Verdrag inzake de permanente neutraliteit en exploitatie van het Panamakanaal

Treaty concerning the permanent neutrality and operation of the Panama Canal

The United States of America and the Republic of Panama have agreed upon the following:

Article

I

The Republic of Panama declares that the Canal, as an international transit waterway, shall be permanently neutral in accordance with the regime established in this Treaty. The same regime of neutrality shall apply to any other international waterway that may be built either partially or wholly in the territory of the Republic of Panama.

Article

II

The Republic of Panama declares the neutrality of the Canal in order that both in time of peace and in time of war it shall remain secure and open to peaceful transit by the vessels of all nations on terms of entire equality, so that there will be no discrimination against any nation, or its citizens or subjects, concerning the conditions or charges of transit, or for any other reason, and so that the Canal, and therefore the Isthmus of Panama, shall not be the target of reprisals in any armed conflict between other nations of the world. The foregoing shall be subject to the following requirements:

  • (a)

    Payment of tolls and other charges for transit and ancillary services, provided they have been fixed in conformity with the provisions of Article III (c);

  • (b)

    Compliance with applicable rules and regulations, provided such rules and regulations are applied in conformity with the provisions of Article III;

  • (c)

    The requirement that transiting vessels commit no acts of hostility while in the Canal; and

  • (d)

    Such other conditions and restrictions as are established by this Treaty.

Article

III

Article

IV

The United States of America and the Republic of Panama agree to maintain the regime of neutrality established in this Treaty, which shall be maintained in order that the Canal shall remain permanently neutral, notwithstanding the termination of any other treaties entered into by the two Contracting Parties.

Article

V

After the termination of the Panama Canal Treaty, only the Republic of Panama shall operate the Canal and maintain military forces, defense sites and military installations within its national territory.

Article

VI

Article

VII

Article

VIII

This Treaty shall be subject to ratification in accordance with the constitutional procedures of the two Parties. The instruments of ratification of this Treaty shall be exchanged at Panama at the same time as the instruments of ratification of the Panama Canal Treaty, signed this date, are exchanged. This Treaty shall enter into force, simultaneously with the Panama Canal Treaty, six calendar months from the date of the exchange of the instruments of ratification.

DONE at Washington, this 7th day of September, 1977, in duplicate, in the English and Spanish languages, both texts being equally authentic.

For the United States of America:

(sd.) JIMMY CARTER

President of the United States of America

For the Republic of Panama:

(sd.) O. TORRIJOS HERRERA

Head of Government of the Republic of Panama

ANNEX

A

  • 1.

    “Canal” includes the existing Panama Canal, the entrances thereto and the territorial seas of the Republic of Panama adjacent thereto, as defined on the map annexed hereto (Annex B), and any other inter-oceanic waterway in which the United States of America is a participant or in which the United States of America has participated in connection with the construction or financing, that may be operated wholly or partially within the territory of the Republic of Panama, the entrances thereto and the territorial seas adjacent thereto.

  • 2.

    “Vessel of war” means a ship belonging to the naval forces of a State, and bearing the external marks distinguishing warships of its nationality, under the command of an officer duly commissioned by the government and whose name appears in the Navy List, and manned by a crew which is under regular naval discipline.

  • 3.

    “Auxiliary vessel” means any ship, not a vessel of war, that is owned or operated by a State and used, for the time being, exclusively on government non-commercial service.

  • 4.

    “Internal operation” encompasses all machinery and propulsion systems, as well as the management and control of the vessel, including its crew. It does not include the measures necessary to transit vessels under the control of pilots while such vessels are in the Canal.

  • 5.

    “Armament” means arms, ammunitions, implements of war and other equipment of a vessel which possesses characteristics appropriate for use for warlike purposes.

  • 6.

    “Inspection” includes on-board examination of vessel structure, cargo, armament and internal operation. It does not include those measures strictly necessary for admeasurement, nor those measures strictly necessary to assure safe, sanitary transit and navigation, including examination of deck and visual navigation equipment, nor in the case of live cargoes, such as cattle or other livestock, that may carry communicable diseases, those measures necessary to assure that health and sanitation requirements are satisfied.

ANNEX

B

Verdrag inzake de permanente neutraliteit en exploitatie van het Panamakanaal

De Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Panama zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

I

De Republiek Panama verklaart dat het Kanaal, als een internationale waterweg voor het doorgaand verkeer, permanent neutraal blijft, overeenkomstig het in dit Verdrag neergelegde regime. Dit neutraliteitsregime geldt voor iedere andere internationale waterweg die geheel of gedeeltelijk op het grondgebied van de Republiek Panama wordt gegraven.

Artikel

II

De Republiek Panama verklaart dat het Kanaal neutraal is, opdat het zowel in vredes- als in oorlogstijd gewaarborgd is en open blijft voor de vreedzame doorvaart van schepen van alle naties op grond van volledige gelijkheid, en er derhalve geen onderscheid gemaakt zal worden tussen de naties, hun staatsburgers of onderdanen met betrekking tot de voorwaarden of kosten in verband met het doorgaand vervoer, of om enige andere reden, en opdat het Kanaal en daardoor de landengte van Panama evenmin het doelwit wordt van vergeldingsmaatregelen in enig gewapend conflit tussen andere naties van de wereld. Hetgeen hierboven gesteld is, is onderworpen aan de volgende vereisten:

  • (a)

    betaling van tol en andere kosten voor het doorgaand vervoer en ondersteunende diensten, mits deze overeenkomstig de bepalingen van artikel III (c) zijn vastgesteld;

  • (b)

    nakoming van geldende regels en voorschriften, mits deze regels en voorschriften worden toegepast overeenkomstig de bepalingen van artikel III;

  • (c)

    het vereiste dat doorvarende schepen in het Kanaal geen vijandige handelingen verrichten; en

  • (d)

    inachtneming van de overige in dit Verdrag vastgestelde voorwaarden en beperkingen.

Artikel

III

Artikel

IV

De Verenigde Staten van Amerika en de Republiek Panama komen overeen het in dit Verdrag neergelegde neutraliteitsregime te handhaven, opdat het Kanaal permanent neutraal blijft, niettegenstaande de beëindiging van enig ander door beide Verdragsluitende Partijen gesloten verdrag.

Artikel

V

Na beëindiging van het Panamakanaalverdrag zal alleen de Republiek Panama het Kanaal exploiteren en militaire eenheden, verdedigingswerken en militaire installaties op haar nationale grondgebied in stand houden.

Artikel

VI

Artikel

VII

Artikel

VIII

Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd overeenkomstig de constitutionele procedures van beide Partijen. De akten van bekrachtiging van dit Verdrag worden in Panama uitgewisseld tegelijkertijd met de uitwisseling van de akten van bekrachtiging van het heden ondertekende Panamakanaalverdrag. Dit Verdrag treedt zes maanden na de datum van uitwisseling van de akten van bekrachtiging op dezelfde datum als het Panamakanaalverdrag in werking.

GEDAAN te Washington, de 7de september 1977, in tweevoud, in de Engelse en de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Verenigde Staten van Amerika:

(w.g.) JIMMY CARTER

President van de Verenigde Staten van Amerika

Voor de Republiek Panama:

(w.g.) o. TORRIJOS HERRERA

Regeringshoofd van de Republiek Panama

BIJLAGE

A

  • 1.

    „Kanaal” omvat het bestaande Panamakanaal, de bijbehorende ingangen en de aangrenzende territoriale wateren van de Republiek Panama, zoals aangegeven op de bijgevoegde kaart (Bijlage B), alsmede elke andere waterweg tussen beide oceanen waarin de Verenigde Staten van Amerika deelhebben of waarin de Verenigde Staten van Amerika hebben deelgehad in verband met de aanleg of financiering daarvan, en die geheel of gedeeltelijk binnen het grondgebied van de Republiek Panama wordt geëxploiteerd, met inbegrip van de ingangen en de aangrenzende territoriale wateren.

  • 2.

    „Oorlogsschip” betekent een schip dat deel uitmaakt van de zeemacht van een Staat en dat voorzien is van de uitwendige kentekenen ter onderscheiding van de oorlogsschepen van die nationaliteit en onder commando staat van een officier die als zodanig is aangesteld door de overheid van die Staat en wiens naam op de naam- en ranglijst van zeeofficieren voorkomt, en dat een bemanning heeft die onderworpen is aan het geregeld gezag van de desbetreffende zeemacht.

  • 3.

    „Hulpschip” betekent elk schip dat geen oorlogsschip is en dat eigendom is van of geëxploiteerd wordt door een Staat en tijdelijk uitsluitend gebruikt wordt voor niet-commerciële overheidsdienst.

  • 4.

    „Intern functioneren” omvat alle machine-installaties en voortstuwingssystemen, alsmede de leiding en bediening van het schip en zijn bemanning. Deze term omvat niet de maatregelen die nodig zijn om schepen onder toezicht van loodsen door het Kanaal te brengen.

  • 5.

    „Bewapening” betekent wapens, munitie, oorlogstuig en andere scheepsuitrusting, waarvan de eigenschappen geschikt zijn voor oorlogsdoeleinden.

  • 6.

    „Inspectie” omvat het aan boord onderzoeken van de bouw, de vracht, de bewapening en het intern functioneren van het schip. De term omvat niet de maatregelen die strikt noodzakelijk zijn met het oog op scheepsmeting, noch de maatregelen die strikt noodzakelijk zijn ten einde een veilige, hygiënische doorvaart en navigatie te verzekeren, met inbegrip van het onderzoeken van het dek en de uitrusting voor visuele navigatie, noch in het geval van levende vracht, zoals vee of andere levende have, als mogelijke drager van besmettelijke ziekten, de maatregelen die nodig zijn ten einde te verzekeren dat aan de gezondheidseisen en hygiënische eisen is voldaan.

BIJLAGE

B