Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds

De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd,

en

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

verdragsluitende partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, enerzijds,

en

de Republiek Korea, anderzijds,

hierna gezamenlijk „de partijen” genoemd,

Gelet op hun traditionele vriendschapsbanden en op de historische, politieke en economische relaties die hen binden,

Herinnerend aan de kaderovereenkomst inzake handel en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, die op 28 oktober 1996 in Luxemburg is ondertekend en op 1 april 2001 in werking is getreden;

Gezien het versnelde proces waarbij de Europese Unie een eigen identiteit op de gebieden buitenlands beleid en veiligheid en justitie aan het krijgen is;

Zich bewust van de groeiende rol en verantwoordelijkheid die de Republiek Korea in de internationale gemeenschap op zich neemt;

Wijzend op de alomvattende aard van hun betrekkingen en het belang van aanhoudende inspanningen om de algehele samenhang te handhaven;

Bevestigend dat zij de regelmatige politieke dialoog, die op gedeelde waarden en aspiraties is gebaseerd, willen handhaven en verder uitbreiden;

Uitdrukking gevend aan hun gemeenschappelijke wens hun betrekkingen op te waarderen tot een versterkt partnerschap, ook op politiek, economisch, sociaal en cultureel gebied;

Vastbesloten in dit verband de betrekkingen op gebieden van wederzijds belang op bilateraal, regionaal en mondiaal niveau te consolideren, te verdiepen en te diversifiëren, op basis van gelijkheid, eerbiediging van de souvereiniteit, non-discriminatie en wederzijds voordeel;

Opnieuw bevestigend dat zij sterk gehecht zijn aan de democratische beginselen en de rechten van de mens, vastgelegd in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en andere toepasselijke internationale mensenrechteninstrumenten, alsmede aan de beginselen rechtsstaat en goed bestuur;

Opnieuw bevestigend dat zij vastbesloten zijn ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan te bestrijden en ervan overtuigd dat de effectieve vervolging van de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan moet worden gewaarborgd door maatregelen op nationaal niveau te nemen en de mondiale samenwerking te intensiveren;

Overwegende dat het terrorisme een bedreiging is voor de mondiale veiligheid en wensend hun dialoog en samenwerking in de strijd tegen het terrorisme te intensiveren overeenkomstig de toepasselijke internationale instrumenten, in het bijzonder Resolutie 1373 van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, en opnieuw bevestigend dat eerbiediging van de rechten van de mens en de rechtsstaat de grondslag vormen van de bestrijding van terrorisme;

Van oordeel dat de verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor een ernstige bedreiging voor de internationale veiligheid vormt, constaterend dat de internationale gemeenschap deze verspreiding wenst te bestrijden, zoals tot uiting is gekomen in de goedkeuring van de desbetreffende internationale overeenkomsten en resoluties van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties, met name Resolutie 1540, en wensend hun dialoog en samenwerking op dit gebied te versterken;

Ondererkennend dat intensiever moet worden samengewerkt op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid;

Wijzend op het feit dat de bepalingen van de overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel V, van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland binden als afzonderlijke overeenkomstsluitende partijen, en niet als deel van de Europese Unie, totdat de Europese Unie de Republiek Korea ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland wat deze aangelegenheden betreft gebonden is als deel van de Europese Unie overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is gehecht, en dat hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het desbetreffende protocol dat aan deze Verdragen is gehecht;

Overwegende dat zij duurzame ontwikkeling in economisch, sociaal en milieuopzicht wensen te bevorderen;

Uiting gevend aan hun toezeggingen een hoog niveau van milieubescherming te waarborgen en aan hun vaste voornemen samen te werken ter bestrijding van klimaatverandering;

Wijzend op hun steun voor een eerlijk globaliseringsproces en hun streven naar volledige en productieve werkgelegenheid en fatsoenlijk werk voor iedereen;

Gezien het bloeiende handels- en investeringsverkeer tussen de partijen op basis van het wereldwijde op regels gebaseerde handelsstelsel onder auspiciën van de Wereldhandelsorganisatie (WTO);

Wensend, tot wederzijds voordeel van de partijen, de duurzame intensivering en ontwikkeling van het handels- en investeringsverkeer tussen de partijen te bevorderen en daartoe de voorwaarden te scheppen, onder andere door een vrijhandelszone tot stand te brengen;

Gezamenlijk van oordeel zijnde dat gezamenlijke inspanningen dienen te worden geleverd om wereldwijde vraagstukken aan te pakken, waaronder terrorisme, ernstige misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan, verspreiding van massavernietigingswapens en de overbrengingsmiddelen daarvoor, klimaatverandering, onzekerheid van energievoorziening en hulpbronnen, armoede en de financiële crisis;

Vastbesloten hun samenwerking te intensiveren op gebieden van wederzijds belang, en met name de bevordering van de democratische beginselen en eerbiediging van de mensenrechten, bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens; bestrijding van de illegale handel in handvuurwapens en lichte wapens; maatregelen tegen de ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan; bestrijding van terrorisme; samenwerking in regionale en internationale organisaties; handel en investeringen; dialoog inzake het economisch beleid; samenwerking tussen bedrijven; belastingheffing; douane; mededingingsbeleid; informatiemaatschappij; wetenschap en technologie; energie; vervoer; beleid inzake zeevervoer; consumentenbeleid; gezondheid; werkgelegenheid en sociale zaken; milieu en natuurlijke hulpbronnen; klimaatverandering; landbouw; plattelandsontwikkeling en bosbouw; zee en visserij; ontwikkelingshulp; cultuur; informatie; communicatie; audiovisuele aangelegenheden en de media; onderwijs; rechtsstaat; juridische samenwerking; bescherming van persoonsgegevens; migratie; drugsbestrijding; bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie; bestrijding van witwassen van geld en financiering van terrorisme; bestrijding van computercriminaliteit; rechtshandhaving; toerisme; het maatschappelijk middenveld; het overheidsapparaat; en statistiek;

Zich bewust van het belang van bevordering van de betrokkenheid bij het ontwikkelingsproces van rechtstreeks belanghebbende personen en entiteiten, met name bedrijven en organisaties die hen vertegenwoordigen;

Erkennende dat het wenselijk is de rol en het profiel van beide partijen in elkaars regio’s te versterken en persoonlijke contacten tussen de partijen te bevorderen,

Zijn als volgt overeengekomen:

TITEL

I

GRONDSLAG EN TOEPASSINGSGEBIED

Artikel

1

Grondslag van de samenwerking

Artikel

2

Doel van de samenwerking

TITEL

II

POLITIEKE DIALOOG EN SAMENWERKING

Artikel

3

Politieke dialoog

Artikel

4

Bestrijding van de verspreiding van massavernietigingswapens

Artikel

5

Handvuurwapens en lichte wapens

Artikel

6

De ernstigste misdrijven die de internationale gemeenschap aangaan

Artikel

7

Samenwerking ter bestrijding van terrorisme

TITEL

III

SAMENWERKING IN REGIONALE EN INTERNATIONALE ORGANISATIES

Artikel

8

Samenwerking in regionale en internationale organisaties

De partijen werken samen en wisselen standpunten uit in regionale en internationale fora en organisaties zoals de Verenigde Naties, de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO), de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO), de WTO, de Ontmoeting Azië–Europa (ASEM) en het Regionale Forum van de ASEAN (ARF).

TITEL

IV

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ECONOMISCHE ONTWIKKELING

Artikel

9

Handel en investeringen

Artikel

10

Dialoog inzake het economisch beleid

Artikel

11

Samenwerking tussen bedrijven

Artikel

12

Belastingen

Teneinde de economische activiteiten te versterken en te ontwikkelen, met inachtneming van de noodzaak een passend regelgevingskader te ontwikkelen, erkennen de partijen de beginselen van transparantie, informatie-uitwisseling en eerlijke belastingconcurrentie, en verbinden zij zich tot toepassing van die beginselen op fiscaal gebied. Zij streven daartoe, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, naar betere internationale samenwerking op fiscaal gebied, naar vergemakkelijking van het innen van de krachtens de wet verschuldigde belastingen, en naar het formuleren van maatregelen voor de doeltreffende toepassing van voormelde beginselen.

Artikel

13

Douane

De partijen werken op bilaterale en multilaterale basis samen op douanegebied. Daartoe wisselen zij met name ervaringen uit en onderzoeken zij de mogelijkheden voor vereenvoudiging van procedures, versterking van transparantie en ontwikkeling van de samenwerking. Ook streven zij naar convergentie van hun standpunten en naar gezamenlijke actie in relevant internationaal verband.

Artikel

14

Mededingingsbeleid

Artikel

15

Informatiemaatschappij

Artikel

16

Wetenschap en technologie

De partijen stimuleren, ontwikkelen en faciliteren samenwerkingsactiviteiten op het gebied van wetenschap en technologie voor vreedzame doeleinden, in overeenstemming met de Overeenkomst voor wetenschappelijke en technologische samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en de regering van de Republiek Korea.

Artikel

17

Energie

Artikel

18

Vervoer

Artikel

19

Beleid inzake zeevervoer

Artikel

20

Consumentenbeleid

De partijen streven naar samenwerking op het gebied van het consumentenbeleid, teneinde een hoog niveau van bescherming van de consument tot stand te brengen. De partijen komen overeen dat de samenwerking op dit gebied voor zover mogelijk kan inhouden:

  • a)

    het versterken van de onderlinge compatibiliteit van de consumentenwetgeving, teneinde handelsbelemmeringen te voorkomen, waarbij tegelijk een hoog niveau van bescherming van de consument wordt gegarandeerd;

  • b)

    het bevorderen van de uitwisseling van informatie over systemen voor consumentenbescherming, met inbegrip van de consumentenwetgeving, veiligheid van consumptiegoederen, handhaving van de consumentenwetgeving, consumenteneducatie en mondigheid van de consument en verhaalmogelijkheden voor de consument.

  • c)

    het bevorderen van de oprichting van onafhankelijke consumentenorganisaties en contacten tussen vertegenwoordigers van consumentenbelangen.

TITEL

V

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DUURZAME ONTWIKKELING

Artikel

21

Gezondheid

Artikel

22

Werkgelegenheid en sociale zaken

Artikel

23

Milieu en natuurlijke hulpbronnen

Artikel

24

Klimaatverandering

Artikel

25

Landbouw, plattelandsontwikkeling en bosbouw

De partijen komen overeen samenwerking aan te moedigen op het gebied van landbouw, plattelandsontwikkeling en bosbouw. De partijen wisselen informatie uit en ontwikkelen de samenwerking op het gebied van met name:

  • a)

    het landbouw- en bosbouwbeleid en de internationale landbouw- en bosbouwvooruitzichten in het algemeen;

  • b)

    de registratie en bescherming van geografische aanduidingen;

  • c)

    biologische productie;

  • d)

    onderzoek op het gebied van landbouw en bosbouw;

  • e)

    ontwikkelingsbeleid voor plattelandsgebieden en met name de diversifiëring en herstructurering van landbouwsectoren;

  • f)

    duurzame landbouw, bosbouw en integratie van milieuvereisten in het landbouwbeleid;

  • g)

    koppelingen tussen landbouw, bosbouw en milieu en het beleid voor de ontwikkeling van plattelandsgebieden;

  • h)

    promotieactiviteiten voor voedingsproducten uit de landbouw;

  • i)

    duurzaam bosbeheer, ter voorkoming van ontbossing en ter aanmoediging van de aanplant van nieuwe bossen, met passende inachtneming van de belangen van de ontwikkelingslanden waaruit hout afkomstig is.

Artikel

26

Zee en visserij

De partijen stimuleren de samenwerking op het gebied van de zee en de visserij op bilateraal en multilateraal niveau, met name om duurzame en verantwoorde ontwikkeling en beheer van de zee en de visserij te bevorderen. De samenwerking kan onder meer omvatten:

  • a)

    de uitwisseling van informatie;

  • b)

    steun voor duurzaam en verantwoord zee- en visserijbeleid op lange termijn, waaronder behoud en beheer van kust- en mariene hulpbronnen; en

  • c)

    bevordering van de inspanningen ter bestrijding van illegale, niet-gemelde en niet-gereguleerde visserijactiviteiten.

Artikel

27

Ontwikkelingshulp

TITEL

VI

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN ONDERWIJS EN CULTUUR

Artikel

28

Samenwerking op het gebied van cultuur, informatie, communicatie, audiovisuele aangelegenheden en de media

Artikel

29

Onderwijs

TITEL

VII

SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN JUSTITIE, VRIJHEID EN VEILIGHEID

Artikel

30

Rechtsstaat

Bij hun samenwerking op het gebied van justitie, vrijheid en veiligheid hechten de partijen bijzonder belang aan de bevordering van de rechtsstaat, met inbegrip van de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, de toegang tot het gerecht en het recht op een eerlijk proces.

Artikel

31

Juridische samenwerking

Artikel

32

Bescherming van persoonsgegevens

Artikel

33

Migratie

Artikel

34

Drugsbestrijding

Artikel

35

Bestrijding van georganiseerde misdaad en corruptie

De partijen komen overeen samen te werken aan en bij te dragen tot de bestrijding van georganiseerde economische en financiële misdaad en corruptie, namaak en illegale transacties, door volledig te voldoen aan hun bestaande internationale verplichtingen in dit verband, onder meer met betrekking tot effectieve samenwerking om beslag te leggen op uit corruptie verkregen bezittingen of gelden. De partijen bevorderen de toepassing van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de aanvullende protocollen daarbij, alsook van het Verdrag van de Verenigde Naties tegen corruptie.

Artikel

36

Bestrijding van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme

Artikel

37

Bestrijding van computercriminaliteit

Artikel

38

Samenwerking inzake wetshandhaving

De partijen komen overeen samenwerking tot stand te brengen tussen autoriteiten, instanties en diensten op het gebied van wetshandhaving en bij te dragen tot het verstoren en onschadelijk maken van grensoverschrijdende misdaaddreigingen die beide partijen met elkaar gemeen hebben. De samenwerking tussen autoriteiten, instanties en diensten op het gebied van wetshandhaving kan de vorm aannemen van wederzijdse bijstand bij onderzoeken, uitwisseling van onderzoekstechnieken, gezamenlijke opleiding en bijscholing van wetshandhavingspersoneel en alle andere gezamenlijke activiteiten en bijstand, in onderling overleg tussen de partijen.

TITEL

VIII

SAMENWERKING OP ANDERE GEBIEDEN

Artikel

39

Toerisme

De partijen verbinden zich ertoe samenwerking tot stand te brengen op het gebied van toerisme, teneinde het wederzijds begrip te verbeteren en een evenwichtige en duurzame ontwikkeling van het toerisme te bevorderen.

De samenwerking kan onder meer de vorm aannemen van:

  • a)

    de uitwisseling van informatie over onderwerpen van wederzijds belang op het gebied van toerisme;

  • b)

    de organisatie van toeristische evenementen;

  • c)

    uitwisselingen op het gebied van toerisme;

  • d)

    samenwerking op het gebied van de instandhouding en het beheer van cultureel erfgoed;

  • e)

    samenwerking op het gebied van het beheer van het toerisme.

Artikel

40

Maatschappelijk middenveld

De partijen erkennen de rol en de mogelijke bijdrage van organisaties van het maatschappelijk middenveld tot de dialoog en het samenwerkingsproces uit hoofde van deze overeenkomst en komen overeen een effectieve dialoog met organisaties van het maatschappelijk middenveld en hun actieve deelname te stimuleren.

Artikel

41

Openbaar bestuur

De partijen komen overeen, door middel van de uitwisseling van ervaringen en goede werkmethoden en door voort te bouwen op de bestaande inspanningen, samen te werken inzake de modernisering van het openbaar bestuur op gebieden als:

  • a)

    verbetering van de organisatorische doelmatigheid;

  • b)

    verbetering van de effectiviteit van de dienstverlening door de instellingen;

  • c)

    transparant beheer van de overheidsfinanciën en verantwoording;

  • d)

    verbetering van het juridische en institutionele kader;

  • e)

    opzet en uitvoering van het beleid.

Artikel

42

Statistieken

TITEL

IX

INSTITUTIONEEL KADER

Artikel

43

Andere overeenkomsten

Artikel

44

Gemengde Commissie

Artikel

45

Uitvoeringsbepalingen

Artikel

46

Arbitrageprocedure

TITEL

X

SLOTBEPALINGEN

Artikel

47

Definitie

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „de partijen” verstaan: de Europese Unie of haar lidstaten, dan wel de Europese Unie en haar lidstaten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds.

Artikel

48

Nationale veiligheid en openbaarmaking van informatie

Niets in deze overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat een partij verplicht wordt informatie te verstrekken waarvan zij de openbaarmaking in strijd acht met haar wezenlijke veiligheidsbelangen.

Artikel

49

Inwerkingtreding, looptijd en beëindiging

Artikel

50

Kennisgevingen

De in artikel 49 bedoelde kennisgevingen worden toegezonden aan het secretariaat-generaal van de Raad van de Europese Unie onderscheidenlijk het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Korea.

Artikel

51

Verklaringen en bijlagen

De gemeenschappelijke verklaringen en bijlagen bij deze overeenkomst vormen een integrerend onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel

52

Territoriale toepassing

Deze overeenkomst is van toepassing op de grondgebieden waarop het Verdrag betreffende de Europese Unie van toepassing is, onder de in genoemd Verdrag neergelegde voorwaarden, enerzijds, en het grondgebied van de Republiek Korea, anderzijds.

Artikel

53

Authentieke teksten

Deze overeenkomst is opgesteld in tweevoud in de Bulgaarse, de Deense, de Duitse, de Engelse, de Estse, de Finse, de Franse, de Griekse, de Hongaarse, de Italiaanse, de Letse, de Litouwse, de Maltese, de Nederlandse, de Poolse, de Portugese, de Roemeense, de Sloveense, de Slowaakse, de Spaanse, de Tsjechische, de Zweedse taal en de Koreaanse taal, met dien verstande dat alle teksten gelijkelijk authentiek zijn.

Gemeenschappelijke verklaring betreffende de interpretatie van de artikelen 45 en 46

De partijen zijn democratieën. Zij wensen samen te werken om de waarden die zij delen in de wereld te bevorderen. Hun overeenkomst is een teken van hun gezamenlijke streven de democratie, de mensenrechten, non-proliferatie en de bestrijding van terrorisme overal ter wereld te bevorderen. De tenuitvoerlegging van deze overeenkomsten tussen partijen die dezelfde waarden delen dient derhalve te worden gebaseerd op de beginselen van dialoog, wederzijds respect, gelijkwaardig partnerschap, multilateralisme, consensus en eerbiediging van het internationaal recht.

De partijen komen overeen dat met het oog op de juiste interpretatie en de praktische toepassing van deze overeenkomst met de term „passende maatregelen” in artikel 45, lid 3, maatregelen worden bedoeld die evenredig zijn met de ernst van de niet-nakoming van verplichtingen op grond van deze overeenkomst. Maatregelen kunnen worden getroffen ten aanzien van deze overeenkomst of ten aanzien van een specifieke overeenkomst die deel uitmaakt van het gemeenschappelijke institutionele kader. Bij de keuze van maatregelen moet voorrang worden gegeven aan maatregelen die de werking van de overeenkomst het minst verstoren, rekening houdende met de mogelijke aanwending van nationale rechtsmiddelen.

Voor de juiste interpretatie en de praktische uitvoering van deze overeenkomst komen de partijen overeen dat met de term „bijzonder dringende gevallen” in artikel 45, lid 4, gevallen worden bedoeld waarin door een van de partijen wezenlijke inbreuk op deze overeenkomst is gemaakt. Wezenlijke inbreuk houdt in: een afwijzing van deze overeenkomst die niet in overeenstemming is met de algemene regels van het internationaal recht of een bijzonder ernstige en grove schending van een essentieel element van deze overeenkomst. De partijen beoordelen of er sprake is van een mogelijke wezenlijke inbreuk op artikel 4, lid 2, met inachtneming van het officiële standpunt, indien dat bestaat, van de relevante internationale instanties.

Wat artikel 46 betreft zijn, indien maatregelen zijn getroffen ten aanzien van een specifieke overeenkomst die deel uitmaakt van het gemeenschappelijke institutionele kader, alle relevante procedures voor geschillenbeslechting van de specifieke overeenkomst van toepassing op de procedure voor de tenuitvoerlegging van de scheidsrechterlijke beslissing in gevallen waarin de scheidsrechters beslissen dat de maatregel niet gerechtvaardigd of niet evenredig was.

Slotakte

De gevolmachtigden van

De Europese Unie, hierna „de Unie” genoemd

en

Het Koninkrijk België,

De Republiek Bulgarije,

De Tsjechische Republiek,

Het Koninkrijk Denemarken,

De Bondsrepubliek Duitsland,

De Republiek Estland,

Ierland,

De Helleense Republiek,

Het Koninkrijk Spanje,

De Franse Republiek,

De Italiaanse Republiek,

De Republiek Cyprus,

De Republiek Letland,

De Republiek Litouwen,

Het Groothertogdom Luxemburg,

De Republiek Hongarije,

Malta,

Het Koninkrijk der Nederlanden,

De Republiek Oostenrijk,

De Republiek Polen,

De Portugese Republiek,

Roemenië,

De Republiek Slovenië,

De Slowaakse Republiek,

De Republiek Finland,

Het Koninkrijk Zweden,

Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland

partijen bij het Verdrag betreffende de Europese Unie en het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, hierna „de lidstaten” genoemd, enerzijds,

en

De Republiek Korea, anderzijds,

bijeengekomen te Brussel op 10 mei 2010 voor de ondertekening van de Kaderovereenkomst tussen de Europese Unie en haar lidstaten, enerzijds, en de Republiek Korea, anderzijds, hebben de kaderovereenkomst aangenomen.

De gevolmachtigden van de lidstaten en de gevolmachtigde van de Republiek Korea nemen kennis van de volgende unilaterale verklaring van de Europese Unie betreffende artikel 12:

„De Europese Unie verklaart dat de lidstaten slechts gebonden zijn uit hoofde van artikel 12 voor zover zij deze beginselen van goed bestuur op fiscaal gebied op het niveau van de Europese Unie hebben onderschreven.”

Gedaan te Brussel, de tiende mei 2010.

De Europese Unie