Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Griekenland houdende het internationale wegvervoer

Accord entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement du Royaume de Grèce concernant les transports routiers internationaux

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement du Royaume de Grèce, désireux de réglementer et de faciliter les transports routiers de voyageurs et de marchandises entre les deux pays, et le transit à travers leurs territoires, ainsi que les transports entre leurs pays et des pays tiers sont convenus de ce qui suit:

Article

1er

Chacune des Parties Contractantes accorde aux transporteurs de l'autre Partie Contractante le droit de transporter des voyageurs et des marchandises entre les deux pays et en transit à travers leurs territoires par des véhicules immatriculés sur le territoire de l'autre Partie Contractante, conformément aux dispositions du présent Accord.

I

Transports de voyageurs

Article

2

Les transports de voyageurs par autobus et autocars entre les deux pays et en transit par leurs territoires ne sont pas soumis au régime de l'autorisation, sauf ceux prévus à l'article 3.

Article

3

II

Transports de marchandises

Article

4

Pour tous les transports de marchandises entre les deux pays, les transports en transit par leur territoire et les transports en provenance de pays tiers, aucune autorisation des autorités compétentes de l'autre Partie Contractante est exigée. Une telle autorisation est indispensable pour les transports à destination d'un pays tiers.

III

Dispositions générales

Article

5

Sont interdits les transports internes de voyageurs ou de marchandises effectués entre deux lieux situés sur le territoire d'une Partie Contractante, au moyen d'un véhicule immatriculé sur le territoire de l'autre Partie Contractante.

Article

6

Les transports des voyageurs et des marchandises, effectués par les transporteurs d'une Partie Contractante sur le territoire de l'autre Partie Contractante, sont exonérés sur le territoire de l'autre Partie Contractante de tous les taxes et impôts spécifiques les frappant. Les véhicules au moyen desquels lesdits transports se réalisent, sont exonérés sur le territoire de l'autre Partie Contractante de la taxe sur les véhicules automobiles. Cette taxe ne comprend pas les péages pour les routes, les ponts et les tunnels routiers.

Article

7

Les membres de l'équipage du véhicule peuvent importer en franchise et sans autorisation d'importation leurs effets personnels et l'outillage nécessaire à leur profession pour la durée de leur séjour dans le pays d'importation. Ces articles doivent être réexportés, aucune autorisation n'étant nécessaire.

Article

8

Les pièces détachées destinées à la réparation d'un véhicule effectuant un transport visé par le présent accord sont admissibles en franchise de droits et taxes d'entrée et sans prohibitions ni restrictions d'importation, à condition d'être placées sous le couvert d'un titre d'admission temporaire. Les pièces remplacées doivent être réexportées ou détruites sous le contrôle du service des douanes.

Article

9

Les carburants contenus dans les réservoirs des véhicules routiers sont exonérés des taxes de douane et de toutes taxes et impôts.

Article

10

La réglementation interne de chaque Partie Contractante s'applique à toutes les questions qui ne sont pas réglées par le présent Accord.

Article

11

Au cas où le poids, les dimensions du véhicule utilisé, ou de la marchandise transportée, dépassent le poids ou les dimensions maximales, admises dans le territoire d'une Partie Contractante, il sera nécessaire d'obtenir une autorisation spéciale, délivrée par l'autorité compétente de cette Partie Contractante.

Article

12

Article

13

Les Parties Contractantes se font connaître les services compétents pour prendre les mesures définies par le présent Accord et pour échanger tous les renseignements nécessaires, statistiques ou autres.

Article

14

Article

15

Les modalités d'application du présent Accord seront réglées par les autorités compétentes des deux Parties Contractantes.

Article

16

Cet Accord paraphé à Athènes le 31 mars mil neuf cent soixante douze, en deux exemplaires originaux, en langue française, a été signé à Athènes le 15 janvier mil neuf cent soixante treize.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

(s.) C. D. BARKMAN

Pour le Gouvernement du Royaume de Grèce

(s.) ANNINO CAVALIERATO

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Griekenland betreffende het internationale wegvervoer

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Koninkrijk Griekenland, verlangende het personen- en goederenvervoer over de weg tussen beide landen, en het transitovervoer over hun grondgebied, alsmede het vervoer tussen hun landen en derde landen te regelen en te vergemakkelijken, zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kent aan de vervoerders van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht toe personen en goederen te vervoeren tussen beide landen en in transito over hun grondgebied, met voertuigen, ingeschreven in het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst.

I

Personenvervoer

Artikel

2

Het personenvervoer met autobussen tussen beide landen en in transito over hun grondgebied is niet onderworpen aan een vergunningenstelsel, met uitzondering van het vervoer voorzien in artikel 3.

Artikel

3

II

Goederenvervoer

Artikel

4

Voor het goederenvervoer tussen beide landen, het transitovervoer over hun grondgebied en het vervoer afkomstig van derde landen is geen vergunning vereist van de bevoegde autoriteiten van de andere Overeenkomstsluitenide Partij. Een vergunning is evenwel noodzakelijk voor vervoer, bestemd voor een derde land.

III

Algemene bepalingen

Artikel

5

Het binnenlands vervoer van reizigers of goederen tussen twee plaatsen gelegen op het grondgebied van de ene Overeenkomstsluitende Partij door middel van een op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij ingeschreven voertuig is niet toegestaan.

Artikel

6

Het vervoer van reizigers en goederen, verricht door vervoerders van de ene Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij, is op het grondgebied van die andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van alle specifieke heffingen en belastingen op vervoersprestaties. De voertuigen door middel waarvan dat vervoer wordt verricht, zijn op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij vrijgesteld van de motorrijtuigenbelasting. Onder deze belasting zijn niet begrepen de tolgelden voor wegen, bruggen en autotunnels.

Artikel

7

De leden van de bemanning van een voertuig mogen zonder betaling van rechten en zonder invoervergunning hun persoonlijke bezittingen en de voor de uitoefening van hun beroep benodigde uitrustingsstukken invoeren voor de duur van hun verblijf in het land van invoer. Deze goederen dienen opnieuw te worden uitgevoerd, waartoe geen vergunning nodig is.

Artikel

8

Losse onderdelen, bestemd voor het herstellen van een voertuig dat een vervoer verricht als bedoeld in deze Overeenkomst mogen vrij van rechten en heffingen en zonder belemmeringen of beperkingen worden ingevoerd, mits zij worden gedekt door een bewijs van tijdelijke toelating. De vervangen onderdelen dienen opnieuw te worden uitgevoerd of onder toezicht van de dienst der douane te worden vernietigd.

Artikel

9

Motorbrandstoffen in de reservoirs van de voertuigen zijn vrijgesteld van douanerechten en alle andere heffingen en belastingen.

Artikel

10

Op alle vraagstukken die niet door deze Overeenkomst zijn geregeld, zijn de binnenlandse voorschriften van elke Overeenkomstsluitende Partij van toepassing.

Artikel

11

Indien het gewicht of de afmetingen van het gebruikte voertuig of van de vervoerde goederen meer bedragen dan is toegestaan op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij, is het bezit van een bijzondere door de bevoegde autoriteit van de genoemde Overeenkomstsluitende Partij af te geven vergunning noodzakelijk.

Artikel

12

Artikel

13

De Overeenkomstsluitende Partijen delen elkaar mede welke diensten bevoegd zijn tot het nemen van de in deze Overeenkomst omschreven maatregelen en tot het uitwisselen van alle noodzakelijke statistische of andere gegevens.

Artikel

14

Artikel

15

De wijze van toepassing van deze Overeenkomst wordt vastgesteld door de bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Artikel

16

Deze op 31 maart 1972 te Athene geparafeerde Overeenkomst, in twee oorspronkelijke exemplaren, in de Franse taal, is ondertekend te Athene op 15 januari negentienhonderd drieënzeventig.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) C. D. BARKMAN

Voor de Regering van het Koninkrijk Griekenland

(w.g.) ANNINO CAVALIERATO