Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

Zijne Majesteit de Koning der Belgen, de President van de Bondsrepubliek Duitsland, de President van de Franse Republiek, de President van de Italiaanse Republiek, Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg, Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Vastbesloten de vooruitgang te bevorderen van de kennis op voor de ontwikkeling van Europa bijzonder belangrijke gebieden, met name Europese cultuur, geschiedenis, recht, economie en instellingen;

Verlangende een samenwerking op deze gebieden te bevorderen en te bewerken dat er gezamenlijk onderzoek wordt verricht;

Besloten hebbende de voornemens te verwezenlijken die op dit gebied werden geformuleerd in de verklaringen, aangenomen door de Staatshoofden of Regeringsleiders die op 18 juli 1961 te Bonn en op 1 en 2 december 1969 te Den Haag bijeen waren;

Overwegende dat een nieuwe bijdrage dient te worden geleverd tot het intellectuele leven van Europa en dat in deze geest een Europees instituut op het hoogste universitaire niveau dient te worden opgericht;

Hebben besloten een Europees Universitair Instituut op te richten en de voorwaarden voor de werking ervan vast te stellen, en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

  • De heer Léon Hurez,

  • Minister van Nationale Opvoeding (F);

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

  • De heer Rolf Lahr,

  • Ambassadeur van de Bondsrepubliek Duitsland te Rome;

De President van de Franse Republiek:

  • De heer Jacques Duhamel,

  • Minister van Culturele Zaken;

De President van de Italiaanse Republiek:

  • De heer Aldo Moro,

  • Minister van Buitenlandse Zaken;

  • De heer Riccardo Misasi,

  • Minister van Nationale Opvoeding;

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

  • De heer Jean Dupong,

  • Minister van Nationale Opvoeding;

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

  • De heer Th. E. Westerterp,

  • Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

Die, na overlegging van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, overeenstemming hebben bereikt omtrent de volgende bepalingen:

HOOFDSTUK

I

Grondslagen voor de oprichting van het Instituut

Artikel

1

Bij deze Overeenkomst richten de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen (hierna Overeenkomstsluitende Staten genoemd) gezamenlijk het Europees Universitair Instituut (hierna Instituut genoemd) op, dat rechtspersoonlijkheid bezit.

Het Instituut is gevestigd te Florence.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Het Instituut en het personeel daarvan genieten, overeenkomstig het aan deze Overeenkomst gehechte Protocol dat een integrerend bestanddeel daarvan vormt, de voorrechten en immuniteiten die nodig zijn voor de uitoefening van hun taak.

Het Instituut sluit met de Regering van de Italiaanse Republiek een vestigingsovereenkomst, die met eenparigheid van stemmen door de Raad van Bestuur wordt goedgekeurd.

HOOFDSTUK

II

Bestuurlijke structuur

Artikel

5

De organen van het Instituut zijn:

  • a)

    de Raad van Bestuur

  • b)

    de President van het Instituut

  • c)

    de Academische Raad.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

HOOFDSTUK

III

Academische structuur

A

Academische organisatie

Artikel

10

Het Instituut is georganiseerd in afdelingen die de basiseenheden voor onderzoek en onderwijs zijn en waarbinnen werkcolleges georganiseerd worden.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

B

Docentencorps en wetenschappelijke onderzoekers

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

HOOFDSTUK

IV

Financiële bepalingen

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Indien bij het begin van een begrotingsjaar de begroting nog niet is aangenomen, kunnen de uitgaven maandelijks worden verricht per hoofdstuk of per andere afdeling, overeenkomstig de financiële voorschriften, zonder dat zij een twaalfde der bij de begroting van het vorige begrotingsjaar geopende kredieten mogen overschrijden en zonder dat deze maatregel tot gevolg mag hebben, dat het Instituut meer dan een twaalfde van de kredieten der in voorbereiding zijnde ontwerp-begroting ter beschikking krijgt.

De Raad van Bestuur kan met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, onder voorbehoud dat aan de overige in de eerste alinea gestelde voorwaarden wordt voldaan, uitgaven van meer dan een twaalfde toestaan.

De Overeenkomstsluitende Staten storten iedere maand bij wijze van voorschot en overeenkomstig de voor het voorafgaande dienstjaar vastgestelde verdeelsleutel de bedragen noodzakelijk voor de toepassing van dit artikel.

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

Artikel

26

HOOFDSTUK

V

Diverse bepalingen

Artikel

27

Artikel

28

In elk der Overeenkomstsluitende Staten heeft het Instituut de ruimste handelingsbevoegdheid welke door de nationale wetgevingen aan rechtspersonen wordt toegekend. Het kan met name roerende of onroerende goederen verkrijgen of vervreemden, overeenkomsten sluiten en in rechte optreden; hiertoe wordt het vertegenwoordigd door zijn President.

Artikel

29

Elk geschil tussen de Overeenkomstsluitende Staten of tussen een of meer Overeenkomstsluitende Staten en het Instituut over de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst, dat niet kon worden beslecht binnen de Raad van Bestuur, wordt op verzoek van een bij het geschil betrokken partij aan scheidsrechters voorgelegd.

In dit geval wijst de President van het Hof van Justitie der Europese Gemeenschappen de scheidsrechterlijke instantie aan, die dit geschil moet beslechten.

De Overeenkomstsluitende Staten verplichten zich ertoe de beslissingen van de scheidsrechterlijke instantie uit te voeren.

HOOFDSTUK

VI

Overgangs- en slotbepalingen

Artikel

30

Artikel

31

De eerste benoeming van de President en van de Algemeen Secretaris van het Instituut geschiedt door de Raad van Bestuur, die met eenparigheid van stemmen besluit.

Artikel

32

Artikel

33

De Regering van elke Overeenkomstsluitende Staat, de President van het Instituut of de Academische Raad kunnen aan de Raad van Bestuur ontwerpen voorleggen tot herziening van deze Overeenkomst. Indien de Raad van Bestuur met eenparigheid van stemmen gunstig adviseert ten aanzien van het bijeenkomen van een Conferentie van de Vertegenwoordigers van de Regeringen der Overeenkomstsluitende Staten, wordt deze Conferentie bijeengeroepen door de Regering die het Voorzitterschap van de Raad van Bestuur vervult.

Artikel

34

Indien een optreden van een der organen van het Instituut noodzakelijk blijkt om een van de in deze Overeenkomst omschreven doelstellingen te verwezenlijken, zonder dat deze Overeenkomst in de daartoe vereiste bevoegdheden voorziet, neemt de Raad van Bestuur met eenparigheid van stemmen de passende maatregelen.

Artikel

35

Artikel

36

Deze Overeenkomst zal worden onderworpen aan de bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring, vereist krachtens de grondwettelijke bepalingen der Overeenkomstsluitende Staten.

Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de maand volgende op de ontvangst van de laatste kennisgeving door de Regering van de Italiaanse Republiek van de vervulling van deze formaliteiten.

Artikel

37

De Regering van de Italiaanse Republiek zal de Overeenkomstsluitende Staten in kennis stellen van:

  • a)

    elke ondertekening;

  • b)

    de nederlegging van elke akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding, alsmede van elke in artikel 35, lid 2, bedoelde verklaring;

  • c)

    de inwerkingtreding van deze Overeenkomst;

  • d)

    elke wijziging die overeenkomstig artikel 33 in deze Overeenkomst wordt aangebracht.

Artikel

38

Deze Overeenkomst, opgesteld in de Duitse, de Franse, de Italiaanse en de Nederlandse taal, zijnde de vier teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van de Regering van de Italiaanse Republiek, die een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toezendt aan de Regeringen der andere Ondertekenende Staten.

De in de Deense, de Engelse en de Ierse taal opgestelde teksten van de Overeenkomst, die als bijlage gehecht zijn aan het besluit van de Raad van Bestuur waarin de wijzigingen worden omschreven die in verband met de toetreding van het Koninkrijk Denemarken, Ierland en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland nodig zijn, zijn gelijkelijk authentiek op dezelfde voet als de bovengenoemde oorspronkelijke teksten van de Overeenkomst, en de Regering van de Italiaanse Republiek zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elk van de overige Overeenkomstsluitende Staten.

De in de Griekse taal opgestelde tekst van de Overeenkomst, die als bijlage gehecht is aan het Besluit van de Raad van Bestuur waarin de wijzigingen worden omschreven die in verband met de toetreding van Griekenland nodig zijn, is gelijktijdig 1) [Red: Lees: „gelijkelijk” in plaats van „gelijktijdig”].authentiek op dezelfde voet als de bovengenoemde teksten van de Overeenkomst, en de Regering van de Italiaanse Republiek zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elk der Overeenkomstsluitende Staten.

De tekst van de Overeenkomst opgesteld in de Spaanse taal die als bijlage is gehecht aan het besluit van de Raad van Bestuur waarin de wijzigingen worden omschreven die in verband met de toetreding van het Koninkrijk Spanje nodig zijn, is authentiek op dezelfde voet als de teksten genoemd in de voorgaande alinea's en de Regering van de Italiaanse Republiek zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elk van de andere Overeenkomstsluitende Staten.

De in de Portugese taal opgestelde tekst van de Overeenkomst, die als bijlage gehecht is aan Besluit nr. 4/89 van de Raad van Bestuur van 7/12/1989 houdende wijziging van de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut naar aanleiding van de toetreding van de Portugese Republiek, is gelijkelijk authentiek op dezelfde voet als de in de voorgaande alinea's vermelde teksten, en de Regering van de Italiaanse Republiek zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elk van de andere Overeenkomstsluitende Staten.

De in de Finse en Zweedse taal opgestelde teksten van de Overeenkomst, die als bijlage gehecht zijn aan het Besluit van de Raad van Bestuur1)[Red: Niet opgenomen.], waarin de wijzigingen worden omschreven die in verband met de toetreding van de Finse Republiek en het Koninkrijk Zweden nodig zijn, zijn gelijkelijk authentiek op dezelfde voet als de in de voorgaande alinea's vermelde teksten, en de Regering van de Italiaanse Republiek zendt een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift daarvan toe aan de Regering van elk van de andere Overeenkomstsluitende Staten.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Florence, negentien april negentienhonderd tweeënzeventig.

Protocol

inzake de voorrechten en immuniteiten van het Europees Universitair Instituut

De Staten die partij zijn bij de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut, welke op 19 april 1972 te Florence is ondertekend,

Geleid door de wens de voor de goede werking van dit Instituut noodzakelijke voorrechten en immuniteiten vast te stellen,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen:

HOOFDSTUK

I

Op het Instituut toepasselijke regeling

Artikel

1

Wat zijn officiële activiteiten betreft, is het Europees Universitair Instituut, hierna te noemen het Instituut, vrijgesteld van executie, behoudens:

  • a)

    met betrekking tot een door derden ingediende civiele rechtsvordering ter zake van schade die voortvloeit uit een ongeval dat is veroorzaakt door een aan het Instituut toebehorend of namens het Instituut gebruikt motorvoertuig, en met betrekking tot een verkeersovertreding waarbij een zodanig voertuig is betrokken;

  • b)

    met betrekking tot de tenuitvoerlegging van een scheidsrechterlijke of rechterlijke beslissing, genomen ingevolge een bepaling van de Overeenkomst of van dit Protocol;

  • c)

    indien de Raad van Bestuur in een bijzonder geval, met eenparigheid van stemmen, afstand heeft gedaan van deze immuniteit.

Artikel

2

Artikel

3

De eigendommen en bezittingen van het Instituut kunnen niet worden getroffen door enige bestuursrechtelijke of voorlopige gerechtelijke dwangmaatregel zoals vordering, inbeslagneming, onteigening of conservatoir beslag, behoudens in de gevallen, bedoeld in artikel 1 sub a), b) en c).

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het Instituut kan alle soorten fondsen, valuta’s, kasgeld of waardepapieren ontvangen en onder zich houden; het kan daarover, onder voorbehoud van de nationale voorschriften inzake deviezencontrole, vrijelijk beschikken voor het uitoefenen van zijn officiële werkzaamheden, en rekeningen aanhouden in elke valuta, in zoverre dit nodig is voor het nakomen van zijn verplichtingen.

HOOFDSTUK

II

Regeling die van toepassing is op de Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Staten, de President, de Algemeen Secretaris, de leden van het docentencorps en andere personen die in dienst zijn van het Instituut

Artikel

7

De Vertegenwoordigers van de Overeenkomstsluitende Staten alsmede hun adviseurs, die deelnemen aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur van het Instituut, genieten gedurende de uitoefening van hun functie en op hun reizen naar en van de plaatsen van werkzaamheid, de volgende voorrechten, immuniteiten en faciliteiten:

  • a)

    immuniteit van arrestatie of gevangenhouding, alsmede van inbeslagneming van hun persoonlijke bagage, behalve in geval van ontdekking op heterdaad;

  • b)

    vrijstelling van rechtsvervolging, ook na beëindiging van hun missie, met betrekking tot handelingen, waaronder begrepen gesproken en geschreven woorden, door hen in de uitoefening van hun functie en binnen de grenzen van hun bevoegdheden verricht;

  • c)

    onschendbaarheid van officiële papieren en stukken;

  • d)

    de nodige gebruikelijke administratieve faciliteiten, met name inzake verplaatsingen en verblijf.

Het bepaalde in dit artikel geldt tevens voor de vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschappen, die aan de vergaderingen van de Raad van Bestuur deelneemt.

Artikel

8

De Overeenkomstsluitende Staten treffen, in nauwe samenwerking met het Instituut, alle in hun macht liggende maatregelen om aan de persoonlijkheden die aan de werkzaamheden van het Instituut deelnemen, met name die welke zijn bedoeld in artikel 9, lid 3, van de Overeenkomst, de vereiste administratieve faciliteiten te bieden, met name inzake verplaatsingen, verblijf en deviezenbepalingen.

Artikel

9

Artikel

10

De Overeenkomstsluitende Staten nemen in nauwe samenwerking met het Instituut alle dienstige maatregelen om het binnenkomen, het verblijf en het vertrek van de wetenschappelijke onderzoekers te verzekeren en te vergemakkelijken.

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

De Raad van Bestuur bepaalt met eenparigheid van stemmen, op welke categorieën van personen de artikelen 9 tot en met 12 geheel of ten dele van toepassing zijn.

HOOFDSTUK

III

Algemene bepalingen

Artikel

14

Artikel

15

Het bepaalde in dit Protocol is niet van invloed op het recht van elk der Overeenkomstsluitende Staten om voorzorgen te treffen, die nodig zijn in het belang van zijn veiligheid.

Artikel

16

Geen enkele Overeenkomstsluitende Staat is verplicht aan zijn eigen onderdanen en aan ingezetenen de in de artikelen 7, 9, sub c) en d), en 10 genoemde voorrechten en immuniteiten te verlenen.

Artikel

17

In de zin van dit Protocol worden onder de officiële werkzaamheden van het Instituut mede verstaan de administratieve werkzaamheden en de onderwijs- en onderzoekwerkzaamheden ter verwezenlijking van de doelstellingen, omschreven in de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut.

Artikel

18

Onverminderd het bepaalde in artikel 9, lid 1 sub d), wordt geen vrijstelling verleend ten aanzien van goederen die uitsluitend voor de eigen behoeften van de personeelsleden van het Instituut zijn bestemd.

Goederen die krachtens het bepaalde in dit Protocol zijn ingevoerd of verworven, mogen vervolgens slechts verkocht, vervreemd of verhuurd worden op de voorwaarden, vastgesteld door de Regeringen van de Staten die de vrijstellingen hebben toegestaan.

Artikel

19

Artikel

20

Tussen het Instituut en een of meer Overeenkomstsluitende Staten kunnen aanvullende overeenkomsten worden gesloten met het oog op de tenuitvoerlegging en de toepassing van dit Protocol. De besluiten van de Raad van Bestuur ter uitvoering van dit artikel worden met eenparigheid van stemmen genomen.

Artikel

21

Artikel 29 van de Overeenkomst is van toepassing op geschillen betreffende dit Protocol.

Slotakte

De gevolmachtigden van de Hoge Overeenkomstsluitende Partijen, te Florence bijeen op 19 april 1972 ter ondertekening van de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut,

Hebben de volgende teksten vastgesteld:

  • Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut

  • Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van het Europees Universitair Instituut.

Op het ogenblik van ondertekening van deze teksten hebben de gevolmachtigden:

  • -

    de in bijlage I opgenomen verklaringen aangenomen

  • -

    akte genomen van de in bijlage II opgenomen verklaringen van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Slotakte hebben gesteld.

GEDAAN te Florence, negentien april negentienhonderd tweeënzeventig.

BIJLAGE

I

I

Verklaringen met betrekking tot de Overeenkomst

Ad artikel 6

  • a)

    In het Reglement van Orde van de Raad van Bestuur worden de voorwaarden vastgesteld waaronder de Vertegenwoordigers der Regeringen zich kunnen laten bijstaan door deskundigen.

  • b)

    In het Reglement van Orde wordt vermeld dat de Raad van Bestuur naar behoefte bijeenkomt, en dat hij eveneens elders dan te Florence kan bijeenkomen op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Staten.

  • c)

    De Raad van Bestuur treft de nodige voorzieningen voor de officiële publikaties van het Instituut; hij kan daartoe een beroep doen op de Dienst voor Officiële Publikaties van de Europese Gemeenschappen.

Lid 5, sub c)

Artikel 6, lid 5 sub c), sluit voor de Raad van Bestuur de mogelijkheid niet uit het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen, na overleg met de President ervan, als instantie aan te wijzen, geroepen om de geschillen tussen het Instituut en het personeel daarvan te beslechten.

Ad artikel 10

Het onderbrengen van onderzoek in deze of gene afdeling betekent enkel dat deze afdeling er de voornaamste promotor van is. Dit sluit geenszins uit dat op andere afdelingen een beroep wordt gedaan, opdat het noodzakelijke interdisciplinaire karakter van elk van deze wetenschappelijke werkzaamheden wordt gegarandeerd.

Ad artikel 12

  • a)

    De werkcolleges en onderzoekteams worden gevormd voor de tijd die nodig is ter bestudering van het gekozen thema of voor de voltooiing van het beoogde onderzoek.

  • b)

    Wat betreft de werkmethoden, berust de door het Instituut gegeven opleiding hoofdzakelijk op deelneming aan onderzoekwerkzaamheden. De duur van dit onderzoek kan variëren, doch voor de toekenning van een bepaalde titel is een studietijd nodig van ten minste twee jaar en de indiening van een oorspronkelijk werkstuk, overeenkomstig de voorwaarden van artikel 14 van de Overeenkomst.

Ad artikel 14

  • a)

    De titels, bedoeld in artikel 14, lid 1, zijn bij voorbeeld de volgende:

    „Doctor in de rechten van het Europees Universitair Instituut te Florence”,

    „Doctor in de politieke wetenschappen van het Europees Universitair Instituut te Florence”.

  • b)

    Het probleem van de gelijkwaardigheidsniveaus waarvoor het doctoraat van het Instituut in aanmerking komt, wordt zo spoedig mogelijk in ruimer verband besproken; de Raad van Bestuur kan zo nodig dienaangaande aanbevelingen richten tot de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Staten.

  • c)

    De publikatie van een werkstuk heeft ten doel, het voor het belangstellende publiek toegankelijk te maken. In de krachtens artikel 14, lid 3, vast te stellen voorschriften wordt dus aangegeven, dat deze publikatie niet alleen door opneming in een tijdschrift of in de vorm van een brochure of een boek kan geschieden, maar ook via elk ander geschikt verveelvoudingsprocédé (microfilm, stencil enzovoort).

Ad artikel 15

Lid 1

Het mandaat van vast aan het Instituut verbonden hoogleraren duurt drie jaar en kan worden vernieuwd.

Lid 3

Gedoeld wordt met name op de handhaving van de op nationaal vlak verkregen rechten en, in voorkomend geval, op de verkrijging van dergelijke rechten, alsook op de mogelijkheid om terug te keren naar een instelling van het land van herkomst, met name in de gevallen waar het verblijf aan het Instituut van beperkte duur is.

Ad artikel 16

Lid 1

Gezien het niveau van de studie en de eisen in verband met de organisatie van de werkzaamheden, zal het eventuele aantal wetenschappelijke onderzoekers, althans in de eerste fase, tussen 250 en 600 liggen.

Lid 3

  • a)

    In de bepalingen inzake de toelating van de studenten of wetenschappelijke onderzoekers worden met name het vereiste niveau van de reeds verrichte studies en van de kennis der officiële talen van het Instituut vermeld.

  • b)

    De woorden „voor zover mogelijk rekening houden met hun geografische herkomst” moeten zo worden geïnterpreteerd dat de toelatingscommissie bekwaamheid als eerste criterium moet hanteren, doch er eveneens op moet toezien dat onder de wetenschappelijke onderzoekers de verschillende nationaliteiten op evenwichtige wijze zijn vertegenwoordigd.

Ad artikel 17

Aanbevolen wordt dat de Vertegenwoordigers van de Regeringen in de Raad van Bestuur onderling overleg plegen, opdat het bedrag en de voorwaarden voor toekenning van de door elke Overeenkomstsluitende Staat verleende beurzen ongeveer dezelfde zijn.

Ad artikel 25

  • a)

    De eerste uitrusting van de nieuwe of vergrote gebouwen die door de Regering van de Italiaanse Republiek ter beschikking van het Europees Universitair Instituut worden gesteld, komt ten laste van deze Regering.

  • b)

    De roerende uitrusting en het leermateriaal blijven investeringen die geamortiseerd kunnen worden door normale begrotingstoewijzingen en dus nauw samenhangen met het functioneren van het Instituut: het is normaal dat deze toewijzingen ten laste komen van de jaarlijkse begroting.

De uitgaven voor de aanvullende uitrusting komen ten laste van de begroting van het Instituut en worden gefinancierd volgens de gangbare regels voor de financiering van uitgaven van het Instituut.

Ad artikel 26

In de financiële voorschriften wordt gepreciseerd dat, indien de Overeenkomstsluitende Staten hun bijdragen in hun nationale valuta storten:

  • -

    de beschikbare saldi van deze bijdragen worden gedeponeerd bij de Schatkisten der Overeenkomstsluitende Staten of bij door hen aangewezen organen;

  • -

    gedurende dit depot, de gedeponeerde gelden de waarde behouden die overeenstemt met de op de dag van het depot geldende pariteit ten opzichte van de munteenheid waarin de begroting van het Instituut wordt vastgesteld.

Ad artikel 29

Tweede alinea

De tekst van artikel 29 van de Overeenkomst sluit niet uit dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen door zijn President kan worden aangewezen als scheidsrechterlijke instantie.

Ad artikel 30

Een voorbereidend Comité, bestaande uit Vertegenwoordigers van de Regeringen en een vertegenwoordiger van de Commissie (zonder stemrecht) komt na de ondertekening van de Overeenkomst bijeen. Het verricht de noodzakelijke voorbereidende werkzaamheden en stelt met name een ontwerp-vestigingsovereenkomst op, opdat de oprichting van het Instituut zo spoedig mogelijk na de inwerkingtreding van de Overeenkomst plaatsvindt.

II

Diverse verklaringen

A

Financiering en structuur van het Instituut

  • a)

    Aan de President worden de bezoldiging en de toelagen van een hoogleraar toegekend, gedurende de duur van zijn bestuursmandaat vermeerderd met een toelage voor bestuurlijke lasten (ongeveer 20 % van de bezoldiging);

  • b)

    De bezoldiging van de Algemeen Secretaris moet lager zijn dan die van de President en kan overeenkomen met de bezoldiging van een hoogleraar;

  • c)

    Over het resultaat van de onderzoekwerkzaamheden van het Instituut dienen publikaties uitgegeven te worden en met ingang van het tweede of derde werkingsjaar dient hiertoe een speciale post op de begroting te worden opgenomen.

B

Huisvesting van de wetenschappelijke onderzoekers

De Regering van de Italiaanse Republiek draagt zorg voor de huisvesting van de wetenschappelijke onderzoekers tegen een matige huurprijs.

De maatregelen die eventueel in dezen zullen worden getroffen, mogen niet ten laste komen van de begroting van het Instituut.

C

Eventuele toetreding van Staten die geen lid van de Europese Gemeenschappen zijn

Vier jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst brengt de Raad van Bestuur, na raadpleging van de Academische Raad, aan de Overeenkomstsluitende Staten een verslag uit over de eventuele opneming in de Overeenkomst van een clausule, waardoor andere Staten dan de Lid-Staten van de Europese Gemeenschappen tot de Overeenkomst kunnen toetreden.

D

Nieuwe behandeling van het vraagstuk van een eventuele opzegging van de Overeenkomst

Het vraagstuk van een eventuele opzegging van de Overeenkomst zal tegelijk met het in de onder C opgenomen verklaring bedoelde verslag opnieuw worden behandeld.

E

Europacollege te Brugge

De Overeenkomstsluitende Staten nemen akte van de volgende verklaring welke tijdens de zitting van de Raad en de Conferentie van Ministers van Onderwijs der Lid-Staten van 16 november 1971 is aangenomen:

„De academische instanties van de Instituten te Florence en Brugge dienen onderling samen te werken om op de meest passende wijze hun respectieve studieprogramma’s te organiseren en vast te stellen voor alles wat betrekking heeft op parallelle of convergerende onderwerpen en activiteiten.”

BIJLAGE

II

Verklaringen van de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland

De Regering van de Bondsrepubliek Duitsland behoudt zich het recht voor, bij het nederleggen van de akte van bekrachtiging van de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut te verklaren dat deze Overeenkomst eveneens van toepassing is op het „Land Berlijn”.

Ten aanzien van de definitie van het begrip „onderdaan” verwijst de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland naar de verklaring die zij bij de ondertekening van de Verdragen tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie op 25 maart 1957 heeft afgelegd.