Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot verbetering van de verbinding tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal

Verdrag tussen het Koninkrijk der Nederlanden en het Koninkrijk België tot verbetering van de verbinding tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden en

Zijne Majesteit de Koning der Belgen,

erkend hebbende dat het nodig geworden is tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal een betere verbinding tot stand te brengen,

hebben besloten te dien einde een verdrag te sluiten en hebben tot hun gevolmachtigden benoemd, te weten:

Hare Majesteit de Koningin der Nederlanden:

Zijne Excellentie Jonkheer E. Teixeira de Mattos, Buitengewoon en Gevolmachtigd Ambassadeur der Nederlanden te Brussel;

Zijne Majesteit de Koning der Belgen:

Zijne Excellentie de Heer P. Wigny, Minister van Buitenlandse Zaken;

die, na elkander hun in goede en behoorlijke vorm bevonden volmachten te hebben overgelegd, zijn overeengekomen als volgt:

Artikel

1

Een directe verbinding tussen het Julianakanaal en het Albertkanaal zal worden verwezenlijkt volgens de bij dit Verdrag als bijlage I gevoegde tekening.

Artikel

2

Artikel

3

Artikel

4

Artikel

5

Artikel

6

Artikel

7

Artikel

8

De Hoge Verdragsluitende Partijen zullen elk op hun grondgebied zorg dragen voor het onderhoud, de bediening, het beheer en de vernieuwing van de ten behoeve van de scheepvaart in de nieuwe verbinding aanwezige kunstwerken. De kosten daarvan zullen ten laste komen van de Verdragsluitende Partij op wier grondgebied deze kunstwerken zullen gelegen zijn.

Artikel

9

Het Belgische gedeelte van de nieuwe directe verbinding, hetwelk de vervanging zal uitmaken van het Belgische gedeelte van het kanaal van Ternaaien naar Maastricht, zal worden onderworpen aan de terzake in België geldende voorschriften inzake de heffing van scheepvaartrechten, met dien verstande, dat op het genoemde gedeelte van de nieuwe verbinding geen andere scheepvaartrechten, noch scheepvaartrechten tot hogere bedragen zullen worden geheven dan redelijkerwijze in overeenstemming zullen te achten zijn met die welke tezelfdertijd op de overige Belgische kanalen zullen worden geheven. De scheepvaartrechten welke op het genoemde gedeelte zullen worden geheven zullen bovendien voor Nederlandse schepen of goederen dezelfde zijn en tot dezelfde bedragen worden geheven als voor Belgische schepen of goederen. Alle rechten voortvloeiende uit bestaande verdragen worden evenwel wederzijds voorbehouden.

Artikel

10

Artikel

11

België wordt ontslagen van de financiële verplichtingen die het met betrekking tot het Nederlandse gedeelte van het kanaal van Luik naar Maastricht op zich heeft genomen bij de Overeenkomsten van 12 juli 1845 en 5 september 1850, en Nederland herkrijgt de vrije beschikking over de percelen welke tot dit kanaalgedeelte behoren.

Ten aanzien van het kanaalgedeelte ten zuiden van de aansluiting van het toeleidingskanaal naar de schutsluis te Sint-Pieter zullen deze schikkingen slechts in werking treden na het in dienst stellen van de in artikel 2, paragraaf 1, onder a) en b), beschreven werken.

Artikel

12

Dit Verdrag zal worden bekrachtigd en de akten van bekrachtiging zullen zo spoedig mogelijk te 's-Gravenhage worden uitgewisseld.

Artikel

13

Dit Verdrag zal in werking treden op de dag na uitwisseling der akten van bekrachtiging.

TEN BLIJKE WAARVAN de hierboven genoemde gevolmachtigden dit Verdrag hebben ondertekend.

GEDAAN te Brussel, op 24 februari 1961, in tweevoud in de Nederlandse en de Franse taal, zijnde beide teksten gelijkelijk authentiek.

Voor het Koninkrijk der Nederlanden:

Pour le Royaume des Pays-Bas:

(w.g.) E. TEIXEIRA DE MATTOS

Voor het Koninkrijk België:

Pour le Royaume de Belgique:

(w.g.) P. WIGNY

BIJLAGE

I

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verdragen, Den Haag.

BIJLAGE

II

Toelichtende beschrijving van het voorontwerp voor het Cabergkanaal, bedoeld in artikel 10, paragraaf 2.

Algemeen

Onder het Cabergkanaal wordt verstaan de 4 km lange, directe verbinding tussen het bassin van Briegden en de gekanaliseerde Maas.

Op bijgaande overzichtskaart, schaal 1:10.000, is het Cabergkanaal aangegeven.

Kanaalpeil

Het plateau ten westen van de Maas ligt op een peil van NAP + 60.00 m tot NAP + 65.00 m. De overgang naar het Maasdal wordt gevormd door een steile rand ten oosten van de weg Maastricht-Smeermaas-Maaseik. Dit is de aangewezen plaats om een sluis te bouwen. Het kanaalpeil van het bovenpand is gelijk aan het kanaalpeil van het Albertkanaal, nl. NAP + 57,68.m.of (+ 60.00) Staf. Het kanaalpeil van het benedenpand is gelijk aan het stuwpeil van de gekanaliseerde Maas, nl. NAP + 44.00 m of (46.32) Staf. De afmetingen van de sluis bedragen 200 m x 16m met 13.68 m verval.

Dwarsprofiel

Het gekozen dwarsprofiel voor het kanaal heeft een breedte op de waterspiegel van 78 m en een diepte van 5 m over een breedte van 48 m. De oppervlakte van het natte profiel bedraagt F = 315 m2.

Vrije Doorvaarthoogte

Als vrije doorvaarthoogte is 7 m aangehouden, aangezien deze doorvaarthoogte zowel op het Julianakanaal als op het Albertkanaal aanwezig is, resp. wordt nagestreefd. De vrije hoogte op het benedenpand zal beschikbaar moeten zijn boven het vaarpeil op de Maas, dat in de voorhavenmond van het Julianakanaal NAP + 45,80 m of (+ 48,12 m) Staf bedraagt en in de voorhavenmond van het Cabergkanaal daaraan gelijk zal zijn.

Omschrijving tracé

De ligging van het gewijzigde tracé is als volgt:

  • Vanuit het Dok van Briegden is de as: van het tracé gelegen in het verlengde van de as van het Albertkanaal.

  • De aansluiting aan het Dok van Briegden vindt plaats door middel van een zogenaamde „trompetaansluiting”.

  • Na de passage van grenspaal 98 loopt dit kanaal met een flauwe bocht (r = 3000 m) noordwaarts.

  • De Brusselseweg wordt over het benedenhoofd van de sluis geleid. De Brusselseweg wordt op ongeveer 700 m afstand van het spoorwegviaduct gekruist. De voorhaven van het benedenpand van het kanaal wordt ongeveer 600 m lang.

  • De spoorlijn en de omgelegde weg van Smeermaas worden onder een vrij flauwe bocht (ca. 45°) over het kanaal gevoerd.

  • Sluis Bosscherveld en de daarover geleide weg worden afgebroken. Vanaf het Voedingskanaal komt de verlegde Bosscherweg evenwijdig aan de spoorlijn te liggen.

  • Het tracé van het kanaal buigt ongeveer ter hoogte van de geprojecteerde overbrugging van het Cabergkanaal door de gecombineerde brug van weg en spoorwegverkeer in zuidelijke richting af (r = 750 m).

  • Direct nabij de gecombineerde spoorweg-/wegbrug komt aan de noordzijde een nieuwe ontsluiting van de Zuid-Willemsvaart.

  • Het Cabergkanaal volgt verder ongeveer het huidige Kanaal door het Bosscherveld. De aansluiting op de Maas wordt sterk verruimd, vnl. door verlegging van de noordelijke oever van het huidige Verbindingskanaal. De stuw bij Borgharen, de overlaat en de toegang tot het Julianakanaal blijven ongewijzigd.

  • Er zal een nieuwe sluis in de Zuid-Willemsvaart gebouwd moeten worden. Deze sluis (14 m x 120 m) voor 1350 tons schepen komt op ca. 700 m van de grens tussen Nederland en België te liggen. Over het benedenhoofd is een weg geprojecteerd die aansluit op de verbinding Bosscherweg-Brusselseweg langs de spoorbaan.

Raming

De globale bouwkosten van het Cabergkanaal worden op prijspeil ’84 geschat op 136,5 miljoen gulden of 2.593,5 miljoen Bfr., zoals onderstaande raming aangeeft. Hierin zijn niet begrepen de kosten van schadeloosstellingen en de aankoop van industrie- en fabrieksgebouwen.

miljoen gulden

miljoen Bfr.

Bouw van de sluis

60

1.140

Bouw sluis Z.W.-vaart

18

342

Spoorwegbrug

7

133

Grondweg en grondaankoop

21

399

Oever- en bodemvoorzieningen

24,5

465,5

Onvoorzien en diversen

6

114

Schadeloosstellingen

P.M.

P.M.

———

———

136,5

2.593,5

Verdeling der kosten

Indien tot uitvoering van het Cabergkanaal besloten wordt, zou omtrent de verdeling der kosten nog nader overleg moeten worden gepleegd. Mocht de wijziging van het tracé onverhoopt toch tot extra kosten leiden, dan is Nederland bereid deze kosten voor zijn rekening te nemen.

BIJLAGE

III

Ligt ter inzage bij het Ministerie van Buitenlandse Zaken, Afdeling Verdragen, Den Haag.