Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren

European Convention for the protection of animals kept for farming purposes

The member States of the Council of Europe signatory hereto,

Considering that it is desirable to adopt common provisions for the protection of animals kept for farming purposes, particularly in modern intensive stock-farming systems,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

General Principles

Article

1

This Convention shall apply to the keeping, care and housing of animals, and in particular to animals in modern intensive stock-farming systems. For the purposes of this Convention “animals” shall mean animals bred or kept for the production of food, wool, skin or fur or for other farming purposes, and “modern intensive stock-farming systems” shall mean systems which predominantly employ technical installations operated principally by means of automatic processes.

Article

2

Each Contracting Party shall give effect to the principles of animal welfare laid down in Articles 3 to 7 of this Convention.

Article

3

Animals shall be housed and provided with food, water and care in a manner which - having regard to their species and to their degree of development, adaptation domestication - is appropriate to their physiological and ethological needs in accordance with established experience and scientific knowledge.

Article

4

Article

5

The lighting, temperature, humidity, air circulation, ventilation, and other environmental conditions such as gas concentration or noise intensity in the place in which an animal is housed, shall - having regard to its species and to its degree of development, adaptation and domestication - conform to its physiological and ethological needs in accordance with established experience and scientific knowledge.

Article

6

No animal shall be provided with food or liquid in a manner, nor shall such food or liquid contain any substance, which may cause unnecessary suffering or injury.

Article

7

CHAPTER

II

Detailed Implementation

Article

8

Article

9

Article

10

The Standing Committee shall use its best endeavours to facilitate a friendly settlement of any difficulty which may arise between Contracting Parties concerning the implementation of this Convention.

Article

11

The Standing Committee may express an advisory opinion on any question concerning the protection of animals at the request of a Contracting Party.

Article

12

Each Contracting Party may appoint one or more bodies from which the Standing Committee may request information and advice to assist it in its work. Contracting Parties shall communicate to the Secretary General of the Council of Europe the names and addresses of such bodies.

Article

13

The Standing Committee shall submit to the Committee of Ministers of the Council of Europe, at the expiry of the third year after the entry into force of this Convention and of each further period of three years, a report on its work and on the functioning of the Convention, including if it deems it necessary proposals for amending the Convention.

CHAPTER

III

Final Provisions

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

Article

18

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any Contracting Party not a Member of the Council of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    any deposit of an instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 14 and 15 thereof;

  • d.

    any Recommendation of the kind referred to in paragraph 1 of Article 9 and the date on which it takes effect;

  • e.

    any notification received in pursuance of the provisions of paragraph 3 of Article 9;

  • f.

    any communication received in pursuance of the provisions of Article 12;

  • g.

    any declaration received in pursuance of the provisions of paragraphs 2 and 3 of Article 16;

  • h.

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 17 and the date on which denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 10th day of March 1976, in English and in French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Parties.

Europese Overeenkomst inzake de bescherming van landbouwhuisdieren

De Lid-Staten van de Raad van Europa, die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het wenselijk is gemeenschappelijke regelingen te treffen inzake de bescherming van landbouwhuisdieren, met name wat de moderne intensieve veehouderij betreft,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Algemene beginselen

Artikel

1

Deze Overeenkomst is van toepassing op het houden, verzorgen en onderbrengen van dieren, en wel in het bijzonder op dieren in de moderne intensieve veehouderij. Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder „dieren” dieren die worden gefokt of gehouden voor de produktie van voedingsmiddelen, wol, huiden of bont of voor andere agrarische doeleinden, en onder „moderne intensieve veehouderij” veehouderijsystemen waar hoofdzakelijk gebruik wordt gemaakt van technische installaties die voornamelijk functioneren door middel van geautomatiseerde processen.

Artikel

2

Iedere Overeenkomstsluitende Partij past de beginselen betreffende het welzijn der dieren toe, zoals deze zijn neergelegd in de artikelen 3 tot en met 7 van deze Overeenkomst.

Artikel

3

Alle dieren dienen te worden ondergebracht, verzorgd en voorzien van voer en water op een wijze die - gelet op de soort, het ontwikkelingsstadium en de mate van aanpassing en domesticatie - in overeenstemming is met hun fysiologische en ethologische behoeften, zoals de ervaring dat heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld.

Artikel

4

Artikel

5

De verlichting, de temperatuur, de luchtvochtigheid, de luchtcirculatie, de ventilatie en andere milieuomstandigheden, zoals gasconcentratie of geluidsintensiteit ter plaatse waar het dier is ondergebracht, dienen - gelet op de soort, het ontwikkelingsstadium en de mate van aanpassing en domesticatie - in overeenstemming te zijn met zijn fysiologische en ethologische behoeften, zoals de ervaring dat heeft geleerd en door de wetenschap is vastgesteld.

Artikel

6

Geen dier mag voer of vloeistof worden toegediend op een wijze waardoor onnodig lijden of letsel wordt veroorzaakt; ook mag dit voer of deze vloeistof geen stoffen bevatten die onnodig lijden of letsel kunnen veroorzaken.

Artikel

7

HOOFDSTUK

II

Gedetailleerde bepalingen betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

De Permanente Commissie doet al het mogelijke om de totstandkoming te bevorderen van een minnelijke schikking met betrekking tot enigerlei moeilijkheid betreffende de uitvoering van deze Overeenkomst, welke tussen de Overeenkomstsluitende Partijen mocht rijzen.

Artikel

11

De Permanente Commissie kan, op verzoek van een Overeenkomstsluitende Partij, advies uitbrengen over elk vraagstuk aangaande de bescherming van dieren.

Artikel

12

Iedere Overeenkomstsluitende Partij kan een of meer organen instellen, waaraan de Permanente Commissie kan verzoeken haar inlichtingen te verschaffen of haar van advies te dienen ten behoeve van haar werkzaamheden. De Overeenkomstsluitende Partijen delen de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa de namen en adressen van deze organen mede.

Artikel

13

Bij het verstrijken van het derde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst en na elke volgende periode van drie jaar dient de Permanente Commissie bij het Comité van Ministers van de Raad van Europa een verslag in over haar werkzaamheden en over de werking van de Overeenkomst, waaronder begrepen, indien zulks nodig wordt geacht, voorstellen tot wijziging van de Overeenkomst.

HOOFDSTUK

III

Slotbepalingen

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Staten die lid zijn van de Raad, en elke Overeenkomstsluitende Partij die geen lid is van de Raad, in kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig de artikelen 14 en 15 daarvan;

  • d.

    iedere in het eerste lid van artikel 9 bedoelde aanbeveling en de datum waarop deze van kracht wordt;

  • e.

    iedere in overeenstemming met het bepaalde in het derde lid van artikel 9 ontvangen kennisgeving;

  • f.

    iedere in overeenstemming met het bepaalde in artikel 12 ontvangen mededeling;

  • g.

    iedere in overeenstemming met het bepaalde in het tweede lid en het derde lid van artikel 16 ontvangen verklaring;

  • h.

    iedere in overeenstemming met het bepaalde in artikel 17 ontvangen kennisgeving en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg op 10 maart 1976, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa zal hiervan een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift doen toekomen aan elk der ondertekenende en toetredende Partijen.