Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en

de Regering van de Republiek Suriname,

De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van de Overeenkomst

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Beperking van de artikelen 10,11 en 12

Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede de personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de Staten verblijven, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen van belasting voorzien in de artikelen 10, 11 en 12 met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige bestanddelen van het inkomen die in deze artikelen zijn behandeld, indien die bestanddelen van het inkomen in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.

Artikel

14

Vermogenswinsten

Artikel

15

Zelfstandige arbeid

Artikel

16

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

17

Bestuurders- en commissarissenbeloningen

Beloningen en andere betalingen, verkregen door een inwoner van een van de Staten in zijn hoedanigheid van bestuurder of commissaris van een lichaam dat inwoner van de andere Staat is, mogen in die andere Staat worden belast.

Artikel

18

Artiesten en sportbeoefenaars

Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 5, 7, 15 en 16 mogen inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, of inkomsten verkregen uit het ter beschikking stellen door een onderneming van de diensten van zodanige beroepsartiesten of sportbeoefenaars, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden of diensten worden verricht.

Artikel

19

Pensioenen

Onder voorbehoud van de bepaling van artikel 20, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.

Artikel

20

Overheidsfuncties

Artikel

21

Studenten

Artikel

22

Overige inkomsten

Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten die niet uitdrukkelijk in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn vermeld zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Belastingheffing naar het vermogen

Artikel

23

Vermogen

HOOFDSTUK

V

Artikel

24

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

25

Non-discriminatie

Artikel

26

Regeling voor onderling overleg

Artikel

27

Uitwisseling van inlichtingen

De bevoegde autoriteiten van de Staten wisselen zodanige inlichtingen uit als nodig zijn om uitvoering te geven aan deze Overeenkomst of aan de nationale wetgeving van de Staten met betrekking tot de belastingen waarop deze Overeenkomst van toepassing is, voor zover de heffing van die belastingen niet in strijd is met deze Overeenkomst. De uitwisseling van inlichtingen wordt niet beperkt door artikel 1. Alle door een van de Staten ontvangen inlichtingen worden op dezelfde wijze geheim gehouden als inlichtingen die onder de nationale wetgeving van die Staat zijn verkregen en worden alleen ter kennis gebracht van personen of autoriteiten (daaronder begrepen rechterlijke instanties en administratiefrechtelijke lichamen) die betrokken zijn bij de vaststelling of invordering van, de tenuitvoerlegging of vervolging ter zake van, of de beslissing in beroepszaken betrekking hebbende op de belastingen die het onderwerp van deze Overeenkomst uitmaken. De bedoelde personen of autoriteiten mogen van deze inlichtingen uitsluitend voor de genoemde doeleinden gebruik maken. Deze personen of autoriteiten mogen de inlichtingen bekend maken in openbare rechtszittingen of in rechterlijke beslissingen.

Artikel

28

Hulp en bijstand

Artikel

29

Beperking van de artikelen 27 en 28

In geen geval worden de bepalingen van de artikelen 27 en 28 aldus uitgelegd dat zij een van de Staten de verplichting opleggen:

  • a)

    administratieve maatregelen te nemen die in strijd zijn met de wetgeving of de administratieve praktijk van die of van de andere Staat;

  • b)

    gegevens te verstrekken die niet verkrijgbaar zijn volgens de wetgeving of in de normale gang van de administratieve werkzaamheden van die of van de andere Staat;

  • c)

    inlichtingen te verstrekken die een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of een fabrieks- of handelswerkwijze zouden onthullen, dan wel inlichtingen waarvan het verstrekken in strijd zou zijn met de openbare orde.

Artikel

30

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren en beambten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

31

Uitvoeringsvoorschriften

Artikel

32

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

33

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat aan de in hun onderscheiden landen voor de inwerkingtreding geldende interne procedures is voldaan, en de bepalingen ervan vinden toepassing voor belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen op of na de datum van onafhankelijkwording van Suriname.

Artikel

34

Beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN, in twee originelen, in de Nederlandse taal, te Paramaribo op 25 november 1975.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. M. DEN UYL

Voor de Regering van de Republiek Suriname

(w.g.) H. A. E. ARRON

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Suriname gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen, dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.

II

Ad artikel 4

Indien een lichaam, dat is opgericht naar het recht van Suriname en dat uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten doel heeft het houden van het gehele of nagenoeg het gehele aandelenkapitaal van andere lichamen, ingevolge het bepaalde in artikel 4, vierde lid, geacht wordt inwoner van Nederland te zijn, mag de winst die dat lichaam uit de bedoelde deelnemingen verkrijgt in Suriname worden belast, doch slechts naar een percentage dat 4 niet te boven gaat. Deze bepaling maakt echter geen inbreuk op het recht tot belastingheffing dat Nederland aan de bepalingen van de Overeenkomst ontleent.

III

Ad artikel 7

Indien een lichaam dat inwoner van Nederland is zijn bedrijf geheel of gedeeltelijk in Suriname uitoefent met behulp van een aldaar gevestigde vaste inrichting, omvat de belasting die Suriname overeenkomstig artikel 7, eerste lid, mag heffen, mede de belasting die in Suriname ter zake van getransfereerde winst verschuldigd mocht zijn. Laatstbedoelde belasting mag echter 7½ percent van het getransfereerde bedrag niet overschrijden.

IV

Ad artikel 7

Bij de toepassing van artikel 7, derde lid, wordt geen aftrek toegestaan ter zake van bedragen - met uitzondering van die wegens werkelijk gemaakte kosten - welke door het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren aan de vaste inrichting in rekening worden gebracht als royalty's, vergoedingen of andere soortgelijke betalingen voor het gebruik van octrooien of andere rechten, of als commissieloon voor bepaalde diensten of voor het geven van leiding, dan wel, behalve in het geval van een onderneming die het bankbedrijf uitoefent, als interest op gelden die aan de vaste inrichting ter beschikking zijn gesteld. Evenmin zal bij het bepalen van de voordelen van een vaste inrichting rekening worden gehouden met zodanige bedragen - met uitzondering van die wegens werkelijk gemaakte kosten - welke door de vaste inrichting aan het hoofdkantoor van de onderneming of een van haar andere kantoren in rekening worden gebracht.

V

Ad artikelen 7 en 25

Het bepaalde in artikel 7, tweede en derde lid, en in artikel 25, derde lid, belet Suriname niet de aan de vaste inrichting van een verzekeringsonderneming toe te rekenen winst te bepalen overeenkomstig zijn eigen wetgeving.

VI

Ad artikel 10

De bepaling van artikel 10, tweede lid, letter a, is niet van toepassing ten aanzien van dividenden betaald door een lichaam dat inwoner is van Suriname aan een lichaam dat inwoner is van Nederland, indien laatstbedoeld lichaam ter zake van de ontvangen dividenden in Nederland vennootschapsbelasting verschuldigd is. In een zodanig geval is de bepaling van artikel 10, tweede lid, letter c, van toepassing.

VII

Ad artikelen 10, 11 en 12

Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

VIII

Ad artikel 21

De bevoegde autoriteiten van de Staten kunnen in onderlinge overeenstemming de in artikel 21 genoemde bedragen herzien.

IX

Ad artikel 24

Het is wel te verstaan dat,

  • a)

    wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 24, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting; en

  • b)

    wat de Surinaamse inkomstenbelasting betreft, deze grondslag ten aanzien van natuurlijke personen is het onzuivere inkomen en ten aanzien van lichamen de winst in de zin van de Surinaamse Verordening op de inkomstenbelasting.

X

Ad artikel 24

Na een tijdvak van tien jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst zullen de bevoegde autoriteiten met elkaar in overleg treden, ten einde te beslissen of er aanleiding bestaat de bepalingen van artikel 24, vierde, vijfde en zesde lid, van de Overeenkomst te wijzigen.

XI

Ad artikel 28

Geen van de Staten is gehouden lijfsdwang toe te passen ter invordering van belastingen van de andere Staat.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN, in twee originelen, in de Nederlandse taal, te Paramaribo op 25 november 1975.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. M. DEN UYL

Voor de Regering van de Republiek Suriname

(w.g.) H. A. E. ARRON