Verdrag inzake het verbod van militair of enig ander vijandelijk gebruik van milieuveranderingstechnieken

Convention on the Prohibition of Military or Any Other Hostile Use of Environmental Modification Techniques

The States Parties to this Convention,

Guided by the interest of consolidating peace, and wishing to contribute to the cause of halting the arms race, and of bringing about general and complete disarmament under strict and effective international control, and of saving mankind from the danger of using new means of warfare,

Determined to continue negotiations with a view to achieving effective progress towards further measures in the field of disarmament,

Recognizing that scientific and technical advances may open new possibilities with respect to modification of the environment,

Recalling the Declaration of the United Nations Conference on the Human Environment, adopted at Stockholm on 16 June 1972,

Realizing that the use of environmental modification techniques for peaceful purposes could improve the interrelationship of man and nature and contribute to the preservation and improvement of the environment for the benefit of present and future generations,

Recognizing, however, that military or any other hostile use of such techniques could have effects extremely harmful to human welfare,

Desiring to prohibit effectively military or any other hostile use of environmental modification techniques in order to eliminate the dangers to mankind from such use, and affirming their willingness to work towards the achievement of this objective,

Desiring also to contribute to the strengthening of trust among nations and to the further improvement of the international situation in accordance with the purposes and principles of the Charter of the United Nations,

Have agreed as follows:

Article

I

Article

II

As used in article I, the term “environmental modification techniques” refers to any techniques for changing - through the deliberate manipulation of natural processes - the dynamics, composition or structure of the Earth, including its biota, lithosphere, hydrosphere, and atmosphere, or of outer space.

Article

III

Article

IV

Each State Party to this Convention undertakes to take any measures it considers necessary in accordance with its constitutional processes to prohibit and prevent any activity in violation of the provisions of the Convention anywhere under its jurisdiction or control.

Article

V

Article

VI

Article

VII

This Convention shall be of unlimited duration.

Article

VIII

Article

IX

Article

X

This Convention, of which the Arabic, Chinese, English, French, Russian, and Spanish texts are equally authentic, shall be deposited with the Secretary-General of the United Nations who shall send certified copies thereof to the Governments of the signatory and acceding States.

IN WITNESS WHEREOF, the undersigned, duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Convention, opened for signature at Geneva on the eighteenth day of May, one thousand nine hundred and seventy-seven.

Annex

to the Convention Consultative Committee of Experts

  • 1.

    The Consultative Committee of Experts shall undertake to make appropriate findings of fact and provide expert views relevant to any problem raised pursuant to article V, paragraph 1, of this Convention by the State Party requesting the convening of the Committee.

  • 2.

    The work of the Consultative Committee of Experts shall be organized in such a way as to permit it to perform the functions set forth in paragraph 1 of this annex. The Committee shall decide procedural questions relative to the organization of its work, where possible by consensus, but otherwise by a majority of those present and voting. There shall be no voting on matters of substance.

  • 3.

    The Depositary or his representative shall serve as the Chairman of the Committee.

  • 4.

    Each expert may be assisted at meetings by one or more advisers.

  • 5.

    Each expert shall have the right, through the Chairman, to request from States, and from international organizations, such information and assistance as the expert considers desirable for the accomplishment of the Committee's work.

Verdrag inzake het verbod van militair of enig ander vijandelijk gebruik van milieuveranderingstechnieken

De Staten die partij zijn bij dit Verdrag,

Geleid door het belang van het versterken van de vrede en door de wens bij te dragen aan het tot staan brengen van de bewapeningswedloop en het verwezenlijken van algemene en volledige ontwapening onder strikt en doeltreffend internationaal toezicht, en aan het behoeden van de mensheid voor het gevaar van het gebruik van nieuwe middelen van oorlogvoering,

Vastbesloten onderhandelingen voort te zetten om daadwerkelijke vooruitgang te bereiken op de weg naar verdere maatregelen op het gebied van de ontwapening,

Erkennende dat wetenschappelijke en technische vorderingen nieuwe mogelijkheden kunnen bieden met betrekking tot de verandering van het milieu,

In herinnering brengend de Verklaring van de Conferentie der Verenigde Naties inzake het Leefmilieu, die op 16 juni 1972 te Stockholm werd aangenomen,

In het besef dat het gebruik van milieuveranderingstechnieken voor vreedzame doeleinden de onderlinge relatie tussen de mens en de natuur zou kunnen verbeteren en zou kunnen bijdragen tot het behoud en de verbetering van het milieu ten bate van de huidige en toekomstige generaties,

Erkennende echter dat militair of enig ander vijandelijk gebruik van zodanige technieken buitengewoon schadelijke gevolgen zou kunnen hebben voor het welzijn van de mens,

Geleid door de wens militair of enig ander vijandelijk gebruik van milieuveranderingstechnieken op doeltreffende wijze te verbieden, ten einde de gevaren die een zodanig gebruik voor de mensheid met zich brengt, weg te nemen en hun bereidheid bevestigend te werken aan de verwezenlijking van dit doel,

Tevens geleid door de wens bij te dragen aan de versterking van het vertrouwen tussen de volken onderling en aan een verdere verbetering van de internationale toestand in overeenstemming met de doeleinden en beginselen van het Handvest der Verenigde Naties,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

I

Artikel

II

Met de term „milieuveranderingstechnieken”, zoals gebezigd in artikel I, wordt bedoeld enigerlei techniek voor het veranderen - door middel van opzettelijke manipulatie van natuurlijke processen - van de dynamica, de samenstelling of de structuur van de aarde, waaronder begrepen de flora en fauna, de lithosfeer, de hydrosfeer en de atmosfeer, dan wel van de kosmische ruimte.

Artikel

III

Artikel

IV

Elke Staat die partij is bij dit Verdrag verbindt zich ertoe, in overeenstemming met zijn constitutionele procedures alle maatregelen te treffen welke hij noodzakelijk acht, om enigerlei activiteit die in strijd is met de bepalingen van dit Verdrag overal binnen zijn rechts- of machtsgebied te verbieden en te voorkomen.

Artikel

V

Artikel

VI

Artikel

VII

Dit Verdrag is van onbeperkte duur.

Artikel

VIII

Artikel

IX

Artikel

X

Dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties, die daarvan gewaarmerkte afschriften doet toekomen aan de Regeringen van de Staten die het Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.

TEN BLIJKE WAARVAN, de ondergetekenden, daartoe naar behoren gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, dit Verdrag hebben ondertekend dat is opengesteld voor ondertekening te Genève op achttien mei negentienhonderd zevenenzeventig.

Bijlage

bij het Verdrag

Commissie van overleg van deskundigen

  • 1.

    De Commissie van overleg van deskundigen verbindt zich ertoe passend onderzoek naar de feiten te verrichten en te zorgen voor een deskundig oordeel ter zake van elk probleem dat overeenkomstig artikel V, eerste lid, van dit Verdrag naar voren is gebracht door de Staat die partij is en die om het bijeenroepen van de Commissie heeft verzocht.

  • 2.

    De werkzaamheden van de Commissie van overleg van deskundigen worden op zodanige wijze georganiseerd dat zij in staat is haar in punt 1 van deze bijlage omschreven taken uit te voeren. De Commissie neemt beslissingen ten aanzien van procedurekwesties met betrekking tot de organisatie van haar werkzaamheden, zo mogelijk met eenparigheid van stemmen, maar anders met een meerderheid van stemmen van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Er wordt niet gestemd over inhoudelijke kwesties.

  • 3.

    De depositaris of diens vertegenwoordiger treedt op als Voorzitter van de Commissie.

  • 4.

    Elke deskundige kan tijdens de bijeenkomsten worden bijgestaan door een of meer adviseurs.

  • 5.

    Elke deskundige heeft het recht via de Voorzitter aan Staten en internationale organisaties de gegevens en de hulp te vragen die de deskundige wenselijk acht voor het verrichten van de werkzaamheden van de Commissie.