Europees Verdrag inzake de bescherming van slachtdieren

European Convention for the protection of animals for slaughter

The member States of the Council of Europe, signatory hereto,

Considering that it is desirable to ensure the protection of animals which are to be slaughtered;

Considering that slaughter methods which as far as possible spare animals suffering and pain should be uniformly applied in their countries;

Considering that fear, distress, suffering and pain inflicted on an animal during slaughter may affect the quality of the meat,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

GENERAL PRINCIPLES

Article

1

Article

2

CHAPTER

II

DELIVERY OF ANIMALS TO SLAUGHTERHOUSES AND THEIR LAIRAGING UNTIL THEY ARE SLAUGHTERED

Article

3

Section

I

The moving of animals within the precincts of slaughterhouses

Article

4

Article

5

Article

6

Section

II

Lairaging

Article

7

Section

III

Care

Article

8

Article

9

Section

IV

Other provisions

Article

10

In respect of reindeer, each Contracting Party may authorise derogations from the provisions of Chapter II of this Convention.

Article

11

Each Contracting Party may prescribe that the provisions of Chapter II of this Convention shall be applied mutatis mutandis to moving and lairaging of animals outside slaughterhouses.

CHAPTER

III

SLAUGHTERING

Article

12

Animals shall be restrained where necessary immediately before slaughtering and, with the exceptions set out in Article 17, shall be stunned by an appropriate method.

Article

13

In the case of the ritual slaughter of animals of the bovine species, they shall be restrained before slaughter by mechanical means designed to spare them all avoidable pain, suffering, agitation, injury or contusions.

Article

14

No means of restraint causing avoidable suffering shall be used; animals' hind legs shall not be tied nor shall they be suspended before stunning or, in the case of ritual slaughter, before the end of bleeding. Poultry and rabbits may, however, be suspended for slaughtering provided that stunning takes place directly after suspension.

Article

15

Other slaughter operations than those mentioned in Article 1, paragraph 2 may commence only after the animal's death.

Article

16

Article

17

Article

18

Article

19

Each Contracting Party permitting slaughter in accordance with religious ritual shall ensure, when it does not itself issue the necessary authorisations, that animal sacrificers are duly authorised by the religious bodies concerned.

CHAPTER

IV

FINAL PROVISIONS

Article

20

Article

21

Article

22

Article

23

Article

24

The Secretary General of the Council of Europe shall notify the member States of the Council and any Contracting Party not a member of the Council of:

  • a.

    any signature;

  • b.

    any deposit of an instrument of ratification, acceptance, approval or accession;

  • c.

    any date of entry into force of this Convention in accordance with Articles 20 and 21 thereof;

  • d.

    any declaration received in pursuance of the provisions of Article 22, paragraph 2;

  • e.

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 22, paragraph 3;

  • f.

    any notification received in pursuance of the provisions of Article 23 and the date on which denunciation takes effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed this Convention.

DONE at Strasbourg, this 10th day of May 1979, in English and French, both texts being equally authoritative, in a single copy which shall remain deposited in the archives of the Council of Europe. The Secretary General of the Council of Europe shall transmit certified copies to each of the signatory and acceding Parties.

Europees Verdrag inzake de bescherming van slachtdieren

De Lid-Staten van de Raad van Europa, die dit Verdrag hebben ondertekend,

Overwegende dat het wenselijk is te zorgen voor de bescherming van dieren die zijn bestemd voor de slacht;

Overwegende dat slachtmethoden waarbij de dieren zoveel mogelijk lijden en pijn worden bespaard, op uniforme wijze in hun landen moeten worden toegepast;

Overwegende dat vrees, angst, pijn en lijden van een dier bij het slachten van invloed kunnen zijn op de kwaliteit van het vlees,

Zijn overeengekomen als volgt:

HOOFDSTUK

I

ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel

1

Artikel

2

HOOFDSTUK

II

HET AFLEVEREN VAN DE DIEREN OP DE SLACHTHUIZEN EN HET ONDERBRENGEN VAN DE DIEREN TOTDAT ZE WORDEN GESLACHT

Artikel

3

Afdeling

I

Het verplaatsen van de dieren binnen het slachthuisterrein

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Afdeling

II

Het onderbrengen

Artikel

7

Afdeling

III

Verzorging

Artikel

8

Artikel

9

Afdeling

IV

Overige bepalingen

Artikel

10

Ten aanzien van rendieren kan iedere Verdragsluitende Partij afwijkingen toestaan van de bepalingen van hoofdstuk II van dit Verdrag.

Artikel

11

Iedere Verdragsluitende Partij kan bepalen dat de bepalingen van hoofdstuk II van dit Verdrag mutatis mutandis van toepassing zijn op het verplaatsen en het onderbrengen van dieren buiten de slachthuizen.

HOOFDSTUK

III

HET SLACHTEN

Artikel

12

De dieren moeten vlak voordat zij worden geslacht, zo nodig worden gefixeerd en, behoudens in de gevallen bedoeld in artikel 17, volgens een passende methode worden bedwelmd.

Artikel

13

Bij het rituele slachten, moeten de runderen, voordat zij worden geslacht, worden gefixeerd met een toestel waarmede alle pijn, lijden en opwinding alsmede alle verwondingen of kneuzingen kunnen worden voorkomen.

Artikel

14

Het is verboden voor het fixeren van de dieren middelen te gebruiken die onnodig lijden veroorzaken, de achterpoten van de dieren vast te binden of de dieren op te hangen voordat zij worden bedwelmd dan wel in het geval van het rituele slachten, voordat het dier is verbloed. Het verbod om dieren op te hangen, geldt evenwel niet voor het slachten van gevogelte en konijnen, mits de bedwelming geschiedt onmiddellijk nadat zij zijn opgehangen.

Artikel

15

Met slachthandelingen anders dan die bedoeld in het tweede lid van artikel 1, mag eerst een begin worden gemaakt nadat het dier dood is.

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Iedere Verdragsluitende Partij die het slachten volgens religieuze riten toestaat, moet - voor zover zij zelf niet de vereiste goedkeuringen afgeeft - ervoor zorgen dat de rituele slachters zijn erkend door de desbetreffende religieuze genootschappen.

HOOFDSTUK

IV

SLOTBEPALINGEN

Artikel

20

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa geeft aan alle Lid-Staten van de Raad en aan iedere Verdragsluitende partij die geen lid van de Raad is, kennis van:

  • a.

    iedere ondertekening;

  • b.

    de nederlegging van iedere akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding;

  • c.

    iedere datum van inwerkingtreding van dit Verdrag overeenkomstig de artikelen 20 en 21 daarvan;

  • d.

    iedere verklaring ontvangen overeenkomstig het bepaalde in het tweede lid van artikel 22;

  • e.

    iedere kennisgeving ontvangen overeenkomstig het bepaalde in het derde lid van artikel 22;

  • f.

    iedere kennisgeving ontvangen overeenkomstig het bepaalde in artikel 23 en van de datum waarop de opzegging van kracht wordt.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Verdrag hebben ondertekend.

Gedaan te Straatsburg op 10 mei 1979, in de Engelse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk gezaghebbend, in één exemplaar, dat zal worden nedergelegd in het archief van de Raad van Europa. De Secretaris-Generaal van de Raad van Europa doet een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift toekomen aan alle Partijen die dit Verdrag hebben ondertekend of ertoe zijn toegetreden.