Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de aanvulling en het vergemakkelijken van de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

de Bondsrepubliek Duitsland,

verlangende de toepassing van het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959 tussen de beide Staten te vergemakkelijken en de in dit Verdrag vervatte regeling van de rechtshulp in strafzaken aan te vullen,

zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

I

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder Verdrag: het Europees Verdrag aangaande de wederzijdse rechtshulp in strafzaken van 20 april 1959.

Artikel

II

(bij artikel 1 van het Verdrag)

Vervallen.

Artikel

III

(bij artikel 2 van het Verdrag)

Artikel

IV

(bij artikel 3 van het Verdrag)

Artikel

V

(bij artikel 4 van het Verdrag)

Aan betrokkenen in het strafgeding wordt toegestaan bij de uitvoering van een verzoek orn rechtshulp in de aangezochte Staat aanwezig te zijn.

Artikel

VI

(bij artikel 7 van het Verdrag)

Vervallen.

Artikel

VII

(bij de artikelen 11 en 12 van het Verdrag)

Artikel

VIII

(bij artikel 14 van het Verdrag)

Artikel

IX

(bij artikel 15 van het Verdrag)

Artikel

X

(bij artikel 16 van het Verdrag)

Verzoeken om rechtshulp en andere bescheiden worden in de taal van de verzoekende Staat gesteld.

Vertalingen kunnen niet worden geëist.

Artikel

XI

(bij artikel 21 van het Verdrag)

Artikel

XII

(bij artikel 22 van het Verdrag)

Artikel

XIII

(bij artikel 25 van het Verdrag)

Artikel

XIV

Artikel

XV

(bij artikel 29 van het Verdrag)

De opzegging van het Verdrag door een van de Partijen bij deze Overeenkomst treedt tussen hen in werking na verloop van een termijn van twee jaar na de datum waarop de kennisgeving door de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa is ontvangen.

Artikel

XVI

GEDAAN te Wittem de 30-VIII-1979 in twee exemplaren, ieder in de Nederlandse en Duitse taal, waarbij beide teksten gelijkelijk verbindend zijn.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. DE RUITER

Voor de Bondsrepubliek Duitsland

(w.g.) DREHER

(w.g.) H. J. VOGEL