Overeenkomst inzake het vervoer van lijken

Agreement on the Transfer of Corpses

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering that there is an increasing need to simplify formalities relating to the international transfer of corpses;

Bearing in mind that the transfer of corpses does not create a risk to health even if death was due to a communicable disease provided that appropriate measures are taken, in particular with regard to the imperviousness of the coffin,

Have agreed as follows:

Article

1

Article

2

Article

3

Article

4

With the exception of the documents required under international conventions and agreements relating to transport in general, or future conventions or arrangements on the transfer of corpses, neither the State of destination nor the transit State shall require any documents other than the laissez-passer for a corpse.

Article

5

The laissez-passer is issued by the competent authority referred to in Article 8 of this Agreement, after it has ascertained that:

  • (a)

    all the medical, health, administrative and legal requirements of the regulations in force in the State of departure relating to the transfer of corpses and, where appropriate, burial and exhumation have been complied with;

  • (b)

    the remains have been placed in a coffin which complies with the requirements laid down in Articles 6 and 7 of this Agreement;

  • (c)

    the coffin only contains the remains of the person named in the laissez-passer and such personal effects as are to be buried or cremated with the corpse.

Article

6

Article

7

If the coffin is to be transported like an ordinary consignment, it shall be packaged so that it no longer resembles a coffin, and it shall be indicated that it be handled with care.

Article

8

Each Contracting Party shall communicate to the Secretary General of the Council of Europe the designation of the competent authority referred to in Article 3, paragraph 1, Article 5 and Article 6, paragraphs 1 and 3 of this Agreement.

Article

9

If a transfer involves a third State which is a Party to the Berlin Arrangement concerning the conveyance of corpses of 10 February 1937, any Contracting State to this Agreement may require another Contracting State to take such measures as are necessary for the former Contracting State to fulfil its obligations under the Berlin Arrangement.

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

Article

14

Article

15

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to this Agreement of:

  • (a)

    any signature without reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (b)

    any signature with reservation in respect of ratification or acceptance;

  • (c)

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance or accession;

  • (d)

    any date of entry into force of this Agreement, in accordance with Article 11 thereof;

  • (e)

    any declaration received in pursuance of the provisions of paragraphs 2 and 3 of Article 13;

  • (f)

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 14 and the date on which denunciation takes effect;

  • (g)

    any communication made to him under Article 8.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, this 26th day of October 1973, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

Appendix

LAISSEZ-PASSER FOR A CORPSE

Overeenkomst inzake het vervoer van lijken

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het noodzakelijk is de formaliteiten met betrekking tot het internationaal vervoer van lijken te vereenvoudigen;

Rekening houdend met het feit dat het vervoer van lijken geen enkel gevaar voor de gezondheid oplevert, zelfs wanneer het overlijden is veroorzaakt door een besmettelijke ziekte, mits gepaste maatregelen worden genomen, in het bijzonder ten aanzien van de ondoordringbaarheid van de doodkist,

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Met uitzondering van de documenten vereist krachtens internationale verdragen en overeenkomsten inzake vervoer in het algemeen of krachtens toekomstige verdragen of regelingen inzake het vervoer van lijken, worden noch door de Staat van bestemming noch door de Staat van doorvoer andere documenten dan het „laissez-passer voor lijken” verlangd.

Artikel

5

Het „laissez-passer” wordt door de in artikel 8 van deze Overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteit afgegeven nadat deze zich ervan heeft verzekerd dat:

  • a)

    de medische, sanitaire, administratieve en wettelijke formaliteiten welke zijn vereist voor het vervoer van lijken en, indien het geval zich voordoet, voor de begrafenis en opgraving die van kracht zijn in de Staat van vertrek, zijn vervuld;

  • b)

    het lijk is gelegd in een doodkist die voldoet aan de in de artikelen 6 en 7 van deze Overeenkomst gestelde eisen;

  • c)

    de doodkist slechts het stoffelijk overschot van de in het „laissez-passer” vermelde persoon bevat, alsmede de persoonlijke bezittingen die met het lijk zullen worden begraven of gecremeerd.

Artikel

6

Artikel

7

Wanneer de doodkist als gewone vracht wordt vervoerd, dient deze zo te worden verpakt dat zij niet de aanblik van een doodkist heeft en dient erop te worden aangegeven dat zij voorzichtig moet worden behandeld.

Artikel

8

Elke Overeenkomstsluitende Partij stelt de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa in kennis van de aanwijzing van de in artikel 3, eerste lid, in artikel 5 en in artikel 6, eerste en derde lid, van deze Overeenkomst bedoelde bevoegde autoriteit.

Artikel

9

Indien bij een vervoer een derde Staat is betrokken, die Partij is bij de op 10 februari 1937 te Berlijn gesloten Internationale Overeenkomst betreffende het vervoer van lijken, kan elke Overeenkomstsluitende Staat bij deze Overeenkomst een andere Overeenkomstsluitende Staat verzoeken de nodige maatregelen te nemen ten einde de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Staat in staat te stellen zijn verplichtingen ingevolge de Overeenkomst van Berlijn na te komen.

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot deze Overeenkomst, kennis van:

  • a)

    ondertekeningen zonder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • b)

    ondertekeningen onder voorbehoud van bekrachtiging of aanvaarding;

  • c)

    nederleggingen van akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding;

  • d)

    data van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig artikel 11;

  • e)

    verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 13, tweede en derde lid;

  • f)

    kennisgevingen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 14 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt;

  • g)

    alle aan hem ingevolge artikel 8 gerichte mededelingen.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, 26 oktober 1973, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.

Bijlage

LAISSEZ-PASSER VOOR LIJKEN