Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België over de terbeschikkingstelling van een penitentiaire inrichting in Nederland ten behoeve van de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen

Het Koninkrijk der Nederlanden,

en

het Koninkrijk België,

Overwegende, dat tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België op het terrein van het strafrecht, bilateraal, in Benelux- en in Europees verband een intensieve samenwerking bestaat;

Overwegende, dat de tenuitvoerlegging van bij veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen door beide landen essentieel wordt geacht voor het functioneren van de rechtsstaat;

Overwegende, dat de toestand van de overbevolking in de Belgische penitentiaire inrichtingen noodzaakt tot het voorzien in overbruggingscapaciteit van tijdelijke duur, zodat een humane opvang van gedetineerden bij de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidsstraffen mogelijk blijft;

Overwegende, dat als gevolg van de huidige penitentiaire capaciteit van Nederland de tenuitvoerlegging van bij Belgische veroordelingen opgelegde vrijheidstraffen in een penitentiaire inrichting in Nederland kan worden bewerkstelligd;

Overwegende, dat de toepassing van dit verdrag wordt beheerst door deze omstandigheden;

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel

1

Definities

Voor de toepassing van dit verdrag wordt verstaan onder:

  • a.

    zendstaat: het Koninkrijk België;

  • b.

    ontvangststaat: het Koninkrijk der Nederlanden;

  • c.

    aangewezen autoriteit van de zendstaat: het directoraat-generaal Penitentiaire Inrichtingen van de Federale Overheidsdienst Justitie;

  • d.

    aangewezen autoriteit van de ontvangststaat: de Dienst Justitiële Inrichtingen van het ministerie van Justitie;

  • e.

    penitentiaire inrichting: de penitentiaire inrichting te Tilburg in de ontvangststaat, die naar het recht van de zendstaat fungeert als een bijhuis van de strafinrichting te Wortel;

  • f.

    directeur: de door de aangewezen autoriteit van de zendstaat aangestelde directeur van de penitentiaire inrichting;

  • g.

    Belgische veroordeling: een naar het recht van de zendstaat gewezen vonnis of arrest waarbij een persoon is veroordeeld tot een vrijheidsstraf en dat in kracht van gewijsde is getreden en voor tenuitvoerlegging vatbaar is;

  • h.

    gedetineerde: een persoon van het mannelijke geslacht aan wie krachtens een Belgische veroordeling de vrijheid is ontnomen met het oog op de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde vrijheidsstraf.

Artikel

2

Doel

Dit verdrag strekt ertoe de tenuitvoerlegging van Belgische veroordelingen in de penitentiaire inrichting te bewerkstelligen en bevat de daarvoor noodzakelijke voorwaarden en regelingen.

Artikel

3

Wederzijdse verplichtingen

Artikel

4

Toepasselijk recht

Artikel

5

Privacybescherming

Persoonsgegevens die voor de toepassing van dit verdrag worden verstrekt, mogen slechts worden gebruikt voor het doel van dit verdrag, bedoeld in artikel 2

Artikel

6

Algemene bevoegdheden en verantwoordelijkheden directeur

HOOFDSTUK

II

BEPALINGEN BETREFFENDE DE TENUITVOERLEGGING

Artikel

7

Plaatsing van gedetineerden

Artikel

8

Modaliteiten van tenuitvoerlegging

Een beslissing van de Minister van Justitie van de zendstaat, een strafuitvoeringsrechter of een strafuitvoeringsrechtbank van die staat op grond waarvan de gedetineerde de penitentiaire inrichting al dan niet tijdelijk mag verlaten, wordt nimmer ten uitvoer gelegd op het grondgebied van de ontvangststaat. De gedetineerde wordt eerst overgebracht naar het grondgebied van de zendstaat alvorens de beslissing ten uitvoer wordt gelegd.

Artikel

9

Klachten en rechtsvorderingen van gedetineerden

Artikel

10

Medische zorg buiten de penitentiaire inrichting

Artikel

11

Vervoer gedetineerden

Artikel

12

Ontvluchting

In geval van ontvluchting uit de penitentiaire inrichting of onttrekking aan het toezicht tijdens het vervoer stelt de directeur, de politie te Tilburg, de aangewezen autoriteit van de ontvangststaat, de politie te Hoogstraten en de Procureur des Konings van het arrondissement Turnhout daarvan onmiddellijk in kennis, onder vermelding van de identiteit van de betrokkene en andere relevante gegevens.

Artikel

13

Overlijden

Artikel

14

Beveiliging van de penitentiaire inrichting

De bevoegde autoriteiten van de ontvangststaat zijn verantwoordelijk voor handhaving van de openbare orde en veiligheid buiten de penitentiaire inrichting. Zij treffen de maatregelen die noodzakelijk zijn voor het ongestoord functioneren van de penitentiaire inrichting en, in voorkomend geval, ter voorkoming van de verstoring van de openbare orde in de onmiddellijke omgeving van de penitentiaire inrichting.

HOOFDSTUK

III

STRAFRECHTELIJKE BEPALINGEN

Artikel

15

Strafbare feiten in de penitentiaire inrichting

Artikel

16

Strafrechtelijke samenwerking met het oog op onvrijwillige terugkeer in detentie

Artikel

17

Strafrechtelijk onderzoek wegens andere feiten

Artikel

18

Strafrechtelijk optreden op verzoek van derde staten

HOOFDSTUK

IV

BEPALINGEN BETREFFENDE DE ONSCHENDBAARHEID EN IMMUNITEITEN

Artikel

19

Het terrein van de penitentiaire inrichting

Artikel

20

Archieven

Ongeacht waar deze zich bevinden zijn alle dossiers, documenten en overige gegevensdragers van de zendstaat die de directeur of het personeel in het kader van de taakuitoefening ingevolge dit verdrag bezit of onder zich heeft, onschendbaar.

Artikel

21

Bezittingen, fondsen en overige eigendommen

Ongeacht waar deze zich bevinden zijn het meubilair en andere in de penitentiaire inrichting aanwezige voorwerpen, de fondsen, alsmede de vervoermiddelen van de zendstaat gevrijwaard tegen onderzoek, vordering, beslaglegging of executoriale maatregelen.

Artikel

22

Immuniteit van de directeur

Artikel

23

Nadere bepalingen inzake onschendbaarheid en immuniteit

De bepalingen inzake onschendbaarheid en immuniteit vinden geen toepassing:

  • a.

    in de gevallen waarin op basis van dit verdrag het strafrecht van de ontvangststaat van toepassing is;

  • b.

    in geval van een verkeersovertreding, of in geval van schade veroorzaakt door een motorvoertuig dat de zendstaat of de directeur toebehoort of dat door de directeur wordt bestuurd.

HOOFDSTUK

V

SLOTBEPALINGEN

Artikel

24

Looptijd terbeschikkingstelling en gebruik van de penitentiaire inrichting

Artikel

25

Kosten

De kosten van de tenuitvoerlegging van Belgische veroordelingen in de penitentiaire inrichting, alsmede van het beveiligd vervoer van gedetineerden en van aan gedetineerden buiten de penitentiaire inrichting verleende medische zorg, zoals hierna uitgewerkt in de artikelen 26 tot en met 28, worden, met inachtneming van het bepaalde in artikel 29, door de zendstaat vergoed aan de ontvangststaat. Kosten van de beveiliging van de penitentiaire inrichting als bedoeld in artikel 14 blijven ten laste van de ontvangststaat.

Artikel

26

Vergoeding voor de terbeschikkingstelling van de penitentiaire inrichting

Artikel

27

Vergoedingen voor beveiligd vervoer van gedetineerden

De vergoeding voor het beveiligd vervoer is verschuldigd per opgenomen prestatie. Een prestatie houdt een rit in heen en terug tussen de penitentiaire inrichting en de strafinrichting te Wortel. De kosten per prestatie bedragen € 455,--.

Artikel

28

Vergoedingen voor medische zorg verleend buiten de penitentiaire inrichting

De vergoeding van de kosten voor de medische zorg, verleend buiten de penitentiaire inrichting maar op het grondgebied van de ontvangststaat, vindt plaats per prestatie op basis van een facturatie opgesteld volgens de dienaangaande binnen de ontvangststaat geldende voorschriften.

Artikel

29

Indexering

Artikel

30

Aanvullende afspraken

Met het oog op de praktische toepassing van het verdrag kunnen tussen vertegenwoordigers van de zendstaat en ontvangstaat, die bij de uitvoering van het verdrag zijn betrokken, aanvullende afspraken worden gemaakt.

Artikel

31

Territoriale werking

Ten aanzien van het Koninkrijk der Nederlanden geldt dit verdrag alleen voor Nederland.

Artikel

32

Consultaties en geschillenbeslechting

Artikel

33

Inwerkingtreding en beëindiging

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd, dit verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Tilburg, op 31 oktober 2009, in tweevoud, in de Nederlandse en Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

N. ALBAYRAK

Voor het Koninkrijk België,

S. DE CLERCK