Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring terzake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven

European Convention on the non-applicability of statutory limitation to crimes against humanity and war crimes

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering the necessity to safeguard human dignity in time of war and in time of peace;

Considering that crimes against humanity and the most serious violations of the laws and customs of war constitute a serious infraction of human dignity;

Concerned in consequence to ensure that the punishment of those crimes is not prevented by statutory limitations whether in relation to prosecution or to the enforcement of the punishment;

Considering the essential interest in promoting a common criminal policy in this field, the aim of the Council of Europe being to achieve a greater unity between its members,

Have agreed as follows:

Article

1

Each Contracting State undertakes to adopt any necessary measures to secure that statutory limitation shall not apply to the prosecution of the following offences, or to the enforcement of the sentences imposed for such offences, in so far as they are punishable under its domestic law:

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

Article

7

Article

8

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to this Convention of:

  • (a)

    any signature;

  • (b)

    any deposit of an instrument of ratification, acceptance or accession;

  • (c)

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Article 3 thereof;

  • (d)

    any declaration received in pursuance of the provisions of Article 5 or Article 6;

  • (e)

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 7 and the date on which the denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 25th day of January 1974, in the English and French languages, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding States.

Europees Verdrag betreffende de niet-toepasselijkheid van verjaring terzake van misdrijven tegen de menselijkheid en oorlogsmisdrijven

De Lid-Staten van de Raad van Europa die dit Verdrag hebben ondertekend,

De noodzaak overwegend om zowel in tijd van oorlog als in vredestijd de menselijke waardigheid te beschermen;

Overwegend dat misdrijven tegen de menselijkheid en de ernstigste schendingen van de wetten en gebruiken van de oorlog een ernstige aantasting van de menselijke waardigheid vormen;

Om die reden verlangend te verzekeren dat de bestraffing van die misdrijven niet wordt verhinderd door verjaring ten aanzien van hetzij het recht van vervolging, hetzij het recht van tenuitvoerlegging van de straf;

Het wezenlijke belang overwegend dat is gelegen in het bevorderen van een gemeenschappelijk strafrechtelijk beleid op dit gebied, gegeven het feit dat het doel van de Raad van Europa is de totstandbrenging van een grotere eenheid tussen zijn leden,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Iedere Verdragsluitende Staat verbindt zich ertoe de noodzakelijke maatregelen te nemen om te verzekeren, dat het recht van vervolging van de volgende strafbare feiten of van tenuitvoerlegging van terzake opgelegde straffen niet verjaart, voor zover deze krachtens zijn nationale wetgeving strafbaar zijn:

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan de Lid-Staten van de Raad en aan iedere Staat die is toegetreden tot dit Verdrag kennis van:

  • (a)

    ondertekeningen;

  • (b)

    nederlegging van akten van bekrachtiging, aanvaarding of toetreding;

  • (c)

    data van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig artikel 3;

  • (d)

    verklaringen ontvangen krachtens het bepaalde in artikel 5 of 6;

  • (e)

    kennisgevingen ontvangen ingevolge het bepaalde in artikel 7 en de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, de 25ste januari 1974, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Staten die het Verdrag hebben ondertekend of daartoe zijn toegetreden.