Overeenkomst tussen het Koninkrijk België, de Bondsrepubliek Duitsland, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, het Groothertogdom Luxemburg en het Koninkrijk der Nederlanden inzake wederzijdse bijstand tussen de onderscheiden douane-administraties

Overeenkomst tussen België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland inzake wederzijdse bijstand tussen de onderscheiden douane-administraties

De Regeringen van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap,

Overwegende, dat strafbare feiten op het stuk van de douanewetten nadeel toebrengen aan de economische en fiscale belangen van hun onderscheiden landen alsook aan de rechtmatige belangen van handel, nijverheid en landbouw, en dat zij de doeleinden van de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschappen in gevaar brengen,

Overwegende, dat het, om eenvormige toepassing van bij die Verdragen voorziene tarieven te waarborgen, van belang is een juiste heffing van douanerechten te verzekeren,

Ervan overtuigd, dat de strijd tegen strafbare feiten op het stuk van de douanewetten en het streven naar grotere juistheid in de toepassing van de douanerechten doeltreffender worden door samenwerking tussen de douane-administraties,

Verlangende de ontwikkeling en de werking van de douane-unie tussen de Overeenkomstsluitende Staten veilig te stellen door nauwe samenwerking tussen de douane-administraties,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Artikel

2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt onder douanewetten verstaan de wettelijke bepalingen en voorschriften inzake de in-, uit- en doorvoer, zowel die welke de douanerechten en alle andere belastingen betreffen als die welke de maatregelen inzake verboden, beperkingen en controle betreffen. De uitdrukking „douanerechten” omvat mede de heffingen welke bij toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap zijn ingesteld.

Artikel

3

De douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten streven er naar de attributen en de uren van openstelling van de aan hun gemeenschappelijke grenzen gelegen douanekantoren met elkaar in overeenstemming te brengen.

Artikel

4

Artikel

5

De douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten wisselen lijsten uit van goederen, waarvan bekend is dat ze bij de in-, uit- of doorvoer het voorwerp uitmaken van in strijd met de douanewetten plaatshebbend goederenverkeer.

Artikel

6

De douane-administratie van elke Overeenkomstsluitende Staat houdt, uit eigen beweging of op verzoek en in de mate van het mogelijke, binnen haar dienstgebied een bijzonder toezicht:

  • a)

    op de bewegingen, inzonderheid op het betreden en het verlaten van het grondgebied, van personen die er van worden verdacht beroepsmatig of herhaaldelijk strafbare feiten te begaan op het stuk van de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat;

  • b)

    op de plaatsen waar abnormale voorraden goederen worden aangelegd ten aanzien waarvan het vermoeden bestaat dat deze slechts dienen voor een verkeer dat in strijd is met de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat;

  • c)

    op de verplaatsingen van goederen ten aanzien waarvan door een andere Overeenkomstsluitende Staat is medegedeeld dat ze het voorwerp uitmaken van een voor deze Staat bestemd omvangrijk verkeer dat in strijd is met zijn douanewetten;

  • d)

    op voertuigen, schepen of luchtvaartuigen waarvan vermoedt dat ze worden gebruikt voor het begaan van strafbare feiten op het stuk van de douanewetten van een andere Overeenkomstsluitende Staat.

Artikel

7

De douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten verschaffen elkaar, op verzoek, elk certificaat waarin wordt vastgesteld dat goederen, welke uit een Overeenkomstsluitende Staat naar een andere Overeenkomstsluitende Staat zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze het grondgebied van deze laatste Staat zijn binnengebracht en waarin, in voorkomend geval, het douaneregime is aangeduid waaronder de goederen zijn aangegeven.

Artikel

8

De douane-administratie van elke Overeenkomstsluitende Staat doet, uit eigen beweging of op verzoek, aan de douane-administratie van een andere Overeenkomstsluitende Staat mededeling, in de vorm van rapporten, processen-verbaal of voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van documenten, van alle gegevens waarover zij beschikt met betrekking tot vastgestelde of voorgenomen handelingen welke een strafbaar feit op het stuk van de douanewetten van laatstbedoelde Staat uitmaken of doen vermoeden.

Artikel

9

De douane-administratie van elke Overeenkomstsluitende Staat doet aan de douane-administraties van de andere Overeenkomstsluitende Staten mededeling van alle gegevens welke hun van nut kunnen zijn en welke betrekking hebben op strafbare feiten op het stuk van de douanewetten en in het bijzonder op nieuwe middelen of werkwijzen aangewend om deze te begaan; zij zendt hun afschriften van of uittreksels uit de rapporten opgemaakt door haar opsporingsdiensten welke betrekking hebben op aangewende bijzondere handelwijzen.

Artikel

10

De douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten stellen haar opsporingsdiensten in de gelegenheid rechtstreekse betrekkingen te onderhouden om door uitwisseling van gegevens de voorkoming, opsporing en bestrijding van strafbare feiten op het stuk van de douanewetten van hun onderscheiden landen te vergemakkelijken.

Artikel

11

De ambtenaren van de douane-administratie van een Overeenkomstsluitende Staat kunnen, mits behoorlijk gemachtigd en met toestemming van de douane-administratie van een andere Overeenkomstsluitende Staat, voor de doeleinden van deze Overeenkomst, op de kantoren van laatstbedoelde administratie gegevens putten uit de geschriften, registers en andere documenten welke aldaar berusten voor de toepassing van de douanewetten. Deze ambtenaren zijn gerechtigd afschrift te nemen van die geschriften, registers en andere documenten.

Artikel

12

Op verzoek van de gerechtelijke instanties of de autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Staat, belast met de vervolging of berechting van strafbare feiten op het stuk van de douanewetten, kunnen de douane-administraties van de andere Overeenkomstsluitende Staten hun ambtenaren machtigen om als getuige of deskundige voor die gerechtelijke instanties of autoriteiten te verschijnen. Binnen de grenzen vastgelegd in de machtiging, leggen deze ambtenaren getuigenis af met betrekking tot hetgeen zij in de uitoefening van hun functie hebben waargenomen. Het verzoek om verschijning moet in het bijzonder aangeven in welke aangelegenheid en in welke hoedanigheid de ambtenaar zal worden gehoord.

Artikel

13

Artikel

14

De ambtenaren van de douane-administratie van een Overeenkomstsluitende Staat, bevoegd tot opsporing van strafbare feiten op het stuk van de douanewetten, kunnen op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat, met goedvinden van de bevoegde ambtenaren van de douane-administratie van die Staat, aanwezig zijn bij de ambtshandelingen welke die ambtenaren met het oog op het opsporen en het constateren van dergelijke feiten verrichten wanneer deze feiten voor de eerstbedoelde administratie van belang zijn.

Artikel

15

De douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten kunnen zowel in hun processen-verbaal, rapporten en getuigenissen als bij procedures en vervolgingen in rechte de volgens de bepalingen van deze Overeenkomst verkregen gegevens en geraadpleegde documenten als bewijsmiddel aanvoeren. De bewijskracht van die gegevens en documenten alsmede het gebruik ervan in rechte worden door het nationale recht beheerst.

Artikel

16

Wanneer de ambtenaren van de douane-administratie van een Overeenkomstsluitende Staat zich, in de gevallen voorzien in deze Overeenkomst, bevinden op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Staat, moeten zij te allen tijde hun ambtelijke kwaliteit kunnen aantonen. Zij genieten op dit grondgebied de bescherming welke de wetten en voorschriften van deze Staat toekennen aan de ambtenaren van zijn douane-administratie. Met betrekking tot de strafrechtelijke gevolgen van strafbare feiten welke ten aanzien van hen zouden worden begaan of welke zij zelf zouden begaan, staan zij gelijk met laatstbedoelde ambtenaren.

Artikel

17

Op verzoek van de douane-administratie van een Overeenkomstsluitende Staat gaat de douane-administratie van de aangezochte Staat, met inachtneming van de in die Staat van kracht zijnde regels en door tussenkomst van de bevoegde autoriteiten, over tot het uitreiken of het doen uitreiken of betekenen aan de daarbij betrokkenen van alle stukken en beslissingen welke van administratieve autoriteiten afkomstig zijn en welke betrekking hebben op de toepassing van de douanewetten.

Artikel

18

De Overeenkomstsluitende Staten doen over en weer afstand van iedere aanspraak op terugbetaling van de kosten welke uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien, behalve wat betreft de aan deskundigen uitgekeerde vergoedingen.

Artikel

19

Artikel

20

Artikel

21

Geen verzoek om bijstand mag worden gedaan indien de douaneadministratie van de verzoekende Staat, in het omgekeerde geval, niet in staat is de verlangde bijstand te verlenen.

Artikel

22

De in deze Overeenkomst voorziene bijstand geschiedt rechtstreeks tussen de douane-administraties van de Overeenkomstsluitende Staten. Deze administraties stellen in onderling overleg de praktische uitvoering vast.

Artikel

23

Artikel

24

Artikel

25

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Rome, de 7 september 1967.

Aanvullend Protocol

Bij de ondertekening van de Overeenkomst tussen België, de Bondsrepubliek Duitsland, Frankrijk, Italië, Luxemburg en Nederland inzake wederzijdse bijstand tussen de onderscheiden douaneadministraties hebben de ondergetekende gevolmachtigden de volgende eenstemmige verklaring gedaan, die een integrerend deel van de Overeenkomst zelf uitmaakt:

  • 1.

    De bepalingen van deze Overeenkomst verplichten de douaneadministraties niet tot het verstrekken van gegevens, verkregen van banken of daarmede gelijkgestelde inrichtingen.

  • 2.

    De douane-administratie van een Overeenkomstsluitende Staat kan weigeren mededeling te doen van gegevens, waarvan het verstrekken, naar het oordeel van die Staat, de schending van een nijverheids-, handels- of beroepsgeheim met zich zou brengen. Elke weigering van bijstand wordt met redenen omkleed en zal indien de verzoekende Staat dit verlangt tussen de betrokken administraties worden besproken.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, dit Protocol hebben ondertekend.

GEDAAN te Rome, de 7 september 1967.