Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het internationale vervoer van goederen over de weg

Agreement between the Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland on the international carriage of goods by road

The Government of the Kingdom of the Netherlands and the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland;

Desirous of promoting the development of goods transport between their two countries in the interests of their economic relations;

Having decided to conclude an agreement with the object of consolidating existing facilities and creating additional facilities;

Have agreed as follows:

Article

1

The vehicles of carriers who are authorised in accordance with the national laws of one of the Contracting Parties shall be allowed, without any further authorisation for the carriage of goods being required, to enter temporarily the territory of the other Contracting Party for the purpose of engaging in the following kinds of road transport:

  • (a)

    international goods transport between any point in that territory and any point outside that territory;

  • (b)

    the transport of goods in transit through that territory.

Article

2

Nothing in this Agreement shall be held to permit:

  • (a)

    vehicles of carriers authorised in accordance with the law of the Netherlands to carry goods loaded at any point in the territory of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland for delivery at any other point in that territory;

    or

  • (b)

    vehicles of carriers authorised to carry goods in accordance with the law of the United Kingdom to carry goods which are loaded at any point in the territory of the Kingdom of the Netherlands for delivery at any other point in that territory.

Article

3

Drivers of the vehicles referred to in Article 1 of this Agreement shall observe the traffic laws and standards of conduct for all road users and the regulations governing working hours, driving hours and rest periods in the territory in which they are driving.

Article

4

In the event of any infringement of the provisions of this Agreement by a carrier established in either country, the Contracting Party in whose territory the infringement occurred may notify the other Contracting Party, which may take such steps as are provided by its national law.

Article

5

Article

6

The competent authorities of the two Contracting Parties shall consult each other on all problems arising from the implementation of this Agreement.

Article

7

Article

8

IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorised thereto by their respective Governments, have signed this Agreement.

DONE in duplicate at London, this 19th day of September 1969, in the English language.

For the Goverment of the Kingdom of the Netherlands:

(sd.) D. W. VAN LYNDEN

For the Government of the United Kingdom of Great Britain and Northern Ireland:

(sd.) FRED MULLEY

Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende het internationale vervoer van goederen over de weg

De Regering van het Koninkrijk der Nederlanden en de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Geleid door de wens de ontwikkeling van het goederenvervoer tussen hun beide landen in het belang van hun economische betrekkingen te bevorderen,

Besloten hebbende een overeenkomst te sluiten teneinde bestaande faciliteiten te bevestigen en verdere faciliteiten te creëren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel

1

Voertuigen van vervoerders, aan wie overeenkomstig de nationale wetgeving van een der Overeenkomstsluitende Partijen een vergunning is verleend, mogen tijdelijk het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij binnenkomen teneinde de volgende soorten wegvervoer te verrichten, zonder dat daartoe een bijzondere vergunning voor het vervoer van goederen wordt geëist:

  • (a)

    internationaal vervoer van goederen tussen enige plaats binnen dat grondgebied en enige plaats buiten dat grondgebied;

  • (b)

    vervoer van goederen in doorvoer over dat grondgebied.

Artikel

2

Niets in deze Overeenkomst wordt geacht toe te staan dat

  • (a)

    voertuigen van vervoerders aan wie overeenkomstig de Nederlandse wetgeving een vergunning is verleend, goederen vervoeren die zijn geladen op enige plaats op het grondgebied van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en moeten worden gelost op enige plaats op dat grondgebied, of

  • (b)

    voertuigen van vervoerders aan wie overeenkomstig de wetgeving van het Verenigd Koninkrijk een vervoervergunning is verleend, goederen vervoeren die zijn geladen op enige plaats op het grondgebied van het Koninkrijk der Nederlanden en moeten worden gelost op enige andere plaats op dat grondgebied.

Artikel

3

Bestuurders van voertuigen vermeld in artikel 1 van deze Overeenkomst dienen op het grondgebied waar zij rijden de verkeers- en gedragsregels voor alle weggebruikers in acht te nemen alsmede de voorschriften betreffende werk-, rij- en rusttijden.

Artikel

4

In geval van overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst door een vervoerder welke in een van beide landen is gevestigd, kan de Overeenkomstsluitende Partij op wier grondgebied de overtreding plaatsvond, hiervan kennisgeven aan de andere Overeenkomstsluitende Partij, welke de maatregelen kan nemen waarin haar nationale wetgeving voorziet.

Artikel

5

Artikel

6

De bevoegde autoriteiten van de beide Overeenkomstsluitende Partijen zullen elkaar raadplegen over alle vraagstukken die uit de toepassing van deze Overeenkomst voortvloeien.

Artikel

7

Artikel

8

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, hiertoe behoorlijk gemachtigd door hun onderscheiden Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te Londen, de 19de dag van september 1969, in twee exemplaren in de Engelse taal.

Voor de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden:

(w.g.) D. W. VAN LYNDEN

Voor de Regering van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

(w.g.) FRED MULLEY