Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek betreffende het internationaal wegvervoer

Accord entre le Royaume des Pays-Bas et la République Portugaise concernant les transports routiers internationaux

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République Portugaise, désireux de faciliter les transports routiers de voyageurs et de marchandises entre les deux États, ainsi que le transit à travers leurs territoires, sont convenus de ce qui suit:

Article

1er

I

Transports de voyageurs

Article

2

Tous les transports de voyageurs entre les deux Pays, ou en transit à travers leurs territoires, effectués au moyen de véhicules aptes à transporter plus de huit personnes assises, non compris le conducteur, sont soumis au régime de l’autorisation préalable, à l’exception des transports visés à l’article 3 du présent Accord.

Article

3

Article

4

Article

5

Les demandes d’autorisation pour les transports de voyageurs qui ne répondent pas aux conditions mentionnées aux articles 3 et 4 du présent Accord doivent être soumises par le transporteur aux autorités compétentes de l’autre Partie Contractante, par l’intermédiaire de l’autorité compétente de la Partie Contractante où le véhicule est immatriculé.

II

Transports de marchandises

Article

6

En ce qui concerne les transports internationaux de marchandises, les dispositions du présent Accord s’appliquent aux transports pour compte d’autrui ou pour compte propre, en provenance ou à destination du territoire de lune des Parties Contractantes, assurés au moyen de véhicules automobiles immatriculés dans le Pays de l’autre des Parties Contractantes, ainsi qu’au trafic en transit assuré à travers le territoire de l’une des Parties Contractantes par un véhicule automobile immatriculé dans le Pays de l’autre des Parties Contractantes.

Article

7

Pour assurer les transports de marchandises sur le territoire de l’une des Parties Contractantes, les véhicules immatriculés dans le Pays de l’autre des Parties Contractantes doivent être munis d’une autorisation.

Sont toutefois dispensés d’autorisation:

  • a)

    Les transports occasionnels de marchandises à destination et en provenance des aéroports, en cas de déviation des services aériens;

  • b)

    Les transports de bagages par remorques adjointes aux véhicules destinés aux transports de voyageurs, ainsi que les transports de bagages par tous genres de véhicules à destination et en provenance des aéroports;

  • c)

    Les transports postaux;

  • d)

    Les transports de véhicules endommagés, ainsi que l’entrée de véhicules de dépannage et de remorquage;

  • e)

    Les transports d’ordures et d’immondices;

  • f)

    Les transports de cadavres d'animaux pour l’équarrissage;

  • g)

    Les transports d’abeilles et d’alevins;

  • h)

    Les transports funéraires.

Article

8

Sont soumis à l’autorisation, mais sans limitation de nombre:

  • a)

    Les transports de marchandises effectués au moyen de véhicules automobiles dont le poids total en charge (y compris celui des remorques) n’excède pas 6 t;

  • b)

    Les transports en transit;

  • c)

    Les transports de déménagement effectués par les entreprises disposant de personnel et de matériel spécialisé;

  • d)

    Les transports d’animaux, de matériel, d’oeuvres d’art, destinés à des manifestations sportives, culturelles ou à des expositions, congrès ou foires;

  • e)

    Les transports de matériel destiné à des émissions radiophoniques ou à des prises de vues pour la télévision ou le cinéma;

  • f)

    Les transports de denrées périssables par des engins spéciaux.

Article

9

Article

10

Article

11

Les autorisations et, le cas échéant, les comptes rendues de voyage sont retournés par les bénéficiaires au service qui les a délivrés, après utilisation, ou à l’expiration de leur période de validité, en cas de non utilisation.

III

Dispositions communes

Article

12

Les autorisations et déclarations doivent se trouver à bord des véhicules et être présentées à toute réquisition des autorités compétentes des deux Parties Contractantes.

Article

13

Les bénéficiaires des autorisations et leur personnel sont tenus à respecter la réglementation des transports et de la circulation routière en vigueur sur le territoire parcouru: les transports qu’ils exécutent doivent être conformes aux spécifications de l’autorisation.

Article

14

Article

15

Le régime fiscal des transports soumis au présent Accord sera réglé dans le Protocole prévu par l’article 19.

Article

16

Article

17

Article

18

Article

19

Les autorités compétentes des deux Parties Contractantes règlent les modalités d’application du présent Accord par un Protocole. La Commission Mixte prévue à l’article 18 du présent Accord est compétente pour modifier, en tant que de besoin, ledit Protocole.

Article

20

Le présent Accord ne s’appliquera qu’au territoire européen des deux Parties Contractantes.

Article

21

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Lisbonne, le 31 juillet 1972, en deux exemplaires originaux en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:

(s.) DUCO MIDDELBURG

Pour le Gouvernement de la République Portugaise:

(s.) RUI PATRÍCIO

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Portugese Republiek betreffende het internationaal wegvervoer

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Portugese Republiek,

Verlangende het vervoer van personen en goederen over de weg tussen de beide Staten, alsmede het transitovervoer over hun grondgebied te vergemakkelijken,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

I

Reizigersvervoer

Artikel

2

Alle reizigersvervoer tussen de beide landen of in transito over hun grondgebied, verricht met voertuigen met meer dan acht zitplaatsen, die van de bestuurder niet meegerekend, is aan een stelsel van vooraf te verlenen vergunningen onderworpen, met uitzondering van vervoer als bedoeld in artikel 3 van deze Overeenkomst.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De aanvragen om vergunning voor reizigersvervoer dat niet voldoet aan de in de artikelen 3 en 4 van deze Overeenkomst genoemde voorwaarden, dienen door de vervoerder te worden ingediend bij de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij door tussenkomst van de bevoegde autoriteit van de Overeenkomstsluitende Partij waar het voertuig is ingeschreven.

II

Goederenvervoer

Artikel

6

Wat het internationaal goederenvervoer betreft, zijn de bepalingen van deze Overeenkomst van toepassing op beroepsgoederenvervoer of op eigen vervoer van of naar het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen, verricht met in het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven motorvoertuigen, evenals op transitovervoer uitgevoerd over het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen door een motorvoertuig dat in het land van de andere Overeenkomstsluitende Partij is ingeschreven.

Artikel

7

Voor het verrichten van het vervoer van goederen op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen dienen de in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven voertuigen te zijn voorzien van een vergunning.

Van een vergunning is echter vrijgesteld:

  • a.

    ongeregeld vervoer van goederen naar en van luchthavens in geval van verlegging van de luchtdiensten;

  • b.

    vervoer van bagage met aanhangwagens gekoppeld aan voor reizigersvervoer bestemde voertuigen, evenals vervoer van bagage naar en van luchthavens met voertuigen van welke aard dan ook;

  • c.

    postvervoer;

  • d.

    vervoer van beschadigde voertuigen, evenals de binnenkomst van reparatie-, kraan- en sleepwagens;

  • e.

    het vervoer van faecaliën en van vuilnis;

  • f.

    vervoer van voor destructie bestemde dode dieren;

  • g.

    vervoer van bijen en pootvis;

  • h.

    begrafenisvervoer.

Artikel

8

Een vergunning, zij het zonder beperking in aantal, is vereist voor:

  • a.

    goederenvervoer met motorvoertuigen waarvan het beladen gewicht (met inbegrip van dat van de aanhangwagens) niet meer dan 6 t bedraagt;

  • b.

    transitovervoer;

  • c.

    verhuizingen uitgevoerd door ondernemingen die beschikken over gespecialiseerd personeel en materieel;

  • d.

    vervoer van dieren, materieel, kunstwerken, bestemd voor sportmanifestaties, culturele manifestaties of tentoonstellingen, congressen of jaarbeurzen;

  • e.

    vervoer van materieel ten behoeve van radiouitzendingen of film- en televisieopnamen;

  • f.

    vervoer van aan bederf onderhevige levensmiddelen met speciale voertuigen.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

De vergunningen en eventueel de vervoerverslagen dienen door de vergunninghouders aan de dienst die ze heeft afgegeven te worden geretourneerd na gebruik of, indien er geen gebruik van is gemaakt, na het verstrijken van de geldigheidsduur.

III

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel

12

De vergunningen en verklaringen dienen in de voertuigen aanwezig te zijn en op verzoek van de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen te worden getoond.

Artikel

13

De vergunninghouders en hun personeelsleden zijn gehouden de regelingen inzake vervoer en wegverkeer die van kracht zijn op het grondgebied waarover de rit voert, te eerbiedigen; het vervoer dat zij verrichten, dient te geschieden conform de omschrijvingen van de vergunning.

Artikel

14

Artikel

15

De fiscale voorschriften geldend voor vervoer in de zin van deze Overeenkomst, worden geregeld in het Protocol voorzien in artikel 19.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen regelen de wijzen van toepassing van deze Overeenkomst door middel van een Protocol. De in artikel 18 van deze Overeenkomst voorziene Gemengde Commissie is bevoegd dit Protocol zo nodig te wijzigen.

Artikel

20

Deze Overeenkomst is slechts van toepassing op het Europese grondgebied van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel

21

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Lissabon, op 31 juli 1972, in twee originele exemplaren in de Franse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) DUCO MIDDELBURG

Voor de Regering van de Portugese Republiek:

(w.g.) RUI PATRÍCIO