Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake de handelsscheepvaart, met Protocol

Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Polish People’s Republic on Merchant Shipping

The Government of the Kingdom of the Netherlands and

The Government of the Polish People’s Republic,

In view of the long existing relations between the two countries in the field of merchant shipping,

Having in mind the Treaty on Commerce and Navigation concluded between the two countries on May 30, 1924, which contains a number of articles relating to merchant shipping, as well as international agreements which bind both Governments, such as the Convention on Facilitation in Maritime Traffic of April 9, 1965, and the General Agreement on Tariffs and Trade,

Desiring to further develop merchant shipping between their countries and to contribute on the basis of the principles of freedom and non-discrimination to the development of international shipping,

Have agreed as follows:

Article

1

For the purpose of the present Agreement the term “vessel of the Contracting Party” shall mean any seagoing vessel when used on commercial service, entered in a shipping register in the territory of that Party. The term shall not include fishing vessels and factory ships.

Article

2

The Contracting Parties shall in their mutual relations contribute in every respect to the freedom of merchant shipping and shall refrain from any actions which might cause harm to the normal development of international shipping.

Article

3

Article

4

Article

5

The Contracting Parties shall adopt, within the limits of their respective national laws and regulations, all appropriate measures to facilitate and expedite maritime traffic, to prevent unnecessary delays to vessels, and to expedite and simplify as much as possible the carrying out of customs and other formalities applicable in ports.

Article

6

Article

7

Article

8

The Contracting Parties shall, within the limits of their respective legislation, continue their efforts to maintain and to develop an effective working relationship between the authorities responsible for maritime transport in their countries.

In particular, the Contracting Parties agree to foster mutual consultation and the exchange of information between the government departments responsible for maritime affairs in their countries and to encourage the development of contacts between their shipping companies.

Article

9

Article

10

IN WITNESS WHEREOF the Undersigned duly authorized thereto have signed and sealed this Agreement.

DONE at The Hague on May 21, 1971, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) H. J. DE KOSTER

For the Government of the Polish People’s Republic

(sd.) S. PERKOWICZ

Protocol

At the signing of the Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Polish People’s Republic on Merchant Shipping, the Undersigned have agreed upon the following:

it is understood that merchant marine training vessels of the one Contracting Party will be accorded by the other Contracting Party a treatment not less favourable than that accorded to vessels referred to in Article 1 of the aforementioned Agreement.

This Protocol shall form an integral part of the Agreement.

IN WITNESS WHEREOF the Undersigned duly authorized thereto have signed this Protocol.

DONE at The Hague on May 21, 1971, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) H. J. DE KOSTER

For the Government of the Polish People’s Republic

(sd.) S. PERKOWICZ

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake de handelsscheepvaart

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen,

Gelet op de reeds lang bestaande betrekkingen tussen de beide landen op het gebied van de handelsscheepvaart,

Gedachtig aan het Verdrag van Handel en Scheepvaart, gesloten tussen de beide landen op 30 mei 1924, hetwelk een aantal artikelen betreffende de handelsscheepvaart bevat, alsmede aan internationale overeenkomsten die beide Regeringen binden, zoals het Verdrag inzake het vergemakkelijken van het internationale verkeer ter zee van 9 april 1965 en de Algemene Overeenkomst inzake Tarieven en Handel,

Verlangende de handelsscheepvaart tussen hun landen verder te ontwikkelen en bij te dragen tot de ontwikkeling van de internationale scheepvaart op basis der beginselen van vrijheid en gelijke behandeling,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

In deze Overeenkomst betekent de uitdrukking „schip van de Overeenkomstsluitende Partij”, elk zeeschip dat wordt gebruikt voor commerciële doeleinden en dat is ingeschreven in een scheepsregister op het grondgebied van die Partij. Onder de uitdrukking wordt niet verstaan vissersschepen en fabrieksschepen.

Artikel

2

In hun onderlinge betrekkingen dragen de Overeenkomstsluitende Partijen in alle opzichten bij tot de vrijheid van de handelsscheepvaart en onthouden zich van alle handelingen die een normale ontwikkeling van de internationale scheepvaart zouden kunnen schaden.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

De Overeenkomstsluitende Partijen nemen, binnen de grenzen van hun onderscheiden nationale wettelijke regelen en voorschriften, alle passende maatregelen om het vervoer over zee te vergemakkelijken en te bespoedigen, onnodig oponthoud van schepen te voorkomen en de afwikkeling van douaneformaliteiten en andere formaliteiten die in de havens moeten worden vervuld, zoveel mogelijk te bespoedigen en te vereenvoudigen.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Overeenkomstsluitende Partijen blijven zich, binnen de grenzen gesteld door hun onderscheiden wetgevingen, inspannen doeltreffende zakelijke betrekkingen tussen de overheidsinstanties die in hun landen verantwoordelijk zijn voor vervoer over zee in stand te houden en te bevorderen.

In het bijzonder komen de Overeenkomstsluitende Partijen overeen onderling overleg en de uitwisseling van gegevens tussen de overheidsinstanties die in hun landen verantwoordelijk zijn voor maritieme aangelegenheden te bevorderen en het leggen van contacten tussen hun scheepvaartondernemingen aan te moedigen.

Artikel

9

Artikel

10

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend en er hun zegel aan hebben gehecht.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 21ste mei 1971, in tweevoud in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. J. DE KOSTER

Voor de Regering van de Volksrepubliek Polen,

(w.g.) S. PERKOWICZ

Protocol

Ter gelegenheid van de ondertekening van de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Volksrepubliek Polen inzake de handelsscheepvaart, hebben ondergetekenden overeenstemming bereikt inzake het volgende:

Aan opleidingsschepen voor de handelsscheepvaart van een der Overeenkomstsluitende Partijen kent de andere Overeenkomstsluitende Partij een behandeling toe niet ongunstiger dan die, toegekend aan in het eerste artikel van de genoemde Overeenkomst bedoelde schepen.

Dit Protocol vormt een integrerend deel van de Overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 21ste mei 1971, in tweevoud in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) H. J. DE KOSTER

Voor de Regering van de Volksrepubliek Polen,

(w.g.) S. PERKOWICZ