Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht

Convention between the Kingdom of the Netherlands and the State of Israel for the Avoidance of double Taxation with respect to Taxes on Estates and Inheritances

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Israel,

Desiring to conclude a Convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on estates and inheritances,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

SCOPE OF THE CONVENTION

Article

1

Estates covered

This Convention shall apply to estates of deceased persons whose residence at their death was in one or both of the States.

Article

2

Taxes covered

CHAPTER

II

DEFINITIONS

Article

3

General definitions

Article

4

Fiscal domicile

CHAPTER

III

TAXING RULES

Article

5

Immovable property

Article

6

Business property of a permanent establishment and assets pertaining to a fixed base used for the performance of professional services

Article

7

Ships and aircraft

Article

8

Substantial holding in a company

Shares in a company, which is incorporated and effectively managed in one of the States, may be taxed in that State, if the deceased, either alone or together with his spouse or his relatives in a straight line, owned at his death directly at least 25 per cent of the share capital of that company.

Article

9

Property not expressly mentioned

Subject to the provisions of Article 12, property other than property referred to in Articles 5, 6, 7 and 8, shall be taxable only in the State of which the deceased was a resident at his death.

Article

10

Property bequeathed or donated to a State

Article

11

Deduction of debts

Article

12

Taxation on the basis of nationality

CHAPTER

IV

Article

13

Elimination of double taxation

CHAPTER

V

SPECIAL PROVISIONS

Article

14

Limitation on claims for credit or refund

Any claims for credit or for refund of tax founded on the provisions of this Convention shall be made within five years from the date of death of the decedent in respect of whose death the claim is made, or within six months from the date that all legal remedies in both of the States have been exhausted, whichever period is the longer.

Article

15

Non-discrimination

Article

16

Mutual agreement procedure

Article

17

Exchange of information

Article

18

Diplomatic and consular officials

Article

19

Regulations

The competent authorities of each of the States, in accordance with the practices of that State, may prescribe regulations necessary to carry out the provisions of this Convention.

Article

20

Territorial extension

CHAPTER

VI

FINAL PROVISIONS

Article

21

Entry into force

This Convention shall enter into force on the date on which the Contracting Governments have notified each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with, and its provisions shall have effect in relation to estates of persons dying on or after the date on which this Convention is signed.

Article

22

Termination

This Convention shall remain in force until terminated by one of the States. Either State may terminate the Convention, through diplomatic channels, with effect from the end of any calendar year not earlier than 5 years from its entry into force by giving at least six months notice of termination. In such an event, the Convention will not apply to estates of persons who died after the expiry of the calendar year with respect to the end of which the Convention has been terminated.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Jerusalem on 9 September 1974, in two originals each, in the Netherlands, Hebrew and English languages, the three texts being equally authentic.

In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and the Hebrew texts, the English shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) G. J. JONGEJANS

For the Government of the State of Israel

(sd.) YIGAL ALLON

Deputy Prime Minister

and Minister for Foreign Affairs

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden, en

de Regering van de Staat Israël,

De wens koesterende een Overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen van nalatenschappen en verkrijgingen krachtens erfrecht,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

REIKWIJDTE VAN DE OVEREENKOMST

Artikel

1

Nalatenschappen waarop de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op nalatenschappen van overledenen wier woonplaats bij hun overlijden in een van de Staten of in beide Staten was.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

BEGRIPSBEPALINGEN

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

HOOFDSTUK

III

REGELS VOOR DE BELASTINGHEFFING

Artikel

5

Onroerende vermogensbestanddelen

Artikel

6

Bedrijfsvermogen van een vaste inrichting en bezittingen die behoren tot een vast middelpunt gebezigd voor de uitoefening van een vrij beroep

Artikel

7

Schepen en luchtvaartuigen

Artikel

8

Aanmerkelijk belang in een lichaam

Aandelen in een lichaam, dat in een van de Staten is opgericht en aldaar werkelijk wordt geleid, mogen in die Staat worden belast indien de overledene, hetzij alleen hetzij tezamen met zijn echtgenoot of zijn verwanten in de rechte lijn, bij zijn overlijden onmiddellijk ten minste 25 percent van het aandelenkapitaal van dat lichaam bezat.

Artikel

9

Overige vermogensbestanddelen

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 12 zijn andere vermogensbestanddelen dan die bedoeld in de artikelen 5, 6, 7 en 8 slechts belastbaar in de Staat waarvan de overledene bij zijn overlijden inwoner was.

Artikel

10

Aan een Staat vermaakte of geschonken vermogensbestanddelen

Artikel

11

Aftrek van schulden

Artikel

12

Belastingheffing op grond van nationaliteit

HOOFDSTUK

IV

Artikel

13

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

V

BIJZONDERE BEPALINGEN

Artikel

14

Beperking van verzoeken om verrekening of teruggaaf

Verzoeken om verrekening of teruggaaf van belasting gegrond op de bepalingen van deze Overeenkomst moeten worden ingediend hetzij binnen vijf jaren te rekenen van de datum van het overlijden van de overledene met betrekking tot wiens overlijden het verzoek wordt ingediend, hetzij, indien deze termijn langer is, binnen zes maanden te rekenen van de datum waarop alle rechtsmiddelen in beide Staten zijn uitgeput.

Artikel

15

Non-discriminatie

Artikel

16

Regeling voor onderling overleg

Artikel

17

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

18

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

Artikel

19

Uitvoeringsvoorschriften

De bevoegde autoriteiten van elk van de Staten kunnen, in overeenstemming met het gebruik van die Staat, voorschriften vaststellen die nodig zijn om de bepalingen van deze Overeenkomst uit te voeren.

Artikel

20

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VI

SLOTBEPALINGEN

Artikel

21

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Overeenkomstsluitende Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat aan de in hun onderscheiden landen vereiste grondwettelijke procedures is voldaan, en de bepalingen ervan vinden toepassing op nalatenschappen van personen die overlijden op of na de dag waarop deze Overeenkomst wordt ondertekend.

Artikel

22

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten is beëindigd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg tegen het einde van ieder kalenderjaar, niet eerder vallende dan vijf jaren na haar inwerkingtreding, beëindigen door ten minste zes maanden te voren van zodanige beëindiging kennis te geven. In dat geval zal de Overeenkomst niet van toepassing zijn op nalatenschappen van personen die overlijden na het verstrijken van het kalenderjaar aan het einde waarvan de Overeenkomst is beëindigd.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Jeruzalem, op 9 september 1974, in twee originelen, elk in de Nederlandse, Hebreeuwse en Engelse taal, zijnde deze drie teksten gelijkelijk authentiek.

In geval de Nederlandse en de Hebreeuwse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) G. J. JONGEJANS

Hr. Ms. Ambassadeur

Voor de Regering van de Staat Israël

(w.g.) YIGAL ALLON