Douaneovereenkomst inzake welzijnsgoederen voor zeevarenden

Customs Convention concerning welfare material for seafarers

Preamble

The Contracting Parties to the present Convention established under the auspices of the Customs Co-operation Council on the initiative of and in consultation with the International Labour Organisation,

Desiring to promote the welfare of seafarers on ships in international maritime traffic,

Convinced that the adoption of uniform Customs provisions to facilitate the transfer of welfare material and its utilisation by seafarers can contribute to this end,

Have agreed as follows:

CHAPTER

I

Definitions and Scope

Article

1

For the purposes of the present Convention:

  • (a)

    the term “welfare material” means material for the pursuit of cultural, educational, recreational, religious or sporting activities by seafarers and shall include reading material, audio-visual material, sports gear, hobby material and equipment for religious activities (including vestments), as set out in the list, which is not exhaustive, in the Annex to the present Convention;

  • (b)

    the term “seafarer” means any person carried on board a ship and charged with duties in connection with its working or service at sea;

  • (c)

    the term “welfare establishments” means hostels, clubs or recreation centres for seafarers, managed either by official organisations or by religious or other not-for-profit organisations, and places of worship where service for seafarers are regularly held;

  • (d)

    the term “import duties and taxes” means Customs duties and all other duties, taxes, fees or other charges which are collected on or in connection with the importation of goods, but not including fees and charges which are limited in amount to the approximate cost of services rendered;

  • (e)

    the term “ratification” means ratification, acceptance or approval;

  • (f)

    the term “the Council” means the Organisation set up by the Convention establishing a Customs Co-operation Council, done at Brussels on 15th December, 1950.

Article

2

This Convention shall apply to the importation into the territory of a Contracting Party of welfare material for the use of seafarers on foreign ships engaged in international maritime traffic.

CHAPTER

II

Facilities for welfare material used or intended to be used on board ship

Article

3

Article

4

The facilities, provided for in Article 3 shall apply to welfare material which is:

  • (a)

    imported into the territory of a Contracting Party for delivery to and use on board a foreign ship engaged in international maritime traffic, lying in a port in that territory;

  • (b)

    taken off a ship for delivery to and use on board a foreign ship engaged in international maritime traffic lying in the same port or in another port in the same territory;

  • (c)

    taken off a ship for re-exportation;

  • (d)

    intended for repair;

  • (e)

    awaiting disposal in accordance with paragraph (a), (b) or (c) of this Article;

  • (f)

    landed from a ship for temporary use ashore by the crew for a period not exceeding the ship's stay in port.

CHAPTER

III

Facilities for welfare material for use in welfare establishments

Article

5

The facilities provided for in Article 3 shall be extended to welfare material temporarily imported a period not exceeding six months for use in welfare establishments, subject to the minimum formalities necessary for control.

CHAPTER

IV

Miscellaneous

Article

6

The provisions of the present Convention set out the minimum facilities to be accorded. They do not prevent the application of greater facilities which certain Contracting Parties grant or may grant in future by unilateral provisions or in virtue of bilateral and multilateral agreements.

Article

7

For the purpose of the present Convention the territories of Contracting Parties which form a Customs or economic union may be taken to be a single territory.

Article

8

Any substitution, false declaration or act having the effect of causing a person or goods improperly to benefit from the facilities provided for in the present Convention, may render the offender liable in the country where the offence was committed to the penalties prescribed by the laws and regulations of that country and to payment of any import duties and taxes chargeable.

Article

9

The Annex to the present Convention shall be construed to be an integral part of the Convention.

CHAPTER

V

Final provisions

Article

10

Article

11

Article

12

Article

13

Article

14

Article

15

Article

16

Article

17

Article

18

The Secretary General of the Council shall notify all Contracting Parties, the other signatory States, the Secretary General of the United Nations and the Director General of the International Labour Office, of:

  • (a)

    signatures, ratifications and accessions under Article 12 of the present Convention;

  • (b)

    the date of entry into force of the present Convention in accordance with Article 13;

  • (c)

    denunciations under Article 14;

  • (d)

    any amendment deemed to have been accepted in accordance with Article 15 and the date of its entry into force;

  • (e)

    notifications received in accordance with Article 16;

  • (f)

    declarations and notifications made in accordance with Article 17 and the date on which reservations or withdrawals of reservations take effect.

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto, have signed the present Convention.

DONE at Brussels this first day of December, nineteen hundred and sixty-four, in the English and French languages, both texts being equally authentic, in a single original which shall be deposited with the Secretary General of the Council who shall transmit certified copies to all the States referred to in paragraph 1 of Article 12 of the present Convention.

ANNEX

Illustrative list of welfare material

  • (a)

    Reading material, such as:

    Books;

    Correspondence courses;

    Newspapers, journals and periodicals;

    Pamphlets on welfare facilities in ports.

  • (b)

    Audio-visual material, such as:

    Sound reproducing instruments;

    Tape-recorders;

    Radio sets, television sets;

    Cinematographic and other projectors;

    Recordings on tapes or discs (language courses, radio programmes, greetings, music and entertainment);

    Films, exposed and developed;

    Film slides.

  • (c)

    Sports gear, such as:

    Sports wear;

    Balls;

    Racquets and nets;

    Deck games;

    Athletic equipment;

    Gymnastic equipment.

  • (d)

    Hobby material, such as:

    Indoor games;

    Musical instruments;

    Material for amateur dramatics;

    Materials for painting, sculpture, woodwork and metalwork, etc. and for carpet making.

  • (e)

    Equipment for religious activities (including vestments)

  • (f)

    Parts and accessories for welfare material

Douaneovereenkomst inzake welzijnsgoederen voor zeevarenden

Preambule

De Overeenkomstsluitende Partijen bij deze Overeenkomst, tot stand gekomen onder auspiciën van de Internationale Douaneraad op initiatief en met medewerking van de Internationale Arbeidsorganisatie,

Geleid door de wens het welzijn van zeevarenden aan boord van in het internationale zeeverkeer varende schepen te bevorderen,

Ervan overtuigd, dat aanvaarding van eenvormige douanebepalingen ter vergemakkelijking van de overbrenging van welzijnsgoederen en het gebruik daarvan door zeevarenden daartoe kan bijdragen,

Zijn het volgende overeengekomen:

HOOFDSTUK

I

Begripsomschrijving en werkingssfeer

Artikel

1

In deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • (a)

    „welzijnsgoederen”, de goederen bestemd voor culturele, opvoedende, recreatieve, godsdienstige of sportieve activiteiten van zeevarenden en in het bijzonder boeken en drukwerken, audio-visueel materieel, sportartikelen, artikelen voor spelbeoefening en andere vormen van vrijetijdsbesteding en goederen voor de uitoefening van de eredienst (gewaden daaronder begrepen), zoals vermeld in de lijst van voorbeelden die als Bijlage bij deze Overeenkomst is gevoegd;

  • (b)

    „zeevarenden”, alle personen die aan boord van een schip worden vervoerd en die een taak hebben bij de functionering of de dienst van het schip op zee;

  • (c)

    „inrichtingen van culturele of sociale aard”, de tehuizen, clubs en ontspanningslokalen voor zeevarenden die worden beheerd hetzij door officiële organisaties, hetzij door godsdienstige organisaties of andere organisaties die geen winst beogen, alsmede de plaatsen voor de eredienst waar geregeld diensten voor zeevarenden worden gehouden;

  • (d)

    „rechten en belastingen bij invoer”, de douanerechten en alle andere rechten, belastingen, leges en heffingen, geheven bij of ter zake van de invoer van goederen, met uitzondering van de leges en heffingen die beperkt zijn tot de geschatte kosten van verleende diensten;

  • (e)

    „bekrachtiging”, de bekrachtiging in eigenlijke zin, de aanvaarding of de goedkeuring;

  • (f)

    „de Raad”, de organisatie ingesteld bij het op 15 december 1950 te Brussel gesloten Verdrag houdende instelling van een Internationale Douaneraad.

Artikel

2

Deze Overeenkomst is van toepassing op de invoer in het gebied van een Overeenkomstsluitende Partij van welzijnsgoederen voor gebruik door zeevarenden aan boord van vreemde schepen varende in het internationale zeeverkeer.

HOOFDSTUK

II

Faciliteiten voor welzijnsgoederen gebruikt of bestemd om te worden gebruikt aan boord van schepen

Artikel

3

Artikel

4

De faciliteiten bedoeld in artikel 3 worden toegepast ten aanzien van welzijnsgoederen die:

  • (a)

    in het gebied van een Overeenkomstsluitende Partij worden ingevoerd om, met het oog op hun gebruik aldaar, aan boord te worden gebracht van een buitenlands schip dat vaart in het internationale zeeverkeer en dat ligt in een haven van dat gebied;

  • (b)

    uit een schip worden uitgeladen om, met het oog op hun gebruik aan boord, te worden overgebracht naar een buitenlands schip dat vaart in het internationale zeeverkeer en dat ligt in dezelfde haven, dan wel in een andere haven van hetzelfde gebied;

  • (c)

    uit een schip worden uitgeladen om weder te worden uitgevoerd;

  • (d)

    bestemd zijn om te worden hersteld;

  • (e)

    wachten op het verkrijgen van één van de bestemmingen bedoeld onder (a), (b) of (c) van dit artikel;

  • (f)

    uit een schip worden uitgeladen om door de bemanning tijdelijk aan de wal te worden gebruikt voor een tijdsduur welke die van het verblijf van het schip in de haven niet te boven gaat.

HOOFDSTUK

III

Faciliteiten voor welzijnsgoederen bestemd voor gebruik in inrichtingen van culturele of sociale aard

Artikel

5

De faciliteiten bedoeld in artikel 3 worden, met voorbehoud van de voor de controle noodzakelijke minimumformaliteiten, eveneens verleend ten aanzien van welzijnsgoederen die voor een periode welke zes maanden niet te boven gaat tijdelijk worden ingevoerd voor gebruik in inrichtingen van culturele of sociale aard.

HOOFDSTUK

IV

Algemene bepalingen

Artikel

6

De bepalingen van deze Overeenkomst bevatten minimumfaciliteiten. Zij beletten niet de toepassing van ruimere faciliteiten die bepaalde Overeenkomstsluitende Partijen toestaan of in de toekomst eventueel zullen toestaan hetzij unilateraal, hetzij krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Artikel

7

Voor de toepassing van deze Overeenkomst kunnen de gebieden van de Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of een economische unie vormen, worden beschouwd als één gebied.

Artikel

8

Elke verwisseling, valse verklaring of handeling die tot gevolg heeft dat een persoon of een voorwerp ten onrechte de voordelen geniet van de in deze Overeenkomst neergelegde faciliteiten stelt de overtreder in het land waar het strafbare feit is begaan, bloot aan de straffen gesteld bij de wetten en voorschriften van dat land en, in voorkomend geval, aan de betaling van de verschuldigde rechten en belastingen bij invoer.

Artikel

9

De Bijlage bij deze Overeenkomst wordt geacht daarvan een integrerend deel uit te maken.

HOOFDSTUK

V

Slotbepalingen

Artikel

10

Artikel

11

Artikel

12

Artikel

13

Artikel

14

Artikel

15

Artikel

16

Artikel

17

Artikel

18

De Secretaris-Generaal van de Raad doet aan alle Overeenkomstsluitende Partijen, aan de andere Staten die deze Overeenkomst hebben ondertekend, aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties en aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Arbeidsbureau mededeling van:

  • (a)

    ondertekeningen, bekrachtigingen en toetredingen overeenkomstig artikel 12 van deze Overeenkomst;

  • (b)

    de datum waarop deze Overeenkomst ingevolge artikel 13 in werking treedt;

  • (c)

    opzeggingen ontvangen overeenkomstig artikel 14;

  • (d)

    wijzigingen die geacht worden te zijn aanvaard overeenkomstig artikel 15, alsmede de datum van hun inwerkingtreding;

  • (e)

    kennisgevingen ontvangen overeenkomstig artikel 16;

  • (f)

    verklaringen en mededelingen ontvangen overeenkomstig artikel 17, alsmede de datum waarop een voorbehoud van kracht wordt of de datum met ingang waarvan een voorbehoud wordt ingetrokken.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, de eerste december negentienhonderd vierenzestig, in de Franse en de Engelse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek, in één exemplaar, dat wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad, die voor eensluidend gewaarmerkte afschriften daarvan zal doen toekomen aan alle Staten bedoeld in het eerste lid van artikel 12 van deze Overeenkomst.

BIJLAGE

Voorbeelden van welzijnsgoederen

  • (a)

    Boeken en drukwerken, zoals:

    Boeken;

    Schriftelijke cursussen;

    Dagbladen en tijdschriften;

    Brochures over welzijnszorg in de havens.

  • (b)

    Audio-visueel materiaal, zoals:

    Toestellen voor het weergeven van geluid;

    Bandrecorders;

    Radio- en televisietoestellen;

    Projectietoestellen;

    Opnamen op grammofoonplaten of magnetofoonbanden (talencursussen, radioprogramma's, groeten, muziek en ontspanning);

    Belichte en ontwikkelde films;

    Diapositieven.

  • (c)

    Sportartikelen, zoals:

    Sportkleding;

    Ballen;

    Tennisraketten en netten;

    Dekspelen;

    Atletiekuitrusting;

    Gymnastiekuitrusting.

  • (d)

    Artikelen voor spelbeoefening en andere vormen van vrijetijdsbesteding, zoals:

    Gezelschapspelen;

    Muziekinstrumenten;

    Benodigdheden voor amateurtoneel;

    Benodigdheden voor schilderen, beeldhouwen, hout- en metaalbewerking en het maken van tapijten.

  • (e)

    Goederen voor de uitoefening van de eredienst (gewaden daaronder begrepen)

  • (f)

    Delen, onderdelen en toebehoren van welzijnsgoederen.