Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake de tussen de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken

Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Indonesia concerning the financial problems still outstanding between the two countries

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Indonesia;

desirous of settling the outstanding financial problems between the two countries;

considering that this end should be accomplished in a single, all-inclusive agreement, which shall include the payment of a lump sum;

considering that such an agreement should be based on principles of justice, humanity and equity;

have agreed as follows:

Article

1

Article

2

The two Contracting Parties shall refrain both from itemizing their respective claims and from evaluating or acknowledging the claims of the other Party.

Article

3

Article

4

Article

5

Article

6

The Netherlands Government shall decide at its discretion what natural and corporate bodies shall be entitled to the funds made available by the Republic of Indonesia and what amounts shall be received by each of them.

Article

7

The present Agreement shall come into force on the date on which both Governments have informed each other in writing that the formalities constitutionally required in their respective countries have been complied with.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed the present Agreement.

DONE at The Hague, this seventh day of September 1966, in duplicate in the English language.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands,

(sd.) J. LUNS

For the Government of Republic of Indonesia,

(sd.) HAMENGKU BUWONO

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië inzake de tussen de beide landen nog bestaande financiële vraagstukken

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Indonesië;

Verlangende, de nog tussen deze landen bestaande financiële vraagstukken te regelen;

Overwegende dat dit dient te geschieden in een enkele, alles omvattende overeenkomst, die voorziet in de betaling van een forfaitair bedrag;

Overwegende dat een zodanige overeenkomst dient te zijn gebaseerd op beginselen van rechtvaardigheid, menselijkheid en billijkheid;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

De twee Overeenkomstsluitende Partijen onthouden zich ervan hun onderscheiden vorderingen te specificeren en de vorderingen der andere Partij te toetsen of te erkennen.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het staat de Nederlandse Regering vrij te beslissen welke natuurlijke personen en welke rechtspersonen recht hebben op de door de Republiek Indonesië ter beschikking gestelde gelden en welke bedragen aan elk van hen zullen worden betaald.

Artikel

7

Deze Overeenkomst treedt in werking op de dag waarop beide Regeringen elkaar schriftelijk hebben medegedeeld dat de in hun onderscheiden landen grondwettelijk voorgeschreven formaliteiten zijn vervuld.

TEN BLIJKE WAARVAN de daartoe door hun onderscheiden Regeringen behoorlijk gevolmachtigde ondergetekenden deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 7de september 1966, in twee exemplaren, in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor de Regering van de Republiek Indonesië,

(w.g.) HAMENGKU BUWONO