De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,
en
de Regering van de Turks- en Caicoseilanden,
(„de partijen”),
Overwegend dat bevestigd wordt dat de Regering van de Turks- en Caicoseilanden krachtens de voorwaarden van de Entrustment van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland gerechtigd is met het Koninkrijk der Nederlanden te onderhandelen over een verdrag tot uitwisseling van informatie betreffende belastingen, dit te sluiten en te beëindigen,
Overwegend dat de Regering van Nederland erkent dat de Regering van de Turks- en Caicoseilanden zich in 2002 jegens de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) verplicht heeft de beginselen van transparantie en de uitwisseling van informatie te eerbiedigen en Nederland meent dat dit Verdrag aantoont dat de Turks- en Caicoseilanden bereid zijn strenge normen te hanteren voor de doeltreffende uitwisseling van informatie ter zake van zowel strafrechtelijke als civielrechtelijke fiscale aangelegenheden;
Overwegend dat de Regering van Nederland voorts de geleidelijke maatregelen erkent die de Turks- en Caicoseilanden hebben genomen als blijk van hun bereidheid tot het hanteren van strenge normen voor de doeltreffende uitwisseling van informatie ter zake van zowel strafrechtelijke als civielrechtelijke fiscale aangelegenheden bij het onderhandelen over verdragen tot uitwisseling van informatie betreffende belastingzaken met andere landen en erkent dat de Turks- en Caicoseilanden zich hebben verplicht belastingfraude te bestrijden door mechanismen in werking te stellen ter bevordering van de transparantie, waaronder de proactieve maatregelen die zijn genomen tot aanpassing van hun nationale wetgeving teneinde aan dit Verdrag te voldoen; bij het sluiten van het Verdrag meent Nederland dat de Turks- en Caicoseilanden niet betrokken zijn bij schadelijke fiscale praktijken en derhalve niet worden aangemerkt als een belastingparadijs;
Geleid door de wens de uitwisseling van informatie betreffende belastingen te vergemakkelijken,