Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ivoorkust

Accord de coopération économique et technique entre le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République de Côte d'Ivoire

Le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas et le Gouvernement de la République de Côte d'Ivoire, animés du désir de raffermir leurs liens d'amitié traditionnels, de développer et d'intensifier leurs relations économiques sur la base d'égalité et d'avantages réciproques, et en vue de l'application des dispositions de la Convention d'Association entre la Communauté Economique Européenne et les Etats Africains et Malgache associés à cette Communauté, sont convenus des dispositions suivantes:

Article

1er

Article

2

Article

3

Les investissements ainsi que les biens, droits et intérêts appartenant à des personnes physiques et morales, ressortissantes d'une des Parties Contractantes dans le territoire de l'autre bénéficieront d'un traitement jus te et non discriminatoire au moins égal a celui qui est reconnu par chaque Partie Contractante a ses nationaux et aux ressortissants de la Communauté Economique Européenne.

Article

4

Chaque Partie Contractante s'engage a autoriser, en usant des facultés offertes par la réglementation édictée en éxécution de sa législation actuelle ou de toute autre législation plus favorable qui pourrait être promulguée à l'avenir,

  • le transfert du bénéfice réel net, des intérêts, dividendes et redevances revenant a des personnes physiques ou morales ressortissantes de l'autre Partie;

  • le transfert du produit de la liquidation totale ou partielle des investissements agréés par le pays dans lequel ils sont effectués;

  • le transfert d'une partie adéquate du produit du travail des ressortissants de l'autre Partie autorisés a exercer leur activité sur son territoire.

Article

5

Au cas où une Partie exproprierait ou nationaliserait des biens, droits ou intérêts appartenant a des personnes physiques ou morales ressortissantes de l'autre Partie ou procéderait a leur encontre a une mesure de dépossession directe ou indirecte, elle devra prévoir le versement d'une indemnité effective et adéquate, conformément au droit international.

Le montant de cette indemnité, qui devra être fixé à l'époque de l'expropriation, de la nationalisation ou de la dépossession, sera réglé sans retard injustifié à l'ayant-droit et transféré immédiatement. Toutefois, les mesures d'expropriation, de nationalisation et de dépossession ne devront être ni discriminatoires ni contraires à un engagement spécifique.

Article

6

Chaque Partie Contractante assurera sur son territoire aux ressortissants et entreprises industrielles et commerciales de l'autre Partie Contractante le même traitement que celui accordé à ses propres nationaux et entreprises industrielles en ce qui concerne l'octroi et le maintien des droits de brevets, de marques de commerce, de noms commerciaux, d'étiquettes commerciales et de toute forme de propriété industrielle quelconque.

Article

7

Article

8

Article

9

En matière d'impôts, die droits et taxes, chaque Partie Contractante appliquera sur son territoire aux ressortissants et aux entreprises de l'autre Partie Contractante un traitement identique à celui réservé à ses nationaux et aux ressortissants des autres Etats membres de la Communauté Economique Européenne.

Article

10

Chaque Partie Contractante s'engage à encourager et à faciliter sur son territoire et dans les limites imposées par sa législation l'organisation des expositions et manifestations économiques et commerciales par l'autre Partie Contractante.

Article

11

Une Commission mixte composée des représentants des deux Parties Contractantes se réunit à la demande de l'un des Gouvernements pour examiner les difficultés que pourrait soulever l'application du présent Accord. Elle est habilitée à présenter aux Parties Contractantes toute proposition susceptible de favoriser cette application.

Article

12

Article

13

Le présent Accord sera ratifié et les instruments de ratification seront échangés à La Haye aussitôt que possible.

Article

14

En ce qui concerne le Royaume des Pays-Bas, le présent Accord s'appliquera au Royaume en Europe, au Surinam et aux Antilles Néerlandaises, à moins que l'instrument de ratification du Royaume des Pays-Bas n'en dispose autrement.

Article

15

EN FOI DE QUOI les soussignés, dûment autorisés à cet effet, ont signé le présent Accord.

FAIT à Abidjan le 26 avril 1965 en double original en langue française.

Pour le Gouvernement du Royaume des Pays-Bas:

(s.) L. QUARLES VAN UFFORD

Pour le Gouvernement de la République de Côte d'Ivoire:

(s.) R. SALLER

Overeenkomst inzake economische en technische samenwerking tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ivoorkust

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van de Republiek Ivoorkust, bezield door de wens hun traditionele vriendschapsbanden aan te halen, hun economische betrekkingen op basis van gelijkheid en tot wederzijds voordeel te ontwikkelen en uit te breiden, en met het oog op de toepassing van de bepalingen der Associatie-overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de met deze Gemeenschap geassocieerde Afrikaanse Staten en Madagaskar, zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Artikel

3

De investeringen, goederen, rechten en belangen op het grondgebied van een Overeenkomstsluitende Partij van natuurlijke personen en rechtspersonen, onderdanen van, onderscheidenlijk gevestigd in, de andere Overeenkomstsluitende Partij, genieten een billijke en niet-discriminatoire behandeling, die minstens gelijk is aan die welke door elk van beide Overeenkomstsluitende Partijen aan haar eigen onderdanen en aan de onderdanen van de Europese Economische Gemeenschap wordt toegekend.

Artikel

4

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt de verplichting op zich, onder gebruikmaking van de bevoegdheden, haar geboden door de voorschriften vastgesteld ter uitvoering van naar bestaande wettelijke maatregelen of iedere andere in de toekomst eventueel in te stellen gunstiger wettelijke maatregelen goed te keuren:

  • het overmaken van reële netto-winsten, renten, dividenden en anderszins verschuldigde bedragen toekomende aan natuurlijke of rechtspersonen, onderdanen van, of gevestigd in de andere Partij;

  • het overmaken van de opbrengst van del gehele of gedeeltelijke liquidatie van investeringen die zijn goedgekeurd door het land waarin zij waren gedaan;

  • het overmaken van een passend deel van de uit arbeid verworven inkomsten van onderdanen van de andere Partij, die toestemming hebben hun werkzaamheden op haar grondgebied uit te oefenen.

Artikel

5

Indien een Partij goederen, rechten of belangen van natuurlijke of rechtspersonen, onderdanen van of gevestigd in de andere Partij, mocht onteigenen of nationaliseren of mocht overgaan tot een maatregel waardoor de bezitsrechten van die natuurlijke of rechtspersonen al dan niet rechtstreeks worden aangetast, dient zij, overeenkomstig het internationale recht, te voorzien in een doeltreffende en passende schadevergoeding.

Het bedrag van deze schadevergoeding, dat op het ogenblik van de onteigening, de nationalisatie of de aantasting van het bezitsrecht moet worden vastgesteld, dient zonder ongerechtvaardigde vertraging aan de rechthebbende te worden uitgekeerd en onverwijld te worden overgemaakt. De onteigening, nationalisatie; en de aantasting van het bezitsrecht mogen echter noch discriminatoir, noch in strijd met een specifieke verbintenis zijn.

Artikel

6

Iedere Overeenkomstsluitende Partij verzekert aan de op haar grondgebied aanwezige onderdanen en industriële ondernemingen en handelsondernemingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij dezelfde behandeling als die welke aan haar eigen onderdanen en industriële ondernemingen wordt verleend met betrekking tot het toekennen en het in stand houden van patentrechten, handelsmerken, handelsnamen, handelsetiketten en alle andere vormen van industrieel eigendom.

Artikel

7

Artikel

8

Artikel

9

Wat de heffingen, hechten en belastingen betreft past iedere Overeenkomstsluitende Partij op de zich op haar grondgebied bevindende onderdanen en ondernemingen van de andere Overeenkomstsluitende Partij een behandeling toe die gelijk is aan die welke is voorbehouden aan haar eigen onderdanen en aan de onderdanen van de andere Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap.

Artikel

10

Iedere Overeenkomstsluitende Partij neemt de verplichting op zich op haar grondgebied en voor zover haar wetgeving zulks toestaat, door de andere Overeenkomstsluitende Partij te organiseren exposities en andere manifestaties van economische en Commerciële aard aan te moedigen en te bevorderen.

Artikel

11

Een uit vertegenwoordigers der beide Overeenkomstsluitende Partijen bestaande gemengde Commissie komt op verzoek van een der Regeringen bijeen ter bespreking van de moeilijkheden die de toepassing van deze Overeenkomst met zich zou kunnen brengen en heeft het recht de Overeenkomstsluitende Partijen voorstellen te doen die deze toepassing zouden kunnen bevorderen.

Artikel

12

Artikel

13

Deze Overeenkomst dient te worden bekrachtigd; de akten van bekrachtiging worden zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage uitgewisseld.

Artikel

14

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst van toepassing op heil in Europa gelegen Koninkrijk, op Suriname en op de Nederlandse Antillen, tenzij de akte van bekrachtiging van het Koninkrijk der Nederlanden anders bepaalt.

Artikel

15

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Abidjan, de 26ste april 1965 in twee originele exemplaren in de Franse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) L. QUARLES VAN UFFORD

Voor de Regering van de Republiek Ivoorkust:

(w.g.) R. SALLER