Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de invordering van sociale verzekeringspremies

Overeenkomst tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België inzake de invordering van sociale-verzekeringspremies

Het Koninkrijk der Nederlanden

en

het Koninkrijk België,

Bezield door de wens de organen en autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen in staat te stellen ook op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij de premies voor de sociale zekerheid in te vorderen;

Ernaar strevend de toepassing van artikel 51 van Verordening nr. 3 van de Raad van de Europese Economische Gemeenschap inzake de sociale zekerheid van migrerende werknemers (Publikatieblad van de Europese Gemeenschappen, nr. 30/58) te regelen,

Zijn op grond van artikel 7 van deze Verordening het volgende overeengekomen:

Artikel

1

Deze Overeenkomst regelt de invordering van alle premies, die ingevolge de in artikel 2 van Verordening nr. 3 bedoelde stelsels van sociale zekerheid van een van beide Overeenkomstsluitende Partijen verschuldigd zijn door personen of ondernemingen die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij verblijven, daar hun zetel hebben of daar bezittingen hebben.

Artikel

2

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a.

    bevoegde autoriteiten: de in artikel 1, alinea (d) van Verordening nr. 3 bedoelde autoriteiten;

  • b.

    bevoegde organen: de organen of autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij, waaraan een persoon of een onderneming die op het grondgebied van de andere Overeenkomstsluitende Partij verblijft, daar haar zetel heeft of daar bezittingen heeft, premie verschuldigd is. Een orgaan wordt ook als bevoegd orgaan beschouwd met betrekking tot de premies, die het voor de organen van andere takken van verzekering moet invorderen;

  • c.

    aangezocht orgaan: de in de bijlage van deze Overeenkomst voor de invordering van de onderscheiden premies aangewezen organen of autoriteiten;

  • d.

    „verbindingsorganen”

    voor Nederland: het Bureau voor Belgische Zaken de sociale verzekering betreffende te Breda;

    voor België: de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid te Brussel;

  • e.

    premies: naast premies en bijdragen met inbegrip van verhogingen en boeten van niet-strafrechtelijke aard, ook interest en kosten voor zover in verband staande met de invordering.

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Het aangezochte orgaan neemt de voor de invordering noodzakelijke conservatoire maatregelen ook indien het het verzoek om bijstand overeenkomstig Artikel 4, alinea 4, wil afwijzen.

Artikel

7

De ingevolge deze Overeenkomst aan het aangezochte orgaan overgelegde akten en andere bescheiden staan enkel ter beschikking van de met invordering belaste autoriteiten en zulks uitsluitend ten behoeve van de invordering. De inhoud mag niet ter kennis gebracht worden van andere autoriteiten, noch van derden.

Artikel

8

Artikel

9

De in artikel 2 genoemde bijlage vormt een wezenlijk bestanddeel van deze Overeenkomst. Zij kan door de bevoegde autoriteiten van beide Overeenkomstsluitende Partijen in gemeen overleg gewijzigd of aangevuld worden.

Artikel

10

Wat het Koninkrijk der Nederlanden betreft, is deze Overeenkomst alleen van toepassing op het Rijk in Europa.

Artikel

11

Deze Overeenkomst treedt in werking een maand nadat de Regeringen van de Overeenkomstsluitende Partijen elkaar hebben medegedeeld, dat in hun onderscheiden landen de grondwettelijke procedures voor de inwerkingtreding der Overeenkomst hebben plaatsgevonden.

Artikel

12

Deze Overeenkomst geldt voor onbepaalde tijd. Elk der beide Overeenkomstsluitende Partijen kan haar uiterlijk drie maanden voor het einde van enig kalenderjaar opzeggen, in welk geval de Overeenkomst met ingang van het eerstvolgende kalenderjaar ophoudt van kracht te zijn.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekenden, daartoe behoorlijk gemachtigd, deze Overeenkomst hebben ondertekend.

GEDAAN te 's-Gravenhage, de 21ste maart 1968, in tweevoud, in de Nederlandse en in de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden,

(w.g.) J. LUNS

Voor het Koninkrijk België,

(w.g.) W. VAN CAUWENBERG

BIJLAGE

„Aangezochte organen” in de zin van artikel 2, onder c:

  • I.

    Koninkrijk der Nederlanden:

    de „Nieuwe Algemene Bedrijfsvereniging” te Amsterdam

  • II.

    Koninkrijk België:

    de Rijksdienst voor Maatschappelijke Zekerheid.