Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek

Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De President van de Franse Republiek,

De President van Ierland,

De President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

en

De Raad van de Europese Gemeenschappen,

enerzijds, en

De President van de Syrische Arabische Republiek,

anderzijds,

Preambule

Wensende uitdrukking te geven aan hun wederzijdse wil om hun vriendschappelijke betrekkingen in stand te houden en te verstevigen, met eerbiediging van de beginselen van het Handvest der Verenigde Naties,

Vastbesloten een ruime samenwerking in te stellen die bijdraagt tot de economische en sociale ontwikkeling van Syrië en de versteviging van de betrekkingen tussen de Gemeenschap en Syrië in de hand werkt,

Besloten hebbende de economische en commerciële samenwerking tussen de Gemeenschap en Syrië, met inachtneming van hun onderscheiden ontwikkelingsniveaus, te bevorderen en daarvoor een vaste basis te garanderen overeenkomstig hun internationale verplichtingen,

Vastbesloten een nieuw model van betrekkingen tussen ontwikkelde landen en ontwikkelingslanden tot stand te brengen, dat verenigbaar is met het in de internationale gemeenschap bestaande verlangen naar een meer rechtvaardige en meer evenwichtige economische orde,

Hebben besloten de volgende overeenkomst aan te gaan en hebben te dien einde als hun gevolmachtigden aangewezen:

  • Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

    • Renaat van Elslande,

    • Minister van Buitenlandse Zaken;

    Hare Majesteit de Koningin van Denemarken:

    • Jens Christensen,

    • Ambassadeur,

    • Secretaris-Generaal;

    De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

    • Hans-Dietrich Genscher,

    • Bondsminister van Buitenlandse Zaken;

    De President van de Franse Republiek:

    • Louis de Guiringaud

    • Minister van Buitenlandse Zaken;

    De President van Ierland:

    • Garret Fitzgerald,

    • Minister van Buitenlandse Zaken;

    De President van de Italiaanse Republiek:

    • Arnaldo Forlani,

    • Minister van Buitenlandse Zaken;

    Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg:

    • Gaston Thorn,

    • Minister-President en Minister van Buitenlandse Zaken van de Regering van het Groothertogdom Luxemburg;

    Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

    • Max van der Stoel,

    • Minister van Buitenlandse Zaken van het Koninkrijk der Nederlanden;

    Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

    • Anthony Crosland M.P.,

    • Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

    De Raad van de Europese Gemeenschappen:

    • Anthony Crosland M.P.,

    • Fungerend Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen,

    • Minister van Buitenlandse Zaken en Gemenebestzaken van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

    • Claude Cheysson,

    • Lid van de Commissie van de Europese Gemeenschappen;

    De President van de Syrische Arabische Republiek:

    • Mohamed Imadi,

    • Minister van Economische Zaken en Buitenlandse Handel;*[Red: Bijlage II - Lijst A, Bijlage III - Lijst B, Bijlage IV - Lijst C, Bijlage V en Bijlage VI bij de Overeenkomst zullen worden bekendgemaakt in het Pb. EG].

Artikel

1

Deze overeenkomst tussen de Gemeenschap en Syrië heeft ten doel een algemene samenwerking tussen de partijen bij de overeenkomst te bevorderen, ten einde bij te dragen tot de economische en sociale ontwikkeling van Syrië en de versteviging van hun betrekkingen in de hand te werken. Te dien einde worden er bepalingen en maatregelen vastgesteld en ten uitvoer gelegd op het gebied van de economische, technische en financiële samenwerking, alsmede op het gebied van het handelsverkeer.

TITEL

I

Economische, technische en financiële samenwerking

Artikel

2

Tussen de Gemeenschap en Syrië wordt een samenwerking tot stand gebracht ten einde bij te dragen tot de ontwikkeling van Syrië als aanvulling op hetgeen door dit land op dit gebied wordt gedaan en om de bestaande economische banden op zo breed mogelijke basis in het wederzijdse belang van de partijen te versterken.

Artikel

3

Voor de verwezenlijking van de in artikel 2 bedoelde samenwerking worden met name in aanmerking genomen:

  • -

    de doelstellingen en prioriteiten van de ontwikkelingsplannen en programma's van Syrië;

  • -

    het belang van de verwezenlijking van geïntegreerde acties door een gecoördineerde toepassing van verschillende maatregelen;

  • -

    het belang van bevordering van de regionale samenwerking tussen Syrië en andere staten.

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

De Gemeenschap neemt deel aan de financiering van maatregelen ter bevordering van de ontwikkeling van Syrië, onder de voorwaarden vermeld in protocol No. 1 betreffende de technische en financiële samenwerking, rekening houdend met de mogelijkheden van een driehoekssamenwerking.

Artikel

7

De partijen bij de overeenkomst vergemakkelijken de juiste uitvoering van de samenwerkings- en investeringscontracten die van wederzijds belang zijn en passen in het kader van deze overeenkomst.

TITEL

II

Handelsverkeer

Artikel

8

Op handelsgebied heeft deze overeenkomst ten doel het handelsverkeer tussen de partijen bij de overeenkomst te bevorderen, met inachtneming van hun onderscheiden ontwikkelingsniveaus en van de noodzaak een beter evenwicht in hun handelsverkeer te waarborgen, ten einde het groeitempo van de Syrische handel te versnellen en de toegankelijkheid van de markt van de Gemeenschap voor de Syrische produkten te verbeteren.

A

Industrieprodukten

Artikel

9

Behoudens de bijzondere bepalingen van de artikelen 13, 14 en 16 worden voor produkten van oorsprong uit Syrië, niet genoemd in de lijst van bijlage II bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en niet opgenomen in bijlage A, bij invoer in de Gemeenschap de douanerechten of heffingen van gelijke werking volgens onderstaand tijdschema opgeheven:

Tijdschema

Verlagingspercentage

  • -

    op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst

80%

  • -

    met ingang van 1 juli 1977

100%

Artikel

10

Behoudens de door de Gemeenschap te geven toepassing aan artikel 39, lid 5, van de Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen, van 22 januari 1972, wordt voor de specifieke rechten of het specifieke gedeelte van de gemengde rechten van de douanetarieven van Ierland en het Verenigd Koninkrijk artikel 9 toegepast met afronding op de vierde decimaal.

Artikel

11

Artikel

12

De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap voor produkten niet genoemd in de lijst van bijlage II bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, van oorsprong uit Syrië, en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.

Artikel

13

De maatregelen bedoeld in artikel 1 van protocol No. 7 van de in artikel 10 bedoelde Akte betreffende de toetredingsvoorwaarden en de aanpassing der Verdragen, met betrekking tot de invoer van motorvoertuigen en de motorvoertuigenassemblage-industrie in Ierland, zijn van toepassing op Syrië.

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Voor de in bijlage B vermelde goederen, verkregen bij de verwerking van landbouwprodukten, zijn de in artikel 9 bedoelde verlagingen van toepassing op het vaste element van de heffing die op deze produkten bij invoer in de Gemeenschap wordt toegepast.

B

Landbouwprodukten

Artikel

17

Voor de hierna genoemde produkten van oorsprong uit Syrië worden de douanerechten bij invoer in de Gemeenschap verlaagd in de verhoudingen die voor elk van deze produkten zijn aangegeven.

No. van het gemeenschappelijk douanetarief

Omschrijving

Verlagingspercentage (%)

05.04

Darmen, blazen en magen, van dieren, andere dan die van vissen, in hun geheel of in stukken

80

07.01

Groenten en moeskruiden, vers of gekoeld:

ex H. Uien, sjalotten en knoflook:

  • -

    Uien, van 1 februari tot en met 30 april

50

  • -

    Knoflook, van 1 februari tot en met 31 mei

50

07.05

Gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (spliterwten, enz.):

  • B.

    andere (dan voor zaaidoeleinden)

80

ex 08.09

Ander vers fruit:

  • -

    Watermeloenen, van 1 april tot en met 15 juni

50

08.12

Fruit (ander dan dat bedoeld bij de posten 08.01 tot en met 08.05), gedroogd:

  • A.

    Abrikozen

60

09.09

Anijszaad, steranijszaad, venkelzaad, korianderzaad, komijnzaad, karwijzaad en jeneverbessen

80

12.03

Zaaigoed, sporen daaronder begrepen:

  • E.

    ander (a)

50

12.07

Planten, plantedelen, zaden en vruchten, hoofdzakelijk gebruikt in de reukwerkindustrie, in de geneeskunde of voor insekten- of parasietenbestrijding of voor dergelijke doeleinden, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poeder:

  • A.

    Pyrethrum (bloesem, bladeren, stengels, bast en wortels)

80

  • B.

    Zoethout

80

  • C.

    Tonkabonen

80

ex D. andere:

  • -

    Kamille, munt, kinabast, kwassihout of kwassibast, calabarbonen, staartpeper, cocabladeren, ander hout, andere wortels, andere schors of bast; mossen, korstmossen en wieren

80

12.08

Sint-jansbrood, vers of gedroogd, ook indien gebroken of in poeder; vruchtepitten en plantaardige produkten, hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke voeding, elders genoemd noch elders onder begrepen

80

(a) Deze concessie betreft uitsluitend zaaigoed dat voldoet aan de bepalingen van de richtlijnen betreffende het in de handel brengen van zaaizaad en pootgoed.

Artikel

18

Onderstaande produkten, van oorsprong uit Syrië, worden bij invoer in de Gemeenschap onderworpen aan de hiernavermelde douanerechten:

No. van het gemeenschappelijk douanetarief

Omschrijving

Douanerecht

07.04

Groenten en moeskruiden, gedroogd, gedehydreerd of geëvaporeerd, ook indien in stukken of in schijven gesneden, dan wel fijngemaakt of in poedervorm, doch niet op andere wijze bereid:

  • A.

    Uien

15%

Artikel

19

Artikel

20

C

Gemeenschappelijke bepalingen

Artikel

21

Artikel

22

Artikel

23

Artikel

24

Wanneer Syrië voor een bepaald produkt overeenkomstig zijn eigen wetgeving kwantitatieve beperkingen in de vorm van contingenten toepast, behandelt het de Gemeenschap als een eenheid.

Artikel

25

Bij het in artikel 44 van deze overeenkomst bedoelde onderzoek trachten de partijen bij de overeenkomst mogelijkheden te vinden om vorderingen te maken bij de opheffing van de handelsbelemmeringen, zulks met inachtneming van de eisen van de ontwikkeling van Syrië.

Artikel

26

Voor de toepassing van deze titel worden de oorsprongregels bepaald in Protocol No. 2.

Artikel

27

In geval van wijzigingen in de nomenclatuur van de douanetarieven van de partijen bij de overeenkomst voor de in deze overeenkomst bedoelde produkten, kan de Samenwerkingsraad de tariefnomenclatuur van deze produkten aan deze wijzigingen aanpassen.

Artikel

28

De partijen bij de overeenkomst onthouden zich van iedere maatregel of gedraging van intern fiscale aard die al dan niet rechtstreeks leidt tot discriminatie tussen de produkten van één partij bij de overeenkomst en de gelijksoortige produkten van oorsprong uit de andere partij bij de overeenkomst.

Voor de produkten die naar het grondgebied van een van de partijen bij de overeenkomst worden uitgevoerd, mag geen hogere teruggave van binnenlandse belastingen plaatsvinden dan de direct of indirect daarop geheven belastingen.

Artikel

29

Betalingen die betrekking hebben op handelstransacties welke met inachtneming van de bepalingen van de voorschriften voor de buitenlandse handel en het deviezenverkeer plaatsvinden, alsmede de overmaking van de desbetreffende bedragen naar de Lid-Staat van de Gemeenschap waar de schuldeiser is gevestigd dan wel naar Syrië, zijn aan geen enkele beperking onderworpen.

Artikel

30

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen van invoer, uitvoer of doorvoer, die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde, de openbare veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, van de bescherming van het nationaal artistiek, historisch en archeologisch bezit of uit hoofde van de bescherming van de industriële en commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen bij de overeenkomst vormen.

Artikel

31

Artikel

32

In geval van ernstige verstoringen in een sector van het bedrijfsleven of van moeilijkheden die tot uiting dreigen te komen in een ernstige verslechtering van de economische situatie in een gebied, kan de betrokken partij bij de overeenkomst de nodige vrijwaringsmaatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 33.

Artikel

33

Artikel

34

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer Lid-Staten van de Gemeenschap of van Syrië moeilijkheden voordoen of hiervoor ernstig gevaar bestaat, kan de betrokken partij bij de overeenkomst de nodige vrijwaringsmaatregelen treffen. Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren. Zij worden onverwijld ter kennis van de andere partij bij de overeenkomst gebracht. Over deze maatregelen wordt periodiek overleg gepleegd in de Samenwerkingsraad, vooral met het oog op de opheffing ervan zodra de omstandigheden dit toelaten.

TITEL

III

Algemene en slotbepalingen

Artikel

35

Artikel

36

Artikel

37

Artikel

38

Artikel

39

De Samenwerkingsraad neemt alle dienstige maatregelen om de benodigde samenwerking en contacten tussen het Europese Parlement en de afgevaardigden van de Volksvertegenwoordiging van Syrië te vergemakkelijken.

Artikel

40

Elke partij bij de overeenkomst verstrekt, op verzoek van de andere partij, alle nodige gegevens betreffende de door haar te sluiten overeenkomsten waarin tarief- of handelsbepalingen voorkomen en over de wijzigingen die zij in haar douanetarief of haar regeling betreffende het buitenlandse handelsverkeer aanbrengt.

Indien deze wijzigingen of deze overeenkomsten rechtstreekse en bijzondere gevolgen hebben voor de werking van deze overeenkomst, wordt op verzoek van de andere partij passend overleg gepleegd in de Samenwerkingsraad, ten einde met de belangen van de partijen bij de overeenkomst rekening te houden.

Artikel

41

Artikel

42

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst belet een partij bij de overeenkomst maatregelen te treffen:

  • a)

    die zij nodig acht ter voorkoming van de verspreiding van de inlichtingen die tegen de essentiële belangen op het gebied van haar veiligheid indruist;

  • b)

    die betrekking hebben op de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of op het onderzoek, de ontwikkeling of de produktie die onontbeerlijk zijn voor defensieve doeleinden, mits deze maatregelen de mededingingsvoorwaarden met betrekking tot produkten die niet voor specifieke militaire doeleinden zijn bestemd, niet nadelig beïnvloeden;

  • c)

    die zij van essentieel belang acht voor haar veiligheid in oorlogstijd of bij ernstige internationale spanningen.

Artikel

43

Op de gebieden die onder deze overeenkomst vallen:

  • -

    mag de regeling die door Syrië ten opzichte van de Gemeenschap wordt toegepast, niet tot enigerlei discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen of hun vennootschappen leiden;

  • -

    mag de regeling die door de Gemeenschap ten opzichte van Syrië wordt toegepast, niet tot enigerlei discriminatie tussen de onderdanen of vennootschappen van Syrië leiden.

Artikel

44

De partijen bij de overeenkomst onderzoeken, voor de eerste maal vanaf begin 1979 en vervolgens vanaf begin 1984, volgens de voor de onderhandelingen over de overeenkomst zelf aangehouden procedure, de resultaten van deze overeenkomst alsmede de eventule verbeteringen die daarin van beide kanten vanaf 1 januari 1980 en vanaf 1 januari 1985 op grond van de tijdens de werking van de overeenkomst opgedane ervaring en de in de overeenkomst bepaalde doelstellingen kunnen worden aangebracht.

Artikel

45

De protocollen No. 1 en No. 2 en de bijlagen A en B maken een integrerend deel van deze overeenkomst uit. De verklaringen en briefwisselingen zijn opgenomen in de slotakte, die een integrerend deel van deze overeenkomst uitmaakt.

Artikel

46

Elke partij bij de overeenkomst kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst houdt twaalf maanden na de datum van die kennisgeving op van kracht te zijn.

Artikel

47

Deze overeenkomst is van toepassing op de grondgebieden waar het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap onder de daarin vermelde voorwaarden geldt enerzijds, en op het grondgebied van de Syrische Arabische Republiek anderzijds.

Artikel

48

Deze overeenkomst is opgesteld in twee exemplaren in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Italiaanse, de Nederlandse en de Arabische taal, zijnde alle teksten gelijk authentiek.

Artikel

49

Deze overeenkomst wordt door de partijen bij de overeenkomst goedgekeurd volgens hun eigen procedures.

Deze overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de kennisgeving van de voltooiing van de in lid 1 bedoelde procedures.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekening onder deze Overeenkomst hebben gesteld.

GEDAAN te Brussel, de achttiende januari negentienhonderd zevenenzeventig.

Protocol

No. 1

betreffende de technische en financiële samenwerking

Artikel

1

De Gemeenschap neemt in het kader van de financiële en technische samenwerking deel aan de financiering van acties die kunnen bijdragen tot de economische en sociale ontwikkeling van Syrië.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

De voorwaarden voor de financiering of deelname aan de financiering van de projecten en acties als bedoeld in artikel 3 worden bepaald naar de aard en de bijzondere kenmerken van elk project of elke actie, met inachtneming van de bepalingen van de artikelen 2 en 6.

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

De bijstand die de Gemeenschap voor de uitvoering van bepaalde projecten verleent kan, met instemming van Syrië, de vorm aannemen van een co-financiering waaraan met name krediet- en ontwikkelingsorganen en -instellingen van Syrië, de Lid-Staten of derde landen of internationale financieringslichamen deelnemen.

Artikel

8

De financiële en technische samenwerking kan ten goede komen aan:

  • a)

    in het algemeen:

    • -

      de Syrische staat;

  • b)

    met instemming van de Syrische staat voor de door dit land goedgekeurde projecten of acties:

    • -

      de openbare instellingen voor ontwikkeling van Syrië;

    • -

      de particuliere organen die zich in Syrië met de economische en sociale ontwikkeling bezighouden;

    • -

      de ondernemingen die hun bedrijvigheid uitoefenen overeenkomstig de methoden van industrieel en commercieel beheer en die een vennootschap vormen in de zin van de Syrische wetgeving;

    • -

      de groeperingen van producenten die Syrische onderdaan zijn en, indien dergelijke groeperingen niet bestaan, bij wijze van uitzondering de producenten zelf;

    • -

      de in het kader van de in artikel 3 bedoelde opleidingsacties door Syrië uitgezonden bursalen en stagiairs.

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Voor de uitvoering, het beheer en het onderhoud van de projecten die krachtens dit protocol worden gefinancierd, zijn Syrië of de andere in artikel 8 van dit protocol bedoelde begunstigden verantwoordelijk.

De Gemeenschap vergewist zich ervan dat de aanwending van deze financiële bijstand overeenstemt met de bestemming waartoe is besloten en onder de meest gunstige economische voorwaarden plaatsvindt.

Artikel

12

Artikel

13

Syrië past, in het kader van haar geldende nationale wetgeving, op de koop- en aannemingscontracten die ter uitvoering van door de Gemeenschap gefinancierde projecten en acties zijn gesloten, een even gunstige fiscale en douaneregeling toe als ten opzichte van andere internationale organisaties.

Artikel

14

Wanneer een lening aan een andere begunstigde dan de Syrische staat wordt verstrekt, kan aan de toekenning van de lening door de Gemeenschap de voorwaarde worden verbonden dat de Syrische staat zich garant stelt of dat andere voldoende geachte waarborgen worden gesteld.

Artikel

15

Syrië verplicht zich gedurende de gehele looptijd van de krachtens dit protocol verstrekte leningen aan de debiteuren die de begunstigden van deze leningen zijn, de nodige deviezen voor rentebetalingen, provisie en aflossing ter beschikking te stellen.

Artikel

16

De resultaten van de financiële en technische samenwerking worden jaarlijks door de Samenwerkingsraad aan een onderzoek onderworpen. Deze bepaalt, in voorkomend geval, de algemene richtlijnen voor deze samenwerking.

Protocol

No. 2

betreffende de definitie van het begrip „produkten van oorsprong” en betreffende de methoden van administratieve samenwerking

TITEL

I

Definitie van het begrip „produkten van oorsprong”

Artikel

1

Voor de toepassing van de overeenkomst worden, mits zij rechtstreeks zijn vervoerd in de zin van artikel 5, beschouwd als:

  • 1.

    produkten van oorsprong uit Syrië:

    • a)

      geheel en al in Syrië verkregen produkten;

    • b)

      in Syrië verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan geheel en al in Syrië verkregen produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 3. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit de Gemeenschap in de zin van dit protocol;

  • 2.

    produkten van oorsprong uit de Gemeenschap:

    • a)

      geheel en al in de Gemeenschap verkregen produkten;

    • b)

      in de Gemeenschap verkregen produkten bij de vervaardiging waarvan andere dan geheel en al in de Gemeenschap verkregen produkten zijn gebruikt, mits laatstgenoemde produkten bewerkingen of verwerkingen hebben ondergaan die toereikend zijn in de zin van artikel 3. Deze voorwaarde geldt echter niet voor produkten van oorsprong uit Syrië in de zin van dit protocol.

De in lijst C van bijlage IV genoemde produkten zijn tijdelijk van de toepassing van dit protocol uitgesloten.

Artikel

2

Als „geheel en al verkregen” in Syrië of in de Gemeenschap, in de zin van artikel 1, lid 1, sub a), en lid 2, sub a), worden beschouwd:

  • a)

    uit hun bodem of hun zeebodem gewonnen minerale produkten;

  • b)

    aldaar geoogste produkten van het plantenrijk;

  • c)

    aldaar geboren en opgefokte levende dieren;

  • d)

    produkten, afkomstig van levende dieren die aldaar worden opgefokt;

  • e)

    voortbrengselen van de aldaar bedreven jacht en visserij;

  • f)

    produkten van de zeevisserij en andere door hun schepen uit de zee gewonnen produkten;

  • g)

    produkten, uitsluitend uit de sub f) bedoelde produkten aan boord van hun fabrieksschepen vervaardigd;

  • h)

    aldaar verzamelde gebruikte artikelen die slechts kunnen dienen voor het terugwinnen van grondstoffen;

  • i)

    afval, afkomstig van aldaar verrichte fabrieksbewerkingen;

  • j)

    goederen die aldaar zijn vervaardigd uit geen andere dan de sub a) tot en met i) bedoelde produkten.

Artikel

3

Artikel

4

Wanneer in de in artikel 3 bedoelde lijsten A en B is bepaald dat de in Syrië of in de Gemeenschap verkregen goederen alleen als goederen van oorsprong daaruit worden beschouwd indien de waarde van de bewerkte of verwerkte produkten een bepaald percentage van de waarde van de verkregen produkten niet overschrijdt, wordt, voor de bepaling van dat percentage uitgegaan van de volgende waarden:

  • -

    enerzijds,

    voor produkten waarvan is aangetoond dat zij zijn ingevoerd: de douanewaarde op het tijdstip van de invoer, voor produkten van onbepaalde oorsprong: de eerste controleerbare prijs die voor deze produkten is betaald op het grondgebied van de partij bij de overeenkomst waar de fabricage plaatsvindt;

  • -

    anderzijds,

    de prijs af-fabriek van de verkregen produkten, onder aftrek van de bij uitvoer gerestitueerde of te restitueren binnenlandse belastingen.

Artikel

5

TITEL

II

Methoden van administratieve samenwerking

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Het certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 wordt opgemaakt op het formulier waarvan het model in bijlage V van dit protocol voorkomt. Dit formulier wordt gedrukt in een of meer van de talen waarin de overeenkomst is opgesteld. Het certificaat wordt in een van deze talen opgemaakt overeenkomstig het nationale recht van de Staat van uitvoer. Indien een certificaat met de hand wordt opgemaakt, moet het met inkt en in blokletters worden ingevuld.

Het formaat van het certificaat is 210 x 297 mm, waarbij voor de lengte een maximumtolerantie van 5 mm minder en 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit en houtvrij, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en weegt ten minste 25 g per m2. Het papier is voorzien van een groenkleurige geguillocheerde onderdruk die elke vervalsing met behulp van mechanische of chemische middelen zichtbaar maakt.

De Staten van uitvoer kunnen het drukken van de certificaten zelf uitvoeren, dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In het laatste geval dient op ieder certificaat naar deze vergunning te worden verwezen. Op elk certificaat moeten naam en adres van de drukker worden vermeld of een teken waardoor deze kan worden geïdentificeerd. Voorts moeten alle certificaten van een al dan niet gedrukt serienummer worden voorzien, ten einde ze onderling te kunnen onderscheiden.

Artikel

10

Artikel

11

Het certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 moet binnen vijf maanden na de datum van afgifte door de douane van de Staat van uitvoer worden overgelegd op het douanekantoor van de Staat van invoer waar de goederen worden aangeboden.

Artikel

12

In de Staat van invoer wordt het certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 aan de douaneautoriteiten overgelegd op de wijze als in de voorschriften van die Staat bepaald. Deze autoriteiten hebben het recht daarvan een vertaling te eisen. Zij kunnen bovendien eisen dat de invoeraangifte wordt aangevuld met een verklaring van de importeur dat de goederen aan de voorwaarden voor de toepassing van de overeenkomst voldoen.

Artikel

13

Artikel

14

Indien lichte verschillen worden vastgesteld tussen de op het certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 vermelde gegevens en die welke voorkomen op de documenten die aan het douanekantoor met het oog op het vervullen van de invoerformaliteiten voor de goederen zijn overgelegd, leidt dit niet ipso facto tot ongeldigheid van het certificaat indien deugdelijk wordt vastgesteld dat dit certificaat op de aangeboden goederen betrekking heeft.

Artikel

15

Vervanging van een of meer certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 door een of meer andere certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 is steeds mogelijk op voorwaarde dat dit geschiedt op het douanekantoor waar de goederen zich bevinden.

Artikel

16

Het formulier EUR. 2, waarvan het model voorkomt in bijlage VI, wordt door de exporteur of, onder verantwoordelijkheid van deze, door zijn gemachtigde vertegenwoordiger ingevuld. Het wordt opgemaakt in een der officiële talen waarin de overeenkomst is opgesteld en in overeenstemming met het nationale recht van de Staat van uitvoer. Indien het formulier met de hand wordt opgemaakt, moet het met inkt en in blokletters worden ingevuld. Indien de goederen die zich in de zending bevinden reeds in het land van uitvoer zijn gecontroleerd ten aanzien van de definitie van het begrip „produkten van oorsprong”, kan de exporteur in het vak „opmerkingen” van het formulier EUR. 2 de verwijzingen naar deze controle vermelden.

Het formaat van het formulier EUR. 2 is 210 x 148 mm, waarbij voor de lengte een maximumtolerantie van 5 mm minder en 8 mm meer is toegestaan. Het te gebruiken papier is wit en houtvrij, zodanig gelijmd dat het goed te beschrijven is en weegt ten minste 64 g/m2.

De Staten van uitvoer kunnen het drukken van de formulieren zelf uitvoeren dan wel overlaten aan drukkerijen die zij daartoe vergunning hebben verleend. In het laatste geval dient op ieder formulier naar deze vergunning te worden verwezen. Het formulier moet bovendien worden voorzien van het kenteken dat aan de erkende drukkerijen is toegewezen, alsmede van een al dan niet gedrukt serienummer ter individualisering van het formulier.

Voor elke postzending wordt een formulier EUR. 2 opgemaakt.

Deze bepalingen ontslaan de exporteurs niet van het vervullen van alle overige formaliteiten die in de douane- of postvoorschriften zijn vastgesteld.

Artikel

17

Artikel

18

Artikel

19

Artikel

20

In geval van diefstal, verlies of vernietiging van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 kan de exporteur aan de douaneautoriteiten die het certificaat hebben afgegeven om een duplicaat verzoeken, dat wordt opgemaakt aan de hand van de uitvoerdocumenten die in het bezit van deze autoriteiten zijn. Het aldus afgegeven duplicaat dient van een van de volgende vermeldingen te zijn voorzien:

Artikel

21

Syrië en de Gemeenschap treffen alle nodige maatregelen om te voorkomen dat de goederen die onder dekking van een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 worden verhandeld en tijdens hun vervoer in een vrije zone op hun grondgebied verblijven, aldaar worden vervangen of andere dan de voor hun bewaring in ongewijzigde staat gebruikelijke behandelingen ondergaan.

Artikel

22

Om de juiste toepassing van deze Titel te verzekeren, verlenen Syrië en de Gemeenschap elkaar, door bemiddeling van hun respectieve douanediensten, wederzijdse bijstand ten behoeve van de controle van de echtheid van de certificaten inzake goederenverkeer EUR. 1 en de juistheid van de inlichtingen betreffende de werkelijke oorsprong van de betrokken produkten en van de op de formulieren EUR. 2 voorkomende verklaringen van de exporteurs.

Artikel

23

Sancties worden getroffen tegen een ieder die, ten einde een goed onder de preferentiële regeling te doen vallen, hetzij een document met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen om een certificaat inzake goederenverkeer EUR. 1 te verkrijgen, hetzij een formulier EUR. 2 met onjuiste gegevens opstelt of laat opstellen.

Artikel

24

Artikel

25

De Samenwerkingsraad kan besluiten de bepalingen van dit protocol te wijzigen.

Artikel

26

Artikel

27

De Gemeenschap en Syrië treffen, elk voor zich, de voor de tenuitvoerlegging van dit protocol vereiste maatregelen.

Artikel

28

De bijlagen bij dit protocol maken daarvan een integrerend deel uit.

Artikel

29

Goederen die voldoen aan de bepalingen van titel I en die zich op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst onderweg bevinden, dan wel in de Gemeenschap of in Syrië onder de regeling van voorlopige opslag, douane-entrepots of vrije zones zijn geplaatst, kunnen met toepassing van de bepalingen van de overeenkomst worden toegelaten, op voorwaarde dat aan de douaneautoriteiten van de staat van invoer - binnen een termijn van vier maanden vanaf die datum - een certificaat A. ET. 1 dat onder de in artikel 26, lid 2, vermelde voorwaarden is afgegeven of een certificaat EUR. 1 dat a posteriori door de bevoegde douaneautoriteiten van de Staat van uitvoer is opgesteld, alsmede bewijsstukken van het rechtstreeks vervoer worden overgelegd.

Artikel

30

De in de artikelen 19 en 20 bedoelde vermeldingen worden in het vak „opmerkingen” van het certificaat aangebracht.

Bijlage

I

Verklarende aantekeningen

  • Aantekening 1

    - ad artikelen 1 en 2

    De termen „de Gemeenschap” of „Syrië” omvatten eveneens de territoriale wateren van de Lid-Staten van de Gemeenschap of van Syrië.

    Schepen waarmee in volle zee wordt gevist, met inbegrip van fabrieksschepen, aan boord waarvan de eigen vangst wordt verwerkt of bewerkt, worden geacht deel uit te maken van het grondgebied van de Staat waartoe zij behoren, mits zij aan de in aantekening 5 genoemde voorwaarden voldoen.

  • Aantekening 2

    - ad artikel 1

    Om te bepalen of een produkt van oorsprong is uit de Gemeenschap of uit Syrië wordt niet nagegaan of de voor de verkrijging van dat produkt gebruikte energieprodukten, installaties, machines en werktuigen al dan niet van oorsprong zijn uit derde landen.

  • Aantekening 3

    - ad artikel 3, de leden 1 en 2, en ad artikel 4

    De percentage-regel is, wanneer het produkt op lijst A voorkomt, een criterium dat moet worden toegepast naast het criterium betreffende de wijziging van post voor het eventueel gebruikte produkt dat geen produkt van oorsprong is.

  • Aantekening 4

    - ad artikel 1

    Verpakkingen worden geacht één geheel te vormen met de goederen die zij bevatten. Zulks geldt echter niet voor verpakkingen die van een voor het verpakte produkt ongebruikelijk type zijn en die naast hun functie van verpakking een eigen, duurzame gebruikswaarde hebben.

  • Aantekening 5

    - ad artikel 2, sub f)

    De uitdrukking „hun schepen” is slechts van toepassing op schepen:

    • -

      die zijn geregistreerd of ingeschreven in een Lid-Staat of in Syrië;

    • -

      die de vlag voeren van een Lid-Staat of van Syrië;

    • -

      die voor ten minste de helft het eigendom zijn van onderdanen van de Lid-Staten en van Syrië of van een vennootschap waarvan het hoofdkantoor in een Lid-Staat of in Syrië is gevestigd en waarvan de zaakvoerder(s), de voorzitter van de raad van beheer of van de raad van toezicht en de meerderheid van de leden van deze raden onderdanen van de Lid-Staten en van Syrië zijn en waarvan bovendien, voor zover het personenvennootschappen of vennootschappen met beperkte aansprakelijkheid betreft, ten minste de helft van het kapitaal toebehoort aan de Lid-Staten of aan Syrië, aan publiekrechtelijke lichamen of aan onderdanen van de Lid-Staten of van Syrië;

    • -

      waarvan alle officieren onderdaan zijn van de Lid-Staten en van Syrië;

    • -

      waarvan de bemanning voor ten minste 75% uit onderdanen van de Lid-Staten of van Syrië bestaat.

  • Aantekening 6

    - ad artikel 4

    Onder „prijs af-fabriek” wordt verstaan de prijs die is betaald aan de fabrikant in wiens onderneming de laatste bewerking of verwerking heeft plaatsgevonden, met inbegrip van de waarde van alle bewerkte of verwerkte produkten.

    Onder „douanewaarde” wordt verstaan de douanewaarde als bepaald in de op 15 december 1950 te Brussel ondertekende Conventie betreffende de douanewaarde van goederen.

Slotakte

De gevolmachtigden van

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

Hare Majesteit de Koningin van Denemarken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland,

De President van de Franse Republiek,

De President van Ierland,

De President van de Italiaanse Republiek,

Zijne Koninklijke Hoogheid de Groothertog van Luxemburg,

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

en

De Raad van de Europese Gemeenschappen,

enerzijds, en van

De President van de Syrische Arabische Republiek,

anderzijds,

bijeengekomen te Brussel, de achttiende januari negentienhonderd zevenenzeventig, ter ondertekening van de Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Syrische Arabische Republiek en van de Overeenkomst tussen de Lid-Staten van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Syrische Arabische Republiek,

hebben, bij de ondertekening van deze overeenkomsten,

  • -

    de hierna genoemde gemeenschappelijke verklaringen van de partijen bij de overeenkomst aanvaard:

    • 1.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende artikel 14, lid 1, van de overeenkomst,

    • 2.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende artikel 17 van de overeenkomst,

    • 3.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende landbouwprodukten,

    • 4.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende fosfaten en fosfaatmeststoffen,

    • 5.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de indiening van de overeenkomst bij het GATT door de Gemeenschap,

    • 6.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende artikel 22 van de overeenkomst,

    • 7.

      Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de bilaterale samenwerking,

    • 8.

      Verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de uitlegging van het in de overeenkomst voorkomende begrip „partijen bij de overeenkomst”;

  • -

    kennis genomen van de hierna genoemde verklaringen:

    • 1.

      Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de overeenkomst,

    • 2.

      Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de in artikel 2 van protocol No. 1 bedoelde Europese rekeneenheden,

    • 3.

      Verklaring van de vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de omschrijving van het begrip „Duits onderdaan”,

    • 4.

      Verklaring van de vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de toepassing van de overeenkomst op Berlijn,

  • -

    en kennis genomen van de hierna genoemde briefwisselingen:

    • 1.

      Briefwisseling betreffende de samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en milieubescherming,

    • 2.

      Briefwisseling betreffende de toepassing van de overeenkomst op het gebied van de economische, technische en financiële samenwerking voor de inwerkingtreding van de overeenkomst,

    • 3.

      Briefwisseling betreffende de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst.

De vorengenoemde verklaringen en briefwisselingen zijn aan deze slotakte gehecht.

De gevolmachtigden zijn overeengekomen dat deze verklaringen en briefwisselingen, voor zover nodig, op dezelfde wijze als de samenwerkingsovereenkomst zullen worden onderworpen aan de procedures vereist om hun geldigheid te verzekeren.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen hij de overeenkomst betreffende artikel 14, lid 1, van de overeenkomst

De partijen bij de overeenkomst komen overeen dat, indien de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst niet samenvalt met het begin van het kalenderjaar, de in artikel 14, lid 1, van de overeenkomst bedoelde maxima „pro rata temporis” worden toegepast.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende artikel 17 van de overeenkomst

De partijen bij de overeenkomst komen overeen dat de in artikel 17 van de overeenkomst genoemde produkten die in bijlage III van Verordening (EEG) No. 1035/72 voorkomen, onverminderd de tenuitvoerlegging van de bepalingen van artikel 22, lid 2, eerste alinea, van genoemde verordening, tijdens de periode gedurende welke de verlagingen van de rechten van toepassing zijn, zonder kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking in de Gemeenschap worden toegelaten.

De partijen bij de overeenkomst komen bovendien overeen dat, wanneer in de overeenkomst verwezen wordt naar de bepalingen van de artikelen 23 tot en met 28 van Verordening (EEG) No. 1035/72, de Gemeenschap de regeling bedoelt die op het tijdstip van de invoer van de betrokken produkten op de derde landen van toepassing is.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende landbouwprodukten

  • 1.

    De partijen bij de overeenkomst verklaren zich bereid de harmonische ontwikkeling van het handelsverkeer in landbouwprodukten waarop de overeenkomst niet van toepassing is, met inachtneming van hun eigen landbouwbeleid, te bevorderen.

    Op veterinair, gezondheids- en fytosanitair gebied passen de partijen bij de overeenkomst hun voorschriften op niet discriminerende wijze toe en onthouden zij zich ervan nieuwe maatregelen in te voeren die een onrechtmatige belemmering van het handelsverkeer vormen.

  • 2.

    Zij onderzoeken in de Samenwerkingsraad de moeilijkheden die zich in hun handelsverkeer in landbouwprodukten mochten voordoen en trachten daarvoor een oplossing te vinden.

Verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende fosfaten en fosfaatmeststoffen

Gezien het belang van de fosfaten en de fosfaatmeststoffen voor de economie van Syrië en de bijzondere situatie van deze sector in de Gemeenschap, willen de partijen bij de overeenkomst een nauwe samenwerking tot stand brengen met betrekking tot deze produkten.

Daartoe zal zo spoedig mogelijk overleg plaatsvinden ten einde de in artikel 4 van de overeenkomst genoemde doelstellingen te verwezenlijken.

Met dit doel zullen de partijen bij de overeenkomst de mogelijkheid nagaan maatregelen te treffen om de betrekkingen tussen het bedrijfsleven van beide partijen aan te moedigen en te bevorderen, waaronder eventueel onderling te sluiten overeenkomsten.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de indiening van de overeenkomst bij het GATT door de Gemeenschap

De partijen bij de overeenkomst plegen overleg met elkaar wanneer de handelsbepalingen van de overeenkomst in het kader van het GATT worden ingediend en behandeld.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende artikel 22 van de overeenkomst

De uitdrukking „regionale economische integratie” bedoeld in artikel 22 van de overeenkomst heeft betrekking op alle Lid-Staten van de Arabische Liga.

Gemeenschappelijke verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de bilaterale samenwerking

De partijen bij de overeenkomst erkennen dat het feit dat in de overeenkomst tussen de Gemeenschap en Syrië een aantal gebieden voor samenwerking zijn genoemd, voor geen enkele Lid-Staat een belemmering vormt om met Syrië langs bilaterale weg overeenstemming te bereiken over samenwerking op één van deze gebieden.

Verklaring van de partijen bij de overeenkomst betreffende de uitlegging van het in de overeenkomst voorkomende begrip „partijen bij de overeenkomst”

De partijen bij de overeenkomst komen overeen de overeenkomst uit te leggen in die zin dat de in genoemde overeenkomst voorkomende uitdrukking „partijen bij de overeenkomst” enerzijds de Gemeenschap en de Lid-Staten of alleen hetzij de Lid-Staten, hetzij de Gemeenschap, en anderzijds Syrië betekent. De betekenis die in elk afzonderlijk geval aan deze uitdrukking dient te worden gegeven, wordt afgeleid uit de betrokken bepalingen van de overeenkomst en uit de overeenkomstige bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Gemeenschap.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de regionale toepassing van sommige bepalingen van de overeenkomst

De Europese Economische Gemeenschap verklaart dat de toepassing van de maatregelen die zij krachtens de artikelen 31 en 32 overeenkomstig de voorwaarden en procedures van artikel 33, alsmede krachtens artikel 34, van de overeenkomst kan nemen, op grond van haar eigen voorschriften tot een van de gebieden van de Gemeenschap beperkt kan worden.

Verklaring van de Europese Economische Gemeenschap betreffende de in artikel 2 van protocol No. 1 bedoelde Europese rekeneenheid

De Europese rekeneenheid die wordt gebruikt om de in artikel 2 van protocol No. 1 aangegeven bedragen uit te drukken, wordt bepaald door de som van de volgende bedragen van de munten van de Lid-Staten van de Gemeenschap:

Duitse mark

0,828

Pond sterling

0,0885

Franse frank

1,15

Italiaanse lire

109

Nederlandse gulden

0,286

Belgische frank

3,66

Luxemburgse frank

0,14

Deense kroon

0,217

Ierse pond

0,00759.

De waarde van de Europese rekeneenheid in een muntsoort is gelijk aan de som van de tegenwaarden in deze munt van de in de eerste alinea aangegeven muntbedragen. Zij wordt door de Commissie bepaald op grond van de dagelijks op de wisselmarkten genoteerde koersen.

De omrekeningskoersen voor de verschillende nationale munten zijn dagelijks beschikbaar; zij worden regelmatig in het Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen bekendgemaakt.

Verklaring van de vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de omschrijving van het begrip „Duits onderdaan”

Als onderdaan van de Bondsrepubliek Duitsland dienen te worden beschouwd alle Duitsers in de zin van de grondwet van de Bondsrepubliek Duitsland.

Verklaring van de vertegenwoordiger van de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de toepassing van de overeenkomst op Berlijn

De overeenkomst is eveneens van toepassing op het Land Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland, binnen drie maanden na de inwerkingtreding van de overeenkomst, tegenover de andere partijen bij de overeenkomst het tegendeel heeft verklaard.

Briefwisseling betreffende de samenwerking op het gebied van wetenschap, technologie en milieubescherming

Nr. I

Mijnheer de Voorzitter,

Overeenkomstig de wens van de delegatie van Syrië, geuit tijdens de onderhandelingen welke heden hebben geleid tot de sluiting van een overeenkomst tussen de Gemeenschap en Syrië, heb ik de eer U namens de Lid-Staten van de Gemeenschap ter kennis te brengen dat deze bereid zijn om van geval tot geval de mogelijkheid en de voorwaarden te onderzoeken om Syrië te laten delen in de resultaten van de tussen de Lid-Staten van de Gemeenschap of tussen deze Lid-Staten en andere derde landen op het gebied van wetenschap, technologie en milieubescherming ten uitvoer gelegde programma's.

Ik zou U erkentelijk zijn indien U mij de ontvangst van deze brief zoudt willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Europese Economische Gemeenschap

Nr.

II

Mijnheer de Voorzitter,

In Uw brief van heden hebt U mij het volgende medegedeeld

(Zoals in Nr. I)

Ik heb de eer U hierbij de ontvangst van deze brief te bevestigen. Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Syrische Arabische Republiek

Briefwisseling betreffende de toepassing van de overeenkomst op het gebied van de economische, technische en financiële samenwerking voor de inwerkingtreding van de overeenkomst

Nr. I

Mijnheer de Voorzitter,

Hierbij heb ik de eer U mede te delen dat de Gemeenschap bereid is om zodra de overeenkomst en de daarop betrekking hebbende interne teksten van de Gemeenschap ondertekend zijn, met medewerking van Uw Regering:

  • -

    voorbereidingen te treffen voor de tenuitvoerlegging van de samenwerking, zodat onmiddellijk na de inwerkingtreding van de overeenkomst concrete maatregelen kunnen worden genomen;

  • -

    in het kader van de bepalingen inzake technische en financiële samenwerking over te gaan tot het onderzoek van de door Syrië of met instemming van Syrië door de andere begunstigden ingediende projecten, met dien verstande dat de projecten eerst na de inwerkingtreding van de overeenkomst definitief goedgekeurd kunnen worden.

Ik zou U erkentelijk zijn indien U mij de ontvangst van deze brief zoudt willen bevestigen.

Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Europese Economische Gemeenschap

Nr.

II

Mijnheer de Voorzitter,

In Uw brief van heden hebt U mij het volgende medegedeeld:

(Zoals in Nr. I)

Ik heb de eer U hierbij de ontvangst van deze brief te bevestigen.

Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Syrische Arabische Republiek

Briefwisseling betreffende de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst

Nr. I

Mijnheer de Voorzitter,

Ik heb de eer U in kennis te stellen van de volgende verklaring van mijn Regering betreffende de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst:

„De Syrische Arabische Republiek wijst erop dat haar verbintenissen bij de toepassing van de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst niet zullen leiden tot intrekking van de geldende wetten en voorschriften voor zover deze vereist blijven voor de bescherming van de essentiële belangen van haar veiligheid. Zij draagt er zorg voor dat deze wetten en voorschriften zo worden toegepast dat zij in overeenstemming zijn met het bepaalde in artikel 41, lid 1, van de overeenkomst.”

Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Syrische Arabische Republiek

Nr.

II

Mijnheer de Voorzitter,

Met Uw brief van heden hebt U mij op de hoogte gesteld van een verklaring van Uw Regering betreffende de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst.

Ik heb de eer U in kennis te stellen van de volgende verklaring van de Europese Economische Gemeenschap met betrekking tot de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst:

  • „1.

    De Europese Economische Gemeenschap neemt nota van de verklaring van de Syrische Arabische Republiek.

  • 2.

    De Europese Economische Gemeenschap verwacht dat de in de overeenkomst neergelegde beginselen, met inbegrip van die vervat in de artikelen 30 en 43 van de overeenkomst, volledig worden toegepast.

De Europese Economische Gemeenschap is inzonderheid van mening dat de toepassing van het beginsel van niet-discriminatie een correcte, probleemloze toepassing van de overeenkomst zou moeten waarborgen.”

Gelieve, Mijnheer de Voorzitter, de verzekering van mijn bijzondere hoogachting te aanvaarden.

Voorzitter van de delegatie van de

Europese Economische Gemeenschap