Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand

Agreement on Economic Co-operation between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Kingdom of Thailand

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Kingdom of Thailand,

Desiring to strengthen their traditional ties of friendship, to extend and intensify their economic relations and to encourage investments on the basis of equality and for their mutual benefit,

Have agreed as follows:

Article

I

For the purposes of this Agreement, the term “nationals” includes:

  • a)

    a legal person constituted in accordance with the law of either Contracting Party in the territory of that Contracting Party, and

  • b)

    a legal person constituted in accordance with the law of either Contracting Party in the territory of that Contracting Party, in respect of which, because of its being controlled by a national of the other Contracting Party, permission has been granted or agreement by contract has been reached that it should be treated, for the purposes of the present Agreement, as a national of the latter Contracting Party.

Article

II

Article

III

Article

IV

Article

V

Article

VI

Nationals of either Contracting Party shall, as regards the protection of industrial property, enjoy in the territory of the other Contracting Party a protection not less favourable than that enjoyed by its own nationals, without prejudice to the rights provided by relevant international conventions binding the two Contracting Parties.

Article

VII

Article

VIII

Article

IX

Neither Contracting Party shall take any measures depriving, directly or indirectly, nationals of the other Contracting Party of their investments, goods, rights or interests, unless the following conditions are complied with:

  • a)

    the measures are taken for the public benefit and under due process of law;

  • b)

    the measures are not discriminatory; and

  • c)

    the measures are accompanied by provision for the payment of ompensation in accordance with international law. Such ompensation shall be made, and authorization for transfer shall be given, without undue delay to the country of which laimants are nationals and in the currency of that country. In case of tranfers of large amounts, such transfers may be permitted in reasonable amounts by instalments so as to prevent undue fluctuations of the exchange rates.

Article

X

The Contracting Party in the territory of which an investment approved by it has been made, in respect of which investment the other Contracting Party or a national thereof has granted any financial security against non-commercial risks, recognizes the subrogation of the grantor of that security into the rights of the investor as to damages if payment has been made under the security, and to the extent of that payment.

Article

XI

Article

XII

Article

XIII

As regards the Kingdom of the Netherlands, the present Agreement shall apply to the territory of the Kingdom in Europe, to Surinam and to the Netherlands Antilles.

Article

XIV

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned representatives, duly authorized thereto, have signed the present Agreement.

DONE at Bangkok this sixth day of June A.D. 1972 corresponding to B.E. 2515, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) W. THORN LEESON

Ambassador of the Netherlands

For the Government of the Kingdom of Thailand:

(sd.) CHARUN P. ISARANGKUN

Under-Secretary of State for Foreign Affairs

In charge of the Ministry of Foreign Affairs

Protocol

At the time of signing the Agreement on Economic Co-operation between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Kingdom of Thailand, the undersigned representatives, duly authorized thereto by their respective Governments, agree that any reference in the said Agreement to most-favoured nation treatment shall not apply to advantages which either Contracting Party is obliged to grant to nationals of a third state by virtue of an agreement establishing an economic union or of an interim agreement leading to the formation of such a union.

It is also agreed that the present Protocol shall be regarded as an integral part of the said Agreement.

DONE at Bangkok this sixth day of June A.D. 1972 corresponding to B.E. 2515, in duplicate, in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) W. THORN LEESON

Ambassador of the Netherlands

For the Government of the Kingdom of Thailand:

(sd.) CHARUN P. ISARANGKUN

Under-Secretary of State for Foreign Affairs

In charge of the Ministry of Foreign Affairs

Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand,

Verlangend hun traditionele vriendschapsbanden nauwer aan te halen, hun economische betrekkingen uit te breiden en te versterken en op basis van gelijkheid en tot hun wederzijds voordeel investeringen aan te moedigen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

I

Voor de toepassing van deze Overeenkomst omvat de term „onderdanen”:

  • a)

    een rechtspersoon die overeenkomstig de wet van een der Overeenkomstsluitende Partijen is opgericht op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij, en

  • b)

    een rechtspersoon die overeenkomstig de wet van een der Overeenkomstsluitende Partijen is opgericht op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij ten aanzien waarvan toestemming is verleend of bij contract is overeengekomen dat deze rechtspersoon voor de toepassing van deze Overeenkomst dient te worden behandeld als een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij, omdat een onderdaan van laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij in deze rechtspersoon een overwegend belang heeft.

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

Artikel

V

Artikel

VI

Onderdanen van een der Overeenkomstsluitende Partijen genieten, wat de bescherming van de industriële eigendom betreft, op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij een bescherming die niet minder gunstig is dan die welke haar eigen onderdanen genieten, zulks onverminderd de rechten waarin de desbetreffende internationale verdragen die beide Overeenkomstsluitende Partijen binden voorzien.

Artikel

VII

Artikel

VIII

Artikel

IX

Geen der Overeenkomstsluitende Partijen neemt maatregelen waardoor aan de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij direct of indirect hun investeringen, goederen, rechten of belangen worden ontnomen, tenzij aan de volgende voorwaarden wordt voldaan:

  • a)

    de maatregelen worden genomen in het openbaar belang en met inachtneming van een behoorlijke rechtsgang;

  • b)

    de maatregelen zijn niet discriminatoir; en

  • c)

    de maatregelen gaan vergezeld van een regeling voor de betaling van een rechtvaardige schadeloosstelling overeenkomstig het internationaal recht. Deze schadeloosstelling wordt uitgekeerd, en machtiging tot overmaking wordt verleend, zonder onnodige vertraging, naar het land waarvan de gerechtigden onderdaan zijn en in de valuta van dat land. In geval van overmaking van grote bedragen kan machtiging tot deze overmakingen worden verleend wanneer het betreft redelijke bedragen in termijnen, ten einde onnodige schommelingen in de wisselkoersen te voorkomen.

Artikel

X

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een door haar goedgekeurde investering is gedaan ten aanzien van welke investering de andere Overeenkomsluitende Partij of een onderdaan daarvan enige financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld in de rechten van de investeerder met betrekking tot schadevergoeding indien op grond van deze zekerheid betalingen zijn gedaan en wel ten belope van deze betaling.

Artikel

XI

Artikel

XII

Artikel

XIII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen.

Artikel

XIV

TEN BLIJKE WAARVAN de ondertekenende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Bangkok deze zesde dag van juni A.D. 1972, hetgeen overeenkomt met het jaar 2515 in de Boeddhistische jaartelling, in tweevoud, in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) W. THORN LEESON

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Regering van het Koninkrijk Thailand:

(w.g.) CHARUN P. ISARANGKUN

Vice-Minister van Buitenlandse Zaken

belast met het Ministerie van Buitenlandse Zaken

Protocol

Op het tijdstip van ondertekening van de Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Thailand komen de ondertekenende vertegenwoordigers, hiertoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, overeen dat elke verwijzing in genoemde Overeenkomst naar behandeling als meestbegunstigde natie niet van toepassing is op de voordelen die een der Overeenkomstsluitende Partijen verplicht is toe te kennen aan onderdanen van een derde Staat uit hoofde van een overeenkomst waarbij een economische unie wordt opgericht of van een interim-overeenkomst leidend tot de oprichting van een zodanige unie.

Voorts wordt overeengekomen dat dit Protocol zal worden beschouwd als een integrerend deel van genoemde Overeenkomst.

GEDAAN te Bangkok deze zesde dag van juni A.D. 1972, hetgeen overeenkomt met het jaar 2515 in de Boeddhistische jaartelling, in tweevoud, in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) W. THORN LEESON

Ambassadeur van het Koninkrijk der Nederlanden

Voor de Regering van het Koninkrijk Thailand:

(w.g.) CHARUN P. ISARANGKUN

Vice-Minister van Buitenlandse Zaken

belast met het Ministerie van Buitenlandse Zaken