Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Kenya

Agreement on economic co-operation between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Kenya

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the Republic of Kenya,

Desiring to strengthen their traditional ties of friendship, to extend and intensify their economic relations and to encourage investments on the basis of equality to their mutual benefit,

Have agreed as follows:

Article

I

Article

II

Article

III

Article

IV

The Contracting Parties agree to promote the development of international shipping services for mutual benefit.

Article

V

With respect to the payment of taxes, fees or charges and to the enjoyment of fiscal deductions and exemptions, each Contracting Party shall endeavour to accord in its territory to nationals of the other Contracting Party engaged in any economic activity the same treatment as it accords to nationals of third countries.

Article

VI

Each Contracting Party undertakes with regard to the other Contracting Party to facilitate, to the extent permitted by its legislation:

  • a)

    the holding in its territory of economic and commercial exhibitions and displays;

  • b)

    the importation into its territory of professional equipment and of material and equipment intended for technical work on behalf of governmental bodies or private enterprises and the re-exportation thereof.

Article

VII

Each Contracting Party shall ensure fair and equitable treatment to the investments, goods, rights and interests of nationals of the other Contracting Party and shall not impair the management, maintenance, use, enjoyment or disposal thereof by those nationals, by unjustified or discriminatory measures.

Article

VIII

Article

IX

Any measures of nationalisation or expropriation, taken by either of the Contracting Parties affecting the investments, goods, rights or interests of their respective nationals in the territory of each other, shall be followed by payment of adequate compensation, transferable to the extent necessary to make it effective, within a reasonable time and in accordance with generally recognised rules of international law.

Article

X

The Contracting Party in the territory of which an investment approved by it has been made, in respect of which investment the other Contracting Party or a national thereof has granted any financial security against non-commercial risks, recognises the subrogation of the grantor of that security into the rights of the investor as to damages if payment has been made under that security, and to the extent of that payment.

Article

XI

The Contracting Party in the territory of which a national of the other Contracting Party makes or intends to make an investment, shall give sympathetic consideration to a request on the part of such national to submit, for conciliation or arbitration, to the Centre established by the Convention of Washington of 18 March 1965, any dispute that may arise in connection with the investment.

Article

XII

The present Agreement shall apply to all approved investments made in the territory of the one Contracting Party by a national of the other Contracting Party.

Article

XIII

Whenever requested by either Party, authorised representatives of both Contracting Parties shall meet in order to:

  • a)

    discuss and advise on the implementation of this Agreement;

  • b)

    review economic co-operation projects carried out to date; and

  • c)

    make recommendations on the fulfilment of the objectives envisaged in this Agreement.

Article

XIV

For the purpose of the present Agreement:

  • a)

    the term “nationals” includes legal persons established according to the law of a Contracting Party in the territory of that Contracting Party;

  • b)

    a legal person, which is lawfully established in the territory of a Contracting Party shall be a national of that Contracting Party in conformity with its legislation;

    except where any such legal person, established in the territory of a Contracting Party is controlled by a national or nationals of the other Contracting Party and it has been agreed between the legal person, and the first mentioned Contracting Party that it should be treated for the purposes of this Agreement as a national of the other Contracting Party;

  • c)

    the term “approved” means approval required under the relevant legislation of the Contracting Party concerned.

Article

XV

Article

XVI

Article

XVII

As regards the Kingdom of the Netherlands, the present Agreement shall apply to the territory of the Kingdom in Europe, to Surinam and to the Netherlands Antilles, unless the instrument of ratification of the Kingdom of the Netherlands provides otherwise.

Article

XVIII

IN WITNESS WHEREOF the undersigned representatives, duly authorised thereto, have signed the present Agreement.

DONE at Nairobi this eleventh day of September 1970, in two originals, in the English language, both of which shall be equally authentic.

For the Government of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) H. C. G. CARSTEN

For the Government of the Republic of Kenya:

(sd.) MWAI KIBAKI

Overeenkomst inzake economische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Kenya

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Kenya,

Verlangende hun traditionele vriendschapsbanden aan te halen, hun economische betrekkingen uit te breiden en te versterken en investeringen op basis van gelijkheid en tot wederzijds voordeel te bevorderen,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

I

Artikel

II

Artikel

III

Artikel

IV

De Overeenkomstsluitende Partijen komen overeen de ontwikkeling van internationale scheepvaartdiensten tot wederzijds voordeel te bevorderen.

Artikel

V

Wat de betaling van belastingen, rechten of heffingen betreft, en ten aanzien van de toekenning van fiscale aftrekken en vrijstellingen, kent elke Overeenkomstsluitende Partij op haar grondgebied aan de onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij die economische activiteiten verrichten dezelfde behandeling toe als die welke zij toekent aan onderdanen van derde landen.

Artikel

VI

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich jegens de andere Overeenkomstsluitende Partij om, voor zover haar wetgeving zulks toelaat, te vergemakkelijken:

  • a)

    het organiseren op haar grondgebied van economische en commerciële tentoonstellingen en soortgelijke manifestaties;

  • b)

    de invoer in haar grondgebied van beroepsuitrusting en van materialen en uitrusting voor gebruik bij technische werken ten behoeve van overheidsinstellingen of particuliere ondernemingen, en de wederuitvoer daarvan.

Artikel

VII

Elke Overeenkomstsluitende Partij waarborgt de eerlijke en billijke behandeling van de investeringen, goederen, rechten en belangen van onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij en belemmert niet, door ongerechtvaardigde of discriminatoire maatregelen, het beheer, de instandhouding, het gebruik en het genot daarvan of de beschikking daarover door die onderdanen.

Artikel

VIII

Artikel

IX

Door een der Overeenkomstsluitende Partijen getroffen maatregelen tot nationalisering of onteigening, die de investeringen, goederen, rechten of belangen van hun onderscheiden onderdanen in elkaars grondgebied treffen, dienen te worden gevolgd door betaling van een voldoende vergoeding die overgemaakt kan worden voor zover nodig is om deze daadwerkelijk een vergoeding te doen zijn, binnen een redelijke tijd en overeenkomstig de algemeen erkende regels van het internationaal recht.

Artikel

X

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een door haar goedgekeurde investering is verricht, ten aanzien waarvan de andere Overeenkomstsluitende Partij of een onderdaan daarvan enige financiële zekerheid tegen niet-commerciële risico's heeft gesteld, erkent de subrogatie van degene die deze zekerheid heeft gesteld in de rechten van de investeerder met betrekking tot schadevergoeding indien op grond van deze zekerheidstelling een betaling werd verricht, en wel ten belope van deze betaling.

Artikel

XI

De Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij een investering verricht of voornemens is te verrichten, neemt in welwillende overweging een verzoek van een zodanige onderdaan, om geschillen die zich met betrekking tot de investering kunnen voordoen voor bemiddeling en arbitrage voor te leggen aan het Centrum opgericht bij het Verdrag van Washington van 18 maart 1965.

Artikel

XII

Deze Overeenkomst is van toepassing op alle goedgekeurde investeringen verricht op het grondgebied van een der Overeenkomstsluitende Partijen door een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

XIII

Wanneer een der Partijen zulks verzoekt komen gemachtigde vertegenwoordigers van beide Overeenkomstsluitende Partijen bijeen voor:

  • a)

    de bespreking en het uitbrengen van advies omtrent de uitvoering van deze Overeenkomst;

  • b)

    de bestudering van tot dat ogenblik uitgevoerde projecten tot economische samenwerking; en

  • c)

    het doen van aanbevelingen omtrent de verwezenlijking van de in deze Overeenkomst nagestreefde doelstellingen.

Artikel

XIV

Voor de toepassing van deze Overeenkomst:

  • a)

    wordt onder de term „onderdanen” mede verstaan rechtspersonen opgericht overeenkomstig het recht van een Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij;

  • b)

    dient een rechtspersoon die wettig is opgericht op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij een onderdaan van die Overeenkomstsluitende Partij te zijn overeenkomstig haar wetgeving;

    behalve wanneer een onderdaan of onderdanen van de andere Overeenkomstsluitende Partij overwegend belang heeft of hebben bij een zodanige rechtspersoon opgericht op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij en tussen de rechtspersoon en de eerstgenoemde Overeenkomstsluitende Partij is overeengekomen dat hij voor de toepassing van deze Overeenkomst moet worden beschouwd als een onderdaan van de andere Overeenkomstsluitende Partij;

  • c)

    wordt onder de term „goedgekeurd” verstaan de goedkeuring welke is vereist krachtens de desbetreffende wetgeving van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij.

Artikel

XV

Artikel

XVI

Artikel

XVII

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen, tenzij in de akte van bekrachtiging van het Koninkrijk der Nederlanden anders wordt bepaald.

Artikel

XVIII

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende vertegenwoordigers, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Nairobi, de elfde september 1970, in twee oorspronkelijke exemplaren in de Engelse taal, welke gelijkelijk authentiek zijn.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) H. C. G. CARSTEN

Voor de Regering van de Republiek Kenya:

(w.g.) MWAI KIBAKI