Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake sociale zekerheid van hun onderdanen die overzee arbeid hebben verricht

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake sociale zekerheid van hun onderdanen, die overzee arbeid hebben verricht

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk België,

Bezield door de wens om de personen van Nederlandse nationaliteit die als werknemer op het grondgebied van Belgisch-Congo of Ruanda-Urundi werkzaam geweest zijn in het genot te stellen van zekere prestaties, welke de Belgische wet van 16 juni 1960 (Belgisch Staatsblad van 30 juni 1960, no. 156) afhankelijk stelt van het sluiten van een wederkerigheidsovereenkomst,

Zijn het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Vervallen

Artikel

2

De personen van Nederlandse nationaliteit, die aan de verzekeringen, ingesteld bij de Belgische wet van 17 juli 1963 betreffende de overzeese sociale zekerheid, (Belgisch Staatsblad van 8 januari 1964, no. 6) hebben deelgenomen, alsmede hun nagelaten betrekkingen van Nederlandse nationaliteit, genieten de in hoofdstuk VI van de wet voorziene aanpassing van de uitkeringen aan de ontwikkeling van de kosten van levensonderhoud, op voorwaarde, dat de verzekerde gedurende alle tijdvakken van deelneming aan de verzekering bijdragen heeft gestort, die een bestemming overeenkomstig artikel 17 of artikel 18 onder a van de wet ontvingen.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Geen beroep op deze Overeenkomst mag worden gedaan om voordelen te verkrijgen, die hierin niet uitdrukkelijk voorzien zijn.

Artikel

7

Artikel

8

Voor ieder der Overeenkomstsluitende Partijen worden als bevoegde autoriteit in de zin van deze Overeenkomst beschouwd: de Ministers, die ieder voor wat hem betreft, met de uitvoering van de in deze Overeenkomst vermelde regelingen belast zijn.

Artikel

9

Alle geschillen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst die niet in gemeen overleg tussen de in artikel 8 bedoelde Ministers kunnen worden geregeld, worden langs diplomatieke weg tot een oplossing gebracht.

Artikel

10

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het in Europa gelegen grondgebied van het Koninkrijk.

Artikel

11

De aanvraag om toekenning van een uitkering, als bedoeld in artikel 4 van deze Overeenkomst, ter zake van een gebeurtenis, die plaatsvond vóór de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, moet worden ingediend binnen een termijn van twee jaren te rekenen van de dag van haar inwerkingtreding. Wordt de aanvraag ingediend na het verstrijken van deze termijn, dan wordt het recht op uitkering verkregen te rekenen van de eerste dag van de maand, volgende op de dag van indiening.

Artikel

12

Deze Overeenkomst treedt in werking, met terugwerkende kracht te rekenen van 1 januari 1966 af, op de dag waarop de Regering van het Koninkrijk der Nederlanden de Regering van het Koninkrijk België ervan in kennis stelt dat de in Nederland grondwettelijk vereiste formaliteiten zijn vervuld.

Artikel

13

Deze Overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd. Elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen kan haar uiterlijk drie maanden voor het eind van een kalenderjaar opzeggen, in welk geval de Overeenkomst met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar ophoudt van kracht te zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd door hun respectieve Regeringen, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 4de februari 1969 in tweevoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

Pour le Royaume des Pays-Bas,

(w.g.) J. LUNS

Voor het Koninkrijk België,

Pour le Royaume de Belgique,

(w.g.) PIERRE HARMEL