Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

en

De Regering van de Franse Republiek,

De wens koesterende het op 30 december 1949 te Parijs ondertekende Verdrag ter voorkoming van dubbele belasting inzake belastingen van inkomsten en tot regeling van enige andere belastingaangelegenheden te vervangen door een nieuwe overeenkomst,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Reikwijdte van de Overeenkomst

Artikel

1

Personen op wie de Overeenkomst van toepassing is

Deze Overeenkomst is van toepassing op personen die inwoner zijn van een van de Staten of van beide Staten.

Artikel

2

Belastingen waarop de Overeenkomst van toepassing is

HOOFDSTUK

II

Begripsbepalingen

Artikel

3

Algemene begripsbepalingen

Artikel

4

Fiscale woonplaats

Artikel

5

Vaste inrichting

HOOFDSTUK

III

Belastingheffing naar het inkomen

Artikel

6

Inkomsten uit onroerende goederen

Artikel

7

Winst uit onderneming

Artikel

8

Zeevaart, binnenvaart en luchtvaart

Artikel

9

Gelieerde ondernemingen

Indien

  • a)

    een onderneming van een van de Staten onmiddellijk of middellijk deelneemt aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van de andere Staat, of

  • b)

    dezelfde personen onmiddellijk of middellijk deelnemen aan de leiding van, aan het toezicht op dan wel in het kapitaal van een onderneming van een van de Staten en een onderneming van de andere Staat,

en in het ene of in het andere geval tussen de beide ondernemingen in hun handelsbetrekkingen of financiële betrekkingen voorwaarden worden aanvaard of opgelegd, die afwijken van die welke zouden worden overeengekomen tussen onafhankelijke ondernemingen, mogen de voordelen die een van de ondernemingen zonder deze voorwaarden zou hebben behaald maar ten gevolge van die voorwaarden niet heeft behaald, worden begrepen in de voordelen van die onderneming en dienovereenkomstig worden belast.

Artikel

10

Dividenden

Artikel

11

Interest

Artikel

12

Royalty’s

Artikel

13

Vermogenswinsten

Artikel

14

Zelfstandige arbeid

Artikel

15

Niet-zelfstandige arbeid

Artikel

16

Beheerders, bestuurders en commissarissen van vennootschappen

Artikel

17

Artiesten en sportbeoefenaars

Artikel

18

Pensioenen

Onder voorbehoud van de bepalingen van artikel 19, eerste lid, zijn pensioenen en andere soortgelijke beloningen betaald aan een inwoner van een van de Staten ter zake van een vroegere dienstbetrekking, slechts in die Staat belastbaar.

Artikel

19

Overheidsfuncties

Artikel

20

Hoogleraren en leraren

Artikel

21

Studenten en personen in opleiding

Artikel

22

Overige inkomsten

Bestanddelen van het inkomen van een inwoner van een van de Staten, waarop de voorgaande artikelen van deze Overeenkomst geen toepassing vinden, zijn slechts in die Staat belastbaar.

HOOFDSTUK

IV

Artikel

23

Belastingheffing naar het vermogen

HOOFDSTUK

V

Artikel

24

Bepaling tot vermijding van dubbele belasting

Het is wel te verstaan, dat dubbele belasting op de volgende wijze wordt vermeden:

  • A.

    Wat betreft Nederland:

    • 1.

      Nederland is bevoegd bij het vaststellen van de door zijn inwoners verschuldigde belasting in de grondslag waarnaar de belasting wordt geheven, de bestanddelen van het inkomen of van het vermogen te begrijpen die overeenkomstig de bepalingen van deze Overeenkomst in Frankrijk mogen worden belast.

    • 2.

      Onder voorbehoud van de toepassing van de bepalingen betreffende de verliescompensatie in de nationale Nederlandse wetgeving, verleent Nederland echter een vermindering op het overeenkomstig het eerste lid berekende belastingbedrag tot een bedrag dat gelijk is aan dat gedeelte van dat belastingbedrag dat tot dat belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de bestanddelen van het inkomen of van het vermogen die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen en die volgens de artikelen 6, 7, 8, tweede lid, 10, zesde lid, 11, vijfde lid, 12, derde lid, 13, eerste tweede en derde lid, letter b, 14, 15, eerste lid, 19, 23, eerste, tweede en derde lid, letter b, van deze Overeenkomst in Frankrijk mogen worden belast, staat tot het bedrag van het gehele inkomen of het gehele vermogen dat bij de toepassing van genoemd eerste lid de grondslag voor de belastingheffing vormt.

    • 3.

      Met betrekking tot de bestanddelen van het inkomen die in de in het eerste lid bedoelde grondslag zijn begrepen en die volgens de artikelen 10, tweede lid, 11, tweede lid, 16 en 17 in Frankrijk mogen worden belast, brengt Nederland op de aldus berekende belasting het laagste van de volgende bedragen in mindering:

      • a)

        het bedrag dat gelijk is aan de in Frankrijk hetzij volgens de artikelen 16 en 17, hetzij binnen de begrenzing van de in de artikelen 10, tweede lid, en 11, tweede lid, voorziene tarieven geheven belasting;

      • b)

        het bedrag van de Nederlandse belasting dat tot het overeenkomstig het eerste lid van dit artikel berekende belastingbedrag in dezelfde verhouding staat, als het bedrag van de genoemde bestanddelen van het inkomen staat tot het bedrag van het gehele inkomen dat de in genoemd eerste lid bedoelde grondslag vormt.

  • B.

    Wat betreft Frankrijk:

    • a)

      Inkomsten, andere dan die bedoeld in letter b hierna, zijn vrijgesteld van de in artikel 2, derde lid, letter b, bedoelde Franse belastingen, wanneer die inkomsten ingevolge deze Overeenkomst in Nederland mogen worden belast.

    • b)

      Met betrekking tot de in de artikelen 8, 10, 11, 16 en 17 bedoelde inkomsten, die overeenkomstig de bepalingen van deze artikelen aan de Nederlandse belasting onderworpen zijn geweest, verleent Frankrijk aan personen die inwoner zijn van Frankrijk en die zodanige inkomsten genieten, een verrekening tot een bedrag dat gelijk is aan de Nederlandse belasting.

      Deze verrekening, die het bedrag van de over de desbetreffende inkomsten in Frankrijk geheven belasting niet te boven mag gaan, vindt plaats met de in artikel 2, derde lid, letter b, bedoelde belastingen, in de grondslagen waarvan die inkomsten zijn begrepen.

    • c)

      Niettegenstaande de bepalingen van de letters a en b mag de Franse belasting over het inkomen dat ingevolge deze Overeenkomst in Frankrijk mag worden belast, worden berekend naar het tarief dat van toepassing is op het totale bedrag van het inkomen dat overeenkomstig de Franse wetgeving belastbaar is.

HOOFDSTUK

VI

Bijzondere bepalingen

Artikel

25

Non-discriminatie

Artikel

26

Toepassing van de Overeenkomst

De bevoegde autoriteiten van de Staten regelen de wijze van toepassing van deze Overeenkomst.

Artikel

27

Regeling voor onderling overleg

Artikel

28

Uitwisseling van inlichtingen

Artikel

29

Diplomatieke en consulaire ambtenaren

Artikel

30

Uitbreiding tot andere gebieden

HOOFDSTUK

VII

Slotbepalingen

Artikel

31

Inwerkingtreding

Artikel

32

Beëindiging

Deze Overeenkomst blijft van kracht totdat zij door een van de Staten is opgezegd. Elk van de Staten kan de Overeenkomst langs diplomatieke weg opzeggen met inachtneming van een termijn van tenminste zes maanden voor het einde van enig kalenderjaar, te rekenen vanaf het jaar 1976. In dat geval houdt de Overeenkomst op van toepassing te zijn:

  • a)

    in Nederland: op inkomsten en vermogensbestanddelen die betrekking hebben op belastingjaren en -tijdvakken, die aanvangen na het einde van het kalenderjaar waarin van de opzegging kennis is gegeven;

  • b)

    in Frankrijk: op inkomsten die betrekking hebben op alle belastingjaren die volgen op het jaar waarin van de opzegging kennis is gegeven.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Parijs, de 16e maart 1973, in de Nederlandse en de Franse taal, in twee exemplaren, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. A. DE RANITZ

Voor de Regering van de Franse Republiek

(w.g.) GILBERT DE CHAMBRUN

Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, heden tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Franse Republiek gesloten, zijn de ondergetekenden overeengekomen, dat de volgende bepalingen een integrerend deel van de Overeenkomst vormen.

I

Ad artikel 4

Een natuurlijke persoon die aan boord van een schip woont zonder een werkelijke woonplaats in een van de Staten te hebben, wordt geacht inwoner te zijn van de Staat waar het schip zijn thuishaven heeft.

II

Ad artikel 6

Frankrijk behoudt zich het recht voor overeenkomstig de bepalingen van haar nationale wetgeving voor de toepassing van de artikelen 6 en 13 van de Overeenkomst als onroerende goederen te beschouwen de maatschappelijke rechten die in het bezit zijn van de vennoten of aandeelhouders van vennootschappen die in feite uitsluitend ten doel hebben, hetzij de bouw of verkrijging van onroerende goederen of van complexen van onroerende goederen met het oog op de verdeling daarvan in eenheden die bestemd zijn om aan haar leden in eigendom of in gebruik te worden afgestaan, hetzij het beheer van aldus verdeelde onroerende goederen of complexen van onroerende goederen.

III

Ad artikel 10

Het is wel te verstaan dat voor de toepassing van het zevende lid een lichaam dat inwoner is van Nederland en dat in Frankrijk een vaste inrichting bezit, niet is onderworpen aan de belasting op uitdelingen bedoeld in artikel 115 quinquies van de „Code général des Impôts”.

IV

Ad artikelen 10, 11 en 12

Voor de toepassing van de bepalingen van de artikelen 10, 11 en 12 moeten verzoeken om teruggaaf bij de bevoegde autoriteit van de Staat die de belasting heeft geheven worden ingediend binnen een tijdvak van drie jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de belasting is geheven.

V

Ad artikel 24

Het is wel te verstaan dat, wat de Nederlandse inkomstenbelasting of vennootschapsbelasting betreft, de grondslag bedoeld in artikel 24, eerste lid, is het onzuivere inkomen of de winst in de zin van de Nederlandse wetten op de inkomstenbelasting, onderscheidenlijk de vennootschapsbelasting.

VI

Ad artikelen 4, 8, 13 en 23

GEDAAN te Parijs, de 16e maart 1973, in de Nederlandse en de Franse taal, in twee exemplaren, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden

(w.g.) J. A. DE RANITZ

Voor de Regering van de Franse Republiek

(w.g.) GILBERT DE CHAMBRUN

Convention entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République française tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas

et

le Gouvernement de la République française,

désireux de remplacer par une nouvelle convention la Convention signée à Paris le 30 décembre 1949 pour éviter les doubles impositions en matière d'impôts sur les revenus et régler certaines autres questions en matière fiscale,

sont convenus des dispositions suivantes:

CHAPITRE

I

Champ d'application de la Convention

Article

1

Personnes visées

La présente Convention s'applique aux personnes qui sont des résidents de l'un des Etats ou de chacun des deux Etats.

Article

2

Impôts visés

CHAPITRE

II

Définitions

Article

3

Définitions générales

Article

4

Domicile fiscal

Article

5

Etablissement stable

CHAPITRE

III

Imposition des revenus

Article

6

Revenus immobiliers

Article

7

Bénéfices des entreprises

Article

8

Navigation maritime, intérieure et aérienne

Article

9

Entreprises associées

Lorsque

  • a)

    une entreprise de l'un des Etats participe directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'autre Etat ou que

  • b)

    les mêmes personnes participent directement ou indirectement à la direction, au contrôle ou au capital d'une entreprise de l'un des Etats et d'une entreprise de l'autre Etat,

et que, dans l'un et l'autre cas, les deux entreprises sont, dans leurs relations commerciales ou financières, liées par des conditions acceptées ou imposées, qui diffèrent de celles qui seraient conclues entre des entreprises indépendantes, les bénéfices qui, sans ces conditions, auraient été obtenus par l'une des entreprises mais n'ont pu l'être en fait à cause de ces conditions, peuvent être inclus dans les bénéfices de cette entreprise et imposés en conséquence.

Article

10

Dividendes

Article

11

Intérêts

Article

12

Redevances

Article

13

Gains en capital

Article

14

Professions indépendantes

Article

15

Professions dépendantes

Article

16

Administrateurs, directeurs (bestuurders) et commissaires (commissarissen) de sociétés

Article

17

Artistes et sportifs

Article

18

Pensions

Sous réserve des dispositions du paragraphe 1 de l'article 19, les pensions et autres rémunérations similaires, versées à un résident de l'un des Etats au titre d'un emploi antérieur, ne sont imposables que dans cet Etat.

Article

19

Fonctions publiques

Article

20

Professeurs

Article

21

Etudiants et stagiaires

Article

22

Autres revenus

Les éléments du revenu d'un résident de l'un des Etats, auxquels les articles précédents de la présente Convention ne s'appliquent pas, ne sont imposables que dans cet Etat.

CHAPITRE

IV

Article

23

Imposition de la fortune

CHAPITRE

V

Article

24

Dispositions pour éliminer les doubles impositions

II est entendu que la double imposition sera évitée de la façon suivante:

  • A.

    En ce qui concerne les Pays-Bas:

    • 1.

      Pour déterminer les impôts dus par leurs résidents, les Pays-Bas pourront comprendre dans la base sur laquelle ces impôts sont prélevés les éléments du revenu ou de la fortune qui, conformément aux dispositions de la présente Convention, sont imposables en France.

    • 2.

      Toutefois, sous réserve des dispositions de la législation interne néerlandaise concernant la compensation des pertes, les Pays-Bas déduiront du montant des impôts calculés selon le paragraphe 1, un montant égal à la fraction de ces impôts correspondant au rapport existant entre le montant des éléments du revenu ou de la fortune compris dans la base imposable visée au paragraphe 1 et imposables en France en vertu des articles 6, 7, 8 paragraphe 2, 10 paragraphe 6, 11 paragraphe 5, 12 paragraphe 3, 13 paragraphes 1, 2 et 3 alinéa b), 15 paragraphe 1, 19, 23 paragraphes 1, 2 et 3 alinéa b) de la présente Convention et le montant du revenu total ou de la fortune totale retenue comme base d'imposition en application dudit paragraphe 1.

    • 3.

      En ce qui concerne les éléments du revenu compris dans la base imposable visée au paragraphe 1 et qui sont imposables en France en vertu des articles 10 paragraphe 2, 11 paragraphe 2, 16 et 17, les Pays-Bas accordent, sur l'impôt néerlandais ainsi calculé, une réduction égale au moins élevé des montants suivants:

      • a)

        un montant égal à l'impôt prélevé en France soit en vertu des articles 16 et 17, soit dans la limite des taux prévus aux articles 10 paragraphe 2 et 11 paragraphe 2;

      • b)

        un montant égal à la fraction de l'impôt néerlandais calculé suivant le paragraphe 1 du présent article, qui correspond au rapport existant entre le montant desdits éléments du revenu et le montant total du revenu qui constitue la base imposable visée audit paragraphe 1.

  • B.

    En ce qui concerne la France:

    • a)

      Les revenus autres que ceux visés à l'alinéa b) ci-dessous sont exonérés des impôts français visés à l'article 2 paragraphe 3 alinéa b) lorsque ces revenus sont imposables aux Pays-Bas en vertu de la présente Convention.

    • b)

      En ce qui concerne les revenus visés aux articles 8, 10, 11, 16 et 17 qui ont supporté l'impôt néerlandais conformément aux dispositions de ces articles, la France accorde aux personnes qui sont résidentes de France et qui perçoivent de tels revenus, un crédit d'impôt d'un montant égal à l'impôt néerlandais.

      Ce crédit d'impôt, qui ne peut excéder le montant de l'impôt perçu en France sur les revenus en cause, s'impute sur les impôts visés à l'article 2 paragraphe 3 alinéa b) dans les bases desquels lesdits revenus sont inclus.

    • c)

      Nonobstant les dispositions des alinéas a) et b), l'impôt français peut être calculé sur le revenu imposable en France en vertu de la présente Convention au taux correspondant au montant global du revenu imposable conformément à la législation française.

CHAPITRE

VI

Dispositions spéciales

Article

25

Non-discrimination

Article

26

Application de la Convention

Les autorités compétentes des Etats déterminent les modalités d'application de la présente Convention.

Article

27

Procédure amiable

Article

28

Echange de renseignements

Article

29

Fonctionnaires diplomatiques et consulaires

Article

30

Extension territoriale

CHAPITRE

VII

Dispositions finales

Article

31

Entrée en vigueur

Article

32

Dénonciation

La présente Convention demeurera en vigueur tant qu'elle n'aura pas été dénoncée par l'un des Etats. Chacun des Etats peut dénoncer la Convention par voie diplomatique avec un préavis d'au moins six mois avant la fin de chaque année civile et à partir de l'année 1976.

Dans ce cas, la Convention cessera d'être applicable:

  • a)

    aux Pays-Bas: aux revenus et à la fortune afférents aux années et périodes fiscales commençant après la fin de l'année civile dans laquelle la dénonciation aura été notifiée;

  • b)

    en France: aux revenus afférents à toute année d'imposition suivant l'année au cours de laquelle la dénonciation aura été notifiée.

EN FOI DE QUOI, les soussignés, dûment autorisés à cet effet par leurs Gouvernements respectifs, ont signé la présente Convention.

FAIT à Paris, le seize mars 1973, en deux exemplaires en langues néerlandaise en française, les deux textes également foi.

Pour le Gouvernement du

Royaume des Pays-Bas

(s.) J. A. DE RANITZ

Pour le Gouvernement de la

République française

(s.) GILBERT DE CHAMBRUN

Protocole

Au moment de procéder à la signature de la Convention tendant à éviter les doubles impositions et à prévenir l'évasion fiscale en matière d'impôts sur le revenu et sur la fortune, conclue ce jour entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République française, les soussignés sont convenus des dispositions suivantes qui forment partie intégrante de la Convention.

I

Ad article 4

Une personne physique qui demeure à bord d'un navire ou d'un bateau, sans avoir de domicile réel dans l'un des Etats, sera considérée comme résidente de l'Etat où se trouve le port d'attache de ce navire ou de ce bateau.

II

Ad article 6

La France se réserve le droit de considérer, conformément aux dispositions de sa loi interne, comme biens immobiliers, pour l'application des articles 6 et 13 de la Convention, les droits sociaux possédés par les associés ou actionnaires des sociétés qui ont, en fait, pour unique objet, soit la construction ou l'acquisition d'immeubles ou de groupes d'immeubles en vue de leur division par fractions, destinées à être attribuées à leurs membres en propriété ou en jouissance, soit la gestion de ces immeubles ou groupes d'immeubles ainsi divisés.

III

Ad article 10

II est entendu que pour l'application du paragraphe 7 les sociétés résidentes des Pays-Bas qui possèdent en France un établissement stable ne sont pas soumises à l'impôt de distribution visé à l'article 115 quinquiès du Code général des Impôts.

IV

Ad articles 10, 11 et 12

Pour l'application des dispositions des articles 10, 11 et 12, les demandes de remboursement doivent être faites à l'autorité compétente de l'Etat qui a perçu l'impôt, dans le délai de trois ans après l'expiration de l'année civile dans laquelle l'impôt a été perçu.

V

Ad article 24

II est entendu que pour autant qu'il s'agit de l'impôt néerlandais sur le revenu ou de l'impôt néerlandais des sociétés, la base visée à l'article 24, paragraphe 1, est le total des revenus nets (,,onzuivere inkomen") ou le bénéfice (,,winst") au sens de la législation néerlandaise concernant l'impôt sur le revenu ou l'impôt des sociétés respectivement.

VI

Ad Articles 4, 8, 13 et 23

FAIT à Paris, le seize mars 1973, en deux exemplaires, en langues néerlandaise et française, les deux textes faisant également foi.

Pour le Gouvernement du

Royaume des Pays-Bas

(s.) J. A. DE RANITZ

Pour le Gouvernement de la

République française

(s.) GILBERT DE CHAMBRUN