Luchtvervoersovereenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Luchtvervoersovereenkomst tussen de Regeringen van het Koninkrijk der Nederlanden en van de Republiek ten Oosten van de Uruguay

Preambule

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

en

de Regering van de Republiek ten Oosten van de Uruguay,

partijen bij het op 7 december 1944 voor ondertekening opengestelde Verdrag inzake de Internationale Burgerluchtvaart, met het oogmerk een Overeenkomst te sluiten waardoor de geregelde burgerluchtvaartdiensten tussen hun respectieve grondgebieden en verder gelegen punten zullen berusten op een grondslag van gelijke mogelijkheden en zullen worden uitgevoerd op gezonde en economische wijze,

zijn het navolgende overeengekomen:

Algemene begrippen

Artikel

I

Verlening van rechten

Artikel

II

Voorwaarden voor de uitoefening van de verleende rechten

Artikel

III

Verboden zones

Artikel

IV

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan om redenen van militaire aard of van openbare veiligheid de vluchten der luchtvaartuigen van andere Staten over bepaalde zones van haar grondgebied uniform beperken of verbieden, mits geen onderscheid gemaakt wordt in dit opzicht tussen de luchtvaartuigen van de Overeenkomstsluitende Partij om wier grondgebied het gaat, die gebruikt worden in geregelde internationale luchtdiensten, en de luchtvaartuigen van derde Staten die in dergelijke luchtdiensten worden gebruikt.

Genoemde verboden zones dienen een redelijke oppervlakte en ligging te hebben, zodat de luchtvaart niet onnodig gehinderd wordt. De beschrijving van dergelijke op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij gelegen verboden zones, alsmede alle verdere wijzigingen, dienen zo spoedig mogelijk te worden bekendgemaakt aan de andere Overeenkomstsluitende Partij en aan de internationale Organisatie voor Burgerluchtvaart.

Intrekking, opschorting en beperking van rechten

Artikel

V

Gebruik van installaties en diensten en het opleggen van luchthavenrechten

Artikel

VI

Vrijstelling van douanerechten

Artikel

VII

Vrijstelling van belasting op winst uit exploitatie

Artikel

VIII

Overmaking van overschotten

Artikel

IX

Elke Overeenkomstsluitende Partij verleent aan de aangewezen luchtlijn van de andere Overeenkomstsluitende Partij het recht van vrije overmaking in convertibele valuta van het overschot van inkomsten na aftrek van kosten, verkregen door elke luchtvaartlijn gedurende de normale bedrijfsvoering.

Genoemde overmakingen dienen op normale wijze te worden goedgekeurd en zij dienen als grondslag te hebben de valuta-bepalingen welke op normale betalingen van toepassing zijn.

Op genoemde overmakingen zullen generlei andere lasten drukken dan de normale bankkosten.

Faciliteiten voor passagiers, bagage en vracht in transito

Artikel

X

Passagiers, bagage en vracht in het rechtstreeks transitoverkeer door het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen en niet komend buiten de hiervoor bestemde zone van de luchthaven, zijn aan een vereenvoudigde controle onderworpen, behoudens voor wat betreft maatregelen van veiligheid tegen geweld en luchtpiraterij. Bagage en vracht in het rechtstreeks transitoverkeer zijn vrijgesteld van douanerechten en andere soortgelijke heffingen.

Erkenning van bewijzen van luchtwaardigheid, vergunningen en bewijzen van bevoegdheid

Artikel

XI

Vervoerstarieven

Artikel

XII

Toepassing van wetten en voorschriften

Artikel

XIII

Overtredingen door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen

Artikel

XIV

Statistieken

Artikel

XV

De luchtvaartautoriteiten van elke Overeenkomstsluitende Partij dienen aan de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij op verzoek statistische rapporten te verschaffen welke redelijkerwijs nodig geacht kunnen worden voor de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen. Dergelijke rapporten dienen alle gegevens te bevatten welke nodig zijn om de verkeershoeveelheid te bepalen die door de aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen is vervoerd op de overeengekomen diensten.

Gedachtenwisseling

Artikel

XVI

In een geest van nauwe samenwerking plegen de luchtvaartautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partijen veelvuldig en geregeld overleg, teneinde een bevredigende toepassing te waarborgen van de bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlagen.

Overleg, wijziging en verbetering van Overeenkomst en Bijlagen

Artikel

XVII

Geschillenbeslechting

Artikel

XVIII

Wijziging door een multilateraal Verdrag

Artikel

XIX

Indien een multilaterale luchtvaartovereenkomst voor beide Overeenkomstsluitende Partijen van kracht zou worden, worden de bepalingen van de multilaterale overeenkomst automatisch van toepassing op de onderhavige Overeenkomst.

Registratie van de Overeenkomst

Artikel

XX

Onverminderd de bepalingen van Artikel 102, lid 1, van het Handvest der Verenigde Naties, dienen deze Overeenkomst en haar Bijlagen te worden geregistreerd bij de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

Toepassing van de Overeenkomst

Artikel

XXI

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, zal deze Overeenkomst alleen gelden voor het Rijk in Europa.

De bepalingen van deze Overeenkomst en haar Bijlagen zullen voorlopig worden toegepast vanaf de dag van ondertekening en zij zullen in werking treden op de dag van de uitwisseling langs diplomatieke weg van de akten van bekrachtiging.

Bij de inwerkingtreding zal deze Overeenkomst, tussen het deel van het Koninkrijk der Nederlanden in Europa en de Republiek ten Oosten van de Uruguay, het Luchtvaartverdrag tussen Nederland en Uruguay vervangen dat de Montevideo op de twaalfde mei 1947 is getekend.

Opzegging van de Overeenkomst

Artikel

XXII

Elk der Overeenkomstsluitende Partijen kan te allen tijde deze Overeenkomst opzeggen. De kennisgeving hieromtrent wordt tegelijkertijd aan de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie (ICAO) gezonden. Indien zulk een kennisgeving wordt gedaan, eindigt deze Overeenkomst twaalf maanden na ontvangst van de kennisgeving door de andere Overeenkomstsluitende Partij, tenzij genoemde kennisgeving in onderling overleg wordt ingetrokken voor de datum van afloop van deze termijn. Indien de Overeenkomstsluitende Partij aan wie de kennisgeving werd gezonden de ontvangst niet bevestigt, wordt deze geacht te zijn ontvangen veertien dagen na ontvangst van de mededeling door de Internationale Burgerluchtvaartorganisatie.

GEDAAN te 's-Gravenhage op 21 november 1979, in twee originele exemplaren in de Nederlandse en de Spaanse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) C. A. VAN DER KLAAUW

Por el Gobierno de la República Oriental del Uruguay,

(w.g.) P. R. RIVERO

Bijlage

I

  • 1.

    Met betrekking tot de exploitatie van het regionale luchtvaartverkeer zal elk der Overeenkomstsluitende Partijen redelijke normen mogen vaststellen voor de bescherming van haar belangen, welke door de andere Overeenkomstsluitende Partij zullen worden gerespecteerd.

    De normen in kwestie zullen de in deze Overeenkomst verleende rechten en voordelen niet beïnvloeden.

  • 2.

    De overeengekomen diensten zullen als voornaamste doel hebben het aanbieden van een capaciteit die is aangepast aan de in principe voorzienbare behoeften van het internationale luchtverkeer tussen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en punten op de omschreven routes.

  • 3.

    Aan de door beide Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen dient een rechtvaardige en billijke behandeling verzekerd te worden, opdat zij met gelijke mogelijkheden kunnen profiteren van het aanbod van capaciteit, zulks met het oog op de exploitatie der overeengekomen diensten.

  • 4.

    De door de Overeenkomstsluitende Partijen aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen dienen bij het exploiteren van hun routes of gemeenschappelijke gedeelten van hun routes, rekening te houden met hun wederzijdse belangen opdat hun respectieve diensten en in het bijzonder de regionale diensten niet ten onrechte worden geschaad.

    Elke Overeenkomstsluitende Partij verplicht zich aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen toe te staan de uitoefening van het recht op verkeer van de Vijfde Vrijheid, dat een complementair karakter dient te dragen ten opzichte van het voornaamste doel, hetwelk bestaat uit het verkeer tussen het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij die de luchtvaartmaatschappij heeft aangewezen en punten op de omschreven routes.

    Elk recht dat door een Overeenkomstsluitende Partij wordt verleend aan de door de andere Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen om verkeer van de Vijfde Vrijheid uit te voeren naar punten die verder gelegen zijn dan enig punt op beider grondgebied, zal laatstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij, om redenen van gelijkheid van mogelijkheden, verplichten dit recht in gelijke vorm te verlenen aan de door de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij aangewezen luchtvaartmaatschappij of luchtvaartmaatschappijen.

  • 5.

    De manier waarop deze principes zullen worden toegepast zal onderwerp zijn van een akkoord tussen de luchtvaartautoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen.

Bijlage

II

ROUTETABEL

  • 1.

    Omschreven route voor het Koninkrijk der Nederlanden:

    • AMSTERDAM, twee punten in Europa, twee punten in Afrika, Rio de Janeiro, São Paulo, MONTEVIDEO, Buenos Aires en Santiago de Chile.

  • 2.

    Omschreven route voor de Republiek ten Oosten van de Uruguay:

    • MONTEVIDEO, twee punten in Zuid-Amerika, twee punten in Afrika, twee op te geven punten in Europa, AMSTERDAM en twee op te geven verder gelegen punten.

  • 3.

    De aangewezen luchtvaartmaatschappijen zullen een of meer punten op de aangegeven routes bij een of alle vluchten kunnen weglaten, en zij zullen tevens in andere volgorde kunnen opereren.

  • 4.

    Er zal geen enkel beletsel zijn. dat de aangewezen luchtlijnen andere punten bedienen dan die welke op de routes zijn aangegeven, mits zonder voorafgaande machtiging geen verkeersrechten worden uitgeoefend tussen die punten en het punt op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

  • 5.

    Aanvullende vluchten kunnen worden uitgevoerd door de aangewezen luchtvaartmaatschappijen met voorafgaande machtiging van de luchtvaartautoriteiten van de andere Overeenkomstsluitende Partij.