Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen

European Agreement on Transfer of Responsibility for Refugees

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering that the aim of the Council of Europe is to achieve a greater unity between its members;

Wishing to further improve the situation of refugees in member States of the Council of Europe;

Desirous of facilitating the application of Article 28 of the Convention relating to the status of refugees of 28 July 1951 and paragraphs 6 and 11 of its Schedule, in particular as regards the situation where a refugee has lawfully taken up residence in the territory of another Contracting Party;

Concerned especially to specify, in a liberal and humanitarian spirit, the conditions on which the responsibility for issuing a travel document is transferred from one Contracting Party to another;

Considering that it is desirable to regulate this question in a uniform manner between the member States of the Council of Europe.

Have agreed as follows:

Article

1

For the purposes of this Agreement:

  • a.

    “refugee” means a person to whom the Convention relating to the status of refugees of 28 July 1951 or, as the case may be, the Protocol relating to the status of refugees of 31 January 1967 applies;

  • b.

    “travel document” means the travel document issued by virtue of the above-mentioned Convention;

  • c.

    “first State” means a State, Party to this Agreement, which has issued such a travel document;

  • d.

    “second State” means another State, Party to this Agreement, in which a refugee, holder of a travel document issued by the first State, is present.

Article

2

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

After the date of transfer of responsibility, the second State shall, in the interest of family reunification and for humanitarian reasons, facilitate the admission to its territory of the refugee's spouse and minor or dependent children.

Article

7

The competent authorities of the Parties may communicate directly with each other as regards the application of this Agreement. These authorities shall be specified by each State, when expressing its consent to be bound by the Agreement, by means of a notification addressed to the Secretary General of the Council of Europe.

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any State which has acceded to this Agreement of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    the deposit of any instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Agreement in accordance with Articles 10, 11 and 12;

  • d.

    any other act, notification or communication to this Agreement.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Agreement.

DONE at Strasbourg, the 16th day of October 1980, in English and French, both texts being equally authentic, in a single copy which shall be deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each member State of the Council of Europe and to any State invited to accede to this Agreement.

ANNEX

Reservations

Under paragraph 1 of Article 14 of this Agreement, any State may declare:

  • 1.

    that insofar as it is concerned, transfer of responsibility under the provisions of paragraph 1 of Article 2 shall not occur for the reason that it has authorised the refugee to stay in its territory for a period exceeding the validity of the travel document solely for the purposes of studies or training.

  • 2.

    that it will not accept a request for readmission presented on the basis of the provisions of paragraph 2 of Article 4.

Europese Overeenkomst inzake de overdracht van verantwoordelijkheid met betrekking tot vluchtelingen

De Lid-Staten van de Raad van Europa die deze Overeenkomst hebben ondertekend,

Overwegende dat het doel van de Raad van Europa is het tot stand brengen van een grotere eenheid tussen zijn leden,

Geleid door de wens de positie van vluchtelingen in de Lid-Staten van de Raad van Europa verder te verbeteren,

Verlangende de toepassing van artikel 28 van het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 en van de paragrafen 6 en 11 van de Bijlage van dat Verdrag te vergemakkelijken, in het bijzonder in gevallen waarin sprake is van vluchtelingen die van verblijfplaats veranderen en zich rechtmatig op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij vestigen;

Er met name naar strevend in een geest van ruimdenkendheid en menslievendheid, nauwkeurig aan te geven onder welke voorwaarden de verantwoordelijkheid voor het afgeven van een reisdocument van de ene Overeenkomstsluitende Partij aan een andere Overeenkomstsluitende Partij wordt overgedragen;

Overwegend dat het wenselijk is deze aangelegenheid op uniforme wijze tussen de Lid-Staten van de Raad van Europa te regelen;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    „vluchteling”: een persoon waarop het Verdrag betreffende de status van vluchtelingen van 28 juli 1951 of in voorkomende gevallen het Protocol betreffende de status van vluchtelingen van 31 januari 1967 van toepassing is;

  • b.

    „reisdocument”: het reisdocument afgegeven krachtens bedoeld Verdrag;

  • c.

    „eerste Staat”: de Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en die bedoeld reisdocument heeft afgegeven;

  • d.

    „tweede Staat”: een andere Staat die Partij is bij deze Overeenkomst en waar de vluchteling die in het bezit is van een door de eerste Staat afgegeven reisdocument zich bevindt.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Na de datum van de overdracht van verantwoordelijkheid, vergemakkelijkt de tweede Staat, in het belang van de gezinshereniging en om humanitaire redenen, de toelating tot zijn grondgebied van de echtgeno(o)t(e) en de minderjarige kinderen van de vluchteling alsmede van de kinderen in het onderhoud waarvan hij voorziet.

Artikel

7

De bevoegde autoriteiten van de Partijen kunnen rechtstreeks contact met elkaar opnemen voor de toepassing van deze Overeenkomst. Deze autoriteiten worden door iedere Staat door middel van een aan de Secretaris-Generaal van de Raad van Europa gerichte kennisgeving aangewezen op het tijdstip waarop die Staat zijn instemming door de Overeenkomst gebonden te worden tot uitdrukking brengt.

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa stelt de Lid-Staten van de Raad alsmede iedere Staat die tot deze Overeenkomst is toegetreden, in kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst overeenkomstig de artikelen 10, 11 en 12;

  • d.

    iedere andere handeling, kennisgeving of mededeling met betrekking tot deze Overeenkomst.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, zijnde daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Straatsburg, op 16 oktober 1980, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in een enkel exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet hiervan voor eensluidend gewaarmerkte afschriften toekomen aan iedere Lid-Staat van de Raad van Europa en aan iedere Staat die is uitgenodigd tot deze Overeenkomst toe te treden.

Bijlage

Voorbehouden

Ingevolge artikel 14, eerste lid, van deze Overeenkomst, kan iedere Staat verklaren:

  • 1.

    dat, wat deze Staat betreft, de overdracht van verantwoordelijkheid ingevolge het bepaalde in artikel 2, eerste lid, niet zal plaatsvinden omdat deze Staat de vluchteling uitsluitend heeft toegestaan op zijn grondgebied te verblijven voor een tijdsduur die langer is dan de geldigheidsduur van het reisdocument ten behoeve van studie of opleiding;

  • 2.

    dat hij een aanvrage om toestemming opnieuw te worden toegelaten, die wordt ingediend op grond van het bepaalde in artikel 4, tweede lid, niet zal aanvaarden.