Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart

Convention for the suppression of unlawful acts against the safety of civil aviation

The States Parties to this Convention

Considering that unlawful acts against the safety of civil aviation jeopardize the safety of persons and property, seriously affect the operation of air services, and undermine the confidence of the peoples of the world in the safety of civil aviation;

Considering that the occurrence of such acts is a matter of grave concern;

Considering that, for the purpose of deterring such acts, there is an urgent need to provide appropriate measures for punishment of offenders;

Have agreed as follows:

Article

1

Article

2

For the purposes of this Convention:

  • (a)

    an aircraft is considered to be in flight at any time from the moment when all its external doors are closed following embarkation until the moment when any such door is opened for disembarkation; in the case of a forced landing, the flight shall be deemed to continue until the competent authorities take over the responsibility for the aircraft and for persons and property on board;

  • (b)

    an aircraft is considered to be in service from the beginning of the preflight preparation of the aircraft by ground personnel or by the crew for a specific flight until twenty-four hours after any landing; the period of service shall, in any event, extend for the entire period during which the aircraft is in flight as defined in paragraph (a) of this Article.

Article

3

Each Contracting State undertakes to make the offences mentioned in Article 1 punishable by severe penalties.

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

The Contracting State in the territory of which the alleged offender is found shall, if it does not extradite him, be obliged, without exception whatsoever and whether or not the offence was committed in its territory, to submit the case to its competent authorities for the purpose of prosecution. Those authorities shall take their decision in the same manner as in the case of any ordinary offence of a serious nature under the law of that State.

Article

8

Article

9

The Contracting States which establish joint air transport operating organizations or international operating agencies, which operate aircraft which are subject to joint or international registration shall, by appropriate means, designate for each aircraft the State among them which shall exercise the jurisdiction and have the attributes of the State of registration for the purpose of this Convention and shall give notice thereof to the International Civil Aviation Organization which shall communicate the notice to all States Parties to this Convention.

Article

10

Article

11

Article

12

Any Contracting State having reason to believe that one of the offences mentioned in Article 1 will be committed shall, in accordance with its national law, furnish any relevant information in its possession to those States which it believes would be the States mentioned in Article 5, paragraph 1.

Article

13

Each Contracting State shall in accordance with its national law report to the Council of the International Civil Aviation Organization as promptly as possible any relevant information in its possession concerning:

  • (a)

    the circumstances of the offence;

  • (b)

    the action taken pursuant to Article 10, paragraph 2;

  • (c)

    the measures taken in relation to the offender or the alleged offender and, in particular, the results of any extradition proceedings or other legal proceedings.

Article

14

Article

15

Article

16

IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their Governments, have signed this Convention.

DONE at Montreal, this twenty-third day of September, one thousand nine hundred and seventy-one, in three originals, each being drawn up in four authentic texts in the English, French, Russian and Spanish languages.

Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart

De Staten die Partij zijn bij dit Verdrag,

Overwegende dat wederrechtelijke gedragingen gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart de veiligheid van personen en goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtdiensten ernstig aantasten en het vertrouwen dat de volkeren der wereld stellen in de veiligheid der burgerluchtvaart ondermijnen,

Overwegende dat zodanige gedragingen hen ernstig verontrusten,

Overwegende dat, ten einde zodanige gedragingen te voorkomen, er dringende behoefte bestaat aan passende maatregelen ter bestraffing van de daders;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

In dit Verdrag:

  • a.

    wordt een luchtvaartuig geacht in vlucht te zijn van het moment af waarop alle buitendeuren, na het instappen, zijn gesloten tot het moment waarop een der deuren wordt geopend voor het uitstappen. In geval van een noodlanding wordt de vlucht geacht voort te duren totdat de bevoegde autoriteiten de verantwoordelijkheid voor het luchtvaartuig en voor de personen en goederen aan boord overnemen;

  • b.

    wordt een luchtvaartuig geacht in gebruik te zijn van het begin van het aan de vlucht voorafgaande gereedmaken van het luchtvaartuig door grondpersoneel of door de bemanning voor een bepaalde vlucht tot vierentwintig uur na een landing; de periode van gebruik strekt zich in elk geval uit tot de gehele periode tijdens welke het luchtvaartuig in vlucht is zoals omschreven onder letter a van dit artikel.

Artikel

3

Elke Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe zware straffen te stellen op de in artikel 1 genoemde strafbare feiten.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de vermoedelijke dader wordt aangetroffen is, indien hij hem niet uitlevert, ongeacht of het strafbare feit gepleegd is op zijn grondgebied, in alle gevallen verplicht de zaak voor vervolging aan zijn bevoegde autoriteiten over te dragen. Deze autoriteiten nemen hun beslissing op dezelfde wijze als in geval van een gewoon strafbaar feit van ernstige aard krachtens de wet van die Staat.

Artikel

8

Artikel

9

De Verdragsluitende Staten die voor het luchtvervoer gemeenschappelijke exploitatie-organisaties of internationale exploitatie-organisaties oprichten, die gebruik maken van luchtvaartuigen die onderworpen zijn aan gemeenschappelijke of internationale inschrijving, wijzen op passende wijze voor elk luchtvaartuig een Staat uit hun midden aan die rechtsmacht bezit en voor de toepassing van dit Verdrag de bevoegdheden heeft van de Staat waar dat luchtvaartuig staat ingeschreven. Zij doen daarvan mededeling aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie, die alle Staten die Partij zijn bij dit Verdrag kennis geeft van deze mededeling.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Een Verdragsluitende Staat die reden heeft te veronderstellen dat een van de strafbare feiten genoemd in artikel 1 zal worden gepleegd, brengt, overeenkomstig zijn nationale wet, alle desbetreffende in zijn bezit zijnde gegevens ter kennis van die Staten die naar hij meent de in artikel 5, eerste lid, genoemde Staten zijn.

Artikel

13

Elke Verdragsluitende Staat doet overeenkomstig zijn nationale wetgeving de Raad van de Internationale Burgerlucht vaartorganisatie zo spoedig mogelijk mededeling van elke ter zake doende informatie betreffende:

  • a.

    het strafbare feit en de omstandigheden waaronder het is gepleegd;

  • b.

    de maatregelen die ingevolge artikel 10, tweede lid, zijn genomen;

  • c.

    de maatregelen genomen ten aanzien van de dader of de vermoedelijke dader, en in het bijzonder de resultaten van elke uitleveringsprocedure of elke andere gerechtelijke procedure.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

TEN BLIJKE WAARVAN de ondertekenende gevolmachtigden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Montreal, de 23ste september negentienhonderd eenenzeventig, in drie oorspronkelijke exemplaren, elk opgemaakt in vier authentieke teksten in de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse taal.