Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de begrenzing van het tussen deze landen gelegen continentale plat onder de Noordzee

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland inzake de begrenzing van het tussen deze landen gelegen continentale plat onder de Noordzee

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland;

Verlangende de grens tussen de onderscheiden delen van het continentale plat onder de Noordzee vast te stellen op basis van een lijn waarvan elk punt op gelijke afstand ligt van de dichtstbij gelegen punten van de basislijnen vanwaar de territoriale zee van elk land op dit moment wordt gemeten;

Zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

Indien er een geschil mocht rijzen aangaande de positie van een installatie of andere inrichting, dan wel van een drainagepunt van een boring, ten opzichte van de grenslijn, stellen de Overeenkomstsluitende Partijen in onderling overleg vast aan welke zijde van de grenslijn de installatie of de andere inrichting, dan wel het drainagepunt van de boring, is gelegen.

Artikel

4

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN in tweevoud te Londen, de 6e oktober 1965, in de Nederlandse en de Engelse taal, zijnde de beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) D. W. VAN LYNDEN

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

(w.g.) WALTER PADLEY