Artikel
1
(1)
In de gevallen die niet zijn geregeld door de leden 1 tot en met 3 van artikel 10 van het Financiële Verdrag zijn bij Duitse gerechten aanspraken, verweren, vorderingen in conventie en in reconventie en andere procedures niet toelaatbaar voor zover deze daarop zijn gebaseerd, dat de ingevolge Nederlandse maatregelen ter fine van herstelbetalingen of restitutie plaats gehad hebbende eigendomsovergang van aandeelhoudersrechten in Nederlandse naamloze vennootschappen met betrekking tot het vermogen van die naamloze vennootschappen in de Bondsrepubliek Duitsland, met inbegrip van het Land Berlijn, waaronder begrepen deelnemingen van die naamloze vennootschappen in Duitse vennootschappen met of zonder rechtspersoonlijkheid, geen of slechts een beperkte werking zou hebben gehad.