Overeenkomst tussen het Duitse Deichverband "Kleve-Landesgrenze" en het Nederlandse Polderdistrict "Maas en Waal" over de waterafvoer uit het gemeenschappelijke stroomgebied naar het gemaal te Nijmegen

Overeenkomst tussen het Duitse Deichverband „Kleve-Landesgrenze” en het Nederlandse Polderdistrict „Maas en Waal” over de waterafvoer uit het gemeenschappelijke stroomgebied naar het gemaal te Nijmegen

Het Deichverband „Kleve-Landesgrenze” (hierna te noemen „het Deichverband”), vertegenwoordigd door de Dijkgraaf Robert Jansen en het Polderdistrict „Maas en Waal” (hierna te noemen „het Polderdistrict”), vertegenwoordigd door de Dijkgraaf P. Th. Ermers gaan van de volgende overwegingen uit:

  • 1.

    Ter verzekering van een goede waterafvoer uit hun gemeenschappelijk stroomgebied zijn de volgende overeenkomsten gesloten:

    • a.

      de overeenkomst, met eerste en tweede nadere overeenkomst, alle van 28 juni 1932, tussen het Deichverband en het Nederlandse waterschap „Nijmegen-Duitsche grens”;

    • b.

      de derde nadere overeenkomst van 24 oktober 1960 tussen het Deichverband en het Polderdistrict „Circul van Ooy en Millingen” (als rechtsopvolger van het inmiddels opgeheven waterschap „Nijmegen-Duitsche grens”).

  • 2.

    De kosten werden in deze overeenkomsten over de Partijen verdeeld overeenkomstig de verhouding van de oppervlakten van hun gebieden.

  • 3.

    Sindsdien is het noodzakelijk gebleken het door het Deichverband te dragen aandeel in de kosten te herzien, en wel op basis van de verhouding waarin de grootte van de wederzijdse, respectievelijk onder de ene en onder de andere partij ressorterende, delen van het stroomgebied tot elkaar staan. De noodzaak daartoe ontstaat in het bijzonder uit de toeneming van de waterafvoer, met name uit het Nederlandse gebied bij Groesbeek en het Duitse gebied bij Kranenburg, alsmede uit de wijzigingen van de Duits-Nederlandse landsgrens.

  • 4.

    Het Duitse deel van het stroomgebied is 9 700 ha groot, het Nederlandse 6 765 ha, zodat voor de toekomst een aandeel van het Deichverband van 60% in de kosten redelijk lijkt.

  • 5.

    De Permanente Nederlands-Duitse Grenswaterencommissie heeft zich met deze wijziging verenigd.

Daarom sluiten het Deichverband en het Polderdistrict (als rechtsopvolger van het Polderdistrict „Circul van de Ooy en Millingen”) met inachtneming van Hoofdstuk 4, artikel 59 van het Grensverdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland van 8 april 1960, de volgende Overeenkomst.

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Schade, die een der partijen lijdt als gevolg van niet-nakoming door de andere partij van de ingevolge deze overeenkomst op haar rustende verplichtingen, dient te worden vergoed. Het Deichverband heeft het recht zich voor door hem geleden en door het Polderdistrict erkende schade vergoeding te verschaffen door deze dienovereenkomstig in mindering te brengen op het aandeel in de kosten, dat jaarlijks door hem moet worden bijgedragen.

Artikel

8

Bij de gunning van werken ter uitvoering van deze overeenkomst dienen Duitse en Nederlandse ondernemingen in aanmerking te komen zoveel mogelijk naar de verhouding, waarin de kosten overeenkomstig het eerste lid van artikel 4 onder a van deze overeenkomst over het Deichverband en het Polderdistrict worden verdeeld.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Wijzigingen van deze overeenkomst behoeven de goedkeuring der Regeringen van de Bondsrepubliek Duitsland en van het Koninkrijk der Nederlanden. Zulks geldt niet voor een wijziging in de kostenverdeling ingevolge het bepaalde in het tweede lid van artikel 6.

Artikel

12

Artikel

13

GEDAAN te Kranenburg, de 20ste september 1972, in viervoud, in de Nederlandse en Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend.

(w.g.) P. TH. ERMERS

(w.g.) ROBERT JANSEN