaald:

    • a.

      een rechterlijke instantie van die overeenkomstsluitende partij waarvan de beslissingen volgens het nationale recht niet vatbaar zijn voor hoger beroep, moet het Hof van Justitie verzoeken om een prejudiciële uitspraak over een vraag betreffende de geldigheid of de uitlegging van een besluit als bedoeld in artikel 16, lid 2, die wordt opgeworpen in een bij haar aanhangig gemaakte zaak, indien die rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, of

    • b.

      een rechterlijke instantie van die overeenkomstsluitende partij kan het Hof van Justitie verzoeken om een prejudiciële uitspraak over een vraag betreffende de geldigheid of de uitlegging van een besluit als bedoeld in artikel 16, lid 2, die wordt opgeworpen in een bij haar aanhangig gemaakte zaak, indien die rechterlijke instantie een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis.

  • 2.

    De uitvoeringsbepalingen van artikel 16, lid 2, zijn gebaseerd op de principes die zijn neergelegd in de wettelijke bepalingen tot regeling van de werking van het Hof van Justitie, met inbegrip van de desbetreffende bepalingen van het EG-Verdrag, het statuut en het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie, alsook de jurisprudentie daarvan. Wanneer een beslissing over de uitvoeringsbepalingen van deze bepaling moet worden genomen, houdt de overeenkomstsluitende partij tevens rekening met de praktische richtsnoeren die door het Hof van Justitie zijn gepubliceerd in de informatienota met wenken voor de indiening van prejudiciële verzoeken door de nationale rechters.

3

Overeenkomstig artikel 20, lid 3, van de Overeenkomst voorgelegde zaken

Geschillen die overeenkomstig artikel 20, lid 3, van de Overeenkomst aan het Hof van Justitie worden voorgelegd, worden door het Hof op dezelfde wijze behandeld als de overeenkomstig artikel 239 van het EG-Verdrag aan het Hof voorgelegde zaken.

4

Aan het Hof van Justitie voorgelegde zaken en gebruikte talen

De overeenkomstsluitende partijen zijn gerechtigd om bij de in het kader van de Overeenkomst bij het Hof van Justitie ingeleide procedures elke officiële taal van de instellingen van de Europese Unie of van een andere overeenkomstsluitende partij te gebruiken. Bij een officieel document in een taal die geen officiële taal van de instellingen van de Europese Unie is, wordt een vertaling in het Frans gevoegd. Indien een overeenkomstsluitende partij voornemens is in een mondelinge procedure een taal te gebruiken die geen officiële taal van de Europese Unie is, zorgt die overeenkomstsluitende partij voor een simultane vertaling in het Frans.

BIJLAGE

V

Protocol I

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Republiek Albanië, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

II

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en Bosnië en Herzegovina, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

III

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Republiek Bulgarije, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiode

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Tegen het einde van de overgangsperiode moet Bulgarije deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving, zoals bepaald in artikel 3 van de hoofdovereenkomst.

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Tot het einde van de overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Bulgarije om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.

Protocol

IV

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Republiek Kroatië, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

V

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Toepassing van bepaalde wetgeving door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

In afwijking van artikel 2 van dit protocol moet de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bij de inwerkingtreding van deze Overeenkomst

  • i.

    het Verdrag tot het brengen van eenheid in enige bepalingen inzake het internationale luchtvervoer (Verdrag van Montreal) in de praktijk toepassen;

  • ii.

    erop toezien dat luchtvaartmaatschappijen die een vergunning hebben gekregen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de praktijk voldoen aan Verordening (EG) nr. 261/2004;

  • iii.

    het contract tussen de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en Macedonian Airlines (MAT) beëindigen of in overeenstemming brengen met het Gemeenschapsrecht.

Artikel

5

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

6

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

VI

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Republiek Servië, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

VII

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Republiek Montenegro, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiodes

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Protocol

VIII

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en Roemenië, anderzijds

Artikel

1

Overgangsperiode

Artikel

2

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Tegen het einde van de overgangsperiode moet Roemenië deze Overeenkomst toepassen, met inbegrip van alle in bijlage I genoemde wetgeving.

Artikel

3

Overgangsbepalingen

Artikel

4

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

5

Beveiliging van de luchtvaart

Tot het einde van de overgangsperiode kan de Europese Gemeenschap eisen dat de toestemming voor een luchtvaartmaatschappij die een vergunning heeft gekregen in Roemenië om luchtroutes naar, van of binnen de Europese Gemeenschap te exploiteren aan een specifieke beveiligingsbeoordeling wordt onderworpen indien gebreken in de beveiliging worden vastgesteld. Die beoordeling moet zo spoedig mogelijk door de Europese Gemeenschap worden uitgevoerd om onnodige vertraging bij de uitoefening van verkeersrechten te voorkomen.

Protocol

IX

Overgangsregelingen tussen de Europese Gemeenschap en de EG-lidstaten, enerzijds, en de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo, anderzijds

Artikel

1

Bevoegdheden van UNMIK

De bepalingen van dit protocol laten de uit Resolutie 1244 van de VN-Veiligheidsraad van 10 juni 1999 afgeleide bevoegdheden van de Missie van de Verenigde Naties voor interimbestuur in Kosovo, hierna „UNMIK’’ genoemd, onverlet.

Artikel

2

Overgangsperiodes

Artikel

3

Voorwaarden voor de overgangsperiodes

Artikel

4

Overgangsbepalingen

Artikel

5

Internationale verdragen en overeenkomsten

Wanneer de in bijlage I genoemde wetgeving voorziet in de verplichting partij te worden bij internationale verdragen of overeenkomsten, wordt rekening gehouden met de speciale status van UNMIK krachtens het internationale recht.

Artikel

6

Veiligheid van de luchtvaart

Artikel

7

Beveiliging van de luchtvaart