Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belastingen met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk Marokko tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

De Regering van het Koninkrijk Marokko,

De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van de Overeenkomst

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Indien

  • a.

    een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat,

    of

  • b.

    dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat,

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen de voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Beperking van de artikelen 10, 11 en 12

Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die zich op het grondgebied van een van de Staten bevinden, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de artikelen 10, 11 en 12, met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige dividenden, interest en royalty's, indien die inkomsten in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.

Artikel

14

Vermogenswinsten

Artikel

15

Zelfstandige arbeid

Artikel

16

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

17

Beheerders, bestuurders en commissarissen van vennootschappen

Artikel

18

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

19

Pensioenen

Artikel

20

Overheidsfuncties

Artikel

21

Studenten

Een natuurlijke persoon die onmiddellijk voorafgaand aan zijn aankomst in de andere Staat inwoner was van een van de Staten en die aldaar enkel als student aan een universiteit of een andere onderwijsinstelling of als leerling tijdelijk verblijft, is van de datum af waarop hij in het kader van dat verblijf voor de eerste keer in die andere Staat aankomt in die Staat vrijgesteld van belasting ter zake van:

  • a.

    overmakingen uit het buitenland ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, en

  • b.

    alle beloningen, gedurende een periode van niet meer dan vijf jaar, die per kalenderjaar 4000 gulden of de tegenwaarde daarvan in Dirhams niet te boven gaan en die in die andere Staat mochten zijn toegekend voor persoonlijke diensten, ten einde de middelen waarover hij ten behoeve van de bovengenoemde doeleinden beschikt, aan te vullen.

Artikel

22

Overige inkomsten

Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, waarop de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst geen toepassing vinden, zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Belastingheffing naar het vermogen

Artikel

23

HOOFDSTUK

V

Bepalingen tot vermijding van dubbele belasting

Artikel

24

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

25

Non-discriminatie

Artikel

26

Regeling voor onderling overleg

Artikel

27

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

28

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

Artikel

29

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

30

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de beide Regeringen elkaar mededelen dat aan de voor hun onderscheiden landen vereiste grondwettelijke procedures is voldaan en de bepalingen ervan vinden toepassing:

  • 1.

    wat de bij de bron verschuldigde belastingen betreft: op inkomsten die op of na de eerste dag van de maand volgende op die van de inwerkingtreding worden toegekend of betaalbaar gesteld;

  • 2.

    wat de andere belastingen betreft: voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen op of na de eerste januari van het jaar van inwerkingtreding.

Artikel

31

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft voor onbepaalde tijd van kracht, maar elk van de Staten kan op of voor 30 juni van elk kalenderjaar te rekenen van het vijfde jaar sedert dat van de inwerkingtreding ervan haar schriftelijk langs diplomatieke weg aan de andere Staat opzeggen. In geval van opzegging voor de eerste juli van zulk een jaar is de Overeenkomst voor het laatst van toepassing:

  • 1.

    wat de bij de bron verschuldigde belastingen betreft: op inkomsten die uiterlijk op 31 december van het jaar van opzegging zijn toegekend of betaalbaar gesteld;

  • 2.

    wat de andere belastingen betreft: voor belastingjaren en -tijdvakken die uiterlijk op 31 december van het jaar van opzegging eindigen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Rabat, de 12de augustus 1977, in de Nederlandse, de Arabische en de Franse taal, in twee exemplaren, zijnde de drie teksten gelijkelijk gezaghebbend. In geval de Nederlandse en de Arabische tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Franse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) STRENGERS

Jan Strengers

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Regering van het Koninkrijk Marokko

(w.g.) ABDELKADER BENSLIMANE

Abdelkader Benslimane

Minister van Financiën

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Marokko gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen, dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.

II

Ad artikel 7

Interest, royalty's en andere kosten die door een onderneming van een van de Staten aan een onderneming van de andere Staat verschuldigd zijn, worden in aftrek toegelaten bij de berekening van de winst van de eerstbedoelde onderneming. Indien echter ten gevolge van een bijzondere verhouding tussen beide ondernemingen of tussen beide ondernemingen en een derde het bedrag van de verschuldigde interest, royalty's en andere kosten hoger is dan het bedrag dat zij zonder zulk een verhouding zouden zijn overeengekomen is de voorgaande zin niet van toepassing op het daarboven uitgaande bedrag.

III

Ad artikelen 10, 11 en 12

Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IV

Ad artikel 24

Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 24, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.

V

Ad artikel 27

De verplichting tot het uitwisselen van inlichtingen strekt zich niet uit tot inlichtingen die verkregen zijn van banken of van daarmede gelijkgestelde instellingen als zodanig. De uitdrukking „daarmede gelijkgestelde instellingen” omvat onder andere verzekeringsmaatschappijen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Rabat, de 12de augustus 1977, in de Nederlandse, de Arabische en de Franse taal, in twee exemplaren, zijnde de drie teksten gelijkelijk gezaghebbend. In geval de Nederlandse en de Arabische tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Franse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) STRENGERS

Jan Strengers

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Regering van het Koninkrijk Marokko

(w.g.) ABDELKADER BENSLIMANE

Abdelkader Benslimane

Minister van Financiën

Convention entre le Royaume des Pays-Bas et le Royaume du Maroc tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et

Le Gouvernement du Royaume du Maroc,

Désireux de conclure une convention tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune,

Sont convenus de ce qui suit:

CHAPITRE

I

Champ d'application de la Convention

Article

1

Personnes visées

La présente Convention s'applique aux personnes qui sont des résidents de l'un ou de chacun des deux Etats.

Article

2

Impôts visés

CHAPITRE

II

Définitions

Article

3

Définitions générales

Article

4

Domicile fiscal

Article

5

Etablissement stable

CHAPITRE

III

Imposition des revenus

Article

6

Revenus immobiliers

Article

7

Bénéfices des entreprises

Article

8

Navigation maritime et aérienne

Article

9

Entreprises associées

Lorsque

  • a.

    une entreprise de l'un des Etats participe directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'autre Etat ou que

  • b.

    les mêmes personnes participent directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'un des Etats et d'une entreprise de l'autre Etat, et que, dans l'un et l'autre cas, les deux entreprises sont, dans leurs relations commerciales ou financières, liées par des conditions acceptées ou imposées, qui diffèrent de celles qui seraient conclues entre des entreprises indépendantes, les bénéfices qui, sans ces conditions, auraient été obtenus par l'une des entreprises mais n'ont pu l'être en fait à cause de ces conditions, peuvent être inclus dans les bénéfices de cette entreprise et imposés en conséquence.

Article

10

Dividendes

Article

11

Intérêts

Article

12

Redevances

Article

13

Limitation des articles 10, 11 et 12

Les organisations internationales, leurs organes et leurs fonctionnaires ainsi que les membres d'une représentation diplomatique ou consulaire d'un Etat tiers, qui se trouvent sur le territoire de l'un des Etats, n'ont pas droit, dans l'autre Etat, aux réductions ou exemptions d'impôt prévues aux articles 10, 11 et 12, en ce qui concerne les dividendes, intérêts et redevances provenant de cet autre Etat, si ces revenus ne sont pas soumis à l'impôt sur le revenu dans le premier Etat.

Article

14

Gains en capital

Article

15

Professions indépendantes

Article

16

Professions dépendantes

Article

17

Administrateurs, directeurs (bestuurders) et commissaires (commissarissen) de sociétés

Article

18

Artistes et sportifs

Article

19

Pensions

Article

20

Fonctions publiques

Article

21

Etudiants

Une personne qui était résident de l'un des Etats directement avant son arrivée dans l'autre Etat et qui y séjourne à titre temporaire simplement en tant qu'étudiant dans une université ou une autre institution d'enseignement ou en tant qu'apprenti, est exempte, à partir de la date de sa première arrivée dans cet autre Etat dans le cadre de ce séjour, de tout impôt frappant, dans ledit Etat -

  • a.

    les virements de l'étranger destinés à sa subsistance, son éducation ou sa formation, et

  • b.

    pour une période ne dépassant pas cinq ans, toute rémunération n'excédant pas, par année civile, 4000 florins ou l'équivalent en Dirhams, qui serait attribuée pour des prestations fournies à titre personnel, dans cet autre Etat, en vue de compléter les ressources dont elle dispose aux fins visées ci-dessus.

Article

22

Autres revenus

Les éléments du revenu d'un résident de l'un des Etats, auxquels les articles précédents de la présente Convention ne s'appliquent pas, ne sont imposables que dans cet Etat.

CHAPITRE

IV

Imposition de la fortune

Article

23

CHAPITRE

V

Dispositions pour éliminer les doubles impositions

Article

24

CHAPITRE

VI

Disposition spéciales

Article

25

Non-discrimination

Article

26

Procédure amiable

Article

27

Echange de renseignements

Article

28

Fonctionnaires diplomatiques et consulaires

Article

29

Extension territoriale

CHAPITRE

VII

Dispositions finales

Article

30

Entrée en vigueur

La présente Convention entrera en vigueur à la date à laquelle les deux Gouvernements se communiqueront que les formalités constitutionnellement requises dans leurs pays respectifs ont été accomplies et ses dispositions seront applicables:

  • 1°.

    en ce qui concerne les impôts dus à la source: aux revenus attribués ou mis en paiement à partir du premier jour du mois suivant celui de l'entrée en vigueur;

  • 2°.

    en ce qui concerne les autres impôts: pour les années et périodes fiscales commençant à partir du premier janvier de l'année de l'entrée en vigueur.

Article

31

Dénonciation

La présente Convention restera indéfiniment en vigueur; mais chaque Etat pourra, jusqu'au 30 juin inclus de toute année civile à partir de la cinquième année à dater de celle de son entrée en vigueur, la dénoncer, par écrit et par la voie diplomatique, à l'autre Etat. En cas de dénonciation avant le 1er juillet d'une telle année, la Convention s'appliquera pour la dernière fois:

  • 1°.

    en ce qui concerne les impôts dus à la source: aux revenus attribués ou mis en paiement au plus tard le 31 décembre de l'année de la dénonciation;

  • 2°.

    en ce qui concerne les autres impôts: pour les années et périodes fiscales prenant fin au plus tard le 31 décembre de l'année de la dénonciation.

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé la présente Convention.

FAIT à Rabat, le 12 août 1977, en double exemplaire en langues néerlandaise, arabe et française, les trois textes faisant également foi. En cas de divergence d'interprétation entre les textes néerlandais et arabe, le texte français sera décisif.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) STRENGERS

Pour le Gouvernement du Royaume du Maroc

(s.) ABDELKADER BENSLIMANE

Protocole

Au moment de procéder à la signature de la Convention tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune, conclue aujourd'hui entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement du Royaume du Maroc, les soussignés sont convenus que les dispositions suivantes formeront partie intégrante de la Convention.

I

Ad article 4

Une personne physique qui demeure à bord d'un navire, sans avoir de domicile réel dans l'un des Etats, sera considérée comme résident de l'Etat où se trouve le port d'attache de ce navire.

II

Ad article 7

Les intérêts, les redevances et autres dépenses dus par une entreprise de l'un des Etats à une entreprise de l'autre Etat sont admis en déduction dans le calcul des bénéfices de la première entreprise. Toutefois, si par suite de relations spéciales existant entre les deux entreprises ou entre les deux entreprises et une tierce personne, le montant des intérêts, redevances et autres dépenses dus excède le montant dont elles seraient convenues en l'absence de pareilles relations, la phrase précédente ne s'applique pas au montant excédentaire.

III

Ad articles 10, 11 et 12

Les demandes de remboursement d'impôt perçu contrairement aux dispositions des articles 10, 11 et 12 doivent être faites à l'autorité compétente de l'Etat qui a perçu l'impôt, dans le délai de trois ans après l'expiration de l'année civile dans laquelle l'impôt a été perçu.

IV

Ad article 24

II est entendu que pour autant qu'il s'agit de l'impôt néerlandais sur le revenu ou de l'impôt néerlandais des sociétés, la base visée à l'article 24, paragraphe 1, est le “onzuivere inkomen” (le total des revenus nets) ou “winst” (le bénéfice) au sens de la législation néerlandaise concernant l'impôt sur le revenu ou l'impôt des sociétés, respectivement.

V

Ad article 27

L'obligation d'échanger des renseignements ne concerne pas les renseignements provenant des banques ou institutions y assimilées en tant que telles. L'expression „institutions y assimilées” comprend entre autres les compagnies d'assurance.

EN FOI DE QUOI les soussignés ont signé le présent Protocole.

FAIT à Rabat, le 12 août 1977, en double exemplaire, en langues néerlandaise, arabe et française, les trois textes faisant également foi. En cas de divergence d'interprétation entre les textes néerlandais et arabe, le texte français sera décisif.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) STRENGERS

Jan Strengers

Ambassadeur du Royaume des Pays-Bas

Pour le Gouvernement du Royaume du Maroc

(s.) ABDELKADER BENSLIMANE

Abdelkader Benslimane

Ministre des Finances