Grensverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela

Grensverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Republiek Venezuela

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden

en

de President van de Republiek Venezuela,

Opnieuw bevestigende de hartelijke betrekkingen tussen Hun Staten, alsmede in het bijzonder de historische, sociale, economische en culturele banden tussen de volken van de Nederlandse Antillen en Venezuela,

Bezield door het voornemen om op een rechtvaardige en nauwkeurige wijze en op basis van beginselen van billijkheid, de zeegebieden met inbegrip van de daaronder gelegen zeebodem en ondergrond af te bakenen tussen de Nederlandse Antillen en Venezuela,

Overwegende dat het noodzakelijk is doelmatige maatregelen te treffen voor de instandhouding en het rationele gebruik van de bestaande hulpbronnen binnen de gebieden waar Zij onderscheidenlijk rechtsmacht uitoefenen,

Erkennende het vitale en historische belang dat Venezuela heeft bij de Golf van Venezuela en het geheel van fundamentele belangen waardoor de Golf wordt gekenmerkt, alsmede het belang van de doorvaart van en naar Venezuela,

Erkennende dat het voor de Nederlandse Antillen van essentieel belang is de middelen voor hun economische ontwikkeling te waarborgen,

Rekening houdende met de normen van het geldende internationale recht en met de ontwikkeling van het nieuwe zeerecht,

Hebben besloten dit Verdrag aan te gaan en hebben te dien einde tot Hun gevolmachtigden aangewezen:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

de Heer S. G. M. Rozendal, Minister-President van de Nederlandse Antillen,

Zijne Excellentie de President van de Republiek Venezuela:

de Heer S. A. Consalvi, Minister van Buitenlandse Zaken van de Republiek Venezuela,

Die, na hun in behoorlijke en goede vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

De zeegrenzen tussen de Nederlandse Antillen en Venezuela zijn:

  • 1.

    Sector A: tussen de westzijde van Aruba en Venezolaans grondgebied:

    • 1.1.

      – Beginnend vanaf het punt no. 3, op 12°21'00" noorderbreedte en 70°25'00" westerlengte, de meridiaan van 70°25'00" westerlengte tot het punt no. 2, op 12°49'00" noorderbreedte en 70°25'00" westerlengte;

    • 1.2.

      – van dit punt no. 2 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 1, op 15°24'48" noorderbreedte en 69°34'38" westerlengte, of tot het punt op deze grootcirkel dat wordt bereikt in de afbakening met derde Staten.

  • 2.

    Sector B: tussen de Benedenwindse Eilanden van de Nederlandse Antillen (Aruba, Bonaire, Curaçao) en de Noordkust van Venezuela:

    • 2.1.

      – Vanaf het punt no. 3, op 12º21'00" noorderbreedte en 70°25'00" westerlengte, de parallel 12°21'00" noorderbreedte tot het punt no. 4, op 12°21/00" noorderbreedte en 70°09'51" westerlengte;

    • 2.2.

      – van dit punt no. 4 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 5, op 12°21'54" noorderbreedte en 70°08'25" westerlengte;

    • 2.3.

      – van dit punt no. 5 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 6, op 12°15'46" noorderbreedte en 69°44'12" westerlengte;

    • 2.4.

      – van dit punt no. 6 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 7, op 11°52'45" noorderbreedte en 69°04'45" westerlengte;

    • 2.5.

      – van dit punt no. 7 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 8, op 11°45'30" noorderbreedte en 68°57'15" westerlengte;

    • 2.6.

      – van dit punt no. 8 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 9, op 11°44'30" noorderbreedte en 68°49'45" westerlengte;

    • 2.7.

      – van dit punt no. 9 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 10, op 11º40'00" noorderbreedte en 68°36'00" westerlengte;

    • 2.8.

      – van dit punt no. 10 de parallel van 11°40'00" noorderbreedte tot het punt no. 11, op 11°40'00" noorderbreedte en 67°59'23" westerlengte.

  • 3.

    Sector C: tussen Bonaire en Venezolaans grondgebied:

    • 3.1.

      – Vanaf het punt no. 11, op 11°40'00" noorderbreedte en 67°59'23" westerlengte, de meridiaan 67°59'23" westerlengte tot het punt no. 12, op 12°27'00" noorderbreedte en 67°59'23" westerlengte;

    • 3.2.

      – van dit punt no. 12 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 13, op 15°14'28" noorderbreedte en 68°51'44" westerlengte, of tot het punt op deze grootcirkel dat wordt bereikt in de afbakening met derde Staten.

  • 4.

    Sector D: tussen de eilanden Aves, Saba en St. Eustatius:

    • 4.1.

      – Vanaf het punt no. 15, op 16°40'50" noorderbreedte en 63°37'50" westerlengte, een boog van de grootcirkel tot het punt no. 14, op 16°44'49" noorderbreedte en 64°01‘08" westerlengte, of tot het punt op deze grootcirkel dat wordt bereikt in de afbakening met derde Staten;

    • 4.2.

      – van het punt no. 15 een boog van de grootcirkel tot het punt no. 16, op 16°40'01" noorderbreedte en 63°35'20" westerlengte, of tot het punt op deze grootcirkel dat wordt bereikt in de afbakening met derde Staten.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Indien eenzelfde geologische structuur of geologisch veld waarin mineralen, aardolie of aardgas voorkomen, zich over de grenslijn uitstrekt en het gedeelte van deze structuur of dit veld dat aan een zijde van de grenslijn is gelegen, geheel of ten dele van de andere zijde van de grenslijn af kan worden geëxploiteerd, streven de Hoge Verdragsluitende Partijen, na het inwinnen van advies op het daarvoor in aanmerking komende technische niveau, ernaar overeenstemming te bereiken zowel over de wijze waarop deze structuur of dit veld zo doelmatig mogelijk kan worden geëxploiteerd als over de wijze waarop de kosten en opbrengsten die daarmede verband houden zullen worden verdeeld.

Artikel

7

Indien een van de Hoge Verdragsluitende Partijen mocht besluiten binnen de afstand van een (1) zeemijl van de grenslijn boorwerkzaamheden voor exploratie of exploitatie uit te voeren of toe te staan, dient zij van deze werkzaamheden kennis te geven aan de andere Partij.

Artikel

8

Indien er een geschil mocht rijzen met betrekking tot de positie van een installatie of andere inrichting, dan wel van een drainagepunt van een boring, ten opzichte van de grenslijn, stellen de Hoge Verdragsluitende Partijen in onderling goedvinden vast aan welke zijde van de grenslijn de installatie of de andere inrichting, dan wel het drainagepunt van de boring, is gelegen.

Artikel

9

Behoudens het bepaalde in artikel 4, achtste lid, zal elke Hoge Verdragsluitende Partij de noodzakelijke maatregelen treffen teneinde het zeemilieu te beschermen tegen vervuiling in de zeegebieden waarop dit Verdrag betrekking heeft. Dientengevolge komen de Partijen overeen:

  • a.

    informatie te verschaffen aan de andere Partij over de wettelijke voorschriften en de opgedane ervaringen terzake van de bescherming van het zeemilieu;

  • b.

    informatie te verschaffen omtrent de autoriteiten die bevoegd zijn om kennis te nemen van en te beslissen over aangelegenheden betreffende vervuiling;

  • c.

    elkaar in te lichten omtrent elke aanwijzing terzake van reeds opgetreden, dreigende of potentiële vervuiling van ernstige aard ontstaan in het aangrenzend zeegebied;

  • d.

    zo spoedig mogelijk een gezamenlijk plan voor noodgevallen op te stellen teneinde handelend op te treden ingeval van vervuiling veroorzaakt door ernstige olielekkages of andere ongevallen van gelijke omvang in het gebied. In dit verband zullen de Partijen gezamenlijk maatregelen vaststellen gericht op het voorkomen of het ongedaan maken van voornoemde vervuiling en op het elkaar verlenen van mogelijke bijstand.

Artikel

10

Teneinde tot een doelmatige instandhouding en exploitatie te geraken van de levende rijkdommen in de wateren grenzend aan beide landen, komen de Hoge Verdragsluitende Partijen overeen, daar waar mogelijk, de wettelijke maatregelen en voorschriften te coördineren die elke Partij neemt.

Artikel

11

De Hoge Verdragsluitende Partijen komen overeen de totstandkoming van wetenschappelijke onderzoekingen van de zee te bevorderen.

Artikel

12

Artikel

13

TEN BLIJKE WAARVAN de voornoemde gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Willemstad, Curaçao, de 31ste maart van het jaar negentienhonderd achtenzeventig, in drie (3) gelijke exemplaren, elk in de Nederlandse en Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

(w.g.) S. G. M. ROZENDAL

Voor Zijne Excellentie de President van de Republiek Venezuela:

(w.g.) S. A. CONSALVI