Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

Benelux-Overeenkomst houdende eenvormige wet betreffende de dwangsom

De Regering van het Koninkrijk België,

De Regering van het Groothertogdom Luxemburg,

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

Verlangende in de drie landen de mogelijkheid van een eenvormige wetgeving op het stuk van de dwangsom te openen;

Overwegende, dat deze eenmaking kan bijdragen tot verhoging van de met het oog op de ontwikkeling van de Benelux Economische Unie geboden rechtszekerheid;

Gelet op het door de Raadgevende Interparlementaire Beneluxraad op 16 juni 1972 uitgebrachte advies,

Hebben besloten, te dien einde, een Overeenkomst te sluiten inzake het vaststellen in België, in Luxemburg en in Nederland van een eenvormige wet betreffende de dwangsom en zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen verbindt zich de eenvormige wet betreffende de dwangsom, vervat in de bijlage van deze Overeenkomst, in haar wetgeving op te nemen met ingang van de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst hetzij in een der oorspronkelijke teksten, hetzij in beide teksten.

Artikel

2

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen heeft het recht in haar wetgeving de eenvormige wet aan te vullen met bepalingen waarin aangelegenheden worden geregeld waarvoor geen regeling is voorzien, mits die bepalingen niet strijdig zijn met de Overeenkomst en met voornoemde wet.

Artikel

3

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Indien een der ondertekenende Regeringen na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst partij wenst te worden bij een Overeenkomst, waarin bepalingen voorkomen welke afwijken van de onderhavige Overeenkomst of van de eenvormige wet, is artikel 8 van overeenkomstige toepassing.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 26 november 1973, in drie exemplaren, in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Bijlage

Eenvormige wet betreffende de dwangsom

Artikel

1

Artikel

2

De rechter kan de dwangsom hetzij op een bedrag ineens, hetzij op een bedrag per tijdseenheid of per overtreding vaststellen. In de laatste twee gevallen kan de rechter eveneens een bedrag bepalen waarboven geen dwangsom meer verbeurd wordt.

Artikel

3

De dwangsom, eenmaal verbeurd, komt ten volle toe aan de partij die de veroordeling heeft verkregen. Deze partij kan de dwangsom ten uitvoer leggen krachtens de titel waarbij zij is vastgesteld.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Een dwangsom verjaart door verloop van zes maanden na de dag waarop zij verbeurd is.

  • 2.

    De verjaring wordt

    (voor België) geschorst

    (voor Nederland) geschorst/verlengd

    door faillissement en ieder ander wettelijk beletsel voor tenuitvoerlegging van de dwangsom.

  • 3.

    De verjaring wordt ook

    (voor België) geschorst

    (voor Nederland) geschorst/verlengd

    zolang degene die de veroordeling verkreeg met het verbeuren van de dwangsom redelijkerwijs niet bekend kon zijn.

Artikel

8

Voor de bepaling van de rechterlijke bevoegdheid en de vatbaarheid voor hoger beroep wordt geen rekening gehouden met de dwangsom.