Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ter verdere vereenvoudiging van het rechtsverkeer, zoals geregeld bij het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en de Bondsrepubliek Duitsland ter verdere vereenvoudiging van het rechtsverkeer, zoals geregeld bij het op 1 maart 1954 te 's-Gravenhage gesloten Verdrag betreffende de burgerlijke rechtsvordering

HARE MAJESTEIT DE KONINGIN DER NEDERLANDEN

en

DE PRESIDENT VAN DE BONDSREPUBLIEK DUITSLAND,

Verlangend het rechtsverkeer, zoals geregeld bij het Haagse Verdrag van 1 maart 1954 betreffende de burgerlijke rechtsvordering, tussen de beide Staten verder te vereenvoudigen,

Zijn overeengekomen een verdrag te sluiten en hebben tot Hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

De Heer mr. J. M. A. H. Luns, Minister van Buitenlandse Zaken,

De President van de Bondsrepubliek Duitsland:

De Heren

Dr. J. Löns, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te 's-Gravenhage, en

Prof. dr. A. Bülow, Directeur-Generaal bij het Bondsministerie van Justitie.

De gevolmachtigden zijn, na uitwisseling van hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten, het volgende overeengekomen:

Betekening of mededeling van gerechtelijke en buitengerechtelijke stukken

Artikel

1

Artikel

2

Is de autoriteit, aan wie het stuk is toegezonden, niet bevoegd, dan maakt zij het ambtshalve over aan de bevoegde autoriteit en deelt zij zulks onverwijld mede aan de autoriteit, van welke de aanvrage afkomstig is.

Artikel

3

Rogatoire commissies

Artikel

4

Artikel

5

De rogatoire commissies worden gesteld in de taal van de autoriteit, van welke het verzoek uitgaat. Terugbetaling van kosten, gemaakt voor vertalingen, kan niet worden verlangd; het bedrag van deze kosten wordt echter aan de autoriteit van welke de aanvrage afkomstig is, medegedeeld.

Artikel

6

Artikel

7

De diplomatieke of consulaire vertegenwoordigers der beide Staten kunnen rogatoire commissies, waarbij eigen onderdanen moeten worden gehoord, rechtstreeks uitvoeren zonder dat daarbij enig dwangmiddel mag worden aangewend. De nationaliteit van de persoon, die moet worden gehoord, wordt beoordeeld naar het recht van de Staat, waarin de rogatoire commissie moet worden uitgevoerd.

Uitvoerbaar verklaring van uitspraken betreffende proceskosten

Artikel

8

Een verzoek om een uitspraak betreffende de proceskosten overeenkomstig de artikelen 18 en 19 van het Haagse Verdrag uitvoerbaar te verklaren, kan niet alleen langs diplomatieke weg maar ook rechtstreeks door de rechthebbende aan het bevoegde gerecht worden gedaan.

Artikel

9

De verklaring van de bevoegde autoriteit, dat de uitspraak betreffende de kosten van het geding in kracht van gewijsde is gegaan, behoeft niet overeenkomstig artikel 19, lid 3, tweede zin, van het Haagse Verdrag te worden bevestigd door de hoogste autoriteit belast met het beheer der justitie.

Kosteloze rechtsbijstand

Artikel

11

Verzoeken om kosteloze rechtsbijstand, die overeenkomstig artikel 23 van het Haagse Verdrag worden gedaan, kunnen ook aan de wederzijdse autoriteiten rechtstreeks worden toegezonden. De artikelen 1 en 2 zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel

12

De bij een verzoek om kosteloze rechtsbijstand te voegen stukken kunnen gesteld worden in de taal van de autoriteit van welke het verzoek afkomstig is. Terugbetaling van kosten, gemaakt voor vertalingen, kan niet worden verlangd.

Artikel

13

De bevoegde autoriteiten van de Staat in welke om kosteloze rechtsbijstand wordt verzocht, kunnen, voor zover zij nadere inlichtingen behoeven over de financiële toestand van de verzoeker, zich daartoe rechtstreeks wenden tot de bevoegde autoriteiten van de andere Staat.

Slotbepalingen

Artikel

14

Artikel

15

Dit Verdrag geldt ook voor het „Land” Berlijn, tenzij de Regering van de Bondsrepubliek Duitsland tegenover de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden binnen drie maanden na de inwerkingtreding van het Verdrag het tegendeel verklaart.

Artikel

16

Geschillen over de uitlegging of de toepassing van dit Verdrag worden geregeld langs de diplomatieke weg.

Artikel

17

TEN BLIJKE WAARVAN de gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels voorzien.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 30e augustus 1962, in twee oorspronkelijke exemplaren, elk in de Nederlandse en de Duitse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) J. LUNS

Voor de Bondsrepubliek Duitsland:

(w.g.) DR. J. LÖNS

(w.g.) A. BÜLOW