Artikel
I
Werkingssfeer van het Verdrag en begripsomschrijvingen
1
Tenzij uitdrukkelijk het tegendeel is bepaald, is dit Verdrag slechts van toepassing op burgerlijke zaken, daaronder begrepen zaken, waarover in oneigenlijke rechtspraak wordt beslist.
2
Voor de toepassing van dit Verdrag wordt verstaan onder:
-
a)
„gebieden”:
-
1)
waar het betreft het Verenigd Koninkrijk, Engeland en Wales, Schotland en Noord-Ierland en die gebieden, waar dit Verdrag van kracht is uit hoofde van een uitbreiding ingevolge artikel VII, eerste lid, onder a); en
-
2)
waar het betreft het Koninkrijk der Nederlanden, het Europese gedeelte van het Koninkrijk en elk ander deel van het Koninkrijk waar dit Verdrag van kracht is uit hoofde van een uitbreiding ingevolge artikel VII, eerste lid, onder b);
-
1)
-
b)
„rechtspersonen”: vennootschappen, verenigingen en andere rechtspersonen;
-
c)
„onderdanen”:
-
1)
waar het betreft het Verenigd Koninkrijk, burgers van het Verenigd Koninkrijk en de Koloniën, Britse beschermde personen en Britse onderdanen zonder burgerschap;
-
2)
waar het betreft het Koninkrijk der Nederlanden, alle personen die de Nederlandse nationaliteit bezitten;
-
3)
ten aanzien van elk der Hoge Verdragsluitende Partijen, rechtspersonen, die volgens de wetten van de gebieden van die Hoge Verdragsluitende Partij als zodanig zijn opgericht of erkend.
-
1)