Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland betreffende de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN

en

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

De wens koesterende, om de wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels in burgerlijke zaken te regelen,

Zijn overeengekomen, een verdrag te sluiten, en hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

De Heer mr. J. M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

De Heren

Dr. J. Löns, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te 's-Gravenhage, en

Prof. dr. A. Bülow, Directeur-Generaal bij het Bondsministerie van Justitie.

De gevolmachtigden zijn, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, het volgende overeengekomen:

TITEL

I

Erkenning van rechterlijke beslissingen

Artikel

1

Artikel

2

De erkenning mag slechts worden geweigerd,

  • a)

    indien zij in strijd is met de openbare orde van de Staat waar een beroep op de beslissing wordt gedaan; of

  • b)

    indien het gerecht van de Staat waar de beslissing is gegeven, niet als bevoegd in de zin van dit Verdrag of van een ander tussen beide Staten geldend Verdrag kan worden erkend; of

  • c)

    in geval van een beslissing bij verstek, indien de gedaagde aantoont,

    • 1.

      dat de dagvaarding of de beschikking, waardoor het geding werd ingeleid, hem niet overeenkomstig de voorschriften van de Staat waar de beslissing is gegeven, werd bezorgd, of

    • 2.

      dat hij geen gelegenheid heeft gehad verweer te voeren, omdat de dagvaarding of de beschikking hem niet of niet tijdig genoeg heeft bereikt; dit geldt echter niet, wanneer de eiser aantoont dat de gedaagde tegen de beslissing geen rechtsmiddel heeft aangewend, hoewel hij van haar had kennis gekregen.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

TITEL

II

Tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen

Artikel

6

Artikel

7

Behelst de beslissing van een Nederlands gerecht een veroordeling van de schuldenaar tot betaling van een dwangsom aan de schuldeiser voor het geval gene handelt in strijd met zijn verplichting tot het doen of nalaten van een handeling, zo wordt in de Bondsrepubliek Duitsland eerst dan verlof tot tenuitvoerlegging gegeven, indien het beloop van de verbeurde dwangsom door een nadere beslissing van het Nederlandse gerecht is vastgesteld.

Artikel

8

De procedure ter verkrijging van een verlof tot tenuitvoerlegging wordt, onverminderd de bepalingen van dit Verdrag, geregeld door het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaats vinden.

Artikel

9

Het verzoek tot afgifte van een verlof tot tenuitvoerlegging kan worden gedaan door ieder die in de Staat waar de beslissing is gegeven, daaraan rechten kan ontlenen.

Artikel

10

De partij die verlening van een verlof tot tenuitvoerlegging verzoekt, moet overleggen:

  • a)

    een grosse van de beslissing, welke ook de gronden moet bevatten;

  • b)

    het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift van het exploit van betekening of van een ander stuk, waaruit blijkt dat beslissing is betekend aan de partij te wier laste de tenuitvoerlegging moet geschieden;

  • c)

    het bewijs, dat zij aan een haar opgelegde verplichting tot zekerheidstelling heeft voldaan;

  • d)

    een vertaling van de voormelde stukken in de taal van het aangezochte gerecht, welke vertaling door een diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger of door een ambtelijk benoemde of beëdigde vertaler van een van beide Staten voor eensluidend is verklaard.

Artikel

11

Artikel

12

Het verlof tot tenuitvoerlegging kan ook slechts voor een deel van de beslissing worden gegeven,

  • a)

    indien de beslissing een of meer vorderingen betreft en de partij die de tenuitvoerlegging verlangt, verzoekt het verlof tot tenuitvoerlegging slechts voor een deel van de vordering of voor een of enige vorderingen te geven;

  • b)

    indien de beslissing verscheidene vorderingen betreft en het verzoek van de partij die de tenuitvoerlegging verlangt, slechts ten aanzien van een of enige vorderingen gegrond is.

Artikel

13

De tenuitvoerlegging mag pas een aanvang nemen, nadat de van het verlof tot tenuitvoerlegging voorziene beslissing aan de schuldenaar volgens het recht van de Staat waar de tenuitvoerlegging moet plaats vinden, is betekend.

Artikel

14

Artikel

15

Is de partij die de tenuitvoerlegging verlangt, in de Staat waar de gerechtelijke beslissing is gegeven, toegelaten om kosteloos te procederen, dan geniet zij datzelfde recht zonder meer ook in de andere Staat, zowel in de procedure tot verlening van het verlof tot tenuitvoerlegging, als bij de tenuitvoerlegging zelf.

TITEL

III

Erkenning en tenuitvoerlegging van andere executoriale titels

Artikel

16

Artikel

17

De erkenning en tenuitvoerlegging van scheidsrechterlijke uitspraken blijven geregeld door de Verdragen die daaromtrent tussen de beide Staten van kracht zijn of zullen worden.

TITEL

IV

Bijzondere bepalingen

Artikel

18

Artikel

19

Dit Verdrag doet geen afbreuk aan de bepalingen van andere Overeenkomsten, die tussen de beide Staten van kracht zijn of zullen worden en die voor bijzondere rechtsgebieden de erkenning en de tenuitvoerlegging van rechterlijke beslissingen of andere executoriale titels regelen.

Artikel

20

Dit Verdrag is slechts van toepassing op die rechterlijke beslissingen en andere executoriale titels, die na zijn inwerkingtreding zijn tot stand gekomen of verleden.

TITEL

V

Slotbepalingen

Artikel

21

Artikel

22

Dit Verdrag geldt ook voor het „Land” Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland tegenover de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag het tegendeel verklaart.

Artikel

23

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 30e augustus 1962, in twee oorspronkelijke exemplaren, elk in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland:

(w.g.) DR. J. LÖNS

(w.g.) A. BÜLOW