Overeenkomst over de verbetering en het onderhoud van een gedeelte van de Issel (Oude IJssel) in het grensgebied

Overeenkomst over de verbetering en het onderhoud van een gedeelte van de Issel (Oude IJssel) in het grensgebied

Het „Isselverband” in Wezel, vertegenwoordigd door de voorzitter Ltd. Kreisbaudirektor Thesing en het waterschap van de „Oude IJssel” in Terborg, hierna „Waterschap” genoemd, vertegenwoordigd door de watergraaf ir. W. Kooij, sluiten met inachtneming van hoofdstuk 4, artikel 59 van het grensverdrag tussen de Bondsrepubliek Duitsland en het Koninkrijk der Nederlanden van 8 april 1960 de volgende overeenkomst:

Artikel

1

Artikel

2

Het Isselverband zal bij de bouw van de Hardenberger stuw het volgende in acht nemen:

  • a.

    De bovenkant van de stuwdrempel mag niet lager gelegd worden dan Normal Null (NN) + 11.90 m.

  • b.

    De dagwijdte van de stuwopening mag niet groter zijn dan 10 m.

  • c.

    De bovenkant van het beweegbare deel van de stuw mag in gesloten toestand niet hoger zijn dan NN + 14.08 m.

  • d.

    De as van de nieuwe stuw mag niet verder dan 30 m oostwaarts van de as van het bestaande kunstwerk worden gelegd.

  • e.

    Benedenstrooms van de Hardenberger stuw moet een riviergedeelte met een lengte van tenminste 40 m op deugdelijke wijze worden vastgelegd.

Artikel

3

Het Isselverband zal bij de verbetering van het gedeelte van de Issel het volgende in acht nemen:

  • a.

    Het verval van het verbeterde Isselgedeelte moet gelijkmatig verlopen van grenssteen 718 tot de stuwdrempel; bij grenssteen 718 mag de bodem niet dieper liggen dan NN + 12.70 m.

  • b.

    De kruin van de Isseldijk op de rechteroever mag niet hoger liggen dan de dijkskruin op de linkeroever.

  • c.

    Tussen de grenssteen 718 en 720 moet de verbreding van de Issel naar de rechterzijde plaatsvinden. Bij de verdieping van de bodem moet de steenbestorting op het linker talud onder een helling van 1 : 2 tot aan de nieuwe bodemhoogte verlengd worden

Artikel

4

Artikel

5

Het in de bovenloop van de Issel geprojecteerde spaarbekken moet tegelijk met de nieuwe Hardenberger stuw en de verbeterde Issel voor gebruik gereed zijn.

Artikel

6

Artikel

7

Het Isselverband verbindt zich alle vuil bovenstrooms van de Hardenberger stuw op te vangen en zo snel mogelijk uit het water te verwijderen. Komt het desondanks op Nederlands gebied dan draagt het Isselverband de kosten van de verwijdering.

Artikel

8

Het Isselverband verbindt zich de Hardenberger stuw en de volgende bovenstrooms gelegen stuw zo te bedienen dat geen plotselinge afvoervergroting optreedt. Bij dreigend gevaar voor een overstroming is het plotseling openen wel toegestaan. Het Isselverband moet dan hiervan van te voren mededeling doen aan de stuwwachter van de stuw in Ulft of, wanneer deze afwezig is, aan de technische dienst van het waterschap.

Artikel

9

Het waterschap verbindt zich het water bij de stuw in Ulft bij normale afvoer niet hoger op te stuwen dan Nieuw Amsterdams Peil (NAP) + 13.50 m en in droge perioden niet hoger dan NAP + 13.70 m.

Artikel

10

Het waterschap verbindt zich, de waterstand van de Issel bovenstrooms van de Hardenberger stuw door onttrekking niet lager te laten zakken dan NN + 13.70 m. Verdergaande onttrekkingen zijn alleen1)[Red: Weggevallen zijn de woorden: „in overeenstemming”.]met het Isselverband toegestaan.

Artikel

11

Veranderingen van deze overeenkomst behoeven de goedkeuring van de regeringen van de Bondsrepubliek en van het Koninkrijk der Nederlanden.

Artikel

12

Artikel

13

GEDAAN te Terborg, de 6 april 1973 in viervoud, elk in de Duitse en Nederlandse taal, waarbij elke tekst gelijkelijk verbindend is.

Watergraaf van het waterschap van de „Oude IJssel”

(w.g.) W. KOOIJ

Vorsteher des Isselverbandes

(w.g.) THESING