Aanvullend Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende rechtsgedingen

Aanvullend Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland betreffende rechtsgedingen

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en

Hare Majesteit de Koningin van het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland en van Haar andere Rijken en Gebieden, Hoofd van de Commonwealth (hierna te noemen „Hare Britse Majesteit”);

De wens koesterende het tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Verenigd Koninkrijk gesloten Verdrag tot het vergemakkelijken van het voeren van rechtsgedingen, welk Verdrag op 31 mei 1932 te Londen ondertekend is, aan te vullen;

Hebben besloten tot dat doel een aanvullend Verdrag te sluiten en hebben te dien einde tot hun gevolmachtigden benoemd:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie de Heer H. J. de Koster, Staatssecretaris van Buitenlandse Zaken;

Hare Britse Majesteit:

Voor het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland:

Zijne Excellentie Sir Isham Peter Garran, K. C. M. G., Harer Britse Majesteits Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur te 's-Gravenhage en

De Right Honourable Lord Gardiner, Lord High Chancellor van Groot-Brittannië;

Die, na hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben uitgewisseld, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

I

Werkingssfeer van het Verdrag en begripsomschrijvingen

Artikel

II

Rechtsbescherming en optreden in rechte

Artikel

III

Zekerheidstelling voor kosten

De onderdanen van een der Hoge Verdragsluitende Partijen zijn in de gebieden van de andere Hoge Verdragsluitende Partij niet verplicht zekerheid te stellen voor de proceskosten in de gevallen waarin een onderdaan van die Hoge Verdragsluitende Partij daartoe onder gelijke omstandigheden niet gehouden is.

Artikel

IV

Rechtsbijstand

Artikel

V

Lijfsdwang

Op de onderdanen van een der Hoge Verdragsluitende Partijen kan in de gebieden van de andere Hoge Verdragsluitende Partij lijfsdwang, hetzij als middel van tenuitvoerlegging, hetzij als middel tot bewaring van rechten, niet worden toegepast in de gevallen waarin tegen onderdanen van laatstbedoelde Hoge Verdragsluitende Partij geen lijfsdwang is toegelaten.

Artikel

VI

Uitlegging van het Verdrag

Alle geschillen die mochten rijzen in verband met de uitlegging of toepassing van het Verdrag worden opgelost langs de diplomatieke weg.

Artikel

VII

Territoriale uitbreiding

Artikel

VIII

Bekrachtiging, inwerkingtreding en beëindiging van het Verdrag

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging zullen te Londen worden uitgewisseld. Het Verdrag zal drie maanden nadat de akten van bekrachtiging zijn uitgewisseld in werking treden en het zal gedurende drie jaar na zijn inwerkingtreding van kracht blijven. Indien geen van de Hoge Verdragsluitende Partijen de andere tenminste zes maanden vóór het verstrijken van de vermelde termijn van drie jaar langs de diplomatieke weg heeft kennis gegeven van zijn wens het Verdrag op te zeggen, dan zal het van kracht blijven tot op de dag waarop zes maanden zijn verstreken na de datum, waarop een van de Hoge Verdragsluitende Partijen van de opzegging zal hebben kennis gegeven.

TEN BEWIJZE WAARVAN de hogergenoemde Gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend en van hun zegels hebben voorzien.

GEDAAN in tweevoud te 's-Gravenhage op 17 november 1967, in de Nederlandse en de Engelse taal, welke beide teksten gelijkelijk gezag hebben.

Voor Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden,

(w.g.) H. J. DE KOSTER

Voor Hare Britse Majesteit,

(w.g.) PETER GARRAN

GARDINER C.