Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten

Optional Protocol to the Convention on the Rights of the Child on the involvement of children in armed conflict

The States Parties to the present Protocol,

Encouraged by the overwhelming support for the Convention on the Rights of the Child, demonstrating the widespread commitment that exists to strive for the promotion and protection of the rights of the child,

Reaffirming that the rights of children require special protection, and calling for continuous improvement of the situation of children without distinction, as well as for their development and education in conditions of peace and security,

Disturbed by the harmful and widespread impact of armed conflict on children and the long-term consequences this has for durable peace, security and development,

Condemning the targeting of children in situations of armed conflict and direct attacks on objects protected under international law, including places generally having a significant presence of children, such as schools and hospitals,

Noting the adoption of the Statute of the International Criminal Court and, in particular, its inclusion as a war crime of conscripting or enlisting children under the age of 15 years or using them to participate actively in hostilities in both international and non-international armed conflicts,

Considering, therefore, that to strengthen further the implementation of rights recognized in the Convention on the Rights of the Child there is a need to increase the protection of children from involvement in armed conflict,

Noting that article 1 of the Convention on the Rights of the Child specifies that, for the purposes of that Convention, a child means every human being below the age of 18 years unless, under the law applicable to the child, majority is attained earlier,

Convinced that an optional protocol to the Convention raising the age of possible recruitment of persons into armed forces and their participation in hostilities will contribute effectively to the implementation of the principle that the best interests of the child are to be a primary consideration in all actions concerning children,

Noting that the twenty-sixth international Conference of the Red Cross and Red Crescent in December 1995 recommended, inter alia, that parties to conflict take every feasible step to ensure that children under the age of 18 years do not take part in hostilities,

Welcoming the unanimous adoption, in June 1999, of International Labour Organization Convention No. 182 on the Prohibition and Immediate Action for the Elimination of the Worst Forms of Child Labour, which prohibits, inter alia, forced or compulsory recruitment of children for use in armed conflict,

Condemning with the gravest concern the recruitment, training and use within and across national borders of children in hostilities by armed groups distinct from the armed forces of a State, and recognizing the responsibility of those who recruit, train and use children in this regard,

Recalling the obligation of each party to an armed conflict to abide by the provisions of international humanitarian law,

Stressing that this Protocol is without prejudice to the purposes and principles contained in the Charter of the United Nations, including Article 51, and relevant norms of humanitarian law,

Bearing in mind that conditions of peace and security based on full respect of the purposes and principles contained in the Charter and observance of applicable human rights instruments are indispensable for the full protection of children, in particular during armed conflicts and foreign occupation,

Recognizing the special needs of those children who are particularly vulnerable to recruitment or use in hostilities contrary to this Protocol owing to their economic or social status or gender,

Mindful of the necessity of taking into consideration the economic, social and political root causes of the involvement of children in armed conflicts,

Convinced of the need to strengthen international cooperation in the implementation of this Protocol, as well as the physical and psychosocial rehabilitation and social reintegration of children who are victims of armed conflict,

Encouraging the participation of the community and, in particular, children and child victims in the dissemination of informational and educational programmes concerning the implementation of the Protocol,

Have agreed as follows:

Article

1

States Parties shall take all feasible measures to ensure that members of their armed forces who have not attained the age of 18 years do not take a direct part in hostilities.

Article

2

States Parties shall ensure that persons who have not attained the age of 18 years are not compulsorily recruited into their armed forces.

Article

3

Article

4

Article

5

Nothing in the present Protocol shall be construed as precluding provisions in the law of a State Party or in international instruments and international humanitarian law that are more conducive to the realization of the rights of the child.

Article

6

Article

7

Article

8

Article

9

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

Facultatief Protocol bij het Verdrag inzake de rechten van het kind inzake de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten

De Staten die Partij zijn bij dit Protocol,

Aangemoedigd door de overweldigende steun voor het Verdrag inzake de rechten van het kind, waaruit de huidige algemene wil blijkt zich in te zetten voor de bevordering en bescherming van de rechten van het kind,

Opnieuw bevestigend dat de rechten van kinderen speciale bescherming vereisen en oproepend tot voortdurende verbetering van de situatie van kinderen zonder onderscheid, alsmede tot hun ontplooiing en onderwijs onder vreedzame en veilige omstandigheden,

Verontrust over de schadelijke en grote gevolgen van gewapende conflicten voor kinderen en de consequenties ervan op de lange termijn voor duurzame vrede, veiligheid en ontwikkeling,

Hun veroordeling uitsprekend over het gebruik van kinderen als doelwit bij gewapende conflicten en over rechtstreekse aanvallen op objecten die onder bescherming van het internationale recht staan, met inbegrip van plaatsen waar over het algemeen veel kinderen aanwezig zijn, zoals scholen en ziekenhuizen,

Gelet op de aanneming van het Statuut van het Internationaal Strafhof, in het bijzonder dat daarin als oorlogsmisdaad wordt aangemerkt het voor militaire dienst oproepen of recruteren van kinderen jonger dan 15 jaar of hun inzet voor actieve deelname aan vijandelijkheden, in zowel internationale als niet-internationale conflicten,

Daarom overwegende dat, ter verdere versterking van de verwezenlijking van de in het Verdrag inzake de rechten van het kind erkende rechten, het nodig is de bescherming van kinderen tegen betrokkenheid bij gewapende conflicten uit te breiden,

Vaststellend dat artikel 1 van het Verdrag inzake de rechten van het kind aangeeft dat voor de toepassing van dat Verdrag onder een kind wordt verstaan ieder mens jonger dan achttien jaar, tenzij meerderjarigheid eerder wordt bereikt volgens het op het kind van toepassing zijnde recht,

Ervan overtuigd dat een facultatief protocol bij het Verdrag dat de leeftijd verhoogt, waarop personen kunnen worden gerecruteerd of opgenomen in de strijdkrachten en kunnen deelnemen aan vijandelijkheden, doeltreffend zal bijdragen aan de verwezenlijking van het beginsel dat de belangen van het kind de eerste overweging dienen te vormen bij alle maatregelen betreffende kinderen,

Gelet op het feit dat de zesentwintigste Internationale Conferentie van het Rode Kruis en de Rode Halve Maan in december 1995 onder andere heeft aanbevolen dat Partijen bij een conflict iedere uitvoerbare maatregel nemen om te waarborgen dat kinderen jonger dan 18 jaar niet deelnemen aan vijandelijkheden,

De unanieme aanneming in juni 1999 verwelkomend van ILO-Verdrag nr. 182 betreffende het verbod op en de onmiddellijke actie voor de uitbanning van de ergste vormen van kinderarbeid, dat onder andere de gedwongen of verplichte recrutering van kinderen voor inzet in gewapende conflicten verbiedt,

Hun scherpe veroordeling uitsprekend over de recrutering, training en inzet van kinderen binnen en buiten nationale grenzen voor vijandelijkheden door gewapende groepen die zich onderscheiden van de strijdkrachten van een Staat, en de verantwoordelijkheid erkennend van diegenen die kinderen in dit verband recruteren, trainen en inzetten,

Herinnerend aan de verplichting van elke Partij bij een gewapend conflict de bepalingen van het internationale humanitaire recht te eerbiedigen,

Benadrukkend dat dit Protocol onverlet laat de doelstellingen en beginselen vervat in het Handvest van de Verenigde Naties, met inbegrip van artikel 51, en de relevante normen van het humanitaire recht,

Indachtig dat vreedzame en veilige omstandigheden op basis van volledige eerbiediging van de doelstellingen en beginselen vervat in het Handvest en eerbiediging van toepasselijke mensenrechteninstrumenten onontbeerlijk zijn voor de volledige bescherming van kinderen, in het bijzonder tijdens gewapende conflicten en buitenlandse bezetting,

Erkennend de speciale behoeften van kinderen die vanwege hun economische of sociale situatie of geslacht bijzonder kwetsbaar zijn voor recrutering of inzet bij vijandelijkheden in strijd met dit Protocol,

Gelet op de noodzaak rekening te houden met de economische, sociale en politieke oorzaken die ten grondslag liggen aan de betrokkenheid van kinderen bij gewapende conflicten,

Overtuigd van de noodzaak de internationale samenwerking te intensiveren bij de toepassing van dit Protocol, alsmede het lichamelijk en geestelijk herstel en de herintegratie in de maatschappij van kinderen die het slachtoffer zijn van gewapende conflicten,

De gemeenschap en, in het bijzonder, kinderen en kinderslachtoffers, aanmoedigend deel te nemen aan de verspreiding van informatieve en educatieve programma's met betrekking tot de toepassing van het Protocol,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

De Staten die Partij zijn, nemen alle uitvoerbare maatregelen om te waarborgen dat leden van hun strijdkrachten die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt niet rechtstreeks deelnemen aan vijandelijkheden.

Artikel

2

De Staten die Partij zijn, waarborgen dat personen die de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, niet gedwongen worden ingelijfd of opgenomen in hun strijdkrachten.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Geen enkele bepaling van dit Protocol mag worden uitgelegd als een beletsel voor de toepassing van bepalingen uit het recht van een Staat die Partij is of uit internationale instrumenten en internationaal humanitair recht die gunstiger zijn voor de verwezenlijking van de rechten van het kind.

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13