Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en het vermogen

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat;

De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van de Overeenkomst

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Indien:

  • a)

    een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat, of

  • b)

    dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat,

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in haar handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen die zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen, maar ten gevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty's

Artikel

13

Beperking van de artikelen 10, 11 en 12

Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de Staten verblijven, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de artikelen 10, 11 en 12, met betrekking tot de in deze artikelen behandelde bestanddelen van het inkomen, die uit die andere Staat afkomstig zijn, indien die bestanddelen van het inkomen in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.

Artikel

14

Vermogenswinsten

Artikel

15

Zelfstandige arbeid

Artikel

16

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

17

Bestuurders- en commissarissenbeloningen

Artikel

18

Artiesten en sportbeoefenaars

Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 15 en 16 mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- en televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht.

Artikel

19

Pensioenen

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 20, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.

Artikel

20

Overheidsfuncties

Artikel

21

Professoren en leraren

Vergoedingen die een professor of leraar, die inwoner is van een van de Staten en die in de andere Staat verblijft met het doel gedurende een tijdvak van ten hoogste twee jaar onderwijs te geven aan een universiteit, hogeschool of andere inrichting voor onderwijs in die andere Staat, voor dat onderwijs ontvangt, zijn slechts in de eerstbedoelde Staat belastbaar.

Artikel

22

Studenten

Betalingen die een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon, die inwoner van een van de Staten is of vroeger was en die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in de andere Staat verblijft, ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding, zijn in die andere Staat niet belastbaar, mits deze betalingen aan hem worden gedaan uit bronnen buiten die andere Staat.

Artikel

23

Overige inkomsten

Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, die niet uitdrukkelijk in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn vermeld, zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Belastingheffing naar het vermogen

Artikel

24

Vermogen

HOOFDSTUK

V

Wijze van vermijding van dubbele belasting

Artikel

25

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

26

Non-discriminatie

Artikel

27

Regeling voor onderling overleg

Artikel

28

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

29

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren en beambten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

30

Uitvoeringsvoorschriften

Artikel

31

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

32

Inwerkingtreding

Artikel

33

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten is opgezegd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg opzeggen door ten minste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het jaar 1975 een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn met betrekking tot belastingjaren en -tijdvakken die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving van beëindiging is gedaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud, de zestiende juni 1971 te Madrid, in de Nederlandse, Spaanse en Engelse taal. In geval van verschil zal de Engelse tekst doorslaggevend zijn.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. H. L. VAN DE MORTEL

Voor de Regering van de Spaanse Staat

(w.g.) GABRIEL F. DE VALDERRAMA

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Spaanse Staat gesloten, zijn de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, overeengekomen dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Indien het inkomen van een vereniging van personen, zoals een maatschap of een onverdeelde nalatenschap, in een van de Staten wordt behandeld als inkomen van de eenheid, terwijl dit inkomen in de andere Staat wordt behandeld als inkomen van de natuurlijke personen die deel uitmaken van de vereniging van personen, plegen de bevoegde autoriteiten van de Staten met elkaar overleg ten einde de moeilijkheden die hieruit mochten voortvloeien, op te lossen.

II

Ad Artikel 2

Het is wel te verstaan dat in de uitdrukking „belastingen naar het bedrag van de lonen of salarissen” geen sociale verzekeringspremies zijn begrepen.

III

Ad Artikel 2, derde lid, letter b

Het is wel te verstaan dat de Spaanse „Arbitrio de radicación” is begrepen in „los impuestos locales sobre la renta y sobre el patrimonio” (de plaatselijke belastingen naar het inkomen en naar het vermogen).

IV

Ad Artikel 3, eerste lid, letters a en b

De uitdrukking „Spanje” omvat mede elk gebied buiten de territoriale wateren van Spanje dat in overeenstemming met het internationale recht bij de wetgeving van Spanje inzake het continentaal plat is of nog zal worden aangewezen als een gebied waarbinnen de rechten van Spanje met betrekking tot de zeebodem en de ondergrond daarvan en hun natuurlijke rijkdommen kunnen worden uitgeoefend.

VI

Ad Artikelen 10, 11, 12

Niettegenstaande andersluidende bepalingen in de nationale wetgeving van elk van de Staten wordt teruggaaf van in strijd met de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 geheven belasting verleend, indien het desbetreffende verzoek bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, is ingediend binnen een tijdvak van twee jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

VII

Ad Artikel 10

Niettegenstaande de bepalingen van artikel 10, derde lid, letter b, mag de Spaanse belasting op dividenden als aldaar bedoeld 5 percent van het bruto-bedrag van de dividenden niet overschrijden, indien het ontvangende lichaam ter zake van die dividenden in Nederland geen vennootschapsbelasting verschuldigd is.

VIII

Ad Artikel 10

De bepalingen van artikel 10 van zijn ook toepassing op inkomsten uit winstdelende obligaties.

IX

Ad Artikel 11

Indien een onderneming van een van de Staten een vaste inrichting in de andere Staat heeft, mag die andere Staat geen belasting heffen op de interest die door de onderneming wordt betaald aan personen die geen inwoner zijn van die andere Staat, tenzij de schuld ter zake waarvan de interest wordt betaald, was aangegaan voor die vaste inrichting en deze interest ten laste komt van die vaste inrichting.

X

Ad Artikel 12

De bepalingen van artikel 12, vierde lid, zijn niet van toepassing indien de verkoop van rechten of zaken heeft plaats gevonden onder het beding dat de koper verplicht is de rechten of zaken terug te verkopen.

XI

Ad Artikel 20

Voor de toepassing van artikel 20 worden Spaanse publiekrechtelijke autonome instellingen zoals de „Consejo Superior de Investigaciones Cientificas” en het „Instituto Español de Moneda Extranjera” gelijk gesteld met de Spaanse Staat, of een staatkundig onderdeel of een plaatselijk publiekrechtelijk lichaam van Spanje.

XII

Ad Artikel 25

Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 25, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.

XIII

Ad Artikel 25

Voor de toepassing van artikel 25, tweede lid, tweede alinea, letter a, wordt interest op leningen, aangegaan na 1 januari 1968, waarvoor met toepassing van Decreto-Ley 19/1961 van 19 oktober 1961, zoals deze op 1 januari 1968 van kracht was, vermindering van Spaanse belasting wordt verleend, geacht aan Spaanse belasting onderworpen te zijn onder de in artikel 11, tweede lid, vermelde voorwaarden.

XIV

Ad Artikelen 12 en 25

XV

Ad Artikel 28

De bevoegde autoriteiten zijn niet verplicht inlichtingen van algemene aard te verstrekken.

XVI

Ad Artikel 28

De verplichting tot het uitwisselen van inlichtingen strekt zich niet uit tot inlichtingen die verkregen zijn van banken of van daarmede gelijkgestelde instellingen. De uitdrukking „daarmede gelijkgestelde instellingen” betekent onder anderen verzekeringsmaatschappijen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud, de zestiende juni 1971 te Madrid in de Nederlandse, Spaanse en Engelse taal. In geval van verschil zal de Engelse tekst doorslaggevend zijn.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. H. L. VAN DE MORTEL

Voor de Regering van de Spaanse Staat,

(w.g.) GABRIEL F. DE VALDERRAMA

Convention between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Spain for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income and on capital

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Spain;

Desiring to conclude a convention for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income and on capital;

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

Scope of the convention

Article

1

Personal scope

This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the States.

Article

2

Taxes covered

CHAPTER

II

Definitions

Article

3

General definitions

Article

4

Fiscal domicile

Article

5

Permanent establishment

CHAPTER

III

Taxation of income

Article

6

Income from immovable property

Article

7

Business profits

Article

8

Shipping and air transport

Article

9

Associated enterprises

Where

  • a)

    an enterprise of one of the States participates directly or indirectly in the management, control or capital of an enterprise of the other State, or

  • b)

    the same persons participate directly or indirectly in the management, control or capital of an enterprise of one of the States and an enterprise of the other State,

and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises, then any profits which would, but for those conditions, have accrued to one of the enterprises, but, by reason of those conditions, have not so accrued, may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly.

Article

10

Dividends

Article

11

Interest

Article

12

Royalties

Article

13

Limitation of Articles 10, 11 and 12

International organisations, organs and officials thereof and members of a diplomatic or consular mission of a third State, being present in one of the States, shall not be entitled, in the other State, to the reductions or exemptions from tax provided for in Articles 10, 11 and 12 in respect of the items of income dealt with in these Articles and arising in that other State, if such items of income are not subject to a tax on income in the first-mentioned State.

Article

14

Capital gains

Article

15

Independent personal services

Article

16

Dependent personal services

Article

17

Directors' fees

Article

18

Artistes and athletes

Notwithstanding the provisions of Articles 15 and 16, income derived by public entertainers, such as theatre, motion picture, radio or television artistes, and musicians, and by athletes, from their personal activities as such may be taxed in the State in which these activities are exercised.

Article

19

Pensions

Subject to the provisions of paragraph 1 of Article 20, pensions and other similar remuneration paid to a resident of one of the States in consideration of past employment shall be taxable only in that State.

Article

20

Governmental functions

Article

21

Professors and teachers

Payments which a professor or teacher who is a resident of one of the States and who is present in the other State for the purpose of teaching for a maximum period of two years in a university, college or other teaching establishment in that other State, receives for such teaching, shall be taxable only in the first-mentioned State.

Article

22

Students

Payments which a student or business apprentice who is or was formerly a resident of one of the States and who is present in the other State solely for the purpose of his education or training receives for the purpose of his maintenance, education or training shall not be taxed in that other State, provided that such payments are made to him from sources outside that other State.

Article

23

Income not expressly mentioned

Items of income of a resident of one of the States which are not expressly mentioned in the foregoing Articles of this Convention shall be taxable only in that State.

CHAPTER

IV

Taxation of capital

Article

24

Capital

CHAPTER

V

Methods for elimination of double taxation

Article

25

CHAPTER

VI

Special provisions

Article

26

Non-discrimination

Article

27

Mutual agreement procedure

Article

28

Exchange of information

Article

29

Diplomatic and consular officials

Nothing in this Convention shall affect the fiscal privileges of diplomatic or consular officials under the general rules of international law or under the provisions of special agreements.

Article

30

Regulations

Article

31

Territorial extension

CHAPTER

VII

Final provisions

Article

32

Entry into force

Article

33

Termination

This Convention shall remain in force until denounced by one of the States. Either State may denounce the Convention, through diplomatic channels, by giving notice of termination at least six months before the end of any calendar year after the year 1975. In such event the Convention shall cease to have effect for taxable years and periods beginning after the end of the calendar year in which the notice of termination has been given.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE in duplicate, this day the sixteenth of June of nineteen hundred and seventy-one at Madrid in the Spanish, Netherlands and English languages. In case of divergency the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. H. L. VAN DE MORTEL

For the Government of the State of Spain

(sd.) GABRIEL F. DE VALDERRAMA

Protocol

At the moment of signing the Convention for the avoidance of double taxation with respect to taxes on income and on capital, this day concluded between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Spain, the undersigned, duly authorised thereto, have agreed that the following provisions shall form an integral part of the Convention.

I

Where in one of the States the income of a body of persons, much as a partnership or an undivided estate, is treated as income of the entity, while in the other State such income is treated as income of the individuals participating in the body of persons, the competent authorities of the States shall consult together to resolve the difficulties which may arise therefrom.

II

Ad Article 2

It is understood that the term “taxes on the total amounts of wages or salaries” does not include social security premiums.

III

Ad Article 2, paragraph 3, b)

It is understood that the Spanish “Arbitrio de radicación” is included in “los impuestos locales sobre la renta y sobre el patrimonio” (the local taxes on income and capital).

IV

Ad Article 3, paragraph 1, a) and b)

VI

Ad Articles 10, 11, and 12

Notwithstanding provisions to the contrary in the national law of either State restitution of tax levied contrary to the provisions of Articles 10, 11 and 12 shall be granted if the claim concerned has been ledged with the competent authority of the State having levied the tax within a period of two years after the expiration of the calendar year in which the tax has been levied.

VII

Ad Article 10

Notwithstanding the provisions of Article 10, paragraph 3, subparagraph b, Spanish tax on dividends as meant in that subparagraph shall not exceed 5 per cent of the gross amount of the dividends if the receiving company does not suffer company tax in the Netherlands on those dividends.

VIII

Ad Article 10

The provisions of Article 10 shall also apply to income from bonds or debentures participating in profits.

IX

Ad Article 11

Where an enterprise of one of the States has a permanent establishment in the other State, that other State may not impose any tax on the interest paid by the enterprise to persons who are not residents of that other State, unless the indebtedness on which the interest is paid was incurred in connection with that permanent establishment, and such interest is borne by that permanent establishment.

X

Ad Article 12

The provisions of paragraph 4 of Article 12 shall not apply if the sale of rights or property has taken place under the condition that the buyer is obliged to resell the rights or property.

XI

Ad Article 20

For the purposes of Article 20, Spanish public autonomous institutions such as “Consejo Superior de Investigaciones Científicas” and “Instituto Español de Moneda Extranjera” shall be assimilated to the Spanish State or a political subdivision or a local authority of Spain.

XII

Ad Article 25

It is understood that, in so far as the Netherlands income tax or company tax is concerned, the basis meant in the first paragraph of Article 25 is the “onzuivere inkomen” or “winst” in terms of the Netherlands income tax law or company tax law, respectively.

XIV

Ad Articles 12 and 25

XV

Ad Article 28

The competent authorities are not obliged to supply information of a general character.

XVI

Ad Article 28

The obligation to exchange information does not include information obtained from banks or from institutions assimilated therewith. The term “institutions assimilated therewith” means inter alia insurance companies.

DONE in duplicate, this day the sixteenth of June of nineteen hundred and seventy-one at Madrid in the Spanish, Netherlands and English languages. In case of divergency the English text shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) J. H. L. VAN DE MORTEL

For the Government of the State of Spain

(sd.) GABRIEL F. DE VALDERRAMA