Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Staat Israël tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël,

De wens koesterende een overeenkomst te sluiten tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van de Overeenkomst

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

Artikel

6

Beperking van belastingvermindering

Indien op grond van een bepaling van deze Overeenkomst in een van de Staten vermindering van belasting over bepaalde inkomsten moet worden verleend en ingevolge de in de andere Staat geldende wetgeving een persoon ter zake van die inkomsten niet voor het volle bedrag aan belasting is onderworpen, doch slechts voor zover die inkomsten naar die andere Staat zijn overgemaakt of aldaar zijn ontvangen, vindt de vermindering die de eerstbedoelde Staat ingevolge deze Overeenkomst moet verlenen, slechts toepassing op het gedeelte van de inkomsten dat naar de andere Staat is overgemaakt of aldaar is ontvangen.

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

7

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

8

Winst uit onderneming

Artikel

9

Zeevaart en luchtvaart

Artikel

10

Gelieerde ondernemingen

Indien

  • a)

    een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat, of

  • b)

    dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat,

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen alle voordelen die zonder deze voorwaarden zouden zijn opgekomen aan een van de ondernemingen, maar ten gevolge van die voorwaarden haar niet zijn opgekomen, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel

11

Dividenden

Artikel

12

Interest

Artikel

13

Royalty's

Artikel

14

Beperking van de artikelen 11, 12 en 13

Internationale organisaties, hun organen en functionarissen, alsmede personen die deel uitmaken van een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiging van een derde Staat, die in een van de Staten verblijven, hebben in de andere Staat geen recht op de verminderingen of vrijstellingen van belasting voorzien in de artikelen 11, 12 en 13, met betrekking tot uit die andere Staat afkomstige bestanddelen van het inkomen die in deze artikelen zijn behandeld, indien die bestanddelen van het inkomen in de eerstbedoelde Staat niet aan een belasting naar het inkomen zijn onderworpen.

Artikel

15

Vermogenswinsten

Artikel

16

Zelfstandige arbeid

Artikel

17

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

18

Bestuurders- en commissarissenbeloningen

Artikel

19

Artiesten en sportbeoefenaars

Niettegenstaande de bepalingen van de artikelen 16 en 17 mogen voordelen of inkomsten, verkregen door beroepsartiesten, zoals toneelspelers, film-, radio- of televisieartiesten en musici, alsmede door sportbeoefenaars, uit hun al dan niet zelfstandige persoonlijke werkzaamheden als zodanig, worden belast in de Staat waarin deze werkzaamheden worden verricht. Deze bepaling is ook van toepassing op zulke voordelen of inkomsten die door de bedoelde personen, hetzij onmiddellijk, hetzij middellijk, worden verkregen of aan hen opkomen door middel van rechtspersonen die door hen worden beheerst.

Artikel

20

Pensioenen

Artikel

21

Overheidsfuncties

Artikel

22

Professoren en leraren

Artikel

23

Studenten

Een student of een voor een beroep of bedrijf in opleiding zijnde persoon die uitsluitend voor zijn studie of opleiding in een van de Staten verblijft en die inwoner van de andere Staat is of dat onmiddellijk voorafgaande aan zijn verblijf was, is in de eerstbedoelde Staat vrijgesteld van belasting over betalingen die hij van buiten die eerstbedoelde Staat ontvangt ten behoeve van zijn onderhoud, studie of opleiding. Dit geldt tevens voor inkomsten uit personlijke diensten die in de eerstbedoelde Staat zijn verricht, indien deze inkomsten uit personlijke diensten 4.000 Israëlische ponden of 4.000 Nederlandse guldens per kalenderjaar niet te boven gaan.

Artikel

24

Overige inkomsten

Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, die niet uitdrukkelijk in de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst zijn vermeld, zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Belastingheffing naar het vermogen

Artikel

25

Vermogen

HOOFDSTUK

V

Artikel

26

Vermijding van dubbele belasting

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

27

Non-discriminatie

Artikel

28

Regeling voor onderling overleg

Artikel

29

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

30

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

De bepalingen van deze Overeenkomst tasten in geen enkel opzicht de fiscale voorrechten aan die diplomatieke of consulaire ambtenaren en beambten ontlenen aan de algemene regelen van het volkenrecht of aan de bepalingen van bijzondere overeenkomsten.

Artikel

31

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

32

Inwerkingtreding

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop de Overeenkomstsluitende Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld, dat aan de in hun onderscheiden landen vereiste grondwettelijke procedures is voldaan, en de bepalingen ervan vinden toepassing -

  • a)

    in Nederland:

    • voor belastingjaren en -tijdvakken die op of na 1 januari 1970 aanvangen;

  • b)

    in Israël

    • voor belastingjaren en -tijdvakken die op of na 1 april van het jaar 1970 aanvangen.

Artikel

33

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten is opgezegd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg opzeggen door tenminste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar na het jaar 1976 een kennisgeving van beëindiging te zenden. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn -

  • a)

    in Nederland:

    • voor belastingjaren en -tijdvakken, die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin de kennisgeving is gedaan;

  • b)

    in Israël:

    • voor belastingjaren en -tijdvakken, die aanvangen na 31 maart van het kalenderjaar dat volgt op dat waarin de kennisgeving is gedaan.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Jeruzalem, op 2 juli 1973, in twee originelen, elk in de Nederlandse, Hebreeuwse en Engelse taal, zijnde deze drie teksten gelijkelijk authentiek.

In geval de Nederlandse en Hebreeuwse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) W. ROOSDORP

Voor de Regering van de Staat Israël,

(w.g.) M. NEUDORFER

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Staat Israël gesloten, zijn de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, overeengekomen, dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van de Overeenkomst belastingen naar het vermogen mede omvatten belastingen naar bestanddelen van het vermogen ongeacht of deze naar een bruto grondslag of naar een netto grondslag worden geheven.

II

Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.

III

Ad artikelen 11, 12 en 13

Verzoeken om teruggaaf van belasting die in strijd met de bepalingen van de artikelen 11, 12 en 13 is geheven, moeten bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven, worden ingediend binnen een tijdvak van vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

IV

Ad artikel 11

Met betrekking tot artikel 11, tweede lid, van de Overeenkomst zijn de beide Regeringen, zich er van bewust zijnde dat het verschil tussen de bepalingen van letter a) en die van letter b) van dit lid gegrond is op de omstandigheid, dat in Israël de belastingdruk op Israëlische lichamen voor uitgedeelde winst aanzienlijk lager is dan die voor niet uitgedeelde winst, overeengekomen dat een herziening van die bepalingen ter hand zal worden genomen, teneinde letter b) aan te passen aan letter a), indien de grondslag voor het bedoelde verschil niet meer aanwezig is.

VI

Ad artikel 26

Na een tijdvak van tien jaren volgende op de inwerkingtreding van de Overeenkomst zullen de beide Regeringen met elkaar in onderhandeling treden, teneinde in het licht van de dan vigerende omstandigheden herziening te overwegen van de bepalingen van artikel 26, letter A, vierde en vijfde lid, van de Overeenkomst.

VII

Ad artikel 26

Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 26, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.

VIII

Ad artikel 29

De verplichting tot het uitwisselen van inlichtingen strekt zich niet uit tot inlichtingen die verkregen zijn van banken of van daarmede gelijkgestelde instellingen. De uitdrukking „daarmede gelijkgestelde instellingen” betekent onder andere verzekeringsmaatschappijen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Jeruzalem, op 2 juli 1973, in twee originelen, elk in de Nederlandse, Hebreeuwse en Engelse taal, zijnde deze drie teksten gelijkelijk authentiek.

In geval de Nederlandse en Hebreeuwse tekst verschillend kunnen worden uitgelegd, is de Engelse tekst beslissend.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) W. ROOSDORP

Voor de Regering van de Staat Israël,

(w.g.) M. NEUDORFER

Convention between the Kingdom of the Netherlands and the State of Israel for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Israel,

Desiring to conclude a convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

Scope of the Convention

Article

1

Personal scope

This Convention shall apply to persons who are residents of one or both of the States.

Article

2

Taxes covered

CHAPTER

II

Definitions

Article

3

General definitions

Article

4

Fiscal domicile

Article

5

Permanent establishment

Article

6

Limitation of relief

Where under any provision of this Convention income is relieved from tax in one of the States and under the law in force in the other State, a person, in respect of the said income, is subject to tax by reference to the amount thereof which is remitted to or received in that other State and not by reference to the full amount thereof, then the relief to be allowed under this Convention in the firstmentioned State shall apply only to so much of the income as is remitted to or received in the other State.

CHAPTER

III

Taxation of income

Article

7

Income from immovable property

Article

8

Business profits

Article

9

Shipping and air transport

Article

10

Associated enterprises

Where

  • a)

    an enterprise of one of the States participates directly or indirectly in the management, control or capital of an enterprise of the other State, or

  • b)

    the same persons participate directly or indirectly in the management, control or capital of an enterprise of one of the States and an enterprise of the other State,

and in either case conditions are made or imposed between the two enterprises in their commercial or financial relations which differ from those which would be made between independent enterprises, then any profits which Would, but for those conditions, have accrued to one of the enterprises, but, by reason of those conditions, have not so accrued, may be included in the profits of that enterprise and taxed accordingly.

Article

11

Dividends

Article

12

Interest

Article

13

Royalties

Article

14

Limitation of articles 11, 12 and 13

International organisations, organs and officials thereof and members of a diplomatic or consular mission of a third State, being present in one of the States, are not entitled, in the other State, to the reductions or exemptions from tax provided for in Articles 11, 12 and 13 in respect of the items of income dealt with in these Articles and arising in that other State, if such items of income are not subject to a tax on income in the first-mentioned State.

Article

15

Capital gains

Article

16

Independent personal services

Article

17

Dependent personal services

Article

18

Directors' fees

Article

19

Artistes and athletes

Notwithstanding the provisions of Articles 16 and 17 income derived by public entertainers, such as theatre, motion picture, radio or television artistes and musicians, and by athletes, from their dependent or independent personal activities as such may be taxed in the State in which these activities are exercised. This provision also applies to such income derived by the said persons or accrued to them, directly or indirectly, through corporate bodies controlled by the said persons.

Article

20

Pensions

Article

21

Governmental functions

Article

22

Professors and teachers

Article

23

Students

A student or business apprentice who is present in one of the States solely for the purpose of his education or training and who is, or immediately before being so present was, a resident of the other State shall be exempt from tax in the first-mentioned State on payments received from outside that first-mentioned State for the purposes of his maintenance, education or training. The same shall apply to income from personal services performed in the firstmentioned State if such income from personal services does not exceed 4.000 Israeli Pounds or 4.000 Netherlands Guilders in the calendar year.

Article

24

Income not expressly mentioned

Items of income of a resident of one of the States which are not expressly mentioned in the foregoing Articles of this Convention shall be taxable only in that State.

CHAPTER

IV

Taxation of capital

Article

25

Capital

CHAPTER

V

Article

26

Elimination of double taxation

CHAPTER

VI

Special provisions

Article

27

Non-discrimination

Article

28

Mutual agreement procedure

Article

29

Exchange of information

Article

30

Diplomatic and consular officials

Nothing in this Convention shall affect the fiscal privileges of diplomatic or consular officials under the general rules of international law or under the provisions of special agreements.

Article

31

Territorial extension

CHAPTER

VII

Final provisions

Article

32

Entry into force

This Convention shall enter into force on the date on which the Contracting Governments have notified each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with, and its provisions shall have effect -

  • a)

    in the case of the Netherlands:

    for taxable years and periods beginning on or after the first day of January 1970;

  • b)

    in the case of Israel:

    for taxable years and periods beginning on or after the first day of April in the calendar year 1970.

Article

33

Termination

This Convention shall remain in force until denounced by one of the States. Either State may denounce the Convention, through diplomatic channels, by giving notice of termination at least six months before the end of any calendar year after the year 1976. In such event the Convention shall cease to have effect -

  • a)

    in the case of the Netherlands:

    for taxable years and periods beginning after the end of the calendar year in which the notice is given;

  • b)

    in the case of Israel:

    for taxable years and periods beginning after the 31st day of March in the calendar year next following that in which the notice is given.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Jerusalem on second July 1973 in two originals, each in the Netherlands, Hebrew and English languages, the three texts being equally authentic.

In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Hebrew texts, the English shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) W. ROOSDORP

For the Government of the State of Israel

(sd.) M. NEUDORFER

Protocol

At the moment of signing the Convention for the avoidance of double taxation and the prevention of fiscal evasion with respect to taxes on income and on capital, this day concluded between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the State of Israel, the undersigned, duly authorised thereto, have agreed that the following provisions shall form an integral part of the Convention.

I

It is understood that for the application of the Convention taxes on capital include taxes on property whether or not they are levied on a gross base or on a net base.

II

Ad Article 4

An individual living aboard a ship without any real domicile in either of the States shall be deemed to be a resident of the State in which the ship has its home harbour.

III

Ad Articles 11, 12 and 13

Applications for the restitution of tax levied contrary to the provisions of Articles 11, 12 and 13 to be lodged with the competent authority of the State having levied the tax within a period of 5 years after the expiration of the calendar year in which the tax has been levied.

IV

Ad Article 11

With reference to paragraph 2 of Article 11 of the Convention, the two Governments, having in mind that the difference between the provisions of sub-paragraph a) and those of sub-paragraph b) of the said paragraph is based on the fact that in Israel the tax burden in the hands of Israeli companies for distributed profits is substantially lower than that for undistributed profits, agree to undertake the review of the said provisions in order to adapt sub-paragraph b) to sub-paragraph a) when the basis of such difference no longer exists.

VI

Ad Article 26

After a period of 10 years subsequent to the entry into force of the Convention the two Governments shall enter into negotations with each other in order to envisage a review of the provisions of paragraphs 4 and 5 of Article 26, part A, of the Convention in the light of the circumstances then prevailing.

VII

Ad Article 26

It is understood that, in so far as the Netherlands income tax or company tax is concerned, the basis meant in the first paragraph of Article 26 is the “onzuivere inkomen” or “winst” in terms of the Netherlands income tax law or company tax law, respectively.

VIII

Ad Article 29

The obligation to exchange information does not include information obtained from banks or from institutions assimilated therewith. The term “institutions assimilated therewith” means, inter alia, insurance companies.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, duly authorised thereto, have signed this Protocol.

DONE at Jerusalem on second July 1973 in two originals, each in the Netherlands, Hebrew and English languages, the three texts being equally authentic.

In case there is any divergence of interpretation between the Netherlands and Hebrew texts, the English shall prevail.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands

(sd.) W. ROOSDORP

For the Government of the State of Israël

(sd.) M. NEUDORFER