Protocol met betrekking tot de Luchtvaartovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 1957

Protocol relating to Netherlands-United States Air Transport Agreement of 1957

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United States of America,

Desiring to promote an international aviation system based on competition among airlines in the marketplace with minimum governmental regulation, and

Intending to make it possible for airlines to offer the traveling and shipping public low-fare competitive services and increased opportunities for charter air services in the North Atlantic,

Have agreed to this Protocol relating to the Air Transport Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United States of America signed at Washington on April 3, 1957, as amended, and applicable to North Atlantic international air transportation.

Article

1

Definitions

Article

2

Designation and Authorization

Article

3

Routes for Scheduled Air Services

Wijzigt de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika; Washington, 3 april 1957.

Article

4

Charter Air Services

Article

5

Fair Competition

Article

7

Flight or Program Approvals

Article

8

Enforcement

Article

9

Aviation Security

The Contracting Parties reaffirm their grave concern about acts or threats against the security of aircraft, which jeopardize the safety of persons or property, adversely affect the operation of air services and undermine public confidence in the safety of civil aviation. The Contracting Parties agree to provide maximum aid to each other with a view to preventing hijackings and sabotage to aircraft, airports and air navigation facilities and threats to aviation security. The Contracting Parties reaffirm their commitments under and shall have regard to the provisions of the Convention on Offences and certain other Acts Committed on Board Aircraft, signed at Tokyo on September 14, 1963, the Convention for the Suppression of Unlawful Seizure of Aircraft, signed at The Hague on December 16, 1970, and the Convention for the Suppression of Unlawful Acts Against the Safety of Civil Aviation, signed at Montreal on September 23, 1971. The Contracting Parties shall also have regard to applicable aviation security provisions established by the International Civil Aviation Organization. The Contracting Parties agree to observe the security provisions required by each Party for entry into the territory of that Party. The Parties agree to take adequate measures to screen passengers and their carry-on items. When incidents or threats of hijacking or sabotage against aircraft, airports or air navigation facilities occur, the Contracting Parties shall assist each other by facilitating communications intended to terminate such incidents rapidly and safely. Each Contracting Party shall give sympathetic consideration to any request from the other for special security measures for its aircraft or passengers to meet a particular threat.

Article

10

Commercial Operations

Article

11

Capacity

Article 10 of the Agreement is amended by deleting the second paragraph thereof and the Notes exchanged on November 25, 1969, concerning Article 10 of the Agreement are no longer in effect.

Article

12

Multilateral Agreement

If a multilateral agreement concerning charter air transportation accepted by both Contracting Parties enters into force, the Agreement and this Protocol shall be amended so as to conform with the provisions of the multilateral agreement.

Article

13

Revision of Agreement

Consultations shall be scheduled at an early date for the purpose of concluding within six months a new air transport agreement governing all types of air services which would incorporate the provisions of this Protocol and up-to-date provisions on such matters as airworthiness and security standards, user charges, commercial operations and arbitration.

Article

14

Entry into force

The provisions of this Protocol shall be applied from the date of its signature until a new air transport agreement as provided for in Article 13 of this Protocol enters into force.

DONE at Washington, in duplicate, this thirty-first day of March, 1978.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) TAMMENOMS BAKKER

For the Government of the United States of America:

(sd.) JULIUS L. KATZ

Protocol met betrekking tot de Luchtvaartovereenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Verenigde Staten van Amerika van 1957

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika,

Geleid door de wens tot verdere ontwikkeling van een systeem voor de internationale luchtvaart, gebaseerd op de mededinging op de markt tussen de luchtvaartmaatschappijen, waarbij de overheid zo weinig mogelijk regelend optreedt,

Voornemens de luchtvaartmaatschappijen in staat te stellen het publiek, zowel reizigers als verladers, concurrerende diensten tegen lage tarieven, alsook vergrote mogelijkheden voor charter-luchtdiensten over de Noordatlantische Oceaan aan te bieden,

Zijn dit Protocol overeengekomen dat betrekking heeft op de op 3 april 1957 te Washington tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika ondertekende Luchtvaartovereenkomst, als gewijzigd, en dat van toepassing is op het internationale luchtvervoer over de Noordatlantische Oceaan.

Artikel

1

Begripsomschrijvingen

Artikel

2

Aanwijzing en vergunningverlening

Artikel

3

Routes voor geregelde luchtdiensten

Wijzigt de Luchtvaartovereenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Verenigde Staten van Amerika; Washington, 3 april 1957.

Artikel

4

Charterluchtdiensten

Artikel

5

Eerlijke mededinging

Artikel

7

Goedkeuring van vluchten of programma's

Artikel

8

Tenuitvoerlegging

Artikel

9

Beveiliging van de luchtvaart

De Overeenkomstsluitende Partijen bevestigen opnieuw hun ernstige bezorgdheid over handelingen of bedreigingen tegen de veiligheid van luchtvaartuigen, die de veiligheid van personen of goederen in gevaar brengen, de exploitatie van luchtdiensten nadelig beïnvloeden en het vertrouwen van het publiek in de veiligheid van de burgerluchtvaart ondermijnen. De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen elkaar de grootst mogelijke hulp te verschaffen met het oog op het voorkomen van kapingen en sabotage aan luchtvaartuigen, luchthavens en luchtvaartfaciliteiten, alsmede van bedreigingen van de veiligheid van de luchtvaart. De Overeenkomstsluitende Partijen bevestigen opnieuw hun verplichtingen krachtens, en houden rekening met de bepalingen van het op 14 september 1963 te Tokio ondertekende Verdrag inzake strafbare feiten en bepaalde andere handelingen begaan aan boord van luchtvaartuigen, het op 16 december 1970 te 's-Gravenhage ondertekende Verdrag tot bestrijding van het wederrechtelijk in zijn macht brengen van luchtvaartuigen, en het op 23 september 1971 te Montreal ondertekende Verdrag tot bestrijding van wederrechtelijke gedragingen, gericht tegen de veiligheid van de burgerluchtvaart. De Overeenkomstsluitende Partijen houden eveneens rekening met de toepasselijke bepalingen inzake de beveiliging van de luchtvaart, vastgesteld door de Internationale Organisatie voor de Burgerluchtvaart. De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen de door elke Partij vereiste beveiligingsmaatregelen voor de binnenkomst op het grondgebied van die Partij in acht te nemen. De Partijen komen overeen passende voorzieningen te treffen om passagiers en hun handbagage te controleren. Wanneer zich voorvallen of bedreigingen van kaping of sabotage tegen luchtvaartuigen, luchthavens of luchtvaartfaciliteiten voordoen, staan de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar bij door het berichtenverkeer te vergemakkelijken, bestemd om dergelijke voorvallen snel en veilig te beëindigen. Elke Overeenkomstsluitende Partij neemt ieder verzoek van de andere tot bijzondere beveiligingsvoorzieningen voor haar luchtvaartuigen of passagiers ten einde aan een bijzondere bedreiging het hoofd te bieden in welwillende overweging.

Artikel

10

Commerciële aspecten

Artikel

11

Capaciteit

Artikel 10 van de Overeenkomst wordt gewijzigd door het tweede lid daarvan te schrappen, en de op 25 november 1969 gewisselde brieven inzake artikel 10 van de Overeenkomst zijn niet langer van kracht.

Artikel

12

Multilaterale overeenkomst

Indien een multilaterale overeenkomst inzake het charterluchtvervoer, door beide Overeenkomstsluitende Partijen aanvaard, in werking treedt, worden de Overeenkomst en dit Protocol gewijzigd ten einde overeen te stemmen met de bepalingen van de multilaterale overeenkomst.

Artikel

13

Herziening van de Overeenkomst

Op korte termijn zal overleg plaatsvinden met het doel binnen zes maanden een nieuwe luchtvaartovereenkomst te sluiten die van toepassing is op alle soorten luchtdiensten en waarin de bepalingen van dit Protocol zijn opgenomen, alsook aan de ontwikkelingen aangepaste bepalingen inzake aangelegenheden zoals luchtwaardigheid en beveiligingsmaatstaven, gebruiksvergoedingen, commerciële aspecten en arbitrage.

Artikel

14

Inwerkingtreding

De bepalingen van dit Protocol worden toegepast vanaf de datum van ondertekening daarvan totdat een nieuwe luchtvaartovereenkomst, als voorzien in artikel 13 van dit Protocol, in werking treedt.

GEDAAN in tweevoud te Washington op 31 maart 1978.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) TAMMENOMS BAKKER

Voor de Regering van de Verenigde Staten van Amerika:

(w.g.) JULIUS L. KATZ