Notawisseling tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland houdende een overeenkomst inzake de stationering van Duitse militairen bij het EUROCONTROL-verkeersleidingscentrum te Beek

Nr.

I

BOTSCHAFT

DER BUNDESREPUBLIK DEUTSCHLAND

DEN HAAG

RK 514.18

Die Botschaft der Bundesrepublik Deutschland beehrt sich, dem Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten - unter Bezugnahme auf den Beschluss vom 18. November 1970 der Ständigen Kommission zur Sicherung der Luftfahrt, die gemäss dem am 13. Dezember 1960 in Brüssel geschlossenen Internationalen Übereinkommen über Zusammenarbeit zur Sicherung der Luftfahrt (EUROCONTROL) nebst Anlagen und Zeichnungsprotokoll eingesetzt wurde - namens der Regierung der Bundesrepublik Deutschland den Abschluss folgender Vereinbarung auf der Grundlage von Artikel 2 des am 17. Januar 1963 in Den Haag geschlossenen Abkommens zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und der Regierung des Königreichs der Niederlande über die Stationierung militärischer Einheiten der Bundesrepublik Deutschland in den Niederlanden vorzuschlagen:

Artikel

1

Für die Geltungsdauer dieser Vereinbarung gestattet die Regierung des Königreichs der Niederlande der Regierung der Bundesrepublik Deutschland auf dem der Europäischen Organisation zur Sicherung der Luftfahrt (EUROCONTROL) in der Gemeinde Beek zur Verfügung gestellten Gelände die Stationierung von höchstens 250 Mann der Bundeswehr, die eingesetzt werden, um Flugsicherungsdienste für den militärischen Luftverkehr der Nordatlantikvertrags-Organisation und ihrer Mitgliedstaaten im nördlichen Teil der Bundesrepublik Deutschland durchzuführen.

Artikel

2

Die mit der Stationierung verbundenen finanziellen Aufwendungen werden grundsätzlich von der Bundesrepublik Deutschland getragen. Einzelheiten der finanziellen Verantwortlichkeit und der Erstattung des Restwerts der durch die Bundesrepublik Deutschland für die Stationierung finanzierten Baumassnahmen werden in der in Artikel 3 dieser Vereinbarung vorgesehenen Technischen Vereinbarung geregelt.

Artikel

3

Zur Ausführung der Bestimmungen dieser Vereinbarung schliessen die zuständigen Minister beider Vertragsparteien eine Technische Vereinbarung.

Artikel

4

Falls die Regierung des Königreichs der Niederlande mit den in den Artikeln 1 bis 4 enthaltenen Vorschlägen einverstanden ist, beehrt sich die Botschaft vorzuschlagen, dass diese Note und die entsprechende Antwortnote des Ministeriums eine Vereinbarung zwischen der Regierung der Bundesrepublik Deutschland und der Regierung des Königreichs der Niederlande bilden, die an dem Tag in Kraft tritt, an dem die Regierung des Königreichs der Niederlande der Regierung der Bundesrepublik Deutschland mitteilt, dass den im Königreich geltenden verfassungsrechtlichen Erfordernissen genügt ist.

Die Botschaft benutzt diesen Anlass, das Ministerium der Auswärtigen Angelegenheiten erneut ihrer ausgezeichneten Hochachtung zu versichern.

Den Haag, den 21. März 1978.

An das

Ministerium der

Auswärtigen Angelegenheiten

Den Haag

Nr.

II

Directie Verdragen

DVE/VV-NA 1902

's-Gravenhage, 17 april 1978.

Het Ministerie van Buitenlandse Zaken biedt de Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland zijn complimenten aan en heeft de eer de ontvangst te bevestigen van de nota-verbaal van de Ambassade van 21 maart 1978, kenmerk RK 514.18 waarvan de tekst in de Nederlandse taal als volgt luidt:

„De Ambassade van de Bondsrepubliek Duitsland heeft de eer het Ministerie van Buitenlandse Zaken, onder verwijzing naar het besluit van 18 november 1970 van de Permanente Commissie voor de veiligheid van de luchtvaart, ingesteld krachtens het op 13 december 1960 te Brussel gesloten Internationaal Verdrag tot samenwerking in het belang van de veiligheid van de luchtvaart (EUROCONTROL), met Bijlagen en Protocol van ondertekening, namens de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland op grond van artikel 2 van de op 17 januari 1963 te 's-Gravenhage gesloten Overeenkomst tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden nopens de stationering van militaire eenheden van de Bondsrepubliek Duitsland in Nederland, het sluiten van de volgende Overeenkomst voor te stellen:

Artikel

1

Voor de duur van deze Overeenkomst verleent de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden toestemming aan de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, op het aan de Europese Organisatie voor de veiligheid van de luchtvaart (EUROCONTROL) in de gemeente Beek ter beschikking gestelde terrein ten hoogste 250 man van de „Bundeswehr” te legeren, die dienst zullen verrichten voor de beveiliging van het militaire luchtverkeer van de Noordatlantische Verdragsorganisatie en haar Lid-Staten in het noordelijk deel van de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel

2

De aan deze legering verbonden kosten worden in beginsel door de Bondsrepubliek Duitsland gedragen. Bijzonderheden inzake de financiële verplichtingen en inzake de vergoeding van de restwaarde van de door de Bondsrepubliek Duitsland voor de legering gefinancierde onroerende goederen worden geregeld in het in artikel 3 van deze Overeenkomst bedoelde technische akkoord.

Artikel

3

Ter uitvoering van de bepalingen van deze Overeenkomst sluiten de bevoegde ministers van de beide Overeenkomstsluitende Partijen een technisch akkoord.

Artikel

4

Indien de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden instemt met het in de artikelen 1 tot en met 4 voorgestelde, heeft de Ambassade de eer, voor te stellen dat deze nota en de desbetreffende antwoordnota van het Ministerie een overeenkomst tussen de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland en de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden vormen, die in werking treedt op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland heeft medegedeeld dat aan de in het Koninkrijk geldende constitutionele vereisten is voldaan.”

Het Ministerie heeft de eer mede te delen, dat de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden instemt met de in de nota vervatte voorstellen en dat zij die nota en deze antwoordnota beschouwt als een Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, welke Overeenkomst in werking treedt op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland heeft medegedeeld dat aan de in het Koninkrijk geldende constitutionele vereisten is voldaan.

Aan de Ambassade van de

Bondsrepubliek Duitsland

te

's-Gravenhage